id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.460 Rolnummer: A. 229895/XIV-38238 Zaak: Arrest 249460 - Individuele akten (fiscaliteit) - 12/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-25 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.460 van 12 januari 2021 Fiscaliteit - Individuele akten (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 249.460 van 12 januari 2021 in de zaak A. 229.895/XIV-38.238 In zake: de BV APSON CONSULTING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexandre Roy kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 283/19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën Centrale Rechtskundige dienst FOD Financiën North Galaxy - Toren B, 26ste verdieping kantoor houdend te 1030 Brussel Koning Albert II-laan 33, bus 15 alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Cel Administratieve Sancties van 6 november 2019 om geen kwijtschelding en / of vermindering van de gevestigde belastingverhogingen en administratieve boetes te verlenen.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 5 maart
- XIV-38.238-1/4 Op respectievelijk 13 juli 2020 en 14 juli 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2020, om 16.00 uur. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaten Maurice Lambert en Alexandre Roy, die verschijnen voor de verzoekende partij, en attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. XIV-38.238-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Op grond van artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’ (hierna: het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020) worden de termijnen, van toepassing op het instellen en het behandelen van de procedures voor de afdeling Bestuursrechtspraak, die vervallen tijdens de periode van 9 april 2020 tot en met 3 mei 2020 en waarvan het verstrijken tot verval of tot een andere sanctie leidt of zou kunnen leiden indien niet tijdig wordt gehandeld, van rechtswege verlengd tot dertig dagen na afloop van die in voorkomend geval verlengde periode. De koninklijke besluiten van 4 mei 2020 en 18 mei 2020 ‘tot verlenging van sommige maatregelen genomen bij het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’ verlengen deze termijn niet. De uiterste datum van indiening van de memorie van wederantwoord is 4 mei
- Hieruit volgt dat de termijn om dit procedurestuk in te dienen, niet vervalt binnen de periode voorzien in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april
- De in die bepaling voorziene ambtshalve verlenging van de termijn is derhalve niet van toepassing.
- De algemene verwijzing ter terechtzitting naar de corona- uitbraak en -problematiek zonder deze in concreto te betrekken op het te laat XIV-38.238-3/4 indienen van de memorie van wederantwoord rechtvaardigt op zich geen beroep op overmacht.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat er geen grond is om de in artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalde sanctie niet toe te passen. De omstandigheid dat de verzoekende partij ter terechtzitting benadrukt dat zij nog belang heeft om de procedure verder te vervolgen, doet hier geen afbreuk aan. Krachtens het voormelde artikel 21, tweede lid, wordt derhalve vastgesteld dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-38.238-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.460 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div