id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.571 Rolnummer: A. 226378/X-17344 Zaak: Arrest 249571 - Plannen van aanleg - 22/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-02 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.571 van 22 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.571 van 22 januari 2021 in de zaak A. 226.378/X-17.344 In zake :
- de BVBA GARAGE DENOYEL
- de BVBA MYCAR.BE
- de NV GARAGE DENOYEL J. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nick De Wint en Gregory Vermaercke kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge van 29 mei 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gemeentelijk RUP) „Koning Albert I-laan en omgeving Sint-Michiels‟. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.344-1/15 Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daan Vandenbroucke, die loco advocaten Nick De Wint en Gregory Vermaercke verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Linde Moons, die loco advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partijen zijn eigenaars en huurders van het perceel Koning Albert-I-laan 84 te 8000 Brugge, kadastraal bekend afdeling 1, sectie A, nr. 91/d6 (hierna: verzoekers‟ terrein). Verzoekers‟ terrein is krachtens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust gelegen in woongebied. Op dit terrein wordt een garage met toonzaal uitgebaat (hierna: verzoekers‟ uitbating). Op verzoekers‟ terrein bevindt zich langs de rooilijn met de Albert I-laan een strook met een breedte van ongeveer 7 meter die ingericht is als private parking voor personenwagens ten behoeve van verzoekers‟ uitbating (hierna: de parkeerstrook op verzoekers‟ terrein). X-17.344-2/15
- Het stadsbestuur van Brugge beslist in 2012 tot de opmaak van een gemeentelijk RUP voor de Koning Albert I-laan en omgeving te Sint-Michiels.
- Er wordt een voorontwerp van gemeentelijk RUP opgemaakt, waaromtrent op 22 maart 2017 een plenaire vergadering wordt georganiseerd.
- Op 7 augustus 2017 beslist de dienst Milieueffectrapportage van de afdeling Milieu, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest dat “het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. 7.
- Op 24 oktober 2017 stelt de gemeenteraad van de stad Brugge het ontwerp van gemeentelijk RUP “Koning Albert I-laan en omgeving Sint-Michiels” voorlopig vast. 7.
- In de voorlopig vastgestelde algemene voorschriften wordt het volgende gesteld: “
- Algemeen […] 0.4 Gebruik van de gronden Gebouwen, verhardingen en alle elementen die regelmatig vergund zijn of vergund geacht worden, kunnen gehandhaafd blijven. Bij vergunningsaanvragen voor instandhoudings- en onderhoudswerken, verbouwingen of herbouw van het bestaande vergunde of vergund geachte volume vormen de stedenbouwkundige voorschriften van dit RUP geen weigeringsgrond.” 7.
- Zoals blijkt uit het voorlopig vastgestelde grafisch plan is verzoekers‟ terrein gesitueerd in deelgebied 3 “Veldstraat” van het gemeentelijk RUP. Dit terrein wordt deels herbestemd tot “Zone voor gemengde bestemming” (artikel III.3) en deels tot “Zone voor wonen” (artikel III.1). De parkeerstrook op verzoekers‟ terrein wordt met een gele arcering als “overdruk zone voor inname openbaar domein” (artikel III.9) ingekleurd (hierna: de reservatiestrook). Voor de reservatiestrook geldt volgend voorschrift: X-17.344-3/15 “De zone met […] overdruk kan mee worden ingenomen als wegenis in kader van de heraanleg van de Koning Albert I-laan.” Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het voornoemde grafisch plan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 8.
- Over het ontwerp van gemeentelijk RUP wordt een openbaar onderzoek gehouden van 20 november 2017 tot 22 januari
- Er worden zestien bezwaarschriften ingediend. 8.
- In hun bezwaarschrift zetten verzoekers als volgt uiteen dat de realisatie van de reservatiestrook hun uitbating in het gedrang zal brengen (hierna: verzoekers‟ bezwaar): “De effectieve realisatie van de [reservatiestrook – die] voorliggend GRUP […] mogelijk maakt – zou tot gevolg hebben dat [de verzoekende partijen] quasi de volledige buitenruimte […] verliezen. Zoals hierna uiteengezet is deze buitenruimte echter cruciaal voor de uitbating van hun activiteiten, zonder dewelke hun activiteiten op de betrokken locatie ten dode opgeschreven zijn (minstens dermate essentiële wijzigingen/beperkingen zouden moeten ondergaan die economische zelfmoord zouden betekenen). […] Deze buitenruimte is voor bvba Mycar.be fundamenteel vermits deze niet alleen gebruikt wordt als parking voor haar cliënteel, maar daarenboven X-17.344-4/15 geldt als verlengde van de overdekte toonzaal: bvba Mycar.be stalt dan ook tal van voertuigen op deze buitenruimte ten einde een sterke visibiliteit te garanderen. Voor de uitbating van een firma die als hoofdactiviteit de aan - en verkoop heeft van auto‟s, spreekt het voor zich dat een parking van primordiaal belang is, zowel voor tijdelijke stockage, klantenparking als voor het uitstallen van auto‟s: • Wanneer de binnenruimte volledig vol staat met auto‟s en er dienen er een paar uit de showroom te worden gehaald, dienen een aantal wagens tijdelijk buiten te worden gezet om plaats te maken voor de uit te halen wagens; • Klanten die komen informeren om een auto aan te kopen, komen steeds met 1 of zelfs 2 over te nemen auto‟s zodat ze die kunnen tonen en de garage de wagens correct kan taxeren. Het niet bieden van parking betekent zoveel als de klanten wegjagen, zeker na het invoeren van de blauwe zone waarbij klanten die de wagen in 1 van de zijstraten durven zetten, het risico lopen om beboet te worden; • Uit een recente (juni - september 2017) studie uitgevoerd op 200 klanten die een wagen aankochten bij mycar.be in Brugge, bleek dat maar liefst 25% – hetgeen op heden wellicht nog gestegen is – tot de aankoop overging door passage en dus het zien van uitgestalde voertuigen; • […] Hieruit blijkt het belang van een parking voor de normale werking van dit bedrijf. De parking betekent in dit geval niet zomaar x m² maar is dermate belangrijk dat het op de huidige locatie a.h.w. de motor van de onderneming vormt. Het wegnemen van die parking zou de onderneming dwingen om binnen, in de gebouwen, dure commerciële ruimte te liquideren ten voordele van parking. Hiervoor zou minstens 2/3 van de showroom moeten gesupprimeerd worden en zou het continu binnen- en buitenrijden in de gesloten binnenruimte voor de nodige gezondheid – en veiligheidsrisico‟s leiden voor klanten en medewerkers (oa uitlaatgassen, etc). […] Door het afnemen van de parking in Brugge en het kortwieken van de economische slagkracht van de firma door de verkoop in Brugge in belangrijke mate te verminderen, zou dus niet alleen de verkoop in Brugge worden geblokkeerd, maar zouden de gevolgen aan aankoopzijde desgevallend nog groter zijn. Immers, de aankoopvolumes zouden veel lager zijn met minder interessante aankoopprijzen, verlies van economische slagkracht ten aanzien van de concurrentie met als gevolg verlies van verkoop ook bij de bijkomende verkooppunten, enzoverder. Dit zou uiteindelijk als gevolg hebben dat heel het businessmodel van de bij oorsprong Brugse firma uit elkaar zou vallen, een model dat overigens zeer succesvol is en nog zeer veel toekomstmogelijkheden heeft. Het voortbestaan van deze groep kan dus bedreigd worden door de achillespees, de goede werking van het hoofdkantoor te Brugge, te raken. Dan wordt elke economische activiteit daar voor deze firma meteen onmogelijk. […] Tot slot dient het benadrukt te worden dat deze buitenruimte/parking voor bvba Mycar.be nog belangrijker geworden is sedert de invoering van de zgn. X-17.344-5/15 „blauwe zone‟, waardoor de parkeermogelijkheden in de omgeving nagenoeg uitgesloten worden (hetgeen op grond van de voorgestelde profielen na herinrichting nog des te dwingender zal zijn). Het is voor bvba Mycar.be des te ongelukkiger dat de blauwe zone net aan hun perceel grenst, namelijk aan de Oudekerkstraat en de Koning Albert I – laan. […] Ook voor nv Garage Denoyel J. betekent het doorduwen van de voorliggende plannen de regelrechte doodsteek voor de verdere toekomst van haar bedrijf. Ten einde nutteloze herhaling te vermijden, gelden hiervoor gelijkaardige bezwaren als hiervoor reeds uiteengezet. Dit mag hier als hernomen beschouwd worden.” 9.
- Op 14 maart 2018 behandelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) de ingediende bezwaarschriften en brengt zij advies uit over het voorlopig vastgestelde gemeentelijk RUP. 9.
- Wat verzoekers‟ bezwaar betreft, overweegt de Gecoro vooreerst het volgende: “Binnen het RUP is het niet de bedoeling om de garage met toonzaal en werkplaats te verdringen. Binnen de voorschriften is het behoud mogelijk. De bestaande vergunde functies kunnen ten allen tijde behouden blijven. Handel zal ook altijd mogelijk blijven in nevenbestemming. De voortuinstrook werd vergund als parking zoals die vandaag gebruikt wordt.” 9.
- Nog in verband met verzoekers‟ bezwaar overweegt de Gecoro vervolgens: “Toch moet worden opgemerkt dat het feitelijk gebruik van de voortuinstrook de vergunde situatie overstijgt. Er worden overal wagens geplaatst alsook op het openbaar domein dat voor de garage quasi volledig werd verhard. Het gebruik van de volledige voortuinzone als parking heeft te maken met het feit dat er in het pand 3 firma‟s zijn gevestigd en niet langer
- Dit is ook op te maken uit het aantal bezwaarschrijvers voor dit bezwaar. Het feit dat men nood heeft aan parkeerplaatsen op het openbaar domein, wat moeilijker is geworden door het invoeren van de „blauwe zone‟, wijst ook op het feit dat de draagkracht van het perceel aan zijn maximum zit. Voorstel om het RUP m.b.t. dit aspect in zijn huidige vorm te behouden.” X-17.344-6/15 10.
- Met een besluit van 29 mei 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Brugge het gemeentelijk RUP “Koning Albert I-laan en omgeving Sint-Michiels” definitief vast. Er worden geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van wat in de randnummers 7.2 en 7.3 is vermeld en de gemeenteraad treedt de weerlegging van verzoekers‟ bezwaar door de Gecoro bij. Van het laatstgenoemde besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 augustus
- 10.
- In de toelichtingsnota bij het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP wordt het volgende gesteld: “[…] Doordat de Koning Albert I-laan een voormalige spoorweg tracé is heeft deze een atypisch voorkomen. In de toekomst zou er, conform het Mobiliteitsplan van de stad, een Park & Ride moeten komen op de Kinepolis site. Een Park & Ride kan enkel werken als er een optimale verbinding is door middel van openbaar vervoer tussen de Kinepolis site en het station. Om die reden is een herprofilering naar een openbare vervoerscorridor belangrijk. Ook het zicht van de laan laat vandaag te wensen over. Dit zowel naar architectuur langs de randen van de laan als naar het uitzicht van de laan zelf. Er is zeer weinig groen langs de laan terwijl deze toch de verbinding kan maken tussen de Groene Gordel rondom de stad richting binnenstad. Gezien de Koning Albert I-laan dwars door het plangebied loopt snijdt deze het woonweefsel. Het is belangrijk om verschillende veilige oversteekplaatsen te creëren om zo het woonweefsel weer te verbinden met elkaar. De Koning Albert I-laan/ N397 krijgt een herprofilering naar groene boulevard die enerzijds als volwaardige toegangsas naar de stad wordt uitgebouwd en anderzijds het gezicht en hoofdstructuur vormt van dit stadsdeel. De nadruk ligt op het attractief maken van het openbaar domein waar onder meer de zwakke weggebruikers en het openbaar vervoer extra aandacht krijgen. Het verbeteren van het groene landschappelijke karakter staat hierbij voorop, afgewerkt met hedendaagse architectuur. De randen van deze boulevard worden getransformeerd tot aantrekkelijke stedelijke wanden waar hoogwaardige kennisfuncties in verweving met woongelegenheden en andere compatibele functies prioritair zijn. […] Het RUP geeft een toekomstvisie weer. De voorziene profielen geven een aanzet en tonen wat de Koning Albert I-laan zou kunnen zijn. Er zijn inderdaad nog geen concrete plannen maar gezien de „levensduur‟ van een RUP moet hier reeds rekening mee worden gehouden. Zeker nu het laatste punt op de Expresweg werd aangepakt om vlot tot de Brugse binnenstad te raken via de Bevrijdingslaan zoals beschreven in het Mobiliteitsplan. […] X-17.344-7/15 De verschillende profielen werden uitgewerkt na [input] van een overleg georganiseerd met Ruimtelijke Ordening, Wegendienst, Groendienst, Mobiliteitcel, De Lijn en AWV/MOW op 21 juni
- De volgende uitgangspunten werden bepaald: • Definiëring van dwarsprofielen, niet van een streefbeeld • Uitgaan van de noden • Baron Ruzettelaan, Natiënlaan Knokke en Leien Antwerpen als inspiratie • Visie samen zien met Kinepolis site die een meervoudig gebruik krijgt • Zoveel mogelijk prioriteit geven aan het openbaar vervoer • Alternatieve routes zijn mogelijk, zoals bijvoorbeeld de Rijselstraat • Rijstrook wagens 3,5 m, busbaan 3,3 m, eenrichting fietspad 2 m, dubbelrichting 3-5 m, voetpad 1,5 m en overal voorzien (is nu niet het geval) • Snelheid gemotoriseerde verkeer 50 km/h • Groen beter in het midden van het profiel dan aan de zijkanten • Geen tunnel. […] Zoals eerder aangegeven is de breedte van 18 m het absolute minimum die nodig is om de Koning Albert I-laan tot een openbare vervoerscorridor in te richten. Met die minimale breedte is echter geen ruimte meer over voor groen, terwijl dit toch gewenst is. Op het grafisch plan wordt in eerste instantie uitgegaan van het bestaande profiel. Dit wordt ook zo meegenomen in een aparte deelzone. Om het groene karakter van de Koning Albert I-laan na te kunnen streven is meer ruimte nodig. Daarom worden op sommige plaatsen, waar het profiel te smal is om groen te voorzien een overdruk opgenomen. Binnen deze overdruk gelden dan de voorschriften van de deelzone met de Koning Albert I-laan en kunnen deze delen deel uitmaken van de heraanleg van de Koning Albert I-laan als een groene openbare vervoersas door het potentiële profiel te verbreden.” IV. Ontvankelijkheid De aangevoerde exceptie
- In haar memorie van antwoord betwist de verwerende partij de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. In een eerste onderdeel van haar exceptie voert de verwerende partij aan dat de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat – en zo ja in welke mate – de parkeerstrook op verzoekers‟ terrein thans op wettige wijze kan worden ingezet voor hun uitbating. Het is niet aan de verwerende partij om daarover zelf veronderstellingen te maken en zij heeft in elk geval nooit een X-17.344-8/15 vergunning verleend om de verharding aldaar als parking te gebruiken. In zoverre die verharding thans wel, in strijd met de vergunningsplicht, als parking wordt gebruikt, en het beroep er toe strekt om die onwettige toestand te handhaven, hebben de verzoekende partijen geen wettig belang bij hun vordering. In een tweede onderdeel van haar exceptie voert de verwerende partij aan dat het beweerde belang van de verzoekende partijen al te hypothetisch is. Zoals ook blijkt uit de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP, geeft de reservatiestrook slechts uitdrukking aan een “toekomstvisie”‟ tot herontwikkeling van de Albert I-laan, die pas gevolgen zal hebben van zodra zij effectief zal worden gerealiseerd. Momenteel is er nog geen beleidsinitiatief genomen om die herinrichting daadwerkelijk te realiseren. In afwachting daarvan doet de reservatiestrook op geen enkele manier afbreuk aan de ontwikkelingsmogelijkheden die thans voor het terrein bestaan. Bovendien heeft het bevoegde bestuur ook zonder de voorziene reservatiestrook de mogelijkheid om, met gebruik van de geëigende (vergoedings)instrumenten en vanuit het algemeen belang, de gronden in te nemen en over te gaan tot de herontwikkeling van de weg. Beoordeling 12.
- In het eerste onderdeel van de exceptie beperkt de verwerende partij er zich wezenlijk toe de vraag op te werpen of het gebruik van de parkeerstrook op verzoekers‟ terrein wel wettig is. Mede gelet op het feit dat de Gecoro uitdrukkelijk bevestigd heeft dat “de voortuinstrook” – waartoe deze parkeerstrook onmiskenbaar behoort – “werd vergund als parking” (randnr. 9.2), overtuigt zij er aldus niet van dat het belang van de verzoekende partijen ongeoorloofd zou zijn. 12.
- Ook het tweede onderdeel van de exceptie overtuigt niet, al was het maar omdat het bestreden gemeentelijk RUP als onmiddellijk rechtsgevolg heeft dat het als grondslag kan dienen voor de onteigening van de reservatiestrook.
- De exceptie wordt verworpen. X-17.344-9/15 V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 14.
- In hun tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van het motiverings-, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 14.
- De verzoekende partijen voeren aan dat hun bezwaar dat de realisatie van de reservatiestrook hun uitbating in het gedrang zal brengen, niet afdoende is weerlegd. De bewering van de Gecoro dat de vergunde functie binnen de parkeerstrook op hun terrein “ten allen tijde” behouden zou kunnen blijven is compleet tegenstrijdig met het stedenbouwkundig voorschrift voor de reservatiestrook. Dit voorschrift zet hun parkeerstrook en bijgevolg hun voortbestaan op de helling, wat niet kan worden verantwoord met het excuus dat het bestaande gebruik de vergunde situatie of de maximale draagkracht zou overstijgen. 15.
- In haar memorie van antwoord citeert de verwerende partij de hiervoor aangehaalde weerlegging van de Gecoro (randnrs. 9.2 en 9.3). Zij benadrukt dat de Gecoro verzoekers‟ bezwaar beantwoord heeft door erop te wijzen dat het plan toekomstgericht is en uitgaat van het behoud van de bestaande en vergunde gebouwen en functies. Het komt de verwerende partij voor dat dit een logische en correcte interpretatie is van het voorschrift. Een voorschrift dat enkel de toekomstige grenzen weergeeft van een mogelijke herinrichting van de wegen, kan niet redelijkerwijze worden geïnterpreteerd in de zin dat door het plan de bestaande uitbatingen in het gedrang zouden worden gebracht. Het bezwaarschrift van de verzoekende partijen is hiermee afdoende onderzocht en beantwoord. 15.
- In haar memorie van antwoord citeert de verwerende partij verder de hiervoor aangehaalde passages uit de toelichtingsnota (randnr. 10.2). De verwerende partij stelt vast dat de verzoekende partijen deze passages niet bij hun middel betrekken en meent dat zij wel degelijk rekening heeft gehouden met de belangen van de verzoekende partijen. X-17.344-10/15 De verwerende partij wijst er verder op dat de Gecoro – bijkomend – heeft gesteld, dat de bestaande feitelijke toestand in de parkeerstrook op verzoekers‟ terrein de vergunde toestand overstijgt, waardoor de gevolgen van een gebeurlijke realisatie van de weg moet worden gerelativeerd. Daargelaten de vaststelling dat de verzoekende partijen niet aantonen dat deze overweging foutief zou zijn, moet gezegd dat de gebeurlijke impact op verzoekers‟ uitbating op zich geen relevantie heeft. Bij het vaststellen van de bestemmingen in RUP‟s is de overheid er immers niet toe gehouden om de bestaande toestand in het plan te bevestigen en te bekrachtigen. Plannen zijn bij uitstek toekomstgericht en kunnen stedenbouwkundige voorschriften vastleggen die afwijken van de bestaande toestand, en die het kader vormen waarin een gewenste toestand tot stand kan komen. Ook de Gecoro heeft daarop gewezen in haar advies. De mogelijkheid om in een plan rekening te houden met de bestaande exploitaties, en die exploitaties voor de toekomst te bestendigen, is weliswaar een element dat in de beoordeling kan meespelen, maar dat niet noodzakelijk voorrang dient te krijgen op andere beoordelingscriteria. Te dezen hebben zowel de planopstellers als de Gecoro uitdrukkelijk aangegeven om welke redenen van goede ruimtelijke ordening zij van mening zijn dat in het RUP al uitdrukking moet worden gegeven aan de toekomstvisie op de herinrichting van de wegenis, door het voorzien van een reservatiestrook. De overheid is daarbij uitgegaan van een uitvoerige inventarisatie van de relevante gegevens en de op het spel staande belangen, en heeft deze gegevens en belangen afdoende tegen elkaar afgewogen.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de reservatiestrook van het bestreden RUP uitdrukking geeft aan een toekomstvisie over de herinrichting van de weg. De effectieve ontwikkeling van die strook vergt evenwel nog een bijkomend initiatief van de daartoe bevoegde overheid. Beoordeling
- De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. X-17.344-11/15 Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, moet hij dit antwoord vinden in een algemene stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is, hetzij in een antwoord op een bezwaar of opmerking van een andere bezwaarindiener of op een advies van een overheidsinstantie.
- Gelet op de specifieke aard van artikel III.9 van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP (randnr. 7.3), impliceert de realisatie van de reservatiestrook de onteigening ervan, zodat ze bij het openbaar domein kan worden gevoegd. Er moet worden vastgesteld dat dergelijke onteigening meebrengt dat er van die strook niet langer gebruik zal kunnen worden gemaakt als private parking voor verzoekers‟ uitbating. De in randnummer 9.2 aangehaalde beantwoording van verzoekers‟ bezwaar volgens welke – met de door de Gecoro gebruikte bewoordingen – de parkeerstrook op verzoekers‟ terrein die “werd vergund als parking”, “ten allen tijde behouden [kan] blijven”, strookt niet met de laatstgenoemde vaststelling. Bij die beantwoording is aldus voorbijgegaan aan de onteigening, die de noodzakelijke implicatie van het stedenbouwkundig voorschrift is. Anders dan de verwerende partij blijkbaar meent, kan deze miskenning van de precieze aard van het voor de reservatiestrook geldende voorschrift niet verschoond worden door de omstandigheden dat ruimtelijke ordeningsplannen toekomstgericht zijn en dat de realisatie van de reservatiestrook nog een bijkomend initiatief van de daartoe bevoegde overheid vergt. X-17.344-12/15 Mede gelet op het feit dat de Gecoro uitdrukkelijk bevestigd heeft dat het niet de bedoeling is om de garage te verdringen, laten ook de in randnummer 9.3 aangehaalde overwegingen niet begrijpen waarom verzoekers‟ bezwaar niet is gevolgd.
- Gelet op wat voorafgaat, is verzoekers‟ bezwaar niet op afdoende wijze weerlegd.
- Het middel is gegrond. VI. Omvang van de vernietiging Standpunt van de partijen
- De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat de verzoekende partijen enkel gegriefd worden door de – van de rest van het bestreden gemeentelijk RUP afsplitsbare – reservatiestrook, zodat een eventuele nietigverklaring hoe dan ook tot deze strook beperkt moet worden.
- In hun memorie van wederantwoord bevestigen de verzoekende partijen uitdrukkelijk dat de nietigverklaring beperkt kan worden tot de reservatiestrook. Beoordeling
- Daar er geen reden is om het anders dan de partijen te zien, dient de uit te spreken nietigverklaring zich enkel uit te strekken tot de reservatiestrook. VII. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is X-17.344-13/15 ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge van 29 mei 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Koning Albert I-laan en omgeving Sint-Michiels‟, in zoverre het betrekking heeft op de met gele arcering aangeduide “overdruk zone voor inname openbaar domein” (artikel III.9) op het perceel Koning Albert I-laan 84 te 8000 Brugge, kadastraal bekend afdeling 1, sectie A, nr. 91/d
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 40 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.344-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.344-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div