id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.682 Rolnummer: A. 226443/X-17354 Zaak: Arrest 249682 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 02/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-12 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.682 van 2 februari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.682 van 2 februari 2021 in de zaak A. 226.443/X-17.354 In zake : Kristin GOEMAN woonplaats kiezend te 3370 Boutersem Heidestraat 29 tegen : de GEMEENTE BOUTERSEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justius Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van: “- het besluit van de gemeente Boutersem, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen van Boutersem om eigendommen van de gemeente Boutersem gedeeltelijk te verkopen - het besluit van de gemeente Boutersem, vertegenwoordigd door de Gemeenteraad van Boutersem om de goedkeuring door de gemeenteraad van de begroting de dato 9 januari 2014 te aanzien als een beslissing tot verkoop van specifieke gronden. […] - het besluit van notaris [F. D.] om gronden van de gemeente Boutersem, die deel uitmaken van het perceel, kadastraal gekend onder Boutersem,: 1e afd., sectie A, nummer 136H, openbaar te koop aan te bieden.” II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 242.914 van 9 november 2018 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verworpen. X-17.354-1/11 Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Arne Carton heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoekster en advocaat Liesbeth Peeters, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Arne Carton heeft een met dit arrest eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster woont in de Heidestraat 29 te Boutersem. Aangrenzend aan haar perceel bezit de gemeente Boutersem gronden die volgens verzoekster steeds als landbouwgrond ingeschreven stonden. X-17.354-2/11 Op 9 januari 2014 keurt de gemeenteraad van de gemeente Boutersem het budget 2014 goed. Daarin is de verkoop van de bouwgronden aan de Heidestraat opgenomen als een daad van beschikking die in 2014 is gepland. Een eerste verkavelingsvergunning voor de gronden wordt door de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij arrest nr. RvVb/A/1516/0231 van 17 november 2015 nietig verklaard. Verzoeksters beroep tegen een tweede verkavelingsvergunning wordt door de Raad voor Vergunningsbetwistingen afgewezen bij arrest nr. RvVb/A/1718/0276 van 28 november
- De gemeenteraad keurt op 7 maart 2018 het budget 2018 goed. Opnieuw is de verkoop van de gronden aan de Heidestraat in het budget opgenomen, dit keer als een daad van beschikking die in 2018 gepland is. Het college van burgemeester en schepenen besluit op 26 juni 2018 om notaris F. D. opdracht te geven de openbare verkoop “op te starten volgens de afgesproken timing”. Op 4 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen tot de openbare verkoop van de drie loten bouwgrond nabij de Heidestraat. Met een brief van 29 september 2018 vraagt verzoekster aan notaris F. D. “welke instantie van de gemeente Boutersem U de opdracht gaf tot verkoop en wanneer hiervoor een besluit door de Gemeenteraad werd genomen”. Het antwoord van de gemeente van 8 oktober 2018, ondertekend door de burgemeester en de adjunct-algemeendirecteur, luidt: “De verkoop van de gronden in de Heidestraat werd reeds in 2014 nominatief opgenomen in het budget onder artikel 0600-00/2200200/
- De begroting werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 9 januari
- Op basis van art. 57, §3, 8°, b Gemeentedecreet is het college bijgevolg bevoegd om de verdere beslissingen te nemen en niet de gemeenteraad.” X-17.354-3/11 Een eerste zitdag voor de verkoop heeft plaats op 23 oktober 2018, een tweede zitdag – met de definitieve toewijzing van de loten bouwgrond – op 6 november
- IV. Voorwerp: precisering – ontvankelijkheid Standpunt van verzoekster
- Afgezien van de beslissingen die verzoekster blijkens het verzoekschrift tot nietigverklaring vernietigd wil zien, vraagt zij na de verwerping van haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid – bij tussenarrest nr. 242.914 van 9 november 2018 – in het verzoek tot voortzetting van de procedure, de nietigverklaring van: 1° het “basisbesluit” van het college van burgemeester en schepenen om de betrokken percelen te verkopen, 2° het gemeenteraadsbesluit van 9 januari 2014 in verband met het budget, 3° het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 4 september 2018 tot openbare verkoop van de percelen, 4° het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 26 juni 2018 in verband met de verkoop van de bouwgrond, en 5° alle besluiten van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen die betrekking hebben op de verkoop van de percelen aan de Heidestraat en “tot op heden verborgen of ‘achtergehouden’ zijn”. In de memorie van wederantwoord voegt verzoekster toe ook nog de vernietiging te wensen van een gemeenteraadsbeslissing van 7 maart 2018 en een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 21 augustus
- In de laatste memorie, ten slotte, houdt zij het bij het verzoek “de vernietiging uit te spreken van de besluiten van de gemeente Boutersem (CBS en gemeenteraad), betreffende de verkoop van de gronden van de Heidestraat”. X-17.354-4/11 Beoordeling
- Verzoekster bestrijdt de beslissingen van de verwerende partij om de loten bouwgrond nabij de Heidestraat te Boutersem, te verkopen. Als die beslissingen zijn te identificeren: - de beslissing van de gemeenteraad van 7 maart 2018 tot goedkeuring van het budget 2018, waarin de verkoop van de bouwgrond is opgenomen als daad van beschikking die in 2018 gepland is, en - de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 september 2018 waarin, onder verwijzing naar die gemeenteraadsbeslissing, besloten wordt de loten openbaar te verkopen.
- De eventuele andere beslissingen die verzoekster zou beogen, worden niet voldoende nauwkeurig aangewezen, zijn louter voorbereidend of gaan niet uit van een overheid bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dat laatste geldt meer bepaald voor het zogenaamde “besluit van notaris [F. D.]” om de gronden te koop aan te bieden. Niet nader gespecificeerde beslissingen, louter voorbereidende beslissingen, en beslissingen van een notaris zijn niet vatbaar voor vernietiging door de Raad van State. Het beroep ertegen is onontvankelijk. V. Betichting van valsheid
- Door verzoekster is na de sluiting van het debat aan de Raad van State een 13 november 2020 gedateerde brief toegestuurd waarin zij meedeelt het schrijven van de burgemeester van 8 oktober 2018 “en bij uitbreiding het hele administratief dossier” van valsheid te betichten. Weliswaar meent zij dat het niet aan haar is om bij de onderzoeksrechter een klacht met rechtstreekse burgerlijkepartijstelling inzake valsheid in geschriften neer te leggen.
- Artikel 51 van het algemeen procedurereglement regelt de procedure wanneer een partij een overgelegd stuk van valsheid beticht. X-17.354-5/11 Er is evenwel geen reden om van het artikel toepassing te maken als niet blijkt, zoals te dezen het geval is, dat de partij die een stuk van valsheid beticht, een klacht met burgerlijkepartijstelling bij de onderzoeksrechter of een klacht bij de procureur des Konings heeft ingediend. VI. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster noemt in een eerste middel het gemeentedecreet geschonden “in zoverre dit de bevoegdheden van enerzijds de gemeenteraad en anderzijds het College van Burgemeester en Schepenen regelt”. Toegelicht wordt dat verzoekster een schrijven van de burgemeester van 8 oktober 2018 ontving waarin wordt meegedeeld dat de verkoop van de gronden in de Heidestraat reeds in 2014 nominatief werd opgenomen in het op 9 januari 2014 goedgekeurde budget. “Uiterst vergezocht” verkreeg hierdoor het college van burgemeester en schepenen op die manier, door artikel 57, § 3, 8°, b), van het gemeentedecreet, tijdelijk de bevoegdheid om een daad van beschikking te stellen met betrekking tot de gronden. Evenwel is deze begroting, aldus verzoekster, beperkt tot de uitgaven en inkomsten van het jaar 2014, en vanaf 2015 kan het college zich niet meer beroepen op de uitzondering in artikel 57, § 3, 8°, b). Gelet op artikel 43, § 2, 12°, van het gemeentedecreet is alleen de gemeenteraad bevoegd voor de verkoop van de gronden. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 is het gemeentebestuur nog alleen bevoegd voor de lopende zaken en kan het geen daden van beschikking meer stellen met betrekking tot de gronden.
- Nadat de verwerende partij in de memorie van antwoord deed gelden dat “ook in het door de gemeenteraad van 7 maart 2018 goedgekeurde budget van 2018 de verkoop van de gronden nominatief werd opgenomen”, reageert verzoekster in de memorie van wederantwoord dat het onbegrijpelijk is X-17.354-6/11 dat de burgemeester dit niet zou hebben geweten toen hij haar het schrijven van 8 oktober 2018 toestuurde. Vermits onwetendheid uitgesloten is, meent verzoekster dat alleen “de conclusie van ‘pertinent verkeerde informatieverstrekking’” overblijft. Dit bewijst volgens haar dat alle stukken in het administratief dossier “besmet” zijn.
- In de laatste memorie benadrukt verzoekster dat het een feit blijft dat de burgemeester “officieel bewezen heeft dat het CBS zich (zelfs op 8 oktober 2018) steunde op een gemeenteraadsbesluit betreffende het budget van 2014”. Aangezien volgens de burgemeester geen ander gemeenteraadsbesluit dan dat van 2014 aan de basis ligt van de collegebeslissingen van 2018, zijn die beslissingen genomen zonder wettelijke bevoegdheid daartoe. Beoordeling
- Ten tijde van de bestreden beslissingen luidde artikel 57, § 3, 8°, b), van het gemeentedecreet dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen “voor zover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen”. Het toenmalige artikel 43, § 2, 12°, van het gemeentedecreet schreef voor dat het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen niet aan het college van burgemeester en schepenen kan worden toevertrouwd “behoudens voor zover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen”.
- Nadat de gemeenteraad op 7 maart 2018 de verkoop van de gronden aan de Heidestraat nominatief in het budget 2018 opnam, besluit het college van burgemeester en schepenen op 4 september 2018, onder verwijzing daarnaar, tot de openbare verkoop van de gronden. Het blijkt aldus niet dat er sprake is geweest van bevoegdheidsoverschrijding of “overschrijding van macht”. X-17.354-7/11
- De brief van 8 oktober 2018 aan verzoekster, ondertekend door de burgemeester en de adjunct-algemeendirecteur, doet niet anders besluiten. Is hij weliswaar inadequaat in zoverre hij laat uitschijnen dat het college van burgemeester en schepenen anno 2018 tot de verkoop van de gronden overgaat ter uitvoering van het budget 2014, hij kan daarmee niet de wettigheid aantasten van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 september 2018 – beslissing die nu eenmaal in de feiten niét ter uitvoering van het budget 2014 werd genomen, maar ter uitvoering van het op 7 maart 2018 goedgekeurde budget
- Het eerste middel is ongegrond. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Een tweede middel is afgeleid uit “de schending van de openbaarheid van bestuur”. Verzoekster betoogt dat de verwerende partij doorheen de jaren systematisch de openbaarheid van bestuur heeft geschonden. Zij verwijst daarvoor naar feiten en omstandigheden uit 2013, 2014, 2016, en ook naar een brief van 29 september 2018 aan notaris F. D. Daarin vroeg zij om informatie, die haar niet is gegeven. Ook heeft verzoekster bij herhaling gevraagd “om een historiek te verkrijgen van het patrimonium van de gemeente Boutersem”. Dat is door de verwerende partij “begrijpelijk maar onwettelijk” steeds geweigerd.
- In de memorie van wederantwoord argumenteert verzoekster nog dat het officieel schriftelijk antwoord van de burgemeester van 8 oktober 2018 niet correct is gebleken. Op basis hiervan moet volgens haar de vernietiging volgen: “Het getuigt van slechte wil indien men dit niet begrijpt als een pertinente en aanwijsbare overtreding van behoorlijk bestuur.” X-17.354-8/11 Voorts herhaalt verzoekster dat zij reeds vele keren gevraagd heeft om de patrimoniumlijsten van 1996 en 2013 en 2018 te bezorgen, en nooit enig antwoord kreeg. Het is nochtans een verplichting van de gemeente, schrijft verzoekster, “om naar aanleiding van het openbaarheidsdecreet correct te reageren en te antwoorden op een informatief verzoek van een burger”.
- In de laatste memorie vat verzoekster haar zienswijze als volgt samen: “Door ervan uit te gaan dat de verkregen info correct was en is, is het eerste middel van verzoekster (bevoegdheidsoverschrijding van het CBS in 2018) gegrond en bewezen. Door ervan uit te gaan dat gemeente Boutersem bij monde van haar burgemeester en de adjunct directeur foutieve info heeft gegeven aan een duidelijk belanghebbende in een absoluut officiële kennisgeving, is het tweede middel gegrond en bewezen.” Beoordeling
- Terecht doet verzoekster gelden dat correct gevolg moet worden gegeven aan verzoeken om openbaarheid van een burger. Evenwel bewijst een eventuele miskenning van die verplichting nog niet dat de beslissingen die het voorwerp uitmaken van het verzoek tot openbaarheid door een onwettigheid zijn aangetast, noch wórden ze onwettig door de miskenning van de openbaarheid. Het gebrek aan openbaarheid waarover verzoekster zich in het middel beklaagt – inbegrepen de misleidende brief van 8 oktober 2018 aan verzoekster – doet niet blijken van de onwettigheid van de bestreden beslissingen en kan niet hun vernietiging meebrengen. Het tweede middel is ongegrond. X-17.354-9/11 C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- De notaris heeft duidelijk artikelen 2 en 3 van de deontologische code opgesteld door de Nationale Kamer van notarissen geschonden. Beoordeling
- Het middel kan niet op de bestreden beslissingen, zoals sub 5, gepreciseerd, betrokken worden. Minstens betreft het, zoals sub 6 gezien, een niet voor vernietiging vatbare beslissing. Het derde middel is onontvankelijk. VII. Conclusie
- Het beroep is, voor zoveel ontvankelijk, ongegrond. Het past niettemin de kosten – het rolrecht – ten laste van de verwerende partij te leggen. Immers speelt de informatie die de verwerende partij verzoekster in een brief van 8 oktober 2018 verstrekte een centrale rol in het ingestelde beroep. Die informatie was evenwel inadequaat en zette verzoekster op het verkeerde been. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 40 euro. X-17.354-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.354-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.682 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.914 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div