← België

Arrest 249418 - Milieuvergunningen - 07/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.418 Rolnummer: A. 224343/VII-40180 Zaak: Arrest 249418 - Milieuvergunningen - 07/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-14 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.418 van 7 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.418 van 7 januari 2021 in de zaak A. 224.343/VII-40.180 In zake :

  1. Simonne MARIËN
  2. Kris HEYRMAN
  3. Annika PEETERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Tussenkomende partij: de BVBA CEPEKO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Peeters kantoor houdend te 3545 Halen Bloemendaalstraat 186 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (hierna: deputatie) van 19 oktober 2017 waarbij de milieuvergunning aan de BVBA Cepeko, gelegen aan de Heistraat 33 te Lier, voor het veranderen door uitbreiding van een tuinbouwbedrijf wordt verleend. VII-40.180-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De bvba Cepeko heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 5 april
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december
  7. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Geyns, die loco advocaat Kris Peeters verschijnt voor de tussenkomende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. VII-40.180-2/7 III. Feiten
  9. Er wordt vooreerst verwezen naar de feitenuiteenzetting in arrest nr. 238.600 van 22 juni
  10. Na voormeld vernietigingsarrest wordt advies verleend door de OVAM (ongunstig), het Departement Omgeving - Milieuvergunningen Antwerpen (deels gunstig, deels ongunstig), het Agentschap Zorg & Gezondheid, de Vlaamse Milieumaatschappij (gunstig) en de Provinciale Milieuvergunningscommissie (hierna: PMVC). De PMVC adviseert gunstig voor de gevraagde compressor van 5,73 kW, opslag van 8.236 liter CO2, afwijking voor het voorzien van een afsluiting met toegangspoort en voor het plaatsen van een groenscherm, en ongunstig voor de gevraagde afwijking voor het aanbrengen van een uithangbord en voor de afvalstoffenaanvoer. De PMVC adviseert ook gunstig voor de gevraagde schrapping van de bijzondere voorwaarden omtrent het meten van dioxines en furanen en zware metalen, zodat de houtverbrandingsinstallatie van 2 MW enkel dient te voldoen aan de sectorale emissiegrenswaarden van Vlarem II voor de verbranding van niet-verontreinigd, behandeld houtafval.
  11. De deputatie neemt op 19 oktober 2017 de bestreden beslissing: “[…] Gelet op de ligging van de inrichting in een agrarisch gebied volgens het gewestplan Antwerpen; Overwegende dat gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat de adviezen van de AMV, de VMM en de PMVC, zoals hierboven weergegeven, in aanmerking worden genomen; Overwegende dat het beroepsschrift van de omwonenden zich niet beperkt tot het voorwerp van de aanvraag, maar nagenoeg de gehele exploitatie omvat; dat klachten omtrent o.a. de opslag van het hout, de afvalverbrandingsinstallatie, de stedenbouwkundige aspecten, verkeersoverlast, bodemverontreiniging en de opslag en afvoer van assen zonder voorwerp zijn, omdat deze onderdelen reeds in 2007 werden vergund en geen onderwerp zijn van de bestreden beslissing; VII-40.180-3/7 Overwegende dat de gevraagde compressor van 5,73 kW en de opslag van 8.236 liter CO2 werden vergund; dat CO2 20 x per jaar wordt geleverd; dat de houder zich achter de loods bevindt op ca. vier meter van de perceelgrens van perceel 231F (woning 31/1) en op ca. 60 meter van het huis van de familie Heyrman-Peeters (woning 31/1); dat aan de afstandsregels kan voldaan worden; Overwegende dat voor de evaluatie inzake de gevraagde afwijkingen van Vlarem II en de gevraagde schrapping van de bijzondere voorwaarden, eveneens wordt verwezen naar het advies van de PMVC; Overwegende dat op basis van de recentste resultaten kan besloten worden dat de installatie kan voldoen aan de van toepassing zijnde emissiegrenswaarden van Vlarem II; dat uit het advies van het AZG tevens blijkt dat de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de verschillende zware metalen niet worden overschreden; dat bijgevolg de bijzondere voorwaarden omtrent het meten van dioxines & furanen en zware metalen kunnen worden geschrapt; dat de houtverbrandingsinstallatie van 2 MW onverminderd dient te voldoen aan de sectorale emissiegrenswaarden van Vlarem II voor de verbranding van niet-verontreinigd behandeld houtafval in een houtverbrandingsinstallatie van 2 MW; dat de dioxines & furanen derhalve ten minste om de twee jaar moeten worden gemeten; dat er voor zware metalen geen meetverplichting is, zoals bepaald in artikel 5.43.2.24§1 van Vlarem II; Overwegende dat voor de evaluatie van de elementen aangebracht door de vertegenwoordiger van het college van burgemeester en schepenen en door de beroepers, gehoord door de PMVC, verwezen wordt naar het advies van de PMVC, zoals hierboven weergegeven; Overwegende dat voor de toetsing van de aanvraag aan de kenmerken van het watersysteem, en aan de doelstellingen en beginselen van artikel 5, 6 en 7 van het Decreet Integraal Waterbeleid kan verwezen worden naar het advies van de PMVC; Overwegende dat voor de toetsing van de aanvraag aan artikel 26bis en artikel 36ter,§3 en §4 van het Natuurdecreet kan verwezen worden naar het advies van de PMVC; Overwegende dat gesteld kan worden dat de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat het beroep ingediend door de exploitant deels gegrond te verklaren, het beroep ingediend door omwonenden ongegrond te verklaren en het collegebesluit te bevestigen, mits schrapping van de bijzondere voorwaarden, zoals omschreven door de PMVC”. VII-40.180-4/7 Het bestreden besluit schrapt in artikel 4, § 3 van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier van 2 februari 2015 volgende bijzondere voorwaarden: “• ‘Tijdens de werking van de houtafvalverbrandingsinstallatie worden elk jaar minstens 4 keer metingen uitgevoerd van de uitstoot aan zware metalen en dioxines.’ • ‘Voor de parameter zware metalen gelden de emissiegrenswaarden die van toepassing zijn op houtafvalverbrandingsinstallaties met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 5 MW tot 50 MW zoals gesteld in artikel 5.2.3.bis 4.15 van Vlarem II’”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  12. De verzoekende partijen delen in hun laatste memorie mee dat de deputatie op 8 november 2018 aan onder meer de tussenkomende partij een vergunning heeft verleend “voor de verandering van de inrichting waarbij onder meer werd voorzien in de oprichting van een WKK-centrale ter vervanging van de houtafvalverbrandingsinstallatie waarop de geschrapte voorwaarden die het voorwerp uitmaken van het bestreden besluit betrekking had”. De vergunning werd verleend mits de voorwaarde “de houtafvalverbrandingsinstallatie permanent buiten gebruik” te stellen “van zodra de WKK-installatie operationeel is”. De verzoekende partijen stellen dat de exploitant inmiddels de voorwaarde heeft uitgevoerd en leiden hieruit af dat “het bestreden besluit zonder voorwerp” is omdat het “enkel betrekking had op de voorwaarden waaronder de houtafvalverbrandingsinstallatie kan worden geëxploiteerd”. Zij vragen de vernietiging “ter wille van de rechtszekerheid”.
  13. De tussenkomende partij repliceert in de laatste memorie dat de vergunde WKK-installatie inmiddels in gebruik werd genomen en de bestaande houtafvalverbrandingsinstallatie buiten gebruik werd gesteld, dat de bestreden beslissing “in essentie de vergunning van een compressor en een CO2-opslag betreft”, dat de houtverbrandingsinstallatie reeds werd vergund in de basisvergunning van 2007 die niet het voorwerp is van het annulatieberoep van de verzoekende partijen. Zij besluit dat het vervangen van de VII-40.180-5/7 houtafvalverbrandingsinstallatie door een modernere WKK-installatie “de bestreden beslissing niet zonder voorwerp” maakt. Beoordeling
  14. De deputatie heeft bij besluit van 8 november 2018 aan de bvba Grobar en de tussenkomende partij een omgevingsvergunning verleend voor een termijn die eindigt op 9 oktober 2027 om een tuinbouwbedrijf aan de Heistraat 33 te Lier te veranderen door uitbreiding van de basisvergunning mits de bijzondere voorwaarde dat “de verwarminginstallatie op hout […] permanent [dient] buiten gebruik te worden gesteld zodra de WKK-installatie volledig operationeel is”. De beslissing van 8 november 2018 werd niet bestreden met een administratief beroep, zodat de voorwaardelijke omgevingsvergunning voor verandering door uitbreiding van de basisvergunning definitief is geworden. De verzoekende en tussenkomende partijen bevestigen dat de WKK-installatie volledig operationeel en in gebruik is en de vergunde houtafvalverbrandingsinstallatie buiten werking is gesteld.
  15. De beslissing van de deputatie van 8 november 2018 tot verandering door uitbreiding van de basisvergunning, die definitief is geworden, heeft tot gevolg dat het belang bij de vernietiging van de bestreden vergunning tot verandering door uitbreiding verloren gaat. De vernietiging van laatstvermelde vergunning waarvan de geldigheidsduur nog niet volledig is verstreken, kan de verzoekende partijen geen rechtstreeks voordeel meer opleveren. Zodanige vernietiging zou immers geen invloed hebben op de onaantastbare rechtsgevolgen die tot stand zijn gebracht door het niet bestreden besluit van de deputatie van 8 november
  16. Het voorgaande brengt mee dat de vraag van de verzoekende partijen om de bestreden beslissing “ter wille van de rechtszekerheid” te VII-40.180-6/7 vernietigen omdat “het bestreden besluit zonder voorwerp” is, moet worden afgewezen.
  17. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.180-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.418 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.