← België

Arrest 249451 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.451 Rolnummer: A. 226228/X-17333 Zaak: Arrest 249451 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-25 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.451 van 12 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.451 van 12 januari 2021 in de zaak A. 226.228/X-17.333 In zake :

  1. Michel DELFORGE
  2. Diederik TUYPENS
  3. Erik DE RIDDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE GRIMBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
  4. de NV MATEXI VLAAMS-BRABANT
  5. de NV MATEXI PROJECTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 21 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen d.d. 26 april 2018 houdende de definitieve vaststelling van het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan „Beigemveld‟, omvattende het plan met X-17.333-1/15 de bestaande en juridische toestand, een grafisch plan, stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota”. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 6 november
  8. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december
  9. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Van Dijck, die loco advocaat Konstantijn Roelandt verschijnt voor verzoekers, advocaat Jens Joossens, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. X-17.333-2/15 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. Het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde bestemt het gebied in de gemeente Grimbergen, gelegen tussen de Grote Heirbaan, de Wezelstraat, de Kruipstraat en de tuinzones langs de Pieter Breughelstraat en de Beigemsesteenweg tot woonuitbreidingsgebied. Dit woonuitbreidingsgebied is gekend als het „Beigemveld‟ (hierna: het WUG Beigemveld). 3.
  12. Op 24 juni 2016 buigt de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen zich over de aanvraag tot principieel akkoord voor de ontwikkeling van het WUG Beigemveld. 3.
  13. Op 1 september 2016 stemt de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant (hierna: de deputatie) in met de ontwikkeling van het resterend deel van het WUG Beigemveld en verleent zij overeenkomstig artikel 5.6.6, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) een principieel akkoord. 3.
  14. Op 6 juni 2017 vindt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het RUP „Beigemveld‟ (hierna: het gemeentelijk RUP) plaats. 3.
  15. Op basis van het screeningsdossier en de uitgebrachte adviezen concludeert de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid (hierna: de dienst Mer) op 25 juli 2017 “dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. 3.
  16. Op 29 september 2017 dient de nv Matexi Projects – de tweede tussenkomende partij – een aanvraag in voor het verkavelen van een terrein aan X-17.333-3/15 de noordzijde van de Kruipstraat te Grimbergen (hierna: de verkavelingsaanvraag). De verkavelingsaanvraag voorziet 82 bouwloten en de aanleg van een weg, die aansluit op de Kruipstraat. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het verkavelingsplan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht: 3.
  17. Verzoekers wonen allen in de onmiddellijke omgeving van het onbebouwd zuidelijk deel van het WUG Beigemveld. Eerste en tweede verzoekers wonen meer bepaald aan de zuidzijde van de Kruipstraat. Derde verzoeker woont vlakbij in de straat Pellenbergveld, die – ongeveer in het midden – aantakt op de Kruipstraat. Ter plaatse bestaat de Kruipstraat uitsluitend uit een ongeveer vier meter brede verharde rijweg, zonder naastgelegen voet- of fietspad. X-17.333-4/15 3.
  18. Op 31 augustus 2017 stelt de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het grafische plan van het gemeentelijk RUP, met benaderende aanduidingen: Indicatieve hoofdontsluiting Projectgebied Kruipstraat +/- 4 m. breed Pellenbergveld X-17.333-5/15 3.
  19. Van 3 oktober 2017 tot en met 1 december 2017 wordt over het ontwerp van het gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek georganiseerd, tijdens hetwelk de deputatie een advies uitbrengt en 138 bezwaarschriften worden ingediend, waaronder door verzoekers. 3.
  20. Van 2 november tot 1 december 2017 wordt over de verkavelingsaanvraag een openbaar onderzoek georganiseerd. 3.
  21. Op 29 januari 2018 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen een voorwaardelijk gunstig advies over de verkavelingsaanvraag. 3.
  22. In zitting van 19 februari 2018 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Grimbergen (hierna: de Gecoro) de tegen het ontwerp van het gemeentelijk RUP ingediende bezwaren en brengt zij een advies uit. 3.
  23. Met een besluit van 22 februari 2018 keurt de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen de voorgestelde wegenisaanleg voor de verkavelingsaanvraag goed. 3.
  24. Op 19 maart 2018 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen de gevraagde verkavelingsvergunning. Tegen deze beslissing dienen verzoekers administratief beroep in bij de deputatie. 3.
  25. Met het bestreden besluit van 26 april 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen het gemeentelijk RUP definitief vast. 3.
  26. Bij beslissing van 23 augustus 2018 verklaart de deputatie het beroep tegen de onder randnummer 3.14 vermelde verkavelingsvergunning ongegrond en verleent zij de gevraagde verkavelingsvergunning. Tegen deze beslissing wordt een beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. X-17.333-6/15 3.
  27. Met zijn arrest nr. 247.984 van 1 juli 2020 vernietigt de Raad van State het onder randnummer 3.13 vermelde besluit van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen van 22 februari 2018 over de zaak van de wegen. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 4.
  28. De tussenkomende partijen betwisten in hun memorie verzoekers‟ belang. Zij werpen op dat verzoekers geen bewijsstuk voorleggen dat staaft dat zij houder zijn van enig zakelijk recht op de woningen waarvan zij beweren eigenaar te zijn. 4.
  29. Verzoekers brengen met hun memorie van wederantwoord hun eigendomstitel bij en merken op dat de verwerende partij noch bij het openbaar onderzoek over het gemeentelijk RUP noch in de huidige procedure een bezwaar met betrekking tot hun hoedanigheid van eigenaar heeft geuit. Beoordeling 5.
  30. Verzoekers zijn blijkens de door hen bijgebrachte eigendomtitels eigenaars van een woning in de onmiddellijke omgeving van het plangebied. De door het bestreden gemeentelijk RUP voorziene ontwikkeling van het thans onbebouwd zuidelijk deel van het WUG Beigemveld kan een negatieve impact op hun leefomgeving hebben. Zij doen aldus van het vereiste belang bij hun beroep blijken. 5.
  31. De exceptie is ongegrond. X-17.333-7/15 V. Onderzoek van de het eerste middel Standpunt van de partijen 6.
  32. Verzoekers roepen in een eerste middel onder meer de schending in van het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij zetten uiteen dat de zuidelijke lus langs de Kruipstraat dient ontsloten te worden. Dit betreft een lokale weg type 3, met een onvoldoende breedte om kruisverkeer mogelijk te maken en zonder enige infrastructuur voor de zwakke weggebruiker. Bovendien voorziet het gemeentelijk RUP in een grotere densiteit van woningen. Verzoekers benadrukken dat de ontsluiting manifest negatieve gevolgen voor de mobiliteit en de leefbaarheid van de Kruipstraat zal hebben en wijzen erop dat het probleem van de ontsluiting door meerdere actoren in het besluitvormingsproces wordt erkend. De vaststelling van een gemeentelijk RUP waarvan duidelijk is dat de erin voorziene ontsluiting problematisch is en bijkomende maatregelen vereist, is in strijd met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel. 6.
  33. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat verzoekers‟ kritiek op het gehanteerde lussensysteem opportuniteitskritiek betreft waarover de Raad van State niet mag oordelen. Verder wijst zij op de MER-screening, het advies van het departement Mobiliteit en Openbare Werken van 23 mei 2017 en de toelichtingsnota om te besluiten dat de mobiliteitsaspecten wel degelijk zorgvuldig werden behandeld en gemotiveerd, zodat van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel geen sprake is. Er is geen reden om aan te nemen dat de aansluiting via de Kruipstraat onmogelijk is, dan wel met een duurzame ruimtelijke ontwikkeling onbestaanbaar zou zijn. Verzoekers baseren zich louter op veronderstellingen en brengen geen enkel argument bij waaruit blijkt dat het planinitiatief op dit punt kennelijk onredelijk is. X-17.333-8/15 6.
  34. De tussenkomende partijen werpen in hun memorie op dat het middel niet ontvankelijk is in de mate dat het op de verkavelingsvergunning betrekking heeft, nu het bestreden besluit aan die vergunning volstrekt vreemd is. Zij menen dat de geschiktheid van de bestaande wegen een opportuniteitskwestie betreft die door de gemeente moet beoordeeld worden. Verder blijkt niet dat verzoekers het beweerde probleem van de gebrekkige infrastructuur van de ontsluiting ter hoogte van de Kruipstraat tijdens het openbaar onderzoek hebben aangekaart. Zij kunnen zich er dan ook niet over beklagen dat een eventueel bezwaarschrift niet op afdoende wijze zou zijn weerlegd. Op basis van welke informatie verzoekers beweren dat de ontsluiting problematisch is, wordt niet verduidelijkt. De tussenkomende partijen erkennen dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen wijst op “flankerende maatregelen”, maar zij menen dat dit zaken betreft die niet met de ruimtelijke inrichting maar wel met de aanvullende verkeersreglementen verband houden. De bevestiging dat dergelijke maatregelen nodig zijn, houdt nog geen bevestiging in dat de weg niet geschikt zou zijn. 6.
  35. In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat de plannende overheid dient na te gaan of de betrokken ontsluiting verantwoord is. Zij menen dat de ondermaatse infrastructuur van de Kruipstraat in de screeningsnota niet behandeld wordt, noch wordt zij gekoppeld aan het aantal extra vervoersbewegingen die door de ontwikkeling van het binnengebied zullen worden gecreëerd. Zij betogen dat de gemeente in het kader van de verkavelingsaanvraag zelf van oordeel was dat de kwestieuze ontsluiting geen veilig verkeer kan garanderen. Dat volgens de gemeente “werk zal gemaakt worden van flankerende maatregelen”, toont nogmaals aan dat de ontsluiting langs de Kruipstraat op dit moment absoluut niet voldoet. De Kruipstraat beschikt niet over de faciliteiten en infrastructuur om de verkeersbewegingen uit het nieuwe binnengebied op te vangen. 6.
  36. Verzoekers wijzen er in hun laatste memorie nog op dat de Raad van State met zijn arrest nr. 247.984 van 1 juli 2020 de beslissing van 22 februari 2018 over de zaak van de wegen heeft vernietigd. De werkgroep die X-17.333-9/15 met betrekking tot de vereiste flankerende maatregelen zou worden opgericht, is na de verkiezingen “een stille dood [...] gestorven”. De problematiek van de aansluiting van het binnengebied zoals ontwikkeld in het gemeentelijk RUP “wordt duidelijk doorgeschoven naar een later, onbepaald tijdstip, zonder dat op een rechtzekere manier een oplossing wordt geboden voor het erkende probleem”. 6.
  37. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat een standpunt dat in het kader van de verkavelingsaanvraag werd ingenomen “geen verband houdt met de bestreden beslissing”. De gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen “hebben de mobiliteitsimpact wel degelijk zorgvuldig beoordeeld en hebben geoordeeld dat [er] op het vlak van mobiliteit geen problemen te verwachten vallen”. Zij benadrukt dat het bestreden gemeentelijk RUP in twee ontsluitingslussen voor gemotoriseerd verkeer voorziet, waardoor dit verkeer wordt “gespreid”. Er is volgens de verwerende partij geen enkele reden om aan te nemen dat de aansluiting via de Kruipstraat “onmogelijk zou zijn, dan wel onbestaanbaar met een duurzame ruimtelijke ontwikkeling”. De straat geeft immers nu al toegang tot de woningen van de verkaveling ten zuiden van het projectgebied, waar ook verzoekers‟ percelen toe behoren. De straten in deze verkaveling en de omliggende straten hebben een breedte die vergelijkbaar is met deze van de Kruipstraat, “en er is geen enkele reden om aan te nemen dat de uitrusting [van de Kruipstraat] ontoereikend zou zijn”. 6.
  38. De tussenkomende partijen doen in hun laatste memorie nog gelden dat verzoekers, door hun kritiek enkel te richten op de breedte van de Kruipstraat en het gebrek aan voorzieningen voor zwakke weggebruikers aldaar, impliciet aangeven dat de Kruipstraat wel degelijk als ontsluiting voor autoverkeer functioneert. De geschiktheid van bestaande wegen is een opportuniteitskwestie die de gemeente moet beoordelen en verzoekers staven hun beweringen niet. Voorts zijn overwegingen in het kader van de verkavelingsaanvraag niet dienstig om de onwettigheid van het gemeentelijk RUP aan te tonen. Het college van burgemeester en schepenen heeft aangegeven dat de smalle rijbaan een keuze is van het bestuur. Het doorschuiven van een en X-17.333-10/15 ander naar een werkgroep gebeurde in het kader van de verkavelingsaanvraag en de flankerende maatregelen houden geen verband met de ruimtelijke inrichting maar met de aanvullende verkeersreglementen. Voorts is er wel degelijk overleg gepleegd, waarbij de tractorsluis is verwijderd. Beoordeling 7.
  39. Verzoekers betogen dat het bestreden gemeentelijk RUP geen rechtszekere en zorgvuldige oplossing voor de ontsluiting van het plangebied via de Kruipstraat biedt, nu de Kruipstraat daarvoor ongeschikt is. Dat verzoekers deze kritiek volgens de tussenkomende partijen niet in hun bezwaarschrift hebben aangevoerd, verhindert hen niet om dit op ontvankelijke wijze voor de Raad van State te doen. Anders dan de verwerende en de tussenkomende partijen menen, betreft verzoekers‟ voormelde kritiek geen loutere opportuniteitskritiek maar ontvankelijke wettigheidskritiek. 7.
  40. In het bestreden besluit wordt onder meer het volgende overwogen: “Overwegende dat de gecoro bij de behandeling van de bezwaarschriften het lussensysteem ondersteunt en, in tegenstrijd daarmee, bij de aanvullende elementen van haar advies bijkomende voorstellen doet; [...] Overwegende dat, wat betreft de voorgestelde alternatieven, verwezen wordt naar de behandeling van de ingediende bezwaarschriften; dat dit ook in de verkavelingsaanvraag aan bod kwam; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen zich ertoe verbonden heeft om samen met de huidige bewoners op zoek te gaan naar aanvullende (ontsluitings)maatregelen in het kader van de verwachte mobiliteit in de directe omgeving buiten het plangebied van het RUP; […] Gelet op de beraadslaging betreffende dit voorstel, waarin wordt opgeworpen dat: • de samenstelling van de werkgroep met bewoners, waarin zou worden onderzocht hoe de aantakking van de wegenis in het gebied op de wegenis in het ruimere gebied daaromheen het best zou kunnen worden aangepakt teneinde een optimale en veilige ontsluiting en bereikbaarheid te X-17.333-11/15 realiseren, achter dreigt te blijven lopen op de ontwikkeling van het project; • […] • de ontsluiting van het gebied niet correct is en beter zou kunnen gerealiseerd worden door de twee grote assen, die vandaag worden goedgekeurd in dit RUP, ter hoogte van de Kruipstraat schuin af te takken, zodat een deel van de verkeersstroom naar de Wezelstraat zou gaan en een deel richting Keienberglaan, waardoor [de] situatie voor heel die omgeving veel dragelijker zou worden en ook een groene ruimte zou ontstaan voor de woningen van Pellenbergveld; • de mobiliteitsstudie van geen kanten klopt aangezien daarin wordt gesteld dat er tijdens het spitsuur 22 wagens per uur het gebied zouden uit- of inrijden, wat met 190 woningen een zware onderschatting is; Overwegende dat op de bovenvermelde vragen over en argumenten tegen het voorstel van het college van burgemeester en schepenen wordt geantwoord dat: • inderdaad moet worden doorgezet met de samenstelling van de werkgroep die zich over de ontsluitingsproblematiek zal buigen, maar dat er nog wel wat tijd rest vooraleer er op het terrein woongelegenheid gerealiseerd zal zijn; dat na de gemeenteraad van 22 februari 2018 contact werd opgenomen met de buur[t]bewoners opdat zij, zoals vooropgesteld, drie afgevaardigden zouden aanduiden; dat ter wille van de geografische spreiding vanuit de buurt inmiddels werd gevraagd om vier personen te mogen afvaardigen en dat hierop positief werd gereageerd; dat van de contactpersoon inmiddels werd vernomen dat reeds twee afgevaardigden zijn aangeduid en dat het de bedoeling is om zo snel mogelijk nadat de vier afgevaardigden bekend zijn een vergadering te organiseren waarop, in overeenstemming met de gemaakte afspraken, ook een vertegenwoordiger van elke fractie uit de gemeenteraad zal worden uitgenodigd; • in de toekomstige ontwikkeling zal de woondensiteit 22,9 woningen per hectare bedragen, wat minder is dan aan de overkant van de Kruipstraat, in de wijk Pellenbergveld die nu al gebouwd is, en waar de densiteit 24,4 woningen per hectare is; dat er extra ruimte gevraagd en meegenomen is in de wegenis langs de kant van de Kruipstraat; • […] • de gesprekken met de buurt en met de fracties over de ontsluiting en de herinrichting enz. van de Kruipstraat, zoals beloofd zullen plaatsvinden en er daarover nog niets vast staat, gezien het hier over flankerende maatregelen gaat, wat niets te maken heeft met het binnengebied waar de verkaveling zelf komt; • de verkeersdensiteit tijdens het spitsuur voor de eerste fase van de invulling van het gebied als volgt kan worden vastgesteld: - er komen 86 woningen, wat voor het gemak kan worden afgerond naar 90; - voor het spitsuur wordt normaliter met 2 uur gerekend, wat kan worden herleid tot 1,5 u of 90 minuten; - dan geeft dat 1 wagen per minuut of 2 wagens per minuut als elk gezin twee wagens heeft; • dat deze verkeersdruk door de inrichting in overleg met de buurt perfect valt op te vangen, zeker gezien het verkeer gegenereerd door het gelijk X-17.333-12/15 aantal woningen dat in de tweede fase, wordt gerealiseerd zal ontsluiten in de andere richting; dat er overal problemen zijn met werfverkeer en dat het aan de gemeente en de aannemers is om te bekijken hoe dat zonder al te veel overlast kan gestructureerd worden; Overwegende dat nog wordt opgeworpen dat het niet klopt dat ook een deel van de woningen die in de tweede fase zullen worden gebouwd zal ontsluiten langs de zuidelijke kant van het gebied;” 7.
  41. Zoals vastgesteld bij ‟s Raads arrest nr. 247.984 van 1 juli 2020 heeft de gemeenteraad van de verwerende partij naar aanleiding van zijn beslissing over de zaak van de wegen in het kader van de eerdere verkavelingsaanvraag geoordeeld dat de aansluiting van de verkavelingsweg op de Kruipstraat problematisch is, gelet op de beperkte breedte van die straat en de afwezigheid van voet- of fietspaden ter plaatse, wat de gemeenteraad toen heeft doen beslissen dat er voor die aansluiting bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn, onder meer ter bescherming van de zwakke weggebruiker. De gemeenteraad heeft toen het bepalen van de bijkomende „flankerende‟ maatregelen – waarbij hijzelf de verbreding van de Kruipstraat en de aanleg van voetpaden noemt – naar een nog op te richten werkgroep doorgeschoven, zonder op een rechtszekere manier een oplossing voor het door hemzelf erkende probleem te bieden. Dit alles geschiedde op 22 februari 2018, nauwelijks een paar maanden voor het nemen van het bestreden besluit. 7.
  42. Anders dan de verwerende en de tussenkomende partijen blijken voor te houden, mist het voormelde geenszins relevantie met betrekking tot het beoordelen van de wettigheid van het bestreden besluit. Immers is diezelfde gemeenteraad de auteur van het bestreden besluit, en blijkt noch uit dat besluit, noch uit de MER-screening of enig ander stuk dat de beperkte breedte van de Kruipstraat en de afwezigheid van voet- of fietspaden aldaar, bij de vaststelling van het gemeentelijk RUP niet langer problematisch zou zijn. 7.
  43. De door de gemeenteraad erkende problematiek met betrekking tot de Kruipstraat is bij de vaststelling van het bestreden gemeentelijk RUP eens X-17.333-13/15 te meer naar een later, onbepaald tijdstip doorgeschoven, middels de doorverwijzing ervan naar een werkgroep. Het gemeentelijk RUP biedt er geen rechtszekere oplossing voor. Het houdt een schending van het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel in. 7.
  44. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Kosten
  45. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  46. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts eenmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  47. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen van 26 april 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Beigemveld’.
  48. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  49. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan verzoekers. X-17.333-14/15 De door verzoekers onterecht betaalde bijdrage van 40 euro wordt aan hen terugbetaald. De tussenkomende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.333-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.451 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.