id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.595 Rolnummer: A. 226223/X-17329 Zaak: Arrest 249595 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 26/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.595 van 26 januari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.595 van 26 januari 2021 in de zaak A. 226.223/X-17.329 In zake:
- Filip DE BODT
- de VZW CLIMAXI woonplaats kiezend te 9550 Herzele Evendael 27 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van “het Ministerieel Besluit dd. 23/07/18 inzake de beroepen tegen het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 5 oktober 2017 tot gedeeltelijke afschaffing van voetwegen 69 en 123 en de buurtwegen 33bis, 10, 57, 58, 85 en 20 te Sint-Lievens-Esse en voetweg 50 Steenhuize-Wijnhuize in de gemeente Herzele”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. X-17.329-1/4 Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 29 juni
- Op 2 november 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing. X-17.329-2/4 IV. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.
- De verzoekende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 20 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.329-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.329-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.595 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div