← België

Arrest 249793 - Reglementen (justitie) - 09/02/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.793 Rolnummer: A. 226068/IX-9375 Zaak: Arrest 249793 - Reglementen (justitie) - 09/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 00:30 Fiche Arrest nr 249.793 van 9 februari 2021 Justitie - Reglementen (justitie) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 249.793 van 9 februari 2021 in de zaak A. 226.068/IX-9375 In zake: Willem DEBEUCKELAERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:

  1. de minister van Ambtenarenzaken
  2. de staatssecretaris voor Begroting bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de staatssecretaris voor Digitalisering Tussenkomende partij: XXXX -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 3 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van het “Besluit van Directeur-Generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD Beleid en Ondersteuning van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement van orde betreffende de taaltesten in toepassing van de wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 3 december 2017, BS 6 juli 2018”. IX-9375-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. XXXX heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 november
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De toenmalige eerste en tweede vertegenwoordigers van de verwerende partij hebben een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 15 januari
  7. Aan de verzoekende partij is op 16 januari 2019 ter kennis gebracht dat de toenmalige derde vertegenwoordiger van de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op 1, 4 en 5 april 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Beoordeling
  9. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie niet eerbiedigt. IX-9375-2/4 Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord van de toenmalige eerste en tweede vertegenwoordigers van de verwerende partij en van de mededeling dat de toenmalige derde vertegenwoordiger van de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord of toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7, juncto 8, van voormeld besluit van de Regent.
  10. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
  13. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de tussenkomende partij niet bekendgemaakt. IX-9375-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9375-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.793 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.