← België

Arrest 249576 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.576 Rolnummer: A. 224140/XIV-37602 Zaak: Arrest 249576 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 25/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.576 van 25 januari 2021 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 249.576 van 25 januari 2021 in de zaak A. 224.140/XIV-37.602 In zake: Hein ROLLY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Noyez kantoor houdend te 8830 Hooglede Kerkstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlande Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGT/JUR kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 145A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 27 oktober 2017: ‘Beslissing tot ordemaatregel: belast met opdracht van bewaking van het onthaal te Koopmansstraat 1, 8000 Brugge’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-37.602-1/3 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 5 september
  3. Op 12 november 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. XIV-37.602-2/3 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.602-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.576 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.