id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.624 Rolnummer: A. 232609/XII-9023 Zaak: Arrest 249624 - Overheidsopdrachten - 28/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-29 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.624 van 28 januari 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 249.624 van 28 januari 2021 in de zaak A. 232.609/XII-9023 In zake: de BV ANTWERPS ARCHITECTEN ATELIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem (Antwerpen) Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: 1. HULPVERLENINGSZONE FLUVIA 2. de VLAAMSE BOUWMEESTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Mosselmans, Patrick Peeters en Stef Feyen kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 31 december 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e selectiebeslissing van 10 december 2020 bij de aanvraag tot deelneming bij de open oproep editie 40/2020, de projectgebonden selectie voor het project 01: volledige studieopdracht voor de bouw van de nieuwe hoofdkazerne van de Hulpverleningszone Fluvia te Kortrijk, zoals ter kennis gebracht aan verzoekende partij op 17 december 2020, ter vervanging van de selectiebeslissing van 22 oktober 2020”. XII-9023-1/28 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 januari 2021, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaten Joost Bosquet en Valerie De Bruyckere, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaten Jens Mosselmans, die verschijnen voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 8 mei 2020 ondertekenen de voorzitter van de Hulpverleningszone Fluvia en de zonecommandant een mandaat voor opname van de volledige studieopdracht voor de realisatie van de hoofdkazerne van Hulpverleningszone Fluvia (nieuwbouw) te Kortrijk, in de procedure van de “Open Oproep” die zal worden uitgeschreven door de Vlaamse Bouwmeester. De Open Oproep is één van de instrumenten die de Vlaamse Bouwmeester aanbiedt aan Vlaamse en lokale overheden om ontwerpers te selecteren op het vlak van architectuur, stedenbouw, landschapsinrichting, publieke ruimten en infrastructuur. De overheidsprojecten waarvoor een ontwerper wordt gezocht via de Open Oproep, worden gegroepeerd en tweemaal per jaar XII-9023-2/28 vindt een Europese publicatie plaats. Het reglement van de Open Oproep, dat vrij online ter beschikking is, bepaalt onder meer dat de ontwerpopdrachten van de Open Oproep worden gegund aan de gekozen inschrijver via de mededingingsprocedure met onderhandeling, overeenkomstig artikel 38, § 1, 1°, b), van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016). Inzake de “Aanvraag tot deelneming”, de “Selectie : uitsluitingsgronden en kwalitatieve selectie” en “Selectie van de ontwerpers”, bepaalt dit reglement onder meer het volgende : “3 Aanvraag tot deelneming Architecten, stedenbouwkundigen en ontwerpteams uit binnen-en buitenland kunnen zich op een eenvoudige wijze kandidaat stellen voor één of meerdere projecten van de gepubliceerde lijst. De voertaal voor alle contacten (mondeling en schriftelijk) is het Nederlands. Indien bepaalde stukken in een andere taal (van een EU-lidstaat) ingediend worden, kan een vertaling in het Nederlands gevraagd worden. De kandidaten geven via de website volgende informatie in: 1 de projecten waarvoor men kandideert 2 de partijen waarmee men zich kandidaat stelt 3 de motivatietekst (zie de kwalitatieve selectie in punt 4 van dit document) 4 de drie relevante referenties per project (zie de kwalitatieve selectie in punt 4 van dit document) en dienen volgende documenten in: 1 een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)voor de opdrachten gelijk aan of hoger dan de Europese drempel 2 het portfolio (zie de kwalitatieve selectie in punt 4 van dit document) […] 4 Selectie: uitsluitingsgronden en kwalitatieve selectie Uitsluitingsgronden […] Geschiktheid om beroepsactiviteit uit te oefenen […] Technische en beroepsbekwaamheid Vervolgens wordt de technische en beroepsbekwaamheid aan de hand van onderstaande selectiecriteria getoetst: 1. de algemene ontwerpmatige deskundigheid met betrekking tot de projectopdracht; 2. de vakbekwaamheid; 3. de relevante ervaring. XII-9023-3/28 Deze selectiecriteria worden aangetoond met behulp van de motivatietekst, de drie relevante referenties per project en het portfolio van de kandidaten. Het portfolio, dat minimaal drie projecten, al dan niet gelijkaardig, in eigen naam dient te omvatten, moet toelaten om het conceptuele vermogen te beoordelen. De projecten kunnen zowel realisaties als niet gerealiseerde ontwerpen betreffen. De algemene ontwerpmatige deskundigheid met betrekking tot de projectopdracht (het eerste criterium) betreft de knowhow en de capaciteit van de ontwerper om door middel van zijn ontwerp doelstellingen te realiseren die niet louter verband houden met de specifieke opdracht an sich, maar met het publiek opdrachtgeverschap in brede zin. Kandidaten dienen aan te tonen dat ze, door rekening te houden met de context van de ruimtelijke opgave, de publieke functie van het ontwerp maximaal kunnen waarborgen. Er wordt aldus gepeild naar het inzicht in de maatschappelijke dimensie van de opdracht. De vakbekwaamheid (het tweede criterium) betreft de deskundigheid en betrouwbaarheid van de ontwerper met betrekking tot alle aspecten van het proces: van het ontwerp tot het toezicht op de realisatie en de nazorg van ruimtelijke projecten. De vakbekwaamheid kan aangetoond worden met behulp van diploma‟s en getuigschriften, erkenningen door derden zoals architectuurprijzen, vermeldingen in nationale en internationale tijdschriften en vakliteratuur of academische prestaties. De relevante ervaring (het derde criterium) betreft de specifieke referenties van de kandidaat. De ervaring kan worden aangetoond door te verwijzen naar eerdere ontwerpen of gerealiseerde projecten, en naar onderzoek, stages of samenwerkingen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Een ontwerper kan alle ervaringen die mogelijk relevant zijn voor de opdracht vermelden.Bij de kandidaatstelling vermeldt de ontwerper per opdracht drie relevante referenties. De Vlaamse Bouwmeester maakt na afloop van de periode van aanvraag tot deelneming per project de lijst bekend van de ontwerpers die een aanvraag tot deelneming ingediend hebben. Opgenomen zijn op de lijst betekent geen garantie voor een opdracht, maar een kans om uitgenodigd te worden om een offerte in te dienen voor het project.De Vlaamse Bouwmeester kan eveneens putten uit deze lijst van kandidaten voor projecten waarvoor, door de beperkte omvang, geen bekendmaking vereist is. 5 Selectie van de ontwerpers In overleg met de publieke opdrachtgever bepaalt de Vlaamse Bouwmeester het aantal te selecteren kandidaten, met een minimum van drie. De grootte en complexiteit van de opdracht zijn hierin belangrijke parameters. De selectie gebeurt op basis van de toetsing van de motivatienota, de drie relevante referenties per project en het portfolio van de kandidaten aan de selectiecriteria. De Vlaamse Bouwmeester bereidt de selectie voor door het opstellen van een ontwerp-shortlist die kan aangevuld worden door de publieke opdrachtgever uit de lijst met ontvankelijke kandidaten. De publieke opdrachtgever kiest vervolgens het vooraf bepaalde aantal (minimum drie) geselecteerden. De Vlaamse Bouwmeester adviseert de publieke XII-9023-4/28 opdrachtgever bij de finale selectie. Het selectieverslag, opgesteld door de publieke opdrachtgever, motiveert de keuze van de geselecteerden op basis van een onderlinge vergelijking van de kandidaten. Van dit selectieverslag wordt op transparante wijze kennisgegeven aan alle kandidaten (met vermelding van de beroepsmogelijkheden).” 3.2. Voorwerp van het geschil is de selectiefase van het project “004001 Kortrijk - Hulpverleningskazerne Fluvia - Volledige studieopdracht voor de realisatie van de hoofdkazerne van de Hulpverleningszone Fluvia (nieuwbouw) te Kortrijk” vervat in Open Oproep nr. 40. 3.3. De aankondiging wordt op 9 juli 2020 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 14 juli 2020 in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. In die aankondiging wordt sub II.2.9) “Inlichtingen over de beperkingen op het aantal gegadigden dat wordt uitgenodigd” bij “Beoogd aantal gegadigden” vermeld : “4” en “Objectieve criteria voor de beperking van het aantal gegadigden : Zie „selectiecriteria‟”. In de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen is bij “of Beoogd minimumaantal : /Maximumaantal” (voetnoot 2 : indien van toepassing)” niets ingevuld. Sub III.1) “Voorwaarden voor deelneming” wordt sub III.1.1) “Geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen, waaronder de vereisten in verband met de inschrijving in het beroeps- of handelsregister” vermeld : “Voor architectuuropdrachten moeten de kandidaten de inschrijving op de lijst van de beroepsorde van architecten (of een gelijkaardige beroepsvereniging in de Europese Unie) aantonen”. Sub III.1.2) “Economische en financiële draagkracht” en sub III.1.3) “Technische en beroepsbekwaamheid” wordt telkens vermeld “Selectiecriteria zoals vermeld in de aanbestedingsdocumenten”. In de brochure Open Oproep 40, die vrij digitaal beschikbaar is, worden onder meer de opdracht, het project en de verwachtingen van de Hulpverleningszone Fluvia nader omschreven, wordt onder “Vergoeding” vermeld “20.000 (excl. btw) per kandidaat, 4 kandidaten” en worden de selectiecriteria als XII-9023-5/28 volgt beschreven : “- algemene ontwerpmatige deskundigheid met betrekking tot de projectopdracht aan de hand van een motivatienota, - vakbekwaamheid, - relevante ervaring aan de hand van minimum drie eigen projecten.” 3.4. Volgens de eerste (ingetrokken) selectiebeslissing van 22 oktober 2020 worden 51 “ontvankelijke aanvragen tot deelneming” ingediend waaronder deze van de verzoekende partij en deze van de uiteindelijk geselecteerde kandidaten : - de tijdelijke maatschap AIKO architecten en ingenieurs, Studiobont - de tijdelijke maatschap Archilles architectenbureau, Compagnie O - de tijdelijke maatschap Bulk Architecten cvba, Happel Cornelisse Verhoeven, en - het Bureau Philippe Samyn & Partners. Deze lijst wordt overeenkomstig het reglement van de Open Oproep bekendgemaakt. 3.5. Het Team Vlaamse Bouwmeester maakt een shortlist op met 8 kandidaten, waaronder de vier uiteindelijk geselecteerde kandidaten. De verzoekende partij haalt de shortlist niet. 3.6. Op 22 oktober 2020 worden de vier voormelde kandidaten geselecteerd. 3.7. Met een op 20 november 2020 ingediend verzoekschrift vraagt de verzoekende partij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van deze beslissing van 22 oktober 2020. Dit is de zaak met rolnummer A. 232.272/XII- 8991. Met een beslissing van 30 november 2020 wordt de voormelde XII-9023-6/28 selectiebeslissing van 22 oktober 2020 ingetrokken, omdat “de aanbestedende overheid zijn selectiebeslissing uitdrukkelijk op meer omstandige wijze wenst te motiveren”. De Raad stelt vervolgens in het arrest nr. 249.182 van 10 december 2020 vast dat de vordering bijgevolg zonder voorwerp is, minstens dat de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren en verwerpt de vordering. 3.8. In een – nieuwe – selectiebeslissing, van 10 december 2020, wordt opnieuw vastgesteld dat 51 “ontvankelijke aanvragen tot deelneming” werden ingediend waaronder deze van de verzoekende partij en deze van de uiteindelijk geselecteerde kandidaten. Onder punt 4 “Projectgebonden selectie” is er de “Selectie van vier ontwerpers met het oog op uitnodiging tot het indienen van een offerte“. Daarbij worden “aan de hand van de ingediende documenten volgende selectiecriteria onderzocht en getoetst aan de ambities van de opdrachtgever.” Aldus wordt opnieuw getoetst aan de voormelde drie selectiecriteria “de algemene ontwerpmatige deskundigheid met betrekking tot de projectopdracht”, “de vakbekwaamheid” en “de relevante ervaring”, nu met de toevoeging, in een voetnoot, dat dit selectiecriterium “verder [wordt] aangewend om het aantal kandidaten te beperken in de zin van artikel 79 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten”. Opnieuw wordt vermeld dat de opdrachtgever, vertegenwoordigd door de voorzitter, de zonecommandant, een facility manager en een coördinator Ruimte & Omgeving Leiedal, op advies van de Vlaamse Bouwmeester, die tegelijk “[deelnam] aan de besluitvorming” via videoconferentie deze vier kandidaten selecteerde. In de “motivering” wordt herhaald dat “[v]oor de geselecteerden geldt dat hun kwaliteiten conform de gehanteerde selectiecriteria XII-9023-7/28 aansluiten bij de verwachtingen en uitgangspunten van de opdrachtgever vervat in de projectfiche” en dat de vier geselecteerden, omwille van de daaropvolgende motieven, “in het licht van de toepasselijke criteria het meest [beantwoorden] aan de verwachtingen en uitgangspunten van de opdrachtgever zoals uiteengezet in de aankondiging van de opdracht”. Vervolgens volgt betreffende de kandidatuur van elk van de vier voormelde geselecteerde ontwerpers voor elk van de drie selectiecriteria een uitvoerige over zes bladzijden uitgewerkte beoordeling, in woorden. Voorts bevat de selectiebeslissing een korte beoordeling van de andere kandidaturen in het licht van deze selectiecriteria. Deze luidt voor de verzoekende partij als volgt : “Volgende kandidaten werden niet geselecteerd om redenen dat ze minder beantwoorden aan de verwachtingen en uitgangspunten van de opdrachtgever, weergegeven volgens rangschikking (gelijk gescoorde kandidaten in alfabetische orde) : […] Bureau Antwerps Architecten Atelier bvba SC1: Architectuur is functioneel en gericht op duurzaamheid, maar toont minder aandacht voor de gebruiker en de inpassing in de omgeving. SC2: Bureau dat sterk is in technische aspecten qua duurzaamheid en projectorganisatie, maar met minder weerklank in de vakliteratuur. Ze stellen een degelijk team voor. SC3: Sterke referenties van brandweerkazernes van kleine en grote omvang.” Daarnaast bestaat er voor elk van deze andere kandidaten ook een omstandigere beoordeling. Voor de verzoekende partij, die deze heeft medegedeeld gekregen en ze als stuk 9 bij haar inleidend verzoekschrift voegde, luidt deze als volgt : “Bureau Antwerps Architecten Atelier bvba Selectiecriterium 1: De algemene ontwerpmatige deskundigheid met betrekking tot de projectopdracht. Ruim voldoende Het Antwerps Architecten Atelier is een multidisciplinair ontwerpbureau dat een goed portfolio heeft heeft opgebouwd op technisch en bouwkundig XII-9023-8/28 vlak door publieke opdrachten in stedelijke omgeving en gericht op nieuwbouw maar ook op renovatie, restauratie, afbraak en wederopbouw, invulbouw en interieur. Ze willen zich niet beperken tot een niche en zoeken om elk project uniek te benaderen, om op maat te ontwerpen, om kwaliteit boven kwantiteit te verkiezen en zo kritisch en dynamisch te blijven. Antwerps Architecten Atelier motiveert zijn kandidatuur met een functionele analyse, waarbij ze stellen dat een brandweerkazerne 3 entiteiten (werkplaatsen en opslag, verblijfsruimten en administratie en tenslotte de stelplaats) omvat die in een driehoeksverhouding met elkaar in verbinding staan met het oogmerk op „een zeer snelle uitruk‟ vanuit elke positie in het gebouw. Ze wijzen ook op de noodzaak om afhankelijk van grootte en programma elk van de drie entiteiten onafhankelijk te kunnen uitbreiden. Ze stellen dat het bij de planontwikkeling cruciaal is dat er korte uitruktijden zijn en ontwerpen de flow van voertuigen om en door het gebouw zo dat deze nooit moeten achteruit manoeuvreren. De grondplannen houden dan ook rekening met de eenrichting circulatiestroom van de voertuigen doorheen en rond het gebouw. Ze illustreren ook hun kostenbewustzijn door te stellen dat bouwkosten kunnen gedrukt worden door de uitvoeringstermijn van de werf door en langere voorbereidingsperiode ervan in te korten en door in te zetten om maximale prefabricatie zowel van bouwkundige elementen als technieken, deze laatste door luchtgroepen/warmtepompen te monteren in een frame. De reeds gerealiseerde brandweerkazernes in het portfolio getuigen allen van die professionele, functionele aanpak. Deze visie en aanpak illustreert een grote bekommernis voor de technische en functionele kwaliteit van een brandweerkazerne evenals voor een kostenbewuste aanpak, die gewaardeerd wordt, maar laat daarbij het menselijke aspect van deze opgave, de architecturale uitdaging op deze zichtlocatie en de inpassing van het project in de omgeving wat onderbelicht. Selectiecriterium 2: De vakbekwaamheid. Goed Het Antwerps Architecten Atelier is een multidisciplinair ontwerpbureau dat werd opgericht in 1989 met Bruno Dekoning als medestichter en het staat sinds 2002 geheel onder zijn leiding als enige zaakvoerder. Het bureau telt vandaag 10 medewerkers, multidisciplinair samengesteld met architecten, ingenieurs, een interieurarchitect en twee productontwikkelaars, waardoor men aspecten als technieken, stabiliteit, ecologie en interieur in huis heeft en van meet af aan in een ontwerpproces kan integreren. Het portfolio toont een uitgebreide lijst van realisaties in de publieke sector, waarbij naast de nieuwbouw van meerdere brandweerkazernes vooral de renovaties, verbouwing en uitbreiding, o.m. van podiumzalen maar ook scholen en een veiligheidsinstituut. Het portfolio spreekt voor een zakelijke en gedegen aanpak met aandacht voor ontwerpmethodiek, transparante communicatie, een degelijk organigram van taakverdeling en een vaste projectarchitect. Er is aandacht voor duurzaamheidsmeters als de Totem-tool en de Ovam-richtlijnen. Er wordt gewerkt met BIM en XII-9023-9/28 er is een interne werkgroep die onderzoek doet naar de koppelingen ervan met Revit en Totem evenals specifiek onderzoek naar een materialenpaspoort aan het BIM-model. Het portfolio spreekt van een logische structuur van onderbouwde keuzes die kwaliteit en duurzaamheid garanderen. Het is een professionele aanpak met een vast stappenplan, een logische opbouw, maar ook een zeer functionele benadering van architectuur waarbij het uittekenen van organisatie- en circulatiepatronen aan de basis liggen van de uitwerking van de projecten en hun architectuur en de finale beeldvorming. Het portfolio maakt geen melding van publicaties of lezingen in het vakgebied, noch van ervaring in de vakopleiding. Met deze aanpak, hoewel zeer degelijk en door de getoonde realisaties bevestigd, blijft de vraag naar een meer integrale of culturele visie op architectuur die ook op de menselijke beleving en de omgevingskwaliteit inzet. AAA bvba stelt een samenwerking voor met studiebureaus in onderaanneming waarmee men al 20 jaar ervaring heeft: Studiebureau Tecnobel nv voor technieken, Bureau Van Den Broeck bv voor EPB en veiligheid, Concreet bv voor stabiliteit en Daidalos Peutz voor akoestiek. Selectiecriterium 3: de relevante ervaring. Zeer goed Met de centrale brandweerkazerne te Noorderlaan, Antwerpen, de brandweerkazerne te Duffel en brandweerkazernes van Brussels Airport in Diegem en Machelen, maar ook met het nog lopende project voor de nieuwe kazerne van Lokeren, heeft dit team relevante referenties opgegeven qua programma; complexiteit en techniciteit”. 3.9. Het administratief dossier bevat nog een “Interne scoretabel”. Daaruit blijkt dat de vier geselecteerde ontwerpers voor elk criterium 9 scoorden - wat lijkt overeen te komen met “zeer goed” of een gemiddelde van 9 terwijl de verzoekende partij 7, 7 en 9 scoort of een gemiddelde van 7,67. 3.10. Met een e-mailbericht van 17 december 2020, bevestigd bij aangetekend schrijven wordt aan alle kandidaten deze nieuwe selectiebeslissing meegedeeld, met daarbij, volgens de nota, voor elke niet geselecteerde kandidaat, de bijkomende uitgebreide motivering. De verzoekende partij blijkt deze alvast te hebben ontvangen. 3.11. De voormelde selectiebeslissing van 10 december 2020 is de thans bestreden beslissing. XII-9023-10/28 IV. Ontvankelijkheid 4.1.1. Onder “2.1 Ontvankelijkheid van het beroep” betogen de verwerende partijen op de eerste plaats dat nergens uit blijkt dat de Vlaamse Bouwmeester een rechtens aanvechtbare beslissing heeft genomen zodat hij buiten de zaak moet worden gesteld. 4.1.2. Op die vraag wordt in de huidige stand van de procedure niet ingegaan. De betrokkenheid van de Vlaamse Bouwmeester bij de in het geding zijnde selectieprocedure en aldus bij de bestreden beslissing blijkt alleen al uit de volgende taken die hem in het toepasselijke reglement Open Oproep worden toebedeeld: “De Vlaamse Bouwmeester maakt na afloop van de periode van aanvraag tot deelneming per project de lijst bekend van de ontwerpers die een aanvraag tot deelneming ingediend hebben. Opgenomen zijn op de lijst betekent geen garantie voor een opdracht, maar een kans om uitgenodigd te worden om een offerte in te dienen voor het project. […] In overleg met de publieke opdrachtgever bepaalt de Vlaamse Bouwmeester het aantal te selecteren kandidaten, met een minimum van drie. De grootte en complexiteit van de opdracht zijn hierin belangrijke parameters. De selectie gebeurt op basis van de toetsing van de motivatienota, de drie relevante referenties per project en het portfolio van de kandidaten aan de selectiecriteria. De Vlaamse Bouwmeester bereidt de selectie voor door het opstellen van een ontwerp-shortlist die kan aangevuld worden door de publieke opdrachtgever uit de lijst van ontvankelijke kandidaten.[…] De Vlaamse Bouwmeester adviseert de publieke opdrachtgever bij de finale selectie.” 4.2.1. Vervolgens betwisten de verwerende partijen als volgt het belang van de verzoekende partij bij de vordering : “De selectiecriteria werden nooit ter discussie gesteld. De verwerende partijen stellen zich evenwel ernstige vragen nopens de zorgvuldigheid XII-9023-11/28 waarmee het schorsingsberoep werd ingesteld, inzonderheid nu het gericht is tegen reeds voorafgaandelijk duidelijk vastgestelde selectiecriteria, waarin de verzoekende partij zich pour les besoins de la cause pas op het ogenblik van de selectiebeslissing niet meer kan vinden. Indien men geloof mag hechten aan de zienswijze van de verzoekende partijen, diende het echter onmiddellijk en vanaf de aankondiging duidelijk te zijn dat de selectiecriteria aangetast waren door een meteen zichtbaar wettigheidsgebrek. Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad dient een kandidaat de nodige zorgvuldigheid en diligentie aan de dag te leggen, inzonderheid wanneer opdrachtdocumenten blijk geven van (vermeende) onmiddellijk zichtbare onwettigheden.” Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over deze exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden 5.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een XII-9023-12/28 ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. VI. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 6. De verzoekende partij voert in het eerste middel de schending aan van artikel 79, § 1 en § 2, van de wet overheidsopdrachten 2016, van artikel 65 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 „plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren‟ (hierna : koninklijk besluit plaatsing 2017), van de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟, motivering en rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en concessies (hierna : rechtsbeschermingswet 2013), en de daarin begrepen formelemotiveringsplicht, van de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en van het transparantiebeginsel inzake overheidsopdrachten zoals neergelegd in artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, alsook de ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag : “Doordat, de bestreden beslissing de selectie en doorselectie van de kandidaten uitvoert aan de hand van een schijnbaar maximum aantal XII-9023-13/28 kandidaten dat niet werd vermeld in de aankondiging van de opdracht en aan de hand van selectiecriteria waarvoor het passend prestatieniveau niet werd vastgesteld. Terwijl, artikel 79, §1 [wet overheidsopdrachten 2016] bepaalt dat de aanbestedende dienst in het geval van een mededingingsprocedure met onderhandelingen het aantal aan de selectiecriteria beantwoordende kandidaten die zij tot indiening van een offerte zal uitnodigen, kan beperken op voorwaarde dat het overeenkomstig paragraaf 2 van voormelde bepaling bepaalde minimumaantal (i.e. drie) gekwalificeerde kandidaten voorhanden is. Dat opdat de aanbestedende overheid kan oordelen dat zij tot het verder beperken van het aantal kandidaten kan overgaan zij voorafgaandelijk dient vast te stellen dat er meer kandidaten dan het beoogde maximum voldoen aan het vereiste (minimale) prestatieniveau. Dat de aanbestedende dienst in het geval zij het aantal kandidaten wenst te beperken overeenkomstig artikel 79, §2 [wet overheidsopdrachten 2016] in de aankondiging van een opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels vermeldt die zij voornemens is te hanteren, alsmede het minimum- en in voorkomend geval het maximum aantal kandidaten dat zij voornemens is uit te nodigen. Dat krachtens artikel 79, §3 [wet overheidsopdrachten 2016] de verplichting om het minimum- en in voorkomend geval het maximum aantal kandidaten te vermelden, niet van toepassing is op niet Europese opdrachten en dus a contrario als verplichte vormvereiste geldt in geval van een overheidsopdracht die zoals hier de Europese drempels overschrijdt. Dat krachtens artikel 65 [koninklijk besluit plaatsing 2017] de selectiecriteria alsook de aanvaardbare bewijsmiddelen in de selectiefase door de aanbestedende overheid worden vermeld in de aankondiging van de opdracht of, in afwezigheid van een dergelijke aankondiging, in de opdrachtdocumenten, waarbij de aanbestedende overheid verplicht is om elk kwalitatief selectiecriterium van economische, financiële en/of technische aard, te verbinden aan een gepast niveau, behalve wanneer één van de gebruikte criteria zich daar niet toe leent. Dat indien de aanbestedende overheid een economisch, financieel of technisch criterium gebruikt dat zich niet leent tot de vaststelling van een niveau, dit criterium moet gepaard gaan met een tweede criterium van dezelfde aard dat zich wel daartoe leent. Dat overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de [rechtsbeschermingwet 2013] een selectiebeslissing in een niet-openbare procedure de juridische en feitelijke motieven dient te bevatten die de selectie of niet-selectie van de kandidaten rechtvaardigen. Dat de materiële motiveringsplicht vereist dat de gehanteerde motieven draagkrachtig zijn en derhalve in redelijkheid tot de bestreden beslissing konden leiden. Dat uit de bestreden beslissing niet blijkt dat de kandidaturen aan een feitelijke en vergelijkende analyse werden onderworpen in het licht van de selectiecriteria en de concrete omstandigheden van het te realiseren project. XII-9023-14/28 Dat het transparantiebeginsel vereist dat de overheidsopdracht door de passende bekendmaking wordt geopend voor de mededinging en de procedure door haar objectief verloop achteraf op haar onafhankelijkheid kan worden getoetst. Zodat, de bestreden beslissing die de selectiecriteria zonder transparant vastgesteld prestatieniveau toepast voor selectie en doorselectie en het aantal geselecteerde kandidaten beperkt zonder dat dergelijk maximum aantal in de aankondiging werd opgenomen of andere objectieve redenen voorliggen cm het aantal geselecteerde kandidaten tot vier te beperken, de in het middel aangehaalde wettelijke bepalingen en beginselen schendt.” Zij licht onder meer nader toe: “Er wordt dus een kwalitatieve selectie doorlopen waarbij
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.