← België

Arrest 249597 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.597 Rolnummer: A. 231474/X-17776 Zaak: Arrest 249597 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.597 van 26 januari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.597 van 26 januari 2021 in de zaak A. 231.474/X-17.776 In zake: Bruno SCHOENAERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michael Verstraeten kantoor houdend te 9040 Gent Beelbroekstraat 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Martel en Hans Plancke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 6 augustus 2020, strekt tot de nietigverklaring van: “- De Politieverordening van de gouverneur van de Provincie Antwerpen van 29 juli 2020 betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-
  4. - Het Ministerieel Besluit van 30.6.2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 te beperken en de X-17.776-1/3 Ministeriële Besluiten tot wijziging van dit Ministerieel Besluit van 24 en 28.7.2020.” II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 248.161 van 20 augustus 2020 doet de Raad van State uitspraak over de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing. De Raad van State verleent akte van de afstand wat de vordering tot schorsing van de politieverordening van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 29 juli 2020 „betreffende aanvullende maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19‟ betreft en verwerpt de vordering voor het overige. Het genoemde arrest is op 27 augustus 2020 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 13 november 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de X-17.776-2/3 rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  8. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.
  11. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.776-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.597 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.