← België

Arrest 249483 - Milieuvergunningen - 14/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.483 Rolnummer: A. 224722/VII-40224 Zaak: Arrest 249483 - Milieuvergunningen - 14/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-28 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.483 van 14 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.483 van 14 januari 2021 in de zaak A. 224.722/VII-40.224 In zake : de BVBA BUKA 2000 (in staat van faillissement) vertegenwoordigd door curator Thomas Debaene kantoor houdend te 2600 Berchem Koninklijkelaan 60 eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Björn Cloots kantoor houdend te 2000 Antwerpen Jan Van Gentstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 21 december 2017 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 23 juni 2017, houdende het weigeren van de vergunning aan de bvba Buka voor het verder exploiteren van een discotheek, gelegen aan de Lange Brilstraat 10-12 te Antwerpen, ongegrond wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.224-1/6 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Björn Cloots, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij exploiteert sinds ettelijke jaren een discotheek in de Lange Brilstraat te Antwerpen. Aangezien de lopende milieuvergunning zal verstrijken op 24 augustus 2017, dient zij op 23 februari 2017 bij het college van burgemeester en schepenen van de Stad Antwerpen een aanvraag in tot hernieuwing van de vergunning. 3.
  6. Tijdens het openbaar onderzoek van de aanvraag worden 84 bezwaren ingediend. In het merendeel van die bezwaren wordt gewag gemaakt van nachtlawaai, wildplassen, glasbreuk, schade aan voertuigen, agressief gedrag van dronken bezoekers, het achterlaten van afval, vechtpartijen, verstoring van de openbare orde en van de nachtrust. VII-40.224-2/6 3.
  7. Bij besluit van 23 juni 2017 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen de milieuvergunning voor het verder exploiteren van de inrichting. 3.
  8. Tegen deze vergunningsbeslissing stelt de verzoekende partij beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen. 3.
  9. Met het thans bestreden besluit van 21 december 2017 wijst de deputatie het beroep van de verzoekende partij als ongegrond af en bevestigt zij de in eerste aanleg genomen weigeringsbeslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
  10. In zijn verslag werpt de eerste auditeur ambtshalve het volgende op: “Het huidige verzoekschrift werd gedateerd op 28 februari
  11. Verzoekende partij werd op 1 maart 2018 failliet verklaard door de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen.[…] Het huidige verzoekschrift werd, luidens de aanwezige poststempel op het aangetekend verzonden verzoekschrift, verstuurd op 8 maart
  12. Op 21 maart 2018 liet de aangestelde curator weten het geding namens de verzoekende partij te hervatten. Op basis van de stukken in het dossier blijkt dat de eigenlijke indiening van het huidige beroep is geschied nadat de verzoekende partij failliet werd verklaard. Er dient immers vanuit te worden gegaan dat het beroep daadwerkelijk werd ingediend op de datum die vermeld staat op de poststempel van het ter post aangetekend verzonden verzoekschrift. Het loutere feit dat het verzoekschrift zelf de datum van de dag voor de faillietverklaring vermeldt, doet hieraan niets af, bij gebrek aan objectiviteit, in tegenstelling tot de vermelde afstempeling door een derde partij. Luidens artikel 16 Faillissementswet van 7 april 1997, dat van toepassing was op het ogenblik waarop het huidige beroep werd ingesteld, verliest de gefailleerde vanaf de uitspraak van het faillissement van rechtswege en onmiddellijk het beheer over zijn goederen alsmede over de goederen die hij gedurende het faillissement mocht verkrijgen en dat alle betalingen, verrichtingen en handelingen van de gefailleerde gedaan na het faillissementsvonnis, en zijn deze van rechtswege nietig. Het verlies van het beheer over al zijn goederen impliceert dat de gefailleerde niet alleen VII-40.224-3/6 een administratief beroep tegen de weigering van een milieuvergunning kan instellen.[…] Gelet op de bovenstaande vaststelling, in het licht van het faillissement, dient aldus te worden besloten dat het verzoekschrift op de datum van verzending niet meer door de verzoekende partij zelf kon worden ingediend maar door haar curator had moeten worden ingediend, minstens had hij hiervoor de uitdrukkelijk toestemming ten tijde van het indienen van het verzoekschrift moeten geven. In de huidige omstandigheden is het beroep op onontvankelijke wijze ingediend en kan het naderhand ook niet worden hervat door de curator”.
  13. In haar laatste memorie benadrukt de verzoekende partij dat er op de dag van het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring overleg is geweest met de aangestelde curator, dat hij akkoord was met het indienen van het annulatieberoep en dat de curator vervolgens op 21 maart 2018 een schrijven tot de Raad van State heeft gericht waarin onder meer wordt vermeld dat de “curatele […] in het belang van de massa der schuldeisers dit rechtsgeding [zal] verderzetten, waarbij confrater Björn Cloots verder zal optreden voor de curatele als raadsman”. Voorts wijst de verzoekende partij erop dat de termijn om een vernietigingsberoep tegen het bestreden besluit in te stellen “verstreek op 23 maart 2018” en dat bijgevolg “de toestemming vanwege de curator om deze procedure te voeren […] vóór het verstrijken van de beroepstermijn” werd verzonden. Tot slot laat zij gelden dat in elk geval moet aangenomen worden dat de brief van de curator van 21 maart 2018 neerkomt op “een uitdrukkelijke, minstens impliciete bekrachtiging van de beslissing om in rechte te treden”. Beoordeling
  14. Bij vonnis van 1 maart 2018 van de rechtbank van koophandel te Antwerpen werd de verzoekende partij in staat van faillissement verklaard en werd advocaat Thomas Debaene tot curator van de failliete boedel aangesteld. Het verzoekschrift tot nietigverklaring werd door de verzoekende partij, “vertegenwoordigd door haar zaakvoerder”, ingediend op 8 maart
  15. Op dezelfde dag heeft de raadsman van de verzoekende partij per e-mail de curator in kennis gesteld van het verzoekschrift en hem verzocht om “ten aanzien van de VII-40.224-4/6 Raad van State [te] bevestigen dat zij deze procedure ingesteld en verdergezet wil zien”. Luidens artikel 16 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, die van toepassing was op het ogenblik waarop het annulatieberoep door de verzoekende partij werd ingesteld, verliest de gefailleerde vanaf de dag van het vonnis van faillietverklaring van rechtswege het beheer over al zijn goederen en kunnen alle verrichtingen en handelingen van de gefailleerde vanaf de dag van het vonnis, niet aan de boedel worden tegengeworpen.
  16. Uit de stukken van het griffiedossier -map ‘Briefwisseling ivm faillissement’- blijkt dat de door de rechtbank van koophandel aangestelde curator op 21 maart 2018 een aangetekend schrijven tot de Raad van State heeft gericht waarin hij erop wijst dat de raadsman van de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld tegen “het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen dd. 21.12.2017” en wordt meegedeeld dat “[d]e curatele […] o.m. in het belang van de massa der schuldeisers dit rechtsgeding [zal] verderzetten, waarbij confrater Bjorn Cloots verder zal optreden voor de curatele als raadsman” en dat het aangetekend schrijven “geldt als verklaring van hervatting van het geding”. In haar memorie van wederantwoord geeft de verzoekende partij aan dat zij “failliet [werd] verklaard bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel van Antwerpen (Afdeling Antwerpen) dd. 1 maart 2018” en dat zij wordt vertegenwoordigd door “curator Mr. T. Debaene”, hebbende als raadsman “Mr. Björn Cloots, advocaat”, zijnde de raadsman die voor de verzoekende partij het verzoekschrift tot nietigverklaring heeft ingediend.
  17. Er wordt niet betwist dat het voornoemde schrijven van de curator van 21 maart 2018 werd verstuurd binnen de vervaltermijn om bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in te stellen tegen het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 21 december
  18. Om voormelde redenen moet aangenomen worden dat de aangestelde curator het door de verzoekende partij op 8 maart 2018 ingestelde beroep tijdig heeft bekrachtigd. VII-40.224-5/6 De in het auditoraatsverslag ambtshalve opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is derhalve niet gegrond. V. Heropening van het debat
  19. Aangezien het verslag van de auditeur beperkt is tot de voormelde exceptie, is er aanleiding tot een aanvullend onderzoek. BESLISSING
  20. De Raad van State heropent het debat.
  21. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat met een aanvullend onderzoek van de zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.224-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.483 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.843 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.