id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.635 Rolnummer: A. 228251/IX-9554 Zaak: Arrest 249635 - Media - 28/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.635 van 28 januari 2021 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 249.635 van 28 januari 2021 in de zaak A. 228.251/IX-9554 In zake :
- de CommV OORSTRELEND
- de VZW R.G.R.
- de VZW S.O.H.
- de VZW ATLANTIS MUSIC bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Manuel Horbach kantoor houdend te 9250 Waasmunster Nijverheidslaan 43 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2019 ‘houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties’. IX-9554-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de eerste, de tweede en de derde verzoekende partij hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De eerste, de tweede en de derde verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-9554-2/5 III. Belang
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de vierde verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De vierde verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- De vierde verzoekende partij is bovendien, hoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting niet vertegenwoordigd.
- Er dient bijgevolg te worden vastgesteld dat in hoofde van de vierde verzoekende partij het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Afstand
- Met een brief van 2 november 2020 doen de eerste, de tweede en de derde verzoekende partij afstand van hun beroep. IX-9554-3/5 V. Kosten
- Ter terechtzitting doet de verwerende partij afstand van de aanvankelijk gevraagde rechtsplegingsvergoeding.
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden ‘per verzoekende partij’ vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage slechts eenmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep in hoofde van de vierde verzoekende partij.
- De Raad van State verleent akte van de afstand van de eerste, de tweede en de derde verzoekende partij.
- De verzoekende partijen worden elk voor een vierde verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro en een bijdrage van 20 euro. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 60 euro dienen te worden terugbetaald. IX-9554-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9554-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.635 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.