← België

Arrest 249517 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 19/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.517 Rolnummer: A. 228761/X-17552 Zaak: Arrest 249517 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 19/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-29 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.517 van 19 januari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.517 van 19 januari 2021 in de zaak A. 228.761/X-17.552 In zake : Loïc LEROY DE LA BRIERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristel Boels kantoor houdend te 1060 Brussel Bronstraat 68/2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE OVERIJSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Overijse van 12 jui 2019 tot definitieve inbeslagname en plaatsing in een dierenasiel van de wolfshond Luna. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 245.941 van 25 oktober 2019 is de vordering tot schorsing en tot het opleggen van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom verworpen. X-17.552-1/8 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederik Vanhoutte, die loco advocaat Kristel Boels verschijnt voor verzoeker en advocaat Thomas Beelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Na verzoeker op 8 juli 2019 te hebben gehoord, beslist de burgemeester van de gemeente Overijse op 12 juli 2019 om zijn Tsjechische wolfshond Luna definitief in beslag te nemen en over te brengen naar een dierenasiel. Overwogen wordt onder meer: X-17.552-2/8 “Het herhaaldelijk uitbreken van de hond, het niet naleven van de maatregelen opgelegd op 10 april 2019, de vele klachten (laatste melding 21 juni 2019), de waarschuwingen en het aanhoudend negeren van de waarschuwingen maken dat de hond door tussenkomst van de Politiezone Druivenstreek tijdelijk in bewaring werd genomen in een dierenasiel [vzw De Zorghoeve] in afwachting van een beslissing van mijn ambt tot de al dan niet inbeslagname van het dier en de plaatsing in een dierenasiel. Op basis van alle feitelijke omstandigheden, het abnormale karakter van de hinder, het gevaar voor de veiligheid en het verstoren van de openbare orde is het dringend aangewezen om een structurele en passende maatregel te nemen en de hond definitief in beslag te nemen en over te brengen naar een dierenasiel. De argumenten van de eigenaar van de hond wettigen niet om af te zien van de beoogde maatregel. Het is enkel door de beoogde maatregel dat een einde kan gesteld worden aan de veroorzaakte storing.” De beslissing wordt verzoeker ter kennis gebracht met zowel een aangetekend schrijven als een e-mailbericht van 15 juli
  6. Nog dezelfde dag bevestigt verzoeker de ontvangst van de beslissing van 12 juli 2019 en deelt hij zijn definitieve beslissing (“ma décision définitive”) mee om er geen juridische procedure tegen in te stellen, maar ze te aanvaarden. Hij dringt er ten slotte op aan (“J’insiste”) dat de hond zo vlug mogelijk geadopteerd zou worden door iemand die de bijzonderheden van het ras kent en die als enige ambitie heeft om te waken over het welzijn en evenwicht van de hond. Met een plaatsingsovereenkomst van 16 juli 2019 verkoopt de vzw De Zorghoeve de hond aan een “adoptant” – volgens de verwerende partij “een familie die buiten de gemeente Overijse woonachtig is”. Met een e-mailbericht van 24 juli 2019 vraagt verzoeker de burgemeester op haar beslissing van 12 juli 2019 terug te komen. X-17.552-3/8 IV. Belang Standpunten
  7. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord op dat het beroep onontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Toegelicht wordt dat de hond is overdragen aan een adoptant en dat het verzoeker zelf was die op een snelle adoptie aandrong. Zelfs ingeval de bestreden beslissing vernietigd wordt, blijft de plaatsingsovereenkomst bestaan en moet de hond niet, zoals door verzoeker gewenst, aan hem worden teruggegeven. De Raad van State is niet bevoegd om te oordelen over de plaatsingsovereenkomst.
  8. In de memorie van wederantwoord reageert verzoeker dat het beroep ertoe strekt de onwettigheid van de bestreden beslissing te doen vaststellen “zodat de onwettigheid ongedaan kan worden gemaakt en verzoeker in zijn rechten kan worden hersteld”: “In geval van vernietiging van de bestreden beslissing, is niet uitgesloten dat de verwerende partij zich onbevoegd verklaar[t], dan wel beslist om het dier terug te geven aan verzoeker. Het behoort niet aan de Raad van State om zich uit te spreken over de beoordeling die de gemeente zal maken wanneer zij, na de vernietiging, nagaat of verzoeker al dan niet in staat is om voor zijn hond te zorgen noch over de vraag of de hond hem al dan niet kan worden teruggegeven.”
  9. Volgens het auditoraatsverslag moet het beroep wegens gebrek aan het rechtens vereiste belang worden verworpen, meer bepaald omdat het haaks staat op verzoekers brief van 15 juli 2017: “Het ingestelde annulatieberoep en de vraag om opnieuw in het bezit te worden gesteld van de hond, lees in zijn rechten te worden hersteld, is tegenstrijdig met de vorige houding van verzoeker”. De verwerende partij sluit zich daar in haar laatste memorie bij aan. Het feit dat verzoeker op 24 juli 2019 plots zijn mening zou herzien, kon door haar niet redelijkerwijze voorzien worden. Aangezien de adoptie dan reeds was gebeurd, kon de beslissing ook niet meer herzien worden. X-17.552-4/8
  10. In zijn laatste memorie benadrukt verzoeker dat zijn schrijven van 15 juli 2019 niet los mag worden gezien van de gehele context en de omstandigheden waarin het schrijven werd opgesteld. Tussen verzoeker en de hond is er een diepe band. Op geen enkel ogenblik had verzoeker de intentie om de hond definitief af te staan: “De enige reden waarom hij op 15 juli 2019 de burgemeester heeft aangeschreven als hierboven geciteerd, is omdat hij die dag de beslissing had ontvangen en hij zich zeer bewust was van het feit dat Luna niet langer in het dierenasiel kon blijven. De enige optie voor hem op dat moment was dat de hond zo snel mogelijk in een gezin zou worden ondergebracht. Hij hoopte door de burgemeester op die manier aan te schrijven – dit werd hem overigens geadviseerd! – dat er snel een tussenoplossing zou komen en hij op haar goodwill en medewerking zou kunenn rekenen. Verzoeker had Luna immers niet meer gezien sinds 22 juni 2019 (!) en elke toegang tot het dierenasiel werd hem – zonder enige grondslag – verboden. Om het welzijn van Luna te vrijwaren en zeker te stellen werd hem geadviseerd om de burgemeester aan te schrijven zoals hij heeft gedaan op 15 juli 2019, de dag van ontvangst van de beslissing. Dit schrijven kan daadwerkelijk[…] als een wanhoopsdaad op dat moment worden beschouwd, nu dit voor hem de enige manier bleek te zijn om ervoor te zorgen dat Luna niet langer in het dier[en]asiel zou blijven. Zoals opgemerkt in de memorie van wederantwoord [was] Luna er in het dierenasiel niet goed aan toe en kon hij alleen maar hopen dat zij zo snel mogelijk elders zou worden ondergebracht. Op geen enkel moment heeft hij echter beseft dat door dit schrijven de hond definitief zou zijn geadopteerd. Immers verliep de communicatie bijzonder slecht en gaf de burgemeester geen gevolg aan zijn brieven en mails […].” Beoordeling
  11. Volgend op de bestreden beslissing om verzoekers hond definitief in beslag te nemen en in een dierenasiel te plaatsen, is de hond door het dierenasiel aan een derde verkocht. Terecht wijst de verwerende partij erop dat de Raad van State niet bevoegd is zich over de geldigheid van deze overeenkomst uit te spreken. Die bevoegdheid komt de rechtbanken van de rechterlijke orde toe. Een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing zou als zodanig zonder gevolgen zijn voor de verkoopovereenkomst. X-17.552-5/8 In zoverre verzoekers belang bij het beroep er, zoals het geval is, ultiem in bestaat de hond terug te krijgen, mag het dan ook eerder theoretisch en ijl heten. Dat is op zich niettemin onvoldoende om het a priori als (te) onrechtstreeks of anderszins ontoereikend te verwerpen.
  12. Evenwel is er in casu ook de omstandigheid dat de plaatsingsovereenkomst verzoeker niet gewoon is overkomen, maar dat hij er met een brief van 15 juli 2019 uitdrukkelijk zelf heeft op aangedrongen, na bovendien eerst zijn definitieve akkoord met de bestreden beslissing te hebben betuigd.
  13. Ten onrechte tracht verzoeker het te doen voorkomen alsof hij met de brief alleen maar “een tussenoplossing”, of tijdelijke overgangsmaatregel, heeft voorgesteld. In het schrijven kan uit volstrekt niets worden afgeleid dat de spoedige adoptie van de hond door een derde, waarop verzoeker aandringt, niet definitief is. Het tegendeel is het geval.
  14. Ook verzoekers argument dat het gelet op de “context” van de brief duidelijk moest zijn dat het niet zijn intentie was om afstand te doen van de hond, kan niet worden gevolgd. Concreet verwijst verzoeker met betrekking tot die context naar inzonderheid een e-mail van 12 juli 2019 en van 24 juli
  15. De eerste e-mail kadert in de fase van de voorbereiding van de bestreden beslissing en stuurde verzoeker nadat hij tijdens de hoorzitting van 8 juli 2019 – aldus het verslag ervan – “niets gezegd heeft [en] op geen enkele suggestie is ingegaan”. Hij vraagt erin om de hond, die alles voor hem betekent, terug te geven. Eens hij daarna, op 15 juli 2019, verneemt dat de burgemeester in een andere zin heeft beslist, verklaart hij ondubbelzinnig zich bij de beslissing neer te leggen en aan te dringen op een spoedige adoptie van de hond door een geschikte persoon. Dat niettegenstaande de duidelijke en ferme bewoordingen van die mededeling, toch de e-mail van vóór de bestreden beslissing moet prevaleren, wordt niet plausibel gemaakt. X-17.552-6/8 Verzoekers e-mail van 24 juli 2019, dan weer, dateert van meerdere dagen ná de bestreden beslissing en ná het sluiten van de verkoopovereenkomst met betrekking tot de hond, en kon er dan ook bezwaarlijk bij betrokken worden.
  16. Samenvattend blijkt dat verzoeker met het voorliggend beroep opkomt tegen een beslissing waarmee hij zich, toen hij ze ontving, uitdrukkelijk akkoord verklaarde, en die, met zijn formele aansporing, resulteerde in een overeenkomst tot verkoop en plaatsing van de hond bij een derde – overeenkomst die het voorliggende beroep zelfs bij inwilliging ervan onverlet laat. In deze specifieke, concrete omstandigheden is er naar het oordeel van de Raad van State aanleiding om verzoeker het voor het beroep vereiste belang te ontzeggen. Het beroep wordt als onontvankelijk verworpen. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, begroot op het rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. X-17.552-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.552-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.517 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.941 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.