id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.791 Rolnummer: A. 225312/IX-9302 Zaak: Arrest 249791 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-22 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 249.791 van 9 februari 2021 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 249.791 van 9 februari 2021 in de zaak A. 225.312/IX-9302 In zake: Herman JORIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan Fierens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy – Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 mei 2018, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van 29 maart 2018 van de voorzitter van het directieco- mité van de federale overheidsdienst Financiën waarbij de aanvraag van Herman Joris tot ‘indiensthouding na de leeftijd van 65 jaar’ wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 243.594 van 4 februari 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en tot het opleggen van een voorlopige maatregel verworpen. IX-9302-1/3 Het genoemde arrest is op 7 februari 2019 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 25 maart 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge- hoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken- nisgeving van het arrest.
- Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechts- pleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas- sing. IX-9302-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9302-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.791 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.594 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div