← België

Arrest 249458 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.458 Rolnummer: A. 223640/XIV-37553 Zaak: Arrest 249458 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-25 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.458 van 12 januari 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 249.458 van 12 januari 2021 in de zaak A. 223.640/XIV-37.553 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A tegen : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Vantieghem kantoor houdend te 9000 Gent Hulstboomstraat 30 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 30 oktober 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 192.731 van 28 september 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 243.535 van 29 januari 2019 is het debat heropend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 17 van het koninklijk besluit van XIV-37.553-1/4 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2020, om 14.15 uur. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. De feiten zijn weergegeven in het arrest nr. 243.535 van 29 januari
  5. Er wordt naar verwezen. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante XIV-37.553-2/4 gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar advocaat van 20 oktober 2020 deelt de verzoekende partij mee dat verweerder inmiddels in het bezit is gesteld van een F-kaart, geldig van 10 oktober 2019 tot 4 oktober
  7. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief is een stavingsstuk gevoegd. Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten in hoofde van verweerder werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. V. Kosten
  8. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.553-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.553-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.458 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.