← België

Arrest 249788 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/02/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.788 Rolnummer: A. 226877/IX-9468 Zaak: Arrest 249788 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-22 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:30 Fiche Arrest nr 249.788 van 9 februari 2021 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 249.788 van 9 februari 2021 in de zaak A. 226.877/IX-9468 In zake: Rozita DIMOVA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Uytterhaegen kantoor houdend te 9620 Zottegem Zuidstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Logie kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 december 2018, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van het bestuurscollege van de Universiteit Gent van 28 september 2018 houdende de beëindiging van de aanstelling als docent tenure track van Rozita Dimova. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. IX-9468-1/8 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Annelies Uytterhaegen, die verschijnt voor de ver- zoekende partij en advocaat Fien Van Daele, die loco advocaat Sofie Logie ver- schijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 1 oktober 2013 wordt verzoekster aangesteld als voltijds docent tenure track voor een periode van vijf jaar in de vakgroep Talen en Cultu- ren van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent – vakgebied Cultuur en geschiedenis van Zuidoost-Europa, in het bijzonder van de Slavische taalgemeenschappen. Niet betwist wordt dat na voormelde periode van vijf jaar een einde komt aan de aanstelling en dat verzoekster nadien (slechts) vastbenoemd kan worden tot hoofddocent, indien zij haar gepersonaliseerde doelstellingen be- haalt. IX-9468-2/8 Evenmin wordt betwist dat die gepersonaliseerde doelstellingen voor verzoekster verband houden met

(1)onderwijs,
(2)onderzoek,
(3)dienstver- lening en
(4)taalvereisten. Meer bepaald met betrekking tot de taalvereisten luidt de gepersonaliseerde doelstelling voor verzoekster: “Op het einde van de aanstelling heeft de docent het niveau B2 Neder- lands (Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen) behaald of legt een certificaat Nederlands niveau 5 van het Universitair Centrum voor Taalonderwijs (UCT) neer.” Op 13 juni 2018 adviseert de facultaire evaluatiecommissie dat verzoekster “niet voldoet aan alle criteria vermeld in haar tenure track overeen- komst”. Deze commissie komt tot de vaststelling dat verzoekster enkel haar ge- personaliseerde doelstellingen voor het criterium „onderwijs‟ heeft behaald. Over de taalvereisten merkt de commissie het volgende op: “Mevrouw Dimova zal op 28 juni ek. het examen B2 Nederlands afleg- gen. Bijgevolg kan de commissie vooralsnog geen uitspraak doen over dit onderdeel van het TT.” Op 4 juli 2018 volgt de faculteitsraad het ongunstig advies van de facultaire evaluatiecommissie en verleent hij eveneens een ongunstig advies omtrent de realisatie van de gepersonaliseerde doelstellingen van verzoekster. De faculteitsraad oordeelt dat de doelstellingen voor „onderzoek‟ en „dienstverle- ning‟ niet zijn behaald. Over de taalvereisten wordt vastgesteld dat verzoekster “vooralsnog niet geslaagd [is] voor de taaltest B2 Nederlands, ondanks herhaalde pogingen daartoe (28 juni en 25 juli)”. Naderhand deelt de decaan nog het volgende mee aan het be- stuurscollege: “Voorts kan verwezen worden naar de mail […] aan de Academisch Be- heerder d.d. 11 september 2018 waarin [de] waarnemend directeur van het Talencentrum bevestigt dat mevrouw Dimova op 7 september 2018 niet geslaagd is voor de ITNA (taaltest Nederlands B2). Dit was de vierde po- ging vanwege mevrouw Dimova, en daarmee is het toegestane aantal jaar- lijkse examenkansen uitgeput. Hieruit moet geconcludeerd worden dat IX-9468-3/8 ook aan de in de TT-overeenkomst opgenomen vereiste van het behalen van de taaltest binnen het tijdskader van de TT niet is voldaan.” Op 28 september 2018 beslist het bestuurscollege “dat de ge- personaliseerde doelstellingen voor [verzoekster] niet behaald werden en dat de aanstelling als docent tenure track met ingang van 1 oktober 2018 beëindigd wordt”. Dat is de bestreden beslissing, waaruit verzoekster terecht ook de weigering afleidt om haar als hoofddocent te benoemen. IV. Tijdigheid van het beroep 4.
  1. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij is van oordeel dat het beroep tot nietig- verklaring niet tijdig werd ingesteld. In haar laatste memorie merkt zij op ongelijk te krijgen in het auditoraatsverslag waarin zij leest “dat ongeacht of er al dan niet een verplichting tot kennisgeving van een beslissing tot niet-benoeming is opgenomen in het ZAP- reglement, een dergelijke beslissing hoe dan ook individueel betekend moet wor- den aan verzoekende partij”. Zij besluit, met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione tem- poris, zich te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State. 4.
  2. De Raad ziet geen reden om aan de tijdigheid van het beroep te twijfelen. Het beroep is, althans ratione temporis, ontvankelijk. IX-9468-4/8 V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  3. Het enige middel is geput uit de schending van artikel 10 van het reglement van de Universiteit Gent van 12 september 2003 „betreffende de benoeming of aanstelling, de bevordering, de evaluatie en het beroep van de le- den van het Zelfstandig Academisch Personeel‟ (“ZAP-reglement”), van de mate- riëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟. Verzoekster betoogt dat de bestreden beslissing niet afdoende formeel gemotiveerd is en dat de verwerende partij bij de voorbereiding en het nemen van de beslissing niet zorgvuldig alle relevante factoren en omstandighe- den heeft afgewogen. Zij heeft haar beslissing niet met kennis van zaken geno- men. De bestreden beslissing steunt ook op feiten die niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Verzoekster werkt die kritiek nader uit voor elk van de volgens de verwerende partij niet behaalde gepersonaliseerde doelstellingen. Wat de taalvereisten betreft, stelt verzoekster dat zij “op het ogenblik van het nemen van de beslissing inderdaad niet geslaagd [was] voor het B2-examen”. Zij verwijst echter naar een e-mail van een collega van 9 augustus 2018 waaruit zou moeten blijken dat zij voor het examen Nederlands was ge- slaagd. Die collega “werd […] tijdens de receptie in de bibliotheek op de hoogte gebracht dat verzoekende partij was geslaagd voor het examen”. Zij vindt het dan ook meer dan vreemd dat er achteraf alsnog besloten wordt dat zij niet geslaagd zou zijn voor dit examen. Op 17 en 18 oktober 2018 legde verzoekster alsnog een dergelijk examen af bij een onafhankelijke instelling te Rotterdam en slaagde zij voor dit examen. IX-9468-5/8 Ten slotte meent verzoekster dat de bestreden beslissing niet beperkt mag blijven tot een verwijzen naar de ongunstige beoordeling van haar gepersonaliseerde doelstellingen door de faculteitsraad, zonder dat het bestuurs- college zelf een toetsing heeft gedaan en dat geen rekening is gehouden met haar verweer bij brief van 3 juli
  4. Beoordeling
  5. De taalvereiste is méér dan een door de verwerende partij opge- legde gepersonaliseerde doelstelling. Het is een bij decreet opgelegde voorwaarde voor benoeming. Artikel II.270, § 2, VCHO bepaalt immers dat een personeelslid dat belast is met een onderwijsopdracht maar dat geen opleidingsonderdelen in het Nederlands doceert, “de Nederlandse taal [moet] beheersen op ERK-niveau B2”. Diezelfde bepaling leert voorts dat door het personeelslid aan die voorwaar- de voldaan moet worden “binnen […] vijf jaar na zijn aanstelling of op het mo- ment van zijn benoeming”.
  6. Het vereiste beheersingsniveau van de onderwijstaal wordt aangetoond aan de hand van kwalificatiegetuigschriften, uitgereikt door officieel erkende instellingen waaruit blijkt dat het personeelslid de onderwijstaal op het vereiste niveau beheerst. Niet dus door een e-mail van een collega, of een “horen zeg- gen” tijdens een receptie in de bibliotheek.
  7. Verzoekster stelt dat zij op 17 en 18 oktober 2018 “alsnog” een examen bij een onafhankelijke instelling te Rotterdam afgelegd heeft en voor dit examen is geslaagd. IX-9468-6/8 Wat verzoekster echter nalaat te doen, is aantonen dat zij over een deugdelijk kwalificatiegetuigschrift beschikte uiterlijk op 28 september 2018, datum van de bestreden beslissing. Integendeel erkent zij in haar verzoekschrift uitdrukkelijk dat zij op dat ogenblik nog niet geslaagd was. Zij heeft wel – niet onderbouwde – vragen bij “de correctheid van het examen Nederlands” en bij “de onafhankelijkheid van de instelling”, maar zij heeft de uitslag van haar examen- deelnames blijkbaar niet aangevochten.
  8. Het bestuurscollege kon bijgevolg, gelet op artikel II.270 VCHO, niet anders dan vaststellen dat verzoekster noch op het einde van haar vijfjarige aanstelling als docent, noch zelfs maar op datum van zijn beslissing over de benoeming, voldeed aan de dwingend bij decreet opgelegde – en met de vierde gepersonaliseerde doelstelling overeenstemmende – vereiste kennis van de bestuurstaal. De enige wettige beslissing is dan ook die welke het bestuurs- college heeft genomen, namelijk om de benoeming als hoofddocent te weigeren.
  9. Daaruit volgt, dat verzoekster geen belang heeft bij het middel en dat, bij gebrek aan ontvankelijk middel, het beroep onontvankelijk is. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9468-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9468-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.788 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.