id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.665 Rolnummer: A. 226132/VII-40374 Zaak: Arrest 249665 - Milieuvergunningen - 01/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-12 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.665 van 1 februari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.665 van 1 februari 2021 in de zaak A. 226.132/VII-40.374 In zake : 1. Kelly CAMBIER 2. Jacques LEVRAU 3. Noëlla LAMBERT 4. Johnny VANTOMME 5. Christelle VAN MEERHAEGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Larmuseau kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: 1. Franky GALLE 2. Els VANACKERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64/201 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 12 juli 2018, waarbij het administratief beroep tegen het VII-40.374-1/11 besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Harelbeke van 20 februari 2018 houdende toekenning van de milieuvergunning voor het wijzigen, uitbreiden en toevoegen van een glastuinbouwbedrijf, gelegen aan de Eerste Aardstraat 30 te Bavikhove (Harelbeke), wordt afgewezen en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Franky Galle en Els Vanackere hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 21 november 2018. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari 2021. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Vandervoort, die loco advocaat Isabelle Larmuseau verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.374-2/11 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De feitelijke vereniging Galle Franky en Vanackere Els, de huidige tussenkomende partijen, exploiteert aan de Eerste Aardstraat 30 in Bavikhove (Harelbeke) een glastuinbouwbedrijf gespecialiseerd in de teelt van tomaten (productie van ca. 1.000 ton), bestaande uit een serre van ongeveer 21.000 m² of 2,1 ha en een loods van 1.000 m². Hiervoor beschikken de tussenkomende partijen over een milieuvergunning die dateert van 19 november 2015. Overeenkomstig het Gewestplan en het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Landelijk Gebied rond Bavikhove en Hulste‟ is dit project gelegen in agrarisch gebied. 3.2. Op 10 november 2017 dienen de tussenkomende partijen een milieuvergunningsaanvraag in, voor een klasse 2-inrichting. Deze aanvraag heeft betrekking op de bestaande site, aangevuld met enkele omliggende percelen . Het volgende wordt aangevraagd: de opslag van 10.000 l olie in 2 bovengrondse, dubbelwandige tanks van elk 5.000 l; 2 WKK-installaties (1*9.588 kWth - 4.400 kWe en 1*2.500 kWth - 1.052 kWe); 8 transformatoren (1*5.000 kVA, 1*2.500 kVA en 6*1.600 kVA); accumulatoren (3*6 kW en 20*1,6 kW) (totaal: 50 kW); stalplaatsen voor 25 voertuigen en/of aanhangwagens; 3 compressoren (1*2,2 kW, 2*15kW) en een koelinstallatie (25 kW) (totaal: 57,2 kW); CO2-opslagtank van 10.000 l; opslag van volgende gevaarlijke stoffen: •10.000 kg kalknitraat vast VII-40.374-3/11 •15.000 kg kalknitraat vloeibaar •2.700 kg magnesiumnitraat •7.000 kg waterstofperoxide •6.165 kg salpeterzuur •1.288 kg ijzerchelaat opslag van 5.000 kg gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen (sporenelementen, hulpstoffen, ...); opslag van 80 ton kunstmest in vaste en vloeibare vorm; 1 stookinstallatie van 4.652 kW; foliebemaling met een max. debiet van 6m²/u en 25.000m³/j; grondwaterwinning met een max. debiet van 1 m³/u en 5.000 m³/j 3.3. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Harelbeke heeft de gevraagde vergunning verleend op 20 februari 2018 met oplegging van enkele bijzondere vergunningsvoorwaarden. 3.4. Op 28 maart 2018 hebben de verzoekende partijen een beroep ingesteld tegen deze beslissing bij de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. 3.5. Bij besluit van 12 juli 2018 heeft de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen vervolgens het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Harelbeke van 20 februari 2018 bevestigd. Enkel de eerste bijzondere voorwaarde die was opgelegd door het college wordt geschrapt. Dit is de bestreden beslissing. Deze beslissing bevat volgende overweging met betrekking tot de waterproblematiek: VII-40.374-4/11 “Watertoets De vertegenwoordigers van het stadsbestuur verklaren dat zij op basis van het huidige aanvraagdossier en het daarop uitgebrachte advies vanwege de provinciale dienst Waterlopen overtuigd zijn dat de watertoets thans wel positief kan beoordeeld worden. Hierna wordt nogmaals duidelijk gemaakt dat de watertoets wel degelijk zonder meer als positief kan worden gekwalificeerd. De inrichting bevindt zich niet in overstromingsgevoelig gebied en is gesitueerd in het Leiebekken. De betrokken percelen stromen af naar de Karelbeek. Het project is grotendeels gelegen in een gebied met een moeilijk infiltreerbare bodem. Het infiltreerbare deel van de bodem wordt volledig ingenomen door het serrecomplex waardoor de natuurlijke infiltratie wordt weggenomen. Er wordt een serrecomplex aangevraagd met een dakoppervlakte van 74.372 m² (7,4 ha). Het regenwater van alle dakoppervlakken wordt opgevangen en afgevoerd naar een foliebassin. Dit foliebassin heeft een inhoud van. 23.600 m³ en heeft een overloop naar een tweede foliebassin van 8.200 m³ met bufferende capaciteit. In dit bassin wordt een buffer gecreëerd van 5.850 m³ en wordt een vertraagde afvoer in buizen 200mm voorzien naar een nabijgelegen gracht. Deze watert vervolgens af naar de Karelbeek. Het systeem kan volledig gravitair afwateren naar de Karelbeek. De Karelbeek word met 3,5 m verbreed langs de Eerste Aardstraat zodat een online buffer wordt gecreëerd van 210 m² (circa 200 m³). Het beschikbaar watervolume voor het serrebedrijf bedraagt 25.950 m³. Om het serrecomplex op te richten dient een grondverzet van 60.100 m³ te gebeuren. De verhoudingen van ophoging/afgraving is niet gekend en resulteert in een hoogteverschillen van circa 3m met het bestaande maaiveld. Rond het serrecomplex worden afwateringsgrachten aangelegd. Een deel van het bestaande grachtenstelsel wordt gedempt en wordt gecompenseerd door de nieuw aan te leggen afwateringsgrachten voldoende breed te dimensioneren. Gelet op de ligging van de inrichting en de voorziene regenwateropvang, wordt er geen bijkomende impact verwacht op de waterhuishouding, zodat kan geconcludeerd worden dat huidige aanvraag geen bijkomend schadelijk effect zal veroorzaken. Er kan gesteld worden dat het schadelijk effect van de grondwaterwinning op het milieu en op het grondwatersysteem beperkt is. De Provinciale dienst Waterlopen merkt vooreerst op dat voorliggend project uiteraard een impact op de omgeving heeft en met de nodige omzichtigheid dient behandeld te worden. Daarbij wordt o.m. verwezen naar het gegeven dat dit een waterloop is met een gekende geschiedenis van lokale wateroverlast. Er wordt voor het voorliggende project vervolgens zonder meer een gunstig advies uitgebracht, waarbij in de marge en terecht ook wordt gesteld dat aanvrager bezwaarlijk alleen niet Verantwoordelijk kan gehouden worden voor de volledige oppervlaktewaterproblematiek. Het voorliggende project zelf werd grondig onderzocht en finaal wordt op VII-40.374-5/11 een onderbouwde manier door de betrokken dienst gesteld dat de watertoets ingevolge dit project wel degelijk gunstig is. Het advies stelt wel dat daarbij rekening dient gehouden te worden met volgende voorwaarden -De ruimtelijke impact op de waterhuishouding is heel groot door het voorzien van 93.016 m² oppervlakte op één peil op een helling naar de Karelbeek, die gekend is als wateroverlastgevoelig. Het water van de gecreëerde dakoppervlakte wordt opgevangen en gebufferd met overcapaciteit ( 600 m³/ha), maar de impact op de bestaande afwateringsstructuren is navenant. -De bestaande afwateringstructuren (grachten) moeten behouden blijven en moeten aangepast worden naar de grachten met een bodembreedte van min 0,70 m met taluds onder 6/4 (minimum) om de afwatering rond het perceel op te vangen. Hierbij mag het aangrenzende perceel niet verzwaard worden door deze aanpassing. Deze structuren zijn essentieel om het oppervlaktewater van de grote omgeving rond het complex tot aan de waterloop te brengen. -De bestaande erfdienstbaarheidstrook van 5 m langs de beide oevers (randen van de overwelving) van de waterloop blijft behouden en moet vrij blijven van alle aanplanting, bebouwing en reliëfwijziging. -Afrasteringen langs de beek mogen max. 1,5 m hoog zijn en moeten op min. 1 m vanaf de taludinsteek van de waterloop geplaatst worden: Er moet een (afsluitbare) doorgang zijn van minstens 4 m thv de perceelsgrenzen. -Ophogingen binnen de 5m-onderhoudsstrook worden niet toegelaten. Teneinde onderhoudswerken aan de waterloop uit te voeren dient de onderhoudsstrook vanaf de huidige taludinsteek een vlak verloop (horizontaal) te hebben en dit over de volledige breedte van deze 5 m-onderhoudsstrook. (huidige taludinsteek = plaats van dek op van de talud zoals nu vastgesteld). -De verbreding dient te worden voorzien van een stroomprofiel, versterkt in eikenhouten palen diameter 80/120 rechthoekig, lengte 2
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.