id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.416 Rolnummer: A. 224432/VII-40188 Zaak: Arrest 249416 - Milieuvergunningen - 07/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-14 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.416 van 7 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.416 van 7 januari 2021 in de zaak A. 224.432/VII-40.188 In zake : 1. Agnès DUMONT 2. Joseph VERGIEU die woonplaats kiezen te 1190 Brussel Meloenstraat 62 tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 2 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 30 november 2017 waarbij de bestuurlijke beroepen tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Galmaarden van 17 juli 2017, houdende het verlenen aan Erwin Demol van de milieuvergunning voor het verplaatsen van een bestaand landbouwbedrijf naar een nieuwe vestigingsplaats, gelegen aan de Pijpestraat 2A te Galmaarden, deels worden ingewilligd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. VII-40.188-1/6 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december 2020. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partijen, die in persoon verschijnen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 20 maart 2017 dient Erwin Demol een vergunningsaanvraag in voor het verplaatsen van een bestaand landbouwbedrijf voor het houden van 140 runderen, gelegen te Galmaarden, Herhout 40, naar een nieuwe vestigingsplaats aan de Pijpestraat 2A te Galmaarden, op percelen kadastraal gekend als derde afdeling, sectie E, perceelnummer 52e. 3.2. Tijdens het openbaar onderzoek worden twee bezwaren ingediend, onder meer door de verzoekende partijen. 3.3. Bij besluit van 17 juli 2017 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Galmaarden de gevraagde milieuvergunning met oplegging van een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden. VII-40.188-2/6 3.4. Tegen deze beslissing stellen de verzoekende partijen bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant. 3.5. In het kader van de beroepsprocedure wordt advies uitgebracht door:
- a)de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar (gunstig);
- b)de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -Projecten (beroepen deels gegrond verklaren);
- c)de Provinciale Milieuvergunningscommissie (beroepen deels inwilligen, mits precisering dat het te verplaatsen landbouwbedrijf ten laatste tegen 1 januari 2020 moet worden stopgezet en aan de exploitatie van de inrichting op de nieuwe vestigingsplaats bijkomende bijzondere exploitatievoorwaarden worden verbonden). 3.6. Met het thans bestreden besluit van 30 november 2017 willigt de deputatie de ingestelde beroepen gedeeltelijk in en vult zij onder meer de na te leven bijzondere vergunningsvoorwaarden aan. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie 4. De verwerende partij werpt op dat het verzoekschrift van de verzoekende partijen geen duidelijk omschreven middelen bevat en dat het beroep om die reden als onontvankelijk moet worden afgewezen. 5. In hun memorie van wederantwoord vermelden de verzoekende partijen dat zij de schending aanvoeren van “Art. 5.9.2.1 Besluit Vlaamse Regering 1.6.1995 VLAREM II, Art. 4.1.3.2 en 4.3.1.2.1 Besluit Vlaamse Regering 1.6.1995 (VLAREM II), Art. 30 § VLAREM I, Artikel 2 en 3 wet van 29 juli 1991 betreffende de motivering van bestuurshandelingen, schending zorgvuldigheidsbeginsel”, waarna zij de in het verzoekschrift gegeven uiteenzetting grotendeels herhalen. VII-40.188-3/6 Voorts ontwikkelen zij een “tweede middel” waarin wordt aangevoerd dat het bestreden besluit nalaat te motiveren waarom de beoogde inrichting geen onaanvaardbare hinder zal teweegbrengen en geen bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Beoordeling 6. Artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” bevat. Onder middel in de zin van voormelde bepaling wordt verstaan: een voldoende duidelijke omschrijving van de rechtsregel of het rechtsbeginsel waarvan de schending wordt ingeroepen, alsook van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt geschonden. Opdat een door haar aangevoerd middel ontvankelijk zou zijn, dient een verzoekende partij niet alleen duidelijk te maken welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel zij geschonden acht, maar ook op welke wijze, naar haar oordeel, die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt miskend. Het verzoekschrift dient ten minste één ontvankelijk middel te bevatten. Het ontbreken van een middel in het verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het beroep tot gevolg. 7. In dit geval hebben de verzoekende partijen hun verzoekschrift opgebouwd onder de vorm van ‘opmerkingen’, telkens geformuleerd ten aanzien van een feitelijk gegeven en de beoordeling ervan door de verwerende partij. Er moet worden vastgesteld dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift niet met de voor een middel minimaal vereiste precisie, de rechtsregels of rechtsbeginselen aanwijzen die volgens hen door de bestreden beslissing worden geschonden en evenmin een duidelijke uiteenzetting geven van de wijze waarop deze rechtsregels of rechtsbeginselen door de bestreden beslissing zijn geschonden. Een uiteenzetting die bestaat uit een opsomming van een aantal VII-40.188-4/6 feitelijke grieven kan niet worden beschouwd als een middel in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement. Uit wat voorafgaat volgt dat het verzoekschrift geen ontvankelijk middel bevat, hetgeen de onontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring tot gevolg heeft. 8. De verzoekende partijen kunnen het gebrek aan rechtsmiddelen in het oorspronkelijk ingediende verzoekschrift niet goedmaken door voor het eerst in de memorie van wederantwoord de geschonden geachte rechtsregels en rechtsbeginselen te vermelden. Het voormelde gebrek kan evenmin worden goedgemaakt door in de memorie van wederantwoord een nieuw middel aan te voeren dat reeds in het verzoekschrift tot nietigverklaring had kunnen worden aangevoerd. 9. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft. VII-40.188-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.188-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div