gemengde vergunningen - 02/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-12 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.677 van 2 februari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu
aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen
gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK
ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.677 van 2 februari 2021 in de zaak A. 224.é/X-17.102 In zake : de BVBA STEENBAKKERIJ bijgestaan
vertegenwoordigd door advocaten Thomas Sterckx
Birgit Creemers kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE TEMSE bijgestaan
vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts
Christophe Smeyers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
wordt het door de auditeur-generaal aangesteld lid van het auditoraat belast met een aanvullend onderzoek. X-17.102-1/13 Eerste auditeur Pierrot ‘T Kindt heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partij
de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december 2020. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaten Birgit Creemers
eigenaar Wim De Cock, die verschijnen voor de verzoekende partij,
advocaat Christophe Smeyers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Pierrot ‘T Kindt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
de Warandestraat in Temse, kadastraal gekend als afdeling 3, sectie C, nrs. 1160h, 1160k
1119x (hierna: de site). Blijkens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgesteld gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren is de site gelegen in X-17.102-2/13 industriegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen
openbaar nut, natuurgebied met wetenschappelijke waarde
een bufferzone. Verder bestemt het bij ministerieel besluit van 12 juli 2004 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg ‘Schauselbroek’ (hierna: het BPA) de site grotendeels tot industriezone, omgeven door een bufferzone. Artikel 10 ‘Industriezone’ van het BPA bepaalt onder meer: “Voor het industriegebied te Steendorp geldt dat de bestemming industriezone uitsluitend van toepassing [is] in relatie tot de kleiontginningen. Wanneer deze ten einde lopen zal de bestemming industriezone moeten worden herzien”. Tot einde 2012 behoorde de site toe aan de nv Wienerberger, producent van bouwmaterialen zoals bakstenen
kleidakpannen. Thans is de verzoekende partij eigenaar van de site
beoogt hij er een andere ontwikkeling van. 3.2. Met betrekking tot het voorontwerp van het gemeentelijk RUP wordt een onderzoek tot milieueffectrapportage uitgevoerd, dat bij beslissing van 12 januari 2016 van de dienst Milieueffectrapportagebeheer van de afdeling Milieu-, Natuur-
ergiebeleid van het departement Leefmilieu, Natuur
ergie (hierna: de dienst Mer) wordt goedgekeurd. De dienst Mer besluit dat niet tot de opmaak van een planmilieueffectrapport moet worden overgegaan. 3.
Bos
het agentschap Wegen
Verkeer op respectievelijk 19, 21
29 april 2016 een ongunstig advies over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP uit. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Temse (hierna: de Gecoro) verleent op 26 april 2016 een gunstig advies over het voorontwerp. Het advies van de deputatie van de X-17.102-3/13 provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie) van 3 mei 2016 over het voorontwerp is gedeeltelijk gunstig. 3.5. Op 19 december 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Temse het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. Het ontwerp voorziet in de omvorming van de site van de voormalige steenbakkerij te Steendorp, gelegen tussen de Warandestraat
de Kapelstraat, tot een zone voor lokaal bedrijventerrein, een kernversterkende zone
groengebied, met een nieuwe ontsluiting voor de kern van Steendorp op het hogere wegennet (N419). 3.6. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 20 januari 2017 tot
met 20 maart 2017 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt georganiseerd, worden 1084 bezwaren ingediend
4 adviezen uitgebracht, waaronder een ongunstig advies van Ruimte Vlaanderen van 9 februari 2017
een gedeeltelijk gunstig advies van de deputatie van 16 maart 2017. 3.7. Op 30 mei
8 juni 2017 bespreekt de Gecoro de adviezen
bezwaren
brengt zij over het ontwerp van het gemeentelijk RUP een ongunstig advies uit. 3.8. Bij besluit van 28 augustus 2017 stemt de gemeenteraad van de gemeente Temse in met het verzoek van het college van burgemeester
schepenen om de termijn voor de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP met zestig dagen te verlengen. 3.9. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2017 beslist de gemeenteraad van de gemeente Temse om het gemeentelijk RUP niet definitief vast te stellen. Dit besluit is als volgt gemotiveerd: “Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2016, houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Steenbakkerij Steendorp; X-17.102-4/13 Overwegende dat dit ontwerp werd onderworpen aan een openbaar onderzoek, dat liep van 20 januari tot
met 20 maart 2017; Gelet op het ongunstig advies van het Departement Ruimte Vlaanderen van 9 februari 2017; Gelet op het schrijven van de gemeente Beveren van 9 februari 2017, met de melding dat het bestuur geen opmerkingen heeft; Gelet op het schrijven van de stad Sint-Niklaas van 9 februari 2017, houdende de melding dat het bestuur geen opmerkingen heeft; Gelet op het gedeeltelijk gunstig advies van de Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 26 maart 2017; Gelet op de argumenten zoals aangehaald in de 1084 ontvankelijke bezwaarschriften, die door de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening (GECORO) werden gebundeld
aan de gemeenteraad werden bezorgd; Gelet op het ongunstig advies van de GECORO van 8 juni 2017, bevattende de integrale adviezen van de Deputatie
het Departement; Gelet op de collegebeslissing van 1 augustus 2017, houdende het gemotiveerde verzoek tot verlenging van de termijn - met 60 dagen - waarin het ontwerp Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Steenbakkerij Steendorp definitief moet worden vastgesteld; Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 28 augustus 2017, houdende de goedkeuring van deze termijnverlenging; Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), meer bepaald artikel 2.2.21, §6
7 betreffende de definitieve vaststelling van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. Overwegende dat, indien dit ontwerp Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Steenbakkerij Steendorp niet definitief wordt vastgesteld uiterlijk op 15 november 2017, zijnde 240 dagen na het einde van het openbaar onderzoek, het ontwerp komt te vervallen; Overwegende dat na grondig onderzoek van het groot aantal ingekomen bezwaren
de (deels) negatieve adviezen van de instanties
de GECORO, is gebleken dat het ontwerp strijdigheden vertoont met de geldende structuurplannen
beleidsvisies van de hogere overheden; Overwegende dat bij de definitieve vaststelling van het plan, ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan alleen wijzigingen kunnen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren
opmerkingen, of uit de adviezen, uitgebracht door de aangewezen diensten
overheden, of uit het advies van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening; Overwegende dat zelfs door het aanbrengen van wijzigingen aan de dynamiek
de inpassing van gekozen bestemmingszones, nog steeds niet kan worden tegemoetgekomen aan alle opmerkingen
adviezen
er nog steeds strijdigheden blijven met de structuurplannen
beleidsvisies zoals aangehaald in de adviezen van de gewestelijke administraties, de provincie Oost-Vlaanderen
de GECORO; Overwegende dat er, zelfs met een gereduceerd programma, geen garantie is dat planaanpassingen tot creatie van een maatschappelijk draagvlak zullen leiden, zodat de rechten van burgers op inspraak geschaad zouden worden indien dergelijke planwijzigingen niet opnieuw aan een openbaar onderzoek worden onderworpen; Gelet op de desbetreffende bepalingen van het gemeentedecreet; X-17.102-5/13 BESLIST eenparig
deze lijst over te maken aan de gouverneur van Oost-Vlaanderen, dienst 22- Lokale besturen: Organisatie
beheer, Gouvernementstraat 1 te 9000 Gent.” IV. Onderzoek van het
ig middel Uiteenzetting van het middel 4.1. Het
ige middel is afgeleid uit de schending van artikel 2.1.2, § 2, laatste lid,
, gelezen in samenhang met artikel 2.2.13 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), alsook van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Temse (hierna: GRS)
het materiëlemotiverings-, zorgvuldigheids-, vertrouwens-
rechtszekerheids- beginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij stelt in de eerste plaats dat het bestreden besluit in strijd is met de materiëlemotiveringsplicht. Zij bekritiseert daartoe de overweging in het bestreden besluit “dat na grondig onderzoek van het groot aantal ingekomen bezwaren
de (deels) negatieve adviezen van de instanties
de GECORO, is gebleken dat het ontwerp strijdigheden vertoont met de geldende structuurplannen
beleidsvisies van de hogere overheden”. Volgens de verzoekende partij poneert de verwerende partij daarmee louter een stelling, zonder een afweging te maken van de gegrondheid
de juistheid van de vermelde bezwaren of adviezen. Dat de verwerende partij de verlenging van de definitieve vaststellingstermijn daarvoor niet heeft aangewend, getuigt van onbehoorlijk
onzorgvuldig bestuur. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt niet dat dit besluit met kennis van zaken werd genomen. De verzoekende partij stelt voorts dat uit het administratief dossier blijkt dat het merendeel, zo niet alle argumenten opgeworpen tijdens het X-17.102-6/13 openbaar onderzoek
in de adviezen, reeds bij de plenaire vergadering over het voorontwerp van het plan gekend waren. Toen reeds werden mogelijke knelpunten met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (hierna: het RSV)
het provinciaal ruimtelijk structuurplan van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: het PRS) aangegeven. Het ontwerp van het gemeentelijk RUP vertaalde de beleidskeuzes van het GRS naar een bestemmingsplan dat in de ontwikkeling voorzag van de desbetreffende site in een zone voor lokaal bedrijventerrein (11 ha), een kernversterkende zone waar wonen gecombineerd wordt met lokale voorzieningen (1,6 ha)
groengebied (4,6 ha). Dat de verwerende partij daar met het bestreden besluit op terugkomt, acht verzoekster in strijd met het vertrouwens-
rechtszekerheidsbeginsel. Zij mocht erop vertrouwen dat de bezwaren
adviezen zorgvuldig zouden worden onderzocht
gemotiveerd zouden worden weerlegd. Minstens kan uit het vertrouwens-
rechtszekerheidsbeginsel een verstrengde motiveringsplicht worden afgeleid. Wanneer wordt afgeweken van eerder genomen beslissingen
beleidslijnen mag van een zorgvuldige overheid verwacht worden dat zij nauwkeurig motiveert om welke redenen zij daartoe overgaat. Verder voert de verzoekende partij nog aan dat een afwijking van het GRS zorgvuldig moet worden gemotiveerd. Dat volgt uit een samenlezing van artikel 2.1.2, § 2, laatste lid,
Door het ontwerp van het gemeentelijk RUP, dat in lijn ligt met de bepalingen van het GRS, op niet-gemotiveerde wijze niet definitief vast te stellen, miskent de verwerende partij de bindende kracht van het GRS
schendt zij de voormelde bepalingen van de VCRO, alsook de materiëlemotiveringsplicht. De verzoekende partij uit tevens kritiek op de motivering met betrekking tot de mogelijkheid om wijzigingen aan het ontwerp van het gemeentelijk RUP aan te brengen. Die motivering betreft de loutere bewering dat deze mogelijkheid niet bestaat omdat de wijzigingen dermate verregaand zijn dat de rechten van burgers geschaad worden. De verzoekende partij is van oordeel X-17.102-7/13 dat niet zomaar kon geoordeeld worden dat er geen mogelijkheden zijn om het ontwerp van het gemeentelijk RUP aan te passen. De verwerende partij heeft geen onderzoek naar die aanpassingsmogelijkheden gedaan. Zo had zij de mogelijkheid van een gedeeltelijke vaststelling kunnen nagaan, waarbij de kernversterkende zone uit het gemeentelijk RUP werd gesloten of had zij het aantal woongelegenheden
/of het vooropgestelde gabariet van de KMO-units kunnen beperken. Bovendien was er de mogelijkheid om meer verregaande wijzigingen door te voeren
vervolgens het ontwerp van het gemeentelijk RUP opnieuw voorlopig vast te stellen. Ten slotte werpt de verzoekende partij op dat van een zorgvuldig plannende overheid verwacht mag worden dat zij de inhoud van de bezwaren
adviezen onderzoekt alvorens tot het besluit te komen dat er geen maatschappelijk draagvlak is
dat er geen wijzigingen kunnen doorgevoerd worden om aan die bezwaren
adviezen tegemoet te komen. 4.2. In haar memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij op dat het ontwerp van het gemeentelijk RUP niet strijdig was met de bindende bepalingen van het RSV, ook niet volgens het advies van Ruimte Vlaanderen van 9 februari 2017, waarin louter wordt verwezen naar beleidslijnen uit het richtinggevend gedeelte van laatstgenoemd plan, waarvan onder bepaalde omstandigheden op zorgvuldig gemotiveerde wijze kan worden afgeweken. Anders oordelen zou volgens de verzoekende partij inhouden dat de verwerende partij een fout heeft begaan door het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast te stellen, niettegenstaande de knelpunten met betrekking tot het RSV sinds de plenaire vergadering gekend waren. Op de stelling van de verwerende partij dat voor haar geen verplichting geldt om te onderzoeken of het gemeentelijk RUP in aangepaste vorm definitief kan worden vastgesteld, antwoordt verzoekster dat de verwerende partij voorbijgaat aan de essentie van het opgeworpen middel, namelijk dat op geen
kele wijze de inhoud van de bezwaren
adviezen met betrekking tot het ontwerp van het gemeentelijk RUP werd getoetst, of dat die toetsing minstens X-17.102-8/13 niet blijkt uit de motivering van het bestreden besluit. Bij gebrek aan die toetsing kon de verwerende partij niet zomaar aannemen dat de mogelijkheid tot aanpassing van het plan niet bestaat. 4.3. In haar laatste memorie doet de verzoekende partij nog gelden dat de verwerende partij bij het nemen van het bestreden besluit “gebonden is door de maatstaven van de redelijkheid
zorgvuldigheid”,
dat uit dat besluit “
bij uitbreiding het administratief dossier” voldoende moet blijken waarom een bezwaar of advies wel of niet wordt bijgetreden. Volgens haar lijkt de bestreden beslissing “eerder een electorale insteek [...] te kennen”. Verder stelt zij dat indien de strekking van de adviezen in de loop van de planningsprocedure niet wijzigt, “een rechtsonderhorige rechtmatig [kan] verwachten dat een plannende overheid [haar] standpunt aanhoudt”. De plannende overheid mocht haar beslissingsbevoegdheid niet aan een adviesinstantie afstaan. Verzoekster betoogt dat de bestreden weigeringsbeslissing de bepalingen van het GRS niet mag schenden. Een afwijking van het GRS vereist een afdoende motivering. Beoordeling 5.1. Het toentertijd geldende artikel 2.1.2, § 2, eerste
laatste lid,
Bij het opmaken van een ruimtelijk structuurplan duidt de instantie die het plan definitief vaststelt de onderdelen ervan aan die bindend zijn. [...] Voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de gemeente
voor de instellingen die eronder ressorteren. Van het bindend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt afgeweken indien zulks genoodzaakt wordt door maatregelen die vereist zijn voor de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 4.1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond-
pandenbeleid. § 3. Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een X-17.102-9/13 aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht
de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen. Onverminderd voormelde uitzonderingsgronden wordt tevens van het richtinggevend gedeelte van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan afgeweken indien zulks genoodzaakt wordt door maatregelen die vereist zijn voor de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 4.1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond-
pandenbeleid.[...]” Het ten tijde van het bestreden besluit geldende artikel 2.2.18, § 1, tweede alinea, VCRO, voorheen artikel 2.2.13, § 2, VCRO bepaalt: “De gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt ter uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.” 5.2. In het advies van de deputatie van 16 maart 2017 over respectievelijk het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt onder meer het volgende gesteld: “Het ontwerp gemeentelijk RUP ‘Steenbakkerij Steendorp’ te Temse wordt gedeeltelijk gunstig geadviseerd. In de huidige vorm kunnen volgende elementen van het RUP in een latere fase aanleiding geven tot schorsing: - Het voorzien van een zeer dens woongedeelte (120 woningen op 1,6 ha) zal een schaalbreuk veroorzaken met de landelijke kern van Steendorp i.t.t. een kwalitatieve meerwaarde. - Het voorzien van een lokaal bedrijventerrein in een woonkern zonder een afweging te maken of een lokaal bedrijventerrein niet kan voorzien worden in het stedelijk gebied, dan wel hoofddorpen van deze gemeente.” Het advies van Ruimte Vlaanderen van 9 februari 2017 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP stelt onder meer: “Het voorliggende ontwerp van RUP wordt ongunstig geadviseerd. De herbestemming van de bestaande zone voor klei-ontginning naar KMO- zone houdt geen rekening met de visie van de Vlaamse overheid die een open-ruimte-herbestemming beoogt. Ze strijdt met de principes van het RSV die de herbestemming van ontginningsgebieden als middel ziet om de ruimte te structureren, met als doel de structuurbepalende functies te versterken
zodoende een landsch[a]p met ruimtelijke kwaliteit te realiseren. De specifieke ruimtelijke context van dit gebied met hoge natuurlijke
landschappelijke waarde laat in die zin niet toe om een herbestemming naar KMO-zone te ambiëren. X-17.102-10/13 De gedeeltelijke herbestemming naar kernversterkende zone leidt daarnaast tot bijkomende residentialisering van de Scheldevallei. De excentrische ligging ten aanzien van het feitelijke centrum van Steendorp
de moeilijke ontsluiting laten niet toe om deze zone als kernversterkend te aanzien. Bovendien kan er binnen de gemeente Temse geen specifieke nood dan dergelijke woongelegenheden worden aangetoond.” Het advies van het agentschap Wegen
Verkeer van 29 april 2016 over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP luidt onder meer: “Er wordt duidelijk gesteld dat de ontwikkeling van het RUP een significante stijging van het verkeer op de N419 veroorzaakt. De impact van de ontsluiting op de N419 werd echter onvoldoende onderzocht.” 5.3. Het bestreden besluit overweegt “dat na grondig onderzoek van het groot aantal ingekomen bezwaren
de (deels) negatieve adviezen van de instanties
de GECORO, is gebleken dat het ontwerp [van het gemeentelijk RUP] strijdigheden vertoont met de geldende structuurplannen
beleidsvisies van de hogere overheden”
dat “zelfs door het aanbrengen van wijzigingen aan de dynamiek
de inpassing van gekozen bestemmingszones, nog steeds niet kan worden tegemoetgekomen aan alle opmerkingen
adviezen
er nog steeds strijdigheden blijven met de structuurplannen
beleidsvisies zoals aangehaald in de adviezen van de gewestelijke administraties, de provincie Oost-Vlaanderen
de GECORO”. De verwerende partij geeft daarmee te kennen dat zij de hiervoor geciteerde adviezen van onder meer de deputatie, Ruimte Vlaanderen, het agentschap Wegen
Verkeer grondig heeft onderzocht
bijtreedt. De verzoekende partij betrekt de inhoud van geen van die adviezen bij haar kritiek
toont zodoende geen schending van de materiëlemotiveringsplicht aan. Eerst in haar memorie van wederantwoord,
derhalve laattijdig, voert zij aan dat in het geciteerde advies van Ruimte Vlaanderen “louter” wordt verwezen “naar beleidslijnen uit het richtinggevend gedeelte, waarvan onder bepaalde omstandigheden kan worden afgeweken”. 5.4. De verzoekende partij mag zich verder niet met goed gevolg op een schending van het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel beroepen tegen X-17.102-11/13 de principes van het RSV of het PRS in. In dit verband zij erop gewezen dat het toepasselijke artikel 2.2.23, §§ 1
2, 1°, VCRO, de deputatie
de Vlaamse regering toelaat om het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP te schorsen als dit “kennelijk onverenigbaar is met een structuurplan of, in voorkomend geval, met een ontwerp van structuurplan”. Bovendien is de uitkomst van het proces tot definitieve vaststelling van een RUP inherent onzeker, gelet op de tijdens het openbaar onderzoek geboden inspraakmogelijkheid van belanghebbenden
adviesinstanties. 5.
] om vervolgens het RUP opnieuw voorlopig vast te stellen”, niet aan dat de verwerende partij door dit niet te doen
door het gemeentelijk RUP niet definitief vast te stellen, de grenzen van de redelijkheid is te buiten gegaan. 5.
op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.102-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.677 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.