id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.404 Rolnummer: A. 230588/XIV-38318 Zaak: Arrest 249404 - Wapens - 04/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-19 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.404 van 4 januari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 249.404 van 4 januari 2021 in de zaak A. 230.588/XIV-38.318 In zake: Michel SABBE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Filipowicz kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 367 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Minister van Justitie d.d. 23.01.2020 inzake het beroep van de heer Michel Sabbe tegen de beslissing d.d. 10 december 2018 van de provinciegouverneur van West-Vlaanderen.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 10 juli
- Op 8 oktober 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de XIV-38.318-1/3 mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. XIV-38.318-2/3 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.318-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.404 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div