← België

Arrest 249872 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/02/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.872 Rolnummer: A. 230297/X-17678 Zaak: Arrest 249872 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 249.872 van 23 februari 2021 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.872 van 23 februari 2021 in de zaak A. 230.297/X-17.678 In zake : Peter HEYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Toon Deschepper kantoor houdend te 9000 Gent Monterreystraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de opdrachthoudende vereniging INTERGEMEENTELIJKE VERENIGING VOOR AFVALBEHEER IN GENT EN OMSTREKEN (Ivago) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sabine Vanoverbeke en Pieter Sichien kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 1007 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld 20 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Raad van bestuur van Ivago van 18 december 2019 waarbij de tuchtsanctie van inhouding van wedde – evenwel niet meer dan 20 % van de bruto wedde – voor de duur van één maand werd opgelegd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.678-1/5 Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Toon Deschepper, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Pieter Sichien, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Rechtsmacht Exceptie
  5. In het auditoraatsverslag wordt de vraag opgeworpen naar de rechtsmacht van de Raad van State. Geargumenteerd wordt dat verzoeker bij de verwerende partij tewerkgesteld is door middel van een arbeidsovereenkomst en dat hem met de bestreden beslissing een tuchtmaatregel wordt opgelegd omdat hij een fout zou hebben begaan bij de uitvoering van zijn contractuele verplichtingen. Krachtens artikel 578, 1°, van het Gerechtelijk wetboek zijn de arbeidsgerechten in beginsel bevoegd om kennis te nemen van de geschillen in verband met de arbeidsovereenkomsten.
  6. Verzoeker repliceert dat de betwisting over de tuchtstraf niet ipso facto een geschil over de arbeidsovereenkomst doet rijzen, dat een vernietiging van de tuchtstraf zonder gevolgen is voor de arbeidsovereenkomst en dat aan de Raad van State niet wordt gevraagd om zich uit te spreken over de X-17.678-2/5 arbeidsovereenkomst, de interpretatie ervan en de subjectieve rechten die de contractpartijen eraan ontlenen. Naar het oordeel van verzoeker staat de bestreden beslissing los van de arbeidsovereenkomst en is ze er ideëel afsplitsbaar van. Indien wordt aangenomen dat de tuchtstraf uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit, valt ze zijns inziens onder de omschrijving van een ‘acte détachable’. De situatie is “totaal verschillend met geschillen omtrent de uitvoering of beëindiging van de arbeidsovereenkomst”. Beoordeling
  7. Gelet op artikel 14, § 1, 1 °, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bij wijze van arresten uitspraak over de beroepen tot nietigverklaring “[i]ndien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend”.
  8. Overeenkomstig artikel 578, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek neemt de arbeidsrechtbank kennis van geschillen inzake arbeidsovereenkomsten.
  9. Verzoeker en de verwerende partij zijn door een arbeidsovereenkomst verbonden. Juist vanwege die arbeidsovereenkomst is verzoeker aan het tuchtrecht van de verwerende partij onderworpen en is hem – terecht of ten onrechte – een tuchtstraf opgelegd wegens tekortkomingen aan “de beroepsplichten zoals opgenomen in deel V van het contractueel reglement”. De tuchtstraf behelst een inhouding van wedde gedurende één maand. Zoals aldus blijkt, situeert de bestreden tuchtmaatregel zich binnen de contractuele verhouding tussen verzoeker als werknemer en de verwerende partij als werkgever, en grijpt hij er op in door tijdelijk te wijzigen wat tussen partijen overeengekomen was door de betaling van het loon aan verzoeker tijdelijk gedeeltelijk op te schorten. X-17.678-3/5 Een betwisting van die tuchtmaatregel heeft betrekking op de arbeidsovereenkomst.
  10. Een dergelijke, met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst verband houdende, maatregel, kan niet van de arbeidsovereenkomst worden “losgedacht” en afgescheiden.
  11. Concluderend, wordt ambtshalve vastgesteld dat de Raad van State zonder rechtsmacht is.
  12. Er is niettemin reden de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. Zij heeft verzoeker op een dwaalspoor gebracht door aan te geven dat hij tegen de bestreden beslissing een beroep bij de Raad van State kon instellen. Bij die kosten is evenwel geen rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, nu verzoeker niet te beschouwen is als de in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. X-17.678-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.678-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.872 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.