← België

Cassatiebeschikking 14107 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.107 Rolnummer: A. 232161/XIV-38517 Zaak: Cassatiebeschikking 14107 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-23 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-15 10:01 Fiche Beschikking nr 14.107 van 21 december 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.107 van 21 december 2020 in de zaak A. 232.161/XIV-38.517 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter JP Lips kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 november 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 241.379 van 24 september 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 november 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt, hetgeen ook wordt aangegeven in het verzoekschrift tot cassatie, dat het bestreden arrest ter kennis werd gebracht van verzoekster met een ter post aangetekende brief, verstuurd op (dinsdag) 29 september
  2. De termijn voor het indienen van het cassatieberoep is de derde werkdag nadien beginnen lopen, hetzij op (vrijdag) 2 oktober
  3. De laatste dag van de in artikel 3, § 1, van het XIV-38.517-1/2 koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ voorziene termijn van 30 dagen was (zaterdag) 30 oktober 2020, die derhalve wordt verplaatst tot (maandag) 2 november
  4. Het verzoekschrift tot cassatie is ingediend met een ter post aangetekende brief op 3 november 2020, hetzij buiten de termijn van 30 dagen die is voorzien in het voornoemde koninklijk besluit van 30 november
  5. Het cassatieberoep is laattijdig en derhalve kennelijk niet- ontvankelijk. BESLUIT:
  6. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  7. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op eenentwintig december tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.517-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.107 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.