← België

Arrest 249452 - Plannen van aanleg - 12/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.452 Rolnummer: A. 225548/X-17276 Zaak: Arrest 249452 - Plannen van aanleg - 12/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.452 van 12 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.452 van 12 januari 2021 in de zaak A. 225.548/X-17.276 In zake :

  1. Carlos DE WOLF
  2. Hilde VAN PARYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Gentstraat 152 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 25 juni 2018 strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) ‘Vallei van de Nederaalbeek’. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-17.276-1/15 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  5. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Opsommer, die verschijnt voor verzoekers, en advocaat Veerle Tollenaere, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. In de gemeente Maarkedal is tussen de Gansbeekstraat in het noorden, de Nederaalbeek in het westen en de dorpskom van Etikhove in het zuiden op het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgestelde gewestplan Oudenaarde een agrarisch gebied ingetekend. Dit agrarisch gebied is voor het overgrote deel onbebouwd en zal hierna worden aangeduid als “het betrokken openruimtegebied”. Van noord naar zuid loopt er doorheen het betrokken openruimtegebied een waterloop, waarvan het eerste deel het tracé volgt van de op de oorspronkelijke Atlas der Buurtwegen ingetekende weg nr. 109 (hierna: de buurtwegwaterloop). 3.
  8. Ten oosten van de buurtwegwaterloop bevindt er zich op een ongeveer 2.000 m² groot perceel een bakovengebouw met een oppervlakte van X-17.276-2/15 ongeveer 35 m² (hierna: het perceel met de solitaire bakoven) Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de basiskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 3.
  9. De erfgoedinventaris van het Vlaamse Gewest kleurt in de noordwestelijke hoek van het betrokken openruimtegebied twee percelen in, te weten een perceel dat paalt aan de Gansbeekstraat (hierna: het straatperceel) en het daarachter gelegen perceel (hierna: het achtergelegen perceel), met respectievelijk de huisnummers 10 en
  10. Ter verduidelijking volgen hierna uitreksels uit de laatstgenoemde inventaris, zowel uit de grafische plannen als uit de beschrijving van de aanwezige erfgoedobjecten. X-17.276-3/15 “ Semigesloten hoeve [op het straatperceel] […] Beschrijving Aan de straat palende grote bakstenen hoeve van het semigesloten type; opklimmend tot de eerste helft van de 19de eeuw doch met een aantal latere wijzigingen. Zijdelings aan de straat palend boerenhuis van twee bouwlagen onder pannen zadeldak, met uitzicht van het tweede kwart van de 20ste eeuw. Gecementeerde straatpuntgevel met schijnvoegen en omlijste steekboogvensters met reliëfdecoratie. Twee decoratieve gekleurde glazen raamschermen. Ten oosten, verderop bij de straat alleenstaand bakstenen bakhuis van het tweedelige type. Zijgevel met lisenen, houten ankers en getrapte daklijst. […] Hoeve [deels op het achtergelegen perceel, deels op het straatperceel] X-17.276-4/15 […] Beschrijving Voormalige achterin gelegen hoeve met rechte gekasseide toegangsweg. Van een hoeve met losse bestanddelen in baksteenbouw uit het tweede kwart van de 19de eeuw, door toevoeging en uitbreiding van de bedrijfsgebouwen voornamelijk in de eerste helft van de 20ste eeuw, geëvolueerd naar een gesloten hoeve. Naar het oosten georiënteerd boerenhuis van zes traveeën met vroegere staltravee links onder zadeldak (pannen, nok loodrecht op de straat). Jaartal 1834 op moerbalk in woonkamer. Erfgevel en binnenin wellicht in begin 20ste eeuw aangepast; nog lichte wijzigingen sinds renovatie begin jaren
  11. Roodgeschilderde erfgevel met gewitte voegen en imitatiehoekkettingen op rechter erfgevelhoek. Getoogde beluikte vensters met gebogen druiplijst; vernieuwd houtwerk. Rechthoekige hardstenen deuromlijsting op hoge neuten. Houten dakzool op dito modillons. Achtergevel eveneens met modillons onder de dakoverstek. Kelderspleet met hardstenen latei en onderdorpel in de aangepaste linker zijpuntgevel. Overwelfde kelder op zuidwesthoek onder twee vroegere opkamers waarvan binnenmuren gesloopt. Fraaie ‘beste kamer’ met aankleding uit begin 20ste eeuw waaronder marmeren schouwmantel en plafond met fijne stucversiering. Ten oosten, aanvankelijk kortere dwarsschuur met jaartal 1827 in een grote baksteen van de zuidelijke zijpuntgevel. Ten zuiden, vroegere stallen verbouwd tot kamers. Ten westen, vrij grote alleenstaande bakoven van het enkelvoudige type.” 3.
  12. Verzoekers zijn eigenaar van het straatperceel, het perceel met de solitaire bakoven en een tiental andere percelen in het betrokken openruimtegebied, doch niet van het achtergelegen perceel.
  13. Op 4 december 2015 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent een voorontwerp van GRUP ‘Vallei van de Nederaalbeek’.
  14. Er wordt een screeningsnota opgemaakt over de mogelijke milieueffecten van het voorontwerp van GRUP.
  15. Op 27 januari 2016 brengt de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (hierna: SARO) advies uit over het voorontwerp van GRUP. In dit advies stelt de SARO: “Verspreid over het plangebied komt bouwkundig erfgoed voor, zoals opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed. Een deel van dit erfgoed wordt […] bestemd als ‘CH-gebied: gemengd openruimtegebied met X-17.276-5/15 cultuurhistorische waarde’.[…] De raad heeft diverse bedenkingen bij deze CH-gebieden. Ten eerste merkt de raad op dat de herbestemming naar CH-gebieden is ingegeven vanuit de inventaris van bouwkundig erfgoed. In essentie zijn CH-gebieden evenwel gericht op natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg en recreatie als nevengeschikte functies. Het is geen gewenste ontwikkeling indien in de toekomst voor een groot deel van de items opgenomen op de inventaris bouwkundig erfgoed een herbestemming naar CH-gebied overwogen zou worden. Samenhangend merkt de raad op dat met voorliggend RUP voor de CH-gebieden sterk gefocust wordt op (het behoud van) de bouwkundige elementen. In de toelichting bij artikel 4.2 is sprake van een advies van de gewestelijke administratie bevoegd voor het onroerend erfgoed inzake de beoordeling van vergunningsaanvragen. Bovendien wordt in de CH-gebieden verschillende nieuwe functies toegelaten zoals wonen, recreatieve voorzieningen, kantoren. Tevens is uitbreiding van de bestaande bebouwing mogelijk […]. De raad dringt aldus aan op een grondige heroverweging en onderbouwing van de gewenste bestemming van CH-gebieden om de bijkomende druk op de open ruimte te vermijden”.
  16. Op 11 maart 2016 beslist de dienst Milieueffectrapportage van het Vlaamse Gewest dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is. 8.
  17. Op 31 maart 2017 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van GRUP ‘Vallei van de Nederaalbeek’ voorlopig vast. 8.
  18. Blijkens het bij dit ontwerp horende grafisch plan wordt het betrokken openruimtegebied – met inbegrip van het straatperceel, het achtergelegen perceel en het perceel met de solitaire bakoven – bestemd tot “Agrarisch gebied”. 9.
  19. Van 16 mei tot 14 juli 2017 wordt over het ontwerp van GRUP een openbaar onderzoek gehouden. X-17.276-6/15 9.
  20. Verzoekers dienen een bezwaarschrift in, waarin ze onder meer het volgende aanvoeren: “Wij […] zijn eigenaars van verscheidene onroerende goederen die binnen het plangebied vallen van het Ontwerp van Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan […]. Aangezien onze eigendommen ernstige negatieve gevolgen zullen ondervinden ten gevolge van het Ontwerp […] wensen wij […] formeel bezwaar in te dienen [...]. […] Onze woning is gelegen te 9860 Maarkedal, Gansbeekstraat 10 (hierna de ‘Woning’) en is een oude boerenwoning, met achterliggende weiden en bijhorende bakoven. […] De ruimtelijke bestemming van het gebied waarin de Woning zich bevindt is, overeenkomstig het Gewestplan, ‘agrarisch gebied’. Op heden bevindt zich hier een tweede exploitatiezetel van ons landbouwbedrijf voor opslag van granen, hooi, stro en materieel, zonder de aanwezigheid van dieren. De Woning is sinds 5 oktober 2009 opgenomen als bouwkundig erfgoed (Hoevegebouwen) op de Inventaris Bouwkundig Erfgoed. […] […] wij dienen vast te stellen dat de Woning in het Ontwerp GRUP Nederaalbeek géén bestemmingswijziging van ‘agrarisch gebied’ naar ‘gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde’ ondergaat. Hoewel op het eerste gezicht onze Woning voldoet aan alle voorwaarden om de bestemming ‘gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde’ te bekomen, is er in het Ontwerp GRUP Nederaalbeek geen enkele reden opgenomen waarom, conform het gelijkheidsbeginsel, deze stedenbouwkundige bestemming niet is verleend aan onze Woning. Deze verschillende behandeling van onze Woning ten opzichte van de andere onroerende gebouwen die op de Inventaris Bouwkundig Erfgoed zijn opgenomen, wordt in het Ontwerp GRUP Nederaalbeek noch gemotiveerd noch toegelicht. Toch menen wij dat onze Woning voor deze bestemmingswijziging, net zoals de andere woningen, in aanmerking kan komen. […] Dat onze Woning, zonder enige motivering, op discriminerende wijze van deze bestemmingswijziging wordt uitgesloten en bijgevolg op fundamenteel verschillende wijze wordt behandeld, vormt een schending van het gelijkheidsbeginsel. Het kan immers niet ernstig worden betwist dat de bestemmingswijziging van ‘agrarisch gebied’ naar ‘gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde’ een enorm voordeel met zich meebrengt voor de betrokken onroerende goederen. De stedenbouwkundige voorschriften van het gebied ‘gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde’ luiden immers als volgt: ‘Artikel 4.1 Binnen dit gebied zijn natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg en X-17.276-7/15 recreatie nevengeschikte functies. […] Artikel 4.2 In bestaande vergunde of vergund geachte gebouwen kunnen behalve de activiteiten voor de realisatie van de in de overige artikels vermelde functies, ook de volgende activiteiten toegelaten worden: - wonen; - nuts- en gemeenschapsvoorzieningen; - socio-culturele voorzieningen; - toeristisch-recreatieve voorzieningen; - horeca; - kantoor- of dienstenfunctie; Ten behoeve van deze functies is het toegelaten: - Bestaande vergunde of vergund geachte gebouwen te verbouwen, uit te breiden of te herbouwen.. - Het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur die nodig of nuttig is voor het goed functioneren van de toegelaten activiteiten. […]’ Voor bijna alle onroerende goederen die de nieuwe planologische bestemming ‘gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde’ verwerven […] betekent dit dat de huidige zonevreemdheid wordt opgeheven. Immers, niettegenstaande landbouw nog een functie heeft in het gebied en de natuurwaarden belangrijk zullen zijn, wordt een waslijst van andere functies ook toegelaten in deze gebieden. Dit leidt tot grotere planologische mogelijkheden voor de betrokken eigenaars […].” 10.
  21. Bij besluit van 5 april 2018 stelt de Vlaamse regering het GRUP ‘Vallei van de Nederaalbeek’ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 april
  22. 10.
  23. Met verwijzing naar het bezwaarschrift van verzoekers herbestemt het definitief vastgestelde GRUP het straatperceel en het achtergelegen perceel tot “gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde” (artikel 4). Voor dergelijk gebied (hierna: gemengd CH-gebied) gelden onder meer volgende voorschriften: “Artikel
  24. Gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde Artikel 4.1 Binnen dit gebied zijn natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg en recreatie nevengeschikte functies. Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor deze functies zijn […] X-17.276-8/15 Artikel 4.2 In bestaande vergunde of vergund geachte gebouwen kunnen behalve de activiteiten voor de realisatie van de in de overige artikels vermelde functies, ook de volgende activiteiten toegelaten worden: - wonen; - nuts- en gemeenschapsvoorzieningen; - socio-culturele voorzieningen; - toeristisch-recreatieve voorzieningen; - horeca; - kantoor- of dienstenfunctie; Ten behoeve van deze functies is het toegelaten: - Bestaande vergunde of vergund geachte gebouwen te verbouwen, uit te breiden of te herbouwen.. - Het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur die nodig of nuttig is voor het goed functioneren van de toegelaten activiteiten.” Het definitief vastgestelde GRUP bestemt de overige percelen van het betrokken openruimtegebied, met inbegrip van het perceel met de solitaire bakoven, tot “Agrarisch gebied” (artikel 1). Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het laatstgenoemde grafisch plan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.276-9/15 IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  25. In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid aan. De verwerende partij benadrukt dat verzoekers “hun belang […] uitsluitend [formuleren] met betrekking tot [het perceel met de solitaire bakoven]”. De verwerende partij stelt vast dat verzoekers zich beroepen op het feit dat zij eigenaar zijn van het perceel met de solitaire bakoven. Dit belang wordt niet aangetoond, nu verzoekers geen stuk voorleggen waaruit blijkt dat zij daadwerkelijk eigenaar zijn van dit perceel. De verwerende partij voegt er nog aan toe dat, voor zover verzoekers alsnog het ontbrekende eigendomsbewijs zouden voorleggen, de nietigverklaring hoe dan ook beperkt moet worden tot het perceel met de solitaire bakoven, dat planologisch afsplitsbaar is van de rest van het bestreden GRUP.
  26. Verzoekers leggen samen met hun memorie van wederantwoord een aanslagbiljet van de onroerende voorheffing neer waaruit blijkt dat zij eigenaar zijn van het perceel met de solitaire bakoven. Verder gaan zij niet in op de in het vorige randnummer weergegeven exceptie.
  27. In hun laatste memorie stellen verzoekers dat de uit te spreken vernietiging kan worden beperkt tot twee percelen, te weten het perceel met de solitaire bakoven en het achtergelegen perceel. Beoordeling
  28. Terecht wijst de verwerende partij er op dat verzoekers hun belang enkel uiteenzetten met betrekking tot het perceel met de solitaire bakoven. Wat dit perceel betreft tonen verzoekers hun belang aan door aannemelijk te maken dat zij er eigenaar van zijn. X-17.276-10/15 Verzoekers lichtten evenwel op geen enkel moment toe welk belang zij zouden hebben bij de vernietiging van het bestreden GRUP in zoverre het betrekking heeft op het achtergelegen perceel.
  29. Wat het laatstgenoemde perceel betreft is de exceptie gegrond. Het beroep is enkel ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op het perceel met de solitaire bakoven. V. Onderzoek van het enige middel Het aangevoerde middel 16.
  30. Het enige middel is genomen uit de schending van de artikelen 2.2.2, § 1, 1° en 2°, en 2.2.7, § 7, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van “de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid de materiële motiveringsplicht juncto het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en, in ondergeschikte orde, de formele motiveringsplicht”. 16.
  31. In een eerste middelonderdeel voeren verzoekers aan dat “het grafisch plan is behept met een (materiële) onwettigheid in de mate dat [het perceel met de solitaire bakoven] niet werd omgezet van ‘agrarisch gebied’ naar [gemengd CH-gebied], minstens dat niet wordt gemotiveerd waarom de herbestemming zich louter beperkt tot de hoevewoning”. Nergens in het bestreden besluit kan er enige redelijke verantwoording worden gevonden waarom het grafische plan afwijkt van het bestreden besluit, waarin uitdrukkelijk vermeld is dat verzoekers’ bezwaarschrift ingewilligd wordt. Verzoekers benadrukken dat niet ernstig kan worden betwist dat het straatperceel en perceel met de solitaire bakoven één geheel vormen. Het feit dat de boerenwoning en de bakoven zich niet op eenzelfde kadastraal perceel bevinden is hierbij volstrekt irrelevant. Historisch was het gebruikelijk om de bakoven af te zonderen van de hoevegebouwen en aldus, in geval van brand in de X-17.276-11/15 houtgestookte bakoven, te voorkomen dat het volledige hoevecomplex werd vernield. Zowel in de erfgoedinventaris als in de toelichtingsnota bij het bestreden GRUP wordt de bakoven vermeld. Door enkel het straatperceel en niet het perceel met de solitaire bakoven te herbestemmen tot gemengd CH-gebied wordt een situatie gecreëerd waarbij verzoekers hun rechtspositie niet correct kunnen inschatten, wat strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel. Minstens, en in ondergeschikte orde, is er sprake van een schending van de formelemotiveringsplicht aangezien er geen enkel deugdelijk en draagkrachtig motief is om het perceel met de solitaire bakoven niet te herbestemmen tot gemengd CH-gebied. 16.
  32. Het aangevoerde tweede middelonderdeel is uitsluitend gericht tegen de herbestemming van het achtergelegen perceel.
  33. In hun memorie van wederantwoord wijzen verzoekers er op dat de bakoven en hun boerenwoning door een oprit in kasseien met elkaar verbonden worden, zodat ze visueel en fysisch één geheel vormen. De buurtwegwaterloop is sinds tientallen jaren ingebuisd en loopt volledig ondergronds onder hun oprit. Ten opzichte van andere hoevegebouwen met bakovens die in het bestreden GRUP zijn opgenomen is het enkel voor de eigendom van verzoekers dat het hoevegebouw werd losgekoppeld van de bakoven. De argumentatie van de verwerende partij dat de agrarische bestemming van het perceel met de solitaire bakoven behouden werd om reden van de beperkte omvang van het bakovengebouw, vormt een miskenning van de feitelijke realiteit dat dit gebouw, weliswaar fysisch afgescheiden, sinds de oprichting van de hoeve steeds bij de hoeve heeft behoord.
  34. In hun laatste memorie stellen verzoekers dat hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift betrekking had op de woning mét bijhorende bakoven. Zij benadrukken dat in de beschrijving van de erfgoedinventaris “zowel de hoeve als de bakoven beiden in één beschrijving worden getypeerd”. X-17.276-12/15 Beoordeling 19.
  35. In het eerste middelonderdeel stellen verzoekers dat niet blijkt dat er wettige motieven waren om de agrarische bestemming van het perceel met de solitaire bakoven te behouden en dit perceel niet, zoals het straatperceel, op te nemen in het gemengd CH-gebied. 19.
  36. Zoals de verwerende partij stelt, blijkt uit de gegevens van de zaak dat zij de agrarische bestemming van het perceel met de solitaire bakoven behouden heeft om reden van het grotendeels onbebouwd zijn van dit perceel. Uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij aldus gehandeld heeft in overeenstemming met het advies van de SARO. Dit advies pleit er immers voor voorzichtig om te gaan met het toestaan van de in het gemengd CH-gebied voorziene functies zoals wonen, recreatieve voorzieningen en kantoren, teneinde “bijkomende druk op de open ruimte te vermijden” (randnr. 6). Aldus past het niet opnemen van het perceel met de solitaire bakoven in het gemengd CH-gebied binnen een van de belangrijkste doelstellingen van het bestreden GRUP, te weten het vrijwaren van de rurale open ruimte. 19.
  37. Dat de in het vorige randnummer aangehaalde motieven niet in het bestreden besluit worden geëxpliciteerd wordt verklaard door het feit dat de verwerende partij er terecht van is uitgegaan dat ze het bezwaar van verzoekers volledig heeft ingewilligd. Mede gelet op het feit dat het perceel met de solitaire bakoven niet is ingekleurd op de erfgoedinventaris (randnr. 3.3), mocht de verwerende partij immers redelijkerwijze aannemen dat de bewoordingen “de Woning” en “onze Woning” in verzoekers’ bezwaarschrift (randnr. 9.2) uitsluitend verwijzen naar het perceel waarop zich verzoekers’ woonhuis bevindt, dit is het straatperceel. 19.
  38. Aan de voorgaande vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door de door verzoekers aangehaalde omstandigheden dat het straatperceel en het perceel met de solitaire bakoven “visueel en fysisch één geheel vormen”, dat de bakoven vermeld is in de beschrijving van de erfgoedinventaris en dat bakovens historisch steeds op een veilige afstand van de hoeve(woningen) werden gebouwd. X-17.276-13/15 Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar andere in het bestreden GRUP opgenomen bakovens, al was het maar omdat niet blijkt dat die zich zouden bevinden op percelen die voor meer dan 98% onbebouwd zijn, zoals dit het geval is voor het perceel met de solitaire bakoven (randnr. 3.2).
  39. Het uitsluitend op het achtergelegen perceel betrekking hebbende tweede middelonderdeel kan, gelet op het in randnummer 15 gestelde, niet tot de vernietiging leiden van het bestreden besluit, in zoverre het ontvankelijk is aangevochten.
  40. Het enige middel wordt verworpen. BESLISSING
  41. De Raad van State verwerpt het beroep.
  42. Verzoekers worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De door verzoekers onterecht betaalde bijdrage van 20 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.276-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.276-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.452 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.