id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.513 Rolnummer: A. 227479/X-17448 Zaak: Arrest 249513 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 19/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.513 van 19 januari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.513 van 19 januari 2021 in de zaak A. 227.479/X-17.448 In zake : Hans WATERSCHOOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 februari 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de provincie Oost-Vlaanderen, met een e-mail van 21 december 2018 meegedeeld aan Hans Waterschoot, om hem niet geslaagd te verklaren voor de mondelinge proef van de vergelijkende selectieprocedure voor poets- en keukenhulp. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. X-17.448-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Door de provincie Oost-Vlaanderen wordt eind 2018 een vergelijkende selectieprocedure georganiseerd voor poets- en keukenhulp. Verzoeker scoort 60,67 op 70 punten voor de “praktijkgerichte schriftelijke” proef. Voor de mondelinge proef behaalt hij 12,75 op 30 punten, waar minstens 18 op 30 punten vereist was. Met een e-mailbericht van 21 december 2018 wordt hem meegedeeld dat hij niet geslaagd is voor het tweede deel, de mondelinge proef, van de vergelijkende selectieprocedure voor poets- en keukenhulp. X-17.448-2/7 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker leidt een eerste middel af uit de “[s]chending van artikel 33 van de rechtspositieregeling Provincie Oost-Vlaanderen, de schending van de formele en materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel”. In de eerste plaats licht verzoeker toe dat artikel 33, § 1, van de rechtspositieregeling provinciebestuur Oost-Vlaanderen is geschonden doordat de beoordeling van de mondelinge proef enkel en alleen door één persoon is ondertekend. Tevens betoogt verzoeker dat “de weergave van de mondelinge proef geen correcte schriftelijke weergave was van het gesprek dat gevoerd werd met verzoeker”. Verzoeker heeft zich in het gesprek één keer, op het einde, de filosofische bedenking gemaakt wat de zin is van het mondeling examen. Blijkens het schriftelijke verslag is het alsof verzoeker “dit voortdurend zou gesteld hebben”. “[M]ogelijks”, aldus verzoeker, is de bedenking te wijten aan zijn medische toestand op dat moment. Ten slotte vraagt verzoeker zich af hoe en op welke wijze hem de score van 12,75 op 30 is toegekend. Hij verwijt de bestreden beslissing geen duidelijke, concrete, nauwkeurige en draagkrachtige motivering te bevatten met betrekking tot het mondelinge gedeelte van het examen. Beoordeling 5.
- Artikel 33, § 1, van de rechtspositieregeling provinciebestuur Oost-Vlaanderen schrijft voor dat de selectiecommissie voor elk selectiegedeelte een beoordeling opmaakt en dat de beoordeling voor het mondeling gedeelte ondertekend wordt door de voorzitter en de secretaris. X-17.448-3/7 5.
- Te dezen bestond de selectiecommissie – afgezien van de secretaris die, gelet op artikel 35, “geen stemrecht noch beoordelingsbevoegdheid” heeft – uit de directeur van het departement Personeel (voorzitter) en twee deskundigen. Stuk 7 van het administratief dossier behelst de “[s]chriftelijke notities” die zij namen bij de mondelinge proef. 5.
- Met verzoeker wordt vastgesteld dat onderaan de beoordeling van de mondelinge proef – stuk 5 van het administratief dossier – slechts één handtekening voorkomt. Tegelijk, evenwel, dient geconstateerd dat de vermeldingen in deze beoordeling wezenlijk verschijnen als niet meer dan de synthese van de individuele notities van de stemgerechtigde leden van de selectiecommissie. Noch bekritiseert verzoeker die individuele aantekeningen of hun synthese, noch betwist hij de tegenwerping van de verwerende partij dat zijn belangen niet geschonden zijn. 5.
- De grief dat artikel 33, § 1, van de rechtspositieregeling provinciebestuur Oost-Vlaanderen geschonden is, kan niet tot nietigverklaring leiden.
- Elk van de stemgerechtigde leden van de selectiecommissie maakt er in zijn voormelde notities melding van dat verzoeker verklaarde niet het nut in te zien van de mondelinge proef. Verzoeker geeft het zelf toe. De verklaring komt in de samenvattende beoordeling van de mondelinge proef twee keer ter sprake. Anders dan verzoeker meent, wordt daarmee geenszins de indruk gewekt “alsof verzoeker dit voortdurend zou gesteld hebben”. Evenmin toont zijn halfslachtige excuus dat de bedenking “mogelijks” aan zijn medische toestand te relateren is, aan dat de vermelding ervan foutief of anderszins onterecht zou zijn. X-17.448-4/7
- In zoverre ten slotte verzoeker zich afvraagt hoe en op welke wijze de selectiecommissie tot haar punten voor de mondelinge proef is gekomen, moet worden verwezen naar haar beoordeling van de competenties „Verantwoordelijkheidsgevoel‟, „Samenwerken‟ en „Doorzettingsvermogen‟. Volgens die beoordeling geeft verzoeker geen voldoende voorbeeld van een situatie waarin hij verantwoordelijkheid opneemt, is hij geen teamspeler, en overtuigt hij ook niet van het nodige doorzettingsvermogen. Verre van op die motieven in te gaan en ze eventueel te ontkrachten, beperkt verzoeker zich ertoe te poneren dat er “op geen enkele wijze een duidelijke, concrete, nauwkeurige en draagkrachtige motivering” is.
- Het middel wordt in zijn geheel verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- In een tweede middel wordt geargumenteerd dat artikel 35 van de rechtspositieregeling provinciebestuur Oost-Vlaanderen de aanwezigheid vereist van een secretaris in de selectiecommissie. Tijdens het mondelinge gedeelte was de secretaris evenwel niet aanwezig. Dit is in strijd met de rechtspositieregeling en het zorgvuldigheidsbeginsel. Beoordeling
- Verzoeker merkt terecht op dat overeenkomstig artikel 35 van de rechtspositieregeling provinciebestuur Oost-Vlaanderen de examencommissie bestaat uit onder anderen de secretaris. Weliswaar heeft de secretaris, gelet op artikel 35, § 6, geen stemrecht of beoordelingsbevoegdheid. Het is voorts niet betwist dat de secretaris niet aanwezig was bij de mondelinge proef. X-17.448-5/7
- Volgens de memorie van antwoord van de verwerende partij is verzoeker zonder belang bij het middel. Verzoeker, wiens memorie van wederantwoord een letterlijke herhaling van het verzoekschrift is en wiens laatste memorie louter een verwijzing naar het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord behelst, brengt daar niets tegen in. In welk opzicht de afwezigheid van de secretaris hem concreet geschaad heeft, wordt door hem niet in het minst inzichtelijk gemaakt.
- De exceptie van gebrek aan belang bij het middel is gegrond. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegings- vergoeding van 700 euro. X-17.448-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.448-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.513 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div