id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.846 Rolnummer: A. 228881/X-17558 Zaak: Arrest 249846 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 17/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 249.846 van 17 februari 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.846 van 17 februari 2021 in de zaak A. 228.881/X-17.558 In zake : de NV V.H.S. EUROP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem Dries 77 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE BEERNEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beernem van 7 juni 2019 […] waarbij de nv V.H.S. Europ de gevraagde toelating werd geweigerd tot de plaatsing van een textielcontainer op de locaties Sint Andreaslaan 64 (op terrein Garage Phlips Jacques- en H. d’Ydewallestraat 32 bus 1 (op het terrein van Carrefour market Beernem)”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.558-1/7 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jürgen De Staercke, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster zamelt textiel in via kledingcontainers. Zij heeft op het grondgebied van de gemeente Beernem twee containers staan, op private grond. Gelet op artikel 45 van de plaatselijke politieverordening ‘inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en gebruik van het recyclagepark’ (hierna: de politieverordening), wordt het textiel (onder meer) ingezameld in textielcontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente en zijn alleen de organisaties die toelating hebben van het college van burgemeester en schepenen gemachtigd om textielcontainers te plaatsen. X-17.558-2/7 Op 4 december 2017 keurt het college van burgemeester en schepenen het bestek goed voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘Inzameling van textiel via straatcontainers op grondgebied van gemeente Beernem’. Blijkens de bepalingen ervan krijgt de dienstverlener het exclusieve recht om textiel in te zamelen door middel van containers op het grondgebied van de gemeente. De opdracht wordt bekendgemaakt “op nationaal niveau”. De opdracht, startend op 1 april 2018 voor een periode van 36 maanden, wordt bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 12 maart 2018 gegund aan de tijdelijke handelsvereniging Vict bvba & Victrans bvba. Aan verzoekster wordt gevraagd, met respectieve brieven van 20 februari 2018 en 20 maart 2018, haar twee “illegale” textielcontainers tegen 1 april 2018 weg te halen. Dat wordt nog eens herhaald met, respectievelijk, een e-mail van 15 mei 2018 en een brief van 26 juni
- Nadat de gemeente een nieuwe aanmaning, van 24 april 2019, verstuurde, vraagt verzoekster “overeenkomstig artikel 45 van de […] Politieverordening formeel om toelating” voor de plaatsing van twee textielcontainers “op privéterrein, waarvoor [zij] telkens met de betrokken eigenaars de nodige overeenkomsten heeft afgesloten om containers te kunnen plaatsen”. Met de bestreden beslissing van 7 juni 2019 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde toelating. Geargumenteerd wordt dat de opdracht ‘Inzameling van textiel via straatcontainers op grondgebied van gemeente Beernem’ op 12 maart 2018 aan de tijdelijke handelsvereniging Vict bvba & Victrans bvba is gegund en dat gelet op het lopende contract tot 1 april 2021 de aanvraag niet wordt goedgekeurd. X-17.558-3/7 IV. Ontvankelijkheid
- Volgens de verwerende partij is het beroep onontvankelijk, zowel ratione materiae als bij gebrek aan belang. Geargumenteerd wordt dat artikel 45 van de politieverordening erin voorziet dat er een toelating van het college van burgemeester en schepenen moet zijn alvorens textiel mag worden ingezameld via textielcontainers, dat de verwerende partij een overheidsopdracht heeft georganiseerd om de dienstverlener te kiezen die als enige zal mogen instaan voor het inzamelen van textiel via straatcontainers, dat verzoeker niet heeft deelgenomen, en dat uiteindelijk, op 12 maart 2018, de opdracht aan een bepaalde inschrijver is gegeven. Hieruit volgt, aldus de verwerende partij, dat verzoekster wist of diende te weten dat zij gedurende drie jaar geen toelating zou krijgen om containers op het grondgebied van de gemeente te plaatsen. In die zin is de bestreden beslissing niet meer dan een louter uitvoerende maatregel. Minstens is ze een bevestigende beslissing die een vroeger genomen beslissing herneemt. Immers bestond de weigering ten aanzien van verzoeker erin dat er, gelet op de eerdere gunningsbeslissing, niet kon worden ingegaan op verzoeksters vraag tot toelating tot het plaatsen van containers. Vanwege die eerdere gunningsbeslissing kan, zo betoogt de verwerende partij nog, een vernietiging er niet toe leiden dat verzoekster de door haar gevraagde toelating zal krijgen: “Verzoekende partij kan geen toelating krijgen om containers te plaatsten gelet op de definitief vastgestelde gunningsbeslissing die exclusiviteit voorziet aan de tijdelijke handelsvereniging Victa bvba & Victrans bvba die middel overheidsopdracht de opdracht toegewezen gekregen heeft bij beslissing van 12 maart [2018]”. Een vernietiging kan er dus nooit toe leiden dat verzoekster toelating zal krijgen om textiel in te zamelen op het grondgebied Beernem.
- Verzoekster is van mening dat noch de politieverordening, noch de toewijzingsbeslissing eraan in de weg stonden dat verzoekster een goedkeuring vroeg als bedoeld in artikel 45 van de politieverordening. X-17.558-4/7 In zoverre de verwerende partij meent dat de toewijzingsbeslissing impliceert dat verzoekster geen containers mag plaatsen op het grondgebied van de verwerende partij, geeft zij, aldus verzoekster, om de volgende redenen aan de toewijzingsbeslissing “een draagwijdte die de toewijzingsbeslissing niet heeft”: - de toewijzingsbeslissing is een beslissing met individuele strekking, die geen rechtsgevolgen heeft voor verzoekster; - de verwerende partij is niet gerechtigd publiek toegankelijke private terreinen te valoriseren en mag geen overheidsopdrachten gunnen voor de plaatsing van textielcontainers op die locaties; en - de politieverordening bevat geen principieel verbod tot het plaatsen van textielcontainers op private terreinen die voor het publiek toegankelijk zijn. Beoordeling
- Struikelsteen volgens de verwerende partij is niet dat het verzoekster verboden zou zijn om overeenkomstig artikel 45 van de politieverordening aan het college van burgemeester en schepenen de toelating te vragen om textielcontainers te plaatsen op het grondgebied van de gemeente. Wel rijst naar de mening van de verwerende partij de vraag of zij in de concrete omstandigheden van de zaak überhaupt anders kon – en, na een eventuele vernietiging, zal kunnen – handelen dan zij met de bestreden beslissing heeft gedaan.
- Dat de politieverordening geen verbod inhoudt tot het plaatsen van textielcontainers op private terreinen die voor het publiek toegankelijk zijn en dat de verwerende partij beweerdelijk geen overheidsopdrachten mag gunnen voor de plaatsing van textielcontainers op publiek toegankelijke private terreinen, belet niet dat, gelet op de politieverordening, een toelating van het college van burgemeester en schepenen vereist is om in de gemeente textiel te mogen inzamelen in textielcontainers. X-17.558-5/7
- Voorts is er de vaststelling dat het college van burgemeester en schepenen op 12 maart 2018 heeft beslist om het exclusieve recht om textiel in te zamelen door middel van containers op het grondgebied van de gemeente Beernem tot 1 april 2021 toe te vertrouwen aan de tijdelijke handelsvereniging Vict bvba & Victrans bvba. Het loutere feit dat die toewijzingsbeslissing een individuele draagwijdte heeft, betekent niet dat ze van onwaarde zou zijn of door de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing zonder meer genegeerd mocht of moest worden.
- Minstens doet verzoekster dat niet aannemen in haar enige middel, waarin zij alleen de schending van de formelemotiveringsplicht aanvoert. In de bestreden beslissing maakt de verwerende partij trouwens meer dan genoegzaam duidelijk dat zij verzoeksters aanvraag niet inwilligt om de reden dat zij tot 1 april 2021 de inzameling van alle textiel via straatcontainers op het grondgebied van de gemeente heeft toegewezen aan een andere firma. Deze verantwoording is vanuit formeel oogpunt “afdoende”. Als, verder, de textielcontainers waarvoor verzoekster een overeenkomst sloot met een particuliere eigenaar moeten worden verwijderd dan is het strikt genomen, anders dan zij het blijkbaar ziet, niet omdat de toewijzingsbeslissing van 12 maart 2018 spijts haar individuele strekking een invloed zou hebben op die contracten, maar omdat de politieverordening een toelating vereist voor het inzamelen van textiel in textielcontainers en verzoekster niet over een dergelijke toelating beschikt.
- Samengevat, kan verzoekster er niet van overtuigen dat de verwerende partij verkeerdelijk van mening is dat de bestreden beslissing in wezen niets toevoegt aan wat reeds volgt uit de politieverordening en de collegebeslissing van 12 maart 2018, en dat een vernietiging verzoekster geen baat zou kunnen bijbrengen. X-17.558-6/7 Het beroep wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Lust X-17.558-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.846 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div