id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.877 Rolnummer: A. 232770/XII-9033 Zaak: Arrest 249877 - Overheidsopdrachten - 23/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-24 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 249.877 van 23 februari 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr.249.877 van 23 februari 2021 in de zaak A. 232.770/XII-9033 In zake: de NV DE VRIESE RAF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151 B/41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 26 januari 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaamse Gewest van 15 december 2020 waarbij de overheidsopdracht voor ‘Structureel onderhoud gewestwegen Brugge, Knokke-Heist & Damme’ wordt gegund aan de nv Stadsbader en niet aan de nv De Vriese Raf. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XII-9033-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 februari 2021, om 14.00 uur. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Rebecca Denys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Het Agentschap Wegen en Verkeer afdeling West-Vlaanderen schrijft een overheidsopdracht uit voor werken met als voorwerp “Structureel onderhoud gewestwegen Brugge, Knokke-Heist & Damme”. De opdracht heeft tot doel om in het district Brugge op de gewestwegen te Brugge, Knokke-Heist en Damme, de berijdbaarheid en de veiligheid te verzekeren door het uitvoeren van structureel onderhoud van de verhardingen (asfalt/beton). 3.
- De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 13 oktober
- 3.
- De opdracht wordt gegund met een openbare procedure met de prijs als enig gunningscriterium. 3.
- Het bestek met referte 1M3D8J/20/27 is van toepassing. XII-9033-2/14 Artikel 78 van het bestek luidt: “Art. 78 Inhoud van de offerte Naast de bescheiden en nota’s, vereist door de wettelijke en reglementaire bepalingen en door de documenten waarnaar dit bijzonder bestek verwijst, dient de inschrijver nog de volgende documenten bij zijn offerte te voegen: […] - in toepassing van art. 30, tweede lid, 1° en 2° van het KB van 25/01/2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen dient de inschrijver rubriek K (Veiligheids- en gezondheidsplan) van het offerteformulier aan te vullen met de beschrijving van de uitvoeringswijze incl. de voorgestelde preventiemaatregelen (luik 1.2) en de kostprijsberekening voor betreffende preventiemaatregelen (luik 2.2) voor de door de veiligheidscoördinator-ontwerp vermelde werkzaamheden (luiken 1.1 en 2.1) De inschrijver maakt gebruik van de invulformulieren die bij de opdrachtdocumenten worden gevoegd. Doet hij dit niet, dan draagt hij de volle verantwoordelijkheid voor de volledige overeenstemming van de door hem aangewende documenten met deze invulformulieren.” In deel II. “Technische bepalingen” van het bijzonder bestek wordt het bijzonder veiligheids- en gezondheidsplan gevoegd als punt E (bladzijde 97 e.v.). In dit bijzonder veiligheids – en gezondheidsplan wordt als specifiek aandachtspunt erop gewezen dat de werken zullen worden uitgevoerd tijdens de COVID-19 – pandemie en worden de daaruit voortvloeiende risico’s aangegeven (bladzijde 110, punt 3.1.2., bladzijde 112, punt 3.1.3.2.1.). In bijlage 1 (bladzijde 129-133) wordt de verplichting aan de inschrijvers opgelegd om “de gekozen uitvoeringswijze (incl. preventiemaatregelen) in luik 1.2 […] te beschrijven voor de elementen bepaald in luik 1.1 én zijn prijsberekening van de voorgestelde preventiemaatregelen […] op te geven in luik 2.2 voor de elementen bepaald in luik 2.1”. XII-9033-3/14 De veiligheidscoördinator-ontwerp motiveert als volgt: “De aannemer dient uitleg te geven over de voorziene uitvoeringswijze inzake logistiek met respect voor ‘social distancing’ cfr. het MB van 23 maart 2020 inclusief alle gepubliceerde wijzigingen tot op het moment van de inschrijving. Alle bijhorende specifieke preventiemaatregelen m.b.t. het voorkomen van besmetting en verspreiding van het coronavirus (COVID 19) op de werf (vooral aandacht voor hygiëne) dienen aan bod te komen”. Het offerteformulier bevat een rubriek K. “Veiligheids- en gezondheidsplan” (bladzijden146-147): “K. Veiligheids- en gezondheidsplan
- Overeenkomstig art. 30, tweede lid, 1° van het KB van 25 januari 2001, acht de coördinator-ontwerp het noodzakelijk dat de inschrijver nauwkeurige informatie geeft over de wijze waarop de hij/zij de onderstaande werken wil uitvoeren opdat de maatregelen bepaald in het veiligheids- en gezondheidsplan daadwerkelijk kunnen worden toegepast, meer bepaald voor de volgende elementen: 1.1 Werkzaamheden waarvan de 1.2 Uitvoeringswijze inschrijver coördinatorontwerp het noodzakelijk inclusief de voorgestelde acht dat de inschrijver zijn preventiemaatregelen (verplicht in uitvoeringswijze nauwkeurig beschrijft te vullen door de inschrijver)
- element: algemene aanpak en bijkomende preventiemaatregelen n.a.v. COVID-19 en i.f.v. hygiëne op de werf met betrekking tot: - bijkomende logistieke maatregelen (bv. 1 auto per persoon, temperatuurmeting bij betreden werf, digitaal of in open lucht vergaderen, toolboxmeetings, affiches, toezicht op naleven social distancing, extra poetsbeurten en ventilatie van werfkeet en sanitaire voorzieningen, desinfecteren van machines en materieel, walkie/talkie voor communicatie, …); - bijkomende CBM en PBM’s (bv. jerrycans met water, vloeibare zeep in dispencer, papieren doeken, ontsmettingsmiddel, poetsdoekjes, wegwerpoveralls, wegwerphandschoenen, mondmaskers FFP2 of FFP3, gelaatsschermen, …). XII-9033-4/14 verduidelijking reden: Het voorkomen van besmetting van de op de werf tussenkomende partijen (bestuur, eigen werknemers, onderaannemers, leveranciers en derden) én vermijden van de verspreiding van het coronavirus (COVID- 19).
- Overeenkomstig art. 30, tweede lid, 2° van het KB van 25 januari 2001 voegt de inschrijver een afzonderlijke prijsberekening toe in verband met de in luik 1.2 hierboven vermelde preventiemaatregelen en -middelen, inbegrepen de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen en -middelen. Deze prijsberekening moet de opdrachtgever in staat stellen na te gaan of de voorgeschreven preventiemaatregelen en -middelen voorzien zijn, en om het normale karakter van de prijzen ervan te beoordelen. 2.
- Werkzaamheden waarvoor de 2.2 Prijsberekening van de inschrijver de kostprijs van zijn voorgestelde preventiemaatregelen voorgestelde preventiemaatregelen dient (verplicht in te vullen door de te berekenen inschrijver, alle onderdelen uit luik1.2 dienen hierin opgenomen te worden)
- Algemene aanpak en bijkomende Belangrijke opmerking : preventiemaatregelen n.a.v. COVID -19 De gevraagde prijsberekening én i.f.v. hygiëne op de werf met betreft enkel de bijkomende betrekking tot: maatregelen i.f.v. social distancing - bijkomende logistieke maatregelen (bv. en hygiëne en staat los van de kosten 1 auto per persoon, temperatuurmeting ingevolge eventuele bij betreden werf, digitaal of in open rendementsverliezen door de lucht vergaderen, toolboxmeetings, onmogelijkheid om de normale affiches, toezicht op naleven social gangbare uitvoeringsmethodes te distancing, extra poetsbeurten en hanteren ventilatie van werfkeet en sanitaire voorzieningen, desinfecteren van machines en materieel, walkie/talkie voor communicatie, …); - bijkomende CBM en PBM’s (bv. jerrycans met water, vloeibare zeep in dispencers, papieren doeken, ontsmettingsmiddelen op basis van alcohol, poetsdoekjes, wegwerpoveralls, wegwerphandschoenen, lekdichte mondmaskers type FFP2 of FFP3, gelaatsschermen, …) ”. XII-9033-5/14 3.
- De opening van de offertes vindt plaats op 18 november
- Zes inschrijvers dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij en de nv Stadsbader. Onder rubriek K. “Veiligheids- en gezondheidsplan” valt in het offerteformulier van de verzoekende partij onder punt 1.2 (uitvoeringswijze) te lezen: “zie R.A. & A.V.G.P. Als bijlage Covid & Corona documenten” en onder punt 2.2 (prijsberekening): “zie bijlage”. 3.
- De door de inschrijvers ingediende documenten aangaande het veiligheids- en gezondheidsplan worden ter beoordeling voorgelegd aan de veiligheidscoördinator–ontwerp, de nv Evolta Engineers. Ten aanzien van de verzoekende partij stelt deze vast dat de inschrijver geen bijkomende informatie en geen prijsberekening heeft verstrekt betreffende de door de veiligheidscoördinator specifiek gestelde veiligheidselementen en de veiligheidsmaatregelen COVID-
- 3.
- Het gunningsverslag wordt opgemaakt op 8 december
- De verzoekende partij wordt geselecteerd. Met betrekking tot de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen en de administratieve regelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij vermeldt het gunningsverslag: “4.4 VGM-voorwaarden De firma De Vriese NV heeft geen bijkomende informatie verstrekt over de uitvoeringswijze van de door de veiligheidscoördinator gestelde specifieke veiligheidselementen en de veiligheidsmaatregelen COVID-
- Daarnaast heeft hij geen prijsberekening van de specifieke en COVID-19 veiligheidsmaatregelen toegevoegd. Er wordt verwezen naar een bijlage die niet bij de offerte zat. […] Uit beide offertes blijkt uit de vereiste stukken dat er sprake is van een onvolledig ingevuld veiligheid - en gezondsheidsplan (VGP). Dit houdt in dat er sprake is van een onregelmatigheid in de offertes. Aangezien deze onregelmatigheden betrekking hebben op het VGP, en aldus op een XII-9033-6/14 essentiële bepaling van het bestek, gaat het om een substantiële onregelmatigheid. Aangezien de opdracht wordt geplaatst binnen een openbare procedure is er voor de aanbesteder geen mogelijkheid om een dergelijke substantiële onregelmatigheid te regulariseren, en kunnen de ontbrekende stukken dan ook niet worden opgevraagd. Indien de documenten wel zouden worden opgevraagd, zou dit een schending inhouden van artikel 76, §3 KB Plaatsing
- Gezien de substantiële onregelmatigheid van de offertes die niet kan worden geregulariseerd, dienen de offertes conform dit artikel 76, §3 KB Plaatsing 2017 nietig te worden verklaard. Bijgevolg zijn de offertes van firma De Vriese NV en Abog NV onregelmatig. 4.5 Administratieve (on)regelmatigheden Er werd nagegaan of de offertes van de inschrijvers substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn in de zin van art. 83 Wet Overheidsopdrachten en art. 76 §1, lid 4 KB Plaatsing en zoals gespecificeerd in de opdrachtdocumenten 1M3D8J/20/
- De firma De Vriese NV en de firma Abog NV zijn substantieel onregelmatig. (zie hierboven punt 4.4 )”. 3.
- Gelet op de motieven en de beoordeling zoals beschreven in het gunningsverslag, beslist de verwerende partij op 15 december 2020 om de opdracht te gunnen aan de nv Stadsbader. Dit is de bestreden gunningsbeslissing. Per aangetekend schrijven van 11 januari 2021 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat haar offerte onregelmatig is bevonden. Een uittreksel uit het gunningsverslag is gevoegd in bijlage. IV. Ontvankelijkheid van de vordering De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij bij de gevraagde schorsing van de impliciete weigeringsbeslissing. XII-9033-7/14 De exceptie houdt verband met de grond van de zaak. V. Schorsingsvoorwaarden 5.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.
- Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissingen kunnen verantwoorden. XII-9033-8/14 VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
- In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 81 en 83 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur “meer in het bijzonder het materieel motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel als toepassing van het redelijkheidsbeginsel”. De verzoekende partij vat het middel samen als volgt: “De bestreden beslissing is onwettig nu de verwerende partij ten onrechte het ontbreken van de expliciet aangekondigde, maar per abuis niet bijgevoegde, bijlage zijnde een deel van het VGP (meer in het bijzonder omtrent de COVID-19 problematiek), gekwalificeerd heeft als een substantiële onregelmatigheid, en dus ten onrechte de verzoekende partij niet de mogelijkheid heeft gegeven om het voorhanden zijnde stuk 8 over te maken. Op die manier is niet aan de laagste regelmatige inschrijver, zijnde verzoekende partij, gegund.” Beoordeling
- Artikel 83 van de wet overheidsopdrachten 2016 bepaalt dat de aanbestedende overheid de regelmatigheid van de offertes onderzoekt. Artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 bepaalt: “§
- De aanbestedende overheid gaat na of de offertes regelmatig zijn. De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn. Een offerte is substantieel onregelmatig wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, XII-9033-9/14 of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken. De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd : 1° de niet-naleving van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, voor zover deze niet-naleving strafrechtelijk gesanctioneerd wordt; 2° de niet-naleving van de vereisten bedoeld in de artikelen 38, 42, 43, § 1, 44, 48, § 2, eerste lid, 54, § 2, 55, 83 en 92 van dit besluit en in artikel 14 van de wet, voor zover zij verplichtingen bevatten ten aanzien van de inschrijvers; 3° de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten. §
- De offerte die slechts een of meer niet-substantiële onregelmatigheden bevat die, zelfs gecumuleerd of gecombineerd, niet de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, wordt niet nietig verklaard. §
- Wanneer gebruik wordt gemaakt van een openbare of niet-openbare procedure, verklaart de aanbestedende overheid de substantieel onregelmatige offerte nietig. Dit is ook het geval voor een offerte die meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt. […]”.
- Opdat het veiligheids- en gezondheidsplan van de inschrijvers volledig zou zijn, dienden de inschrijvers onder de rubriek K. “Veiligheids- en gezondheidsplan” van het offerteformulier onder punt 1.2 een nauwkeurige beschrijving te geven van de algemene aanpak en bijkomende preventiemaatregelen naar aanleiding van COVID-19 én in functie van de hygiëne op het werf met betrekking tot, enerzijds, de bijkomend te nemen logistieke maatregelen en, anderzijds, de bijkomende CBM en PBM’s, en onder punt 2.2 een door de inschrijver verplicht in te vullen prijsberekening van de voorgestelde bijkomende preventiemaatregelen.
- De verzoekende partij verwees in haar offerte onder deze rubriek naar drie bijlagen: de risico-analyse, het Algemeen Veiligheids- en Gezondheidsplan en een “bijlage COVID & Corona documenten”. De verzoekende partij erkent dat de bijlage omtrent de COVID-problematiek niet bij haar offerte was gevoegd. Zij stelt dat de voormelde bijlage covid-documenten “bij vergissing” niet mee is opgeladen; zij XII-9033-10/14 voegt deze bijlage nu toe aan haar verzoekschrift als stuk
- Zij zou zich dit voor het eerst gerealiseerd hebben bij de kennisname van het bestreden besluit. De opdrachtdocumenten omschrijven het geven van nauwkeurige informatie over de uitvoeringswijze van de werken als “noodzakelijk” opdat de maatregelen bepaald in het veiligheids- en gezondheidsplan daadwerkelijk kunnen worden toegepast. Nog volgens de opdrachtdocumenten moet de prijsberekening de opdrachtgever in staat stellen na te gaan of in de voorgeschreven preventiemaatregelen en -middelen zijn voorzien, en om het normale karakter van de prijzen ervan te beoordelen. De kwalificatie door de aanbestedende overheid van het beschrijven en begroten van de specifieke en COVID-19 veiligheidsmaatregelen als een essentiële besteksvereiste, waarvan de niet-nakoming leidt tot de substantiële onregelmatigheid van de offerte, lijkt in de gegeven omstandigheden niet voor te komen als onrechtmatig. De aanbestedende overheid wordt aldus immers op het eerste gezicht verhinderd te controleren of de verzoekende partij daadwerkelijk en op een ernstige wijze voorziet in de specifiek gevraagde preventiemaatregelen, ook wat COVID-19 veiligheidsmaatregelen betreft, hetgeen de vergelijkbaarheid van de offertes verstoort.
- De vergelijking die de verzoekende partij maakt met twee arresten, die betrekking hebben op twee bijzondere gevallen aangaande een gebrekkig ingediende Uniform Europees Aanbestedingsdocument om te bepleiten dat haar hoogstens een niet substantiële onregelmatigheid, vatbaar voor regularisatie, mocht worden verweten, wordt op het eerste gezicht niet bijgevallen. Anders dan in de door de verzoekende partij aangehaalde arresten nr. 241.265 van 19 april 2018 en nr. 249.082 van 27 november 2020 is de in het offerteformulier weliswaar aangekondigde “bijlage COVID & Corona documenten” niet gebrekkig ingediend, maar helemaal niet ingediend, zodat de feitelijke omstandigheden die aan deze arresten ten grondslag liggen niet vergelijkbaar zijn. XII-9033-11/14
- De omstandigheid dat de risico-analyse en het Algemeen Veiligheids- en gezondheidsplan waarnaar in het offerteformulier eveneens werd verwezen, wel zijn bijgevoegd, lijkt geen soelaas te kunnen bieden. Deze documenten beschrijven op het eerste gezicht geen specifieke COVID-19 risico’s en gerelateerde maatregelen en de prijsberekening ervan.
- Het betoog van de verzoekende partij dat de ontbrekende documenten inclusief het door haar gehanteerde percentage van de eenheidsprijzen voor de besproken veiligheidsmaatregelen een voorstel betreffen, zoals aangeleverd door de Confederatie Bouw aan al haar leden, lijkt er voorts van uit te gaan dat de informatie aan te leveren onder de punten 1.2 en 2.2 van de rubriek K. “Veiligheids- en gezondheidsplan” van het offerteformulier een onveranderlijk en door de overheid gekend gegeven uitmaakt, hetgeen precies door de bestekseis om een en ander nauwkeurig toe te lichten, wordt weersproken. Die bundel – een tabel – met “in detail uitgewerkte covid-maatregelen” per rubriek (algemene, ruwbouw, afbraakwerken, riolering, wegenwerken, enzovoort) dient trouwens steeds in concreto te worden ingevuld, afhankelijk van het soort werken dat het voorwerp uitmaakt van de opdracht. Dit blijkt overigens uit het thans door de verzoekende partij gevoegde stuk 8, waar zij tal van maatregelen “NVT” acht en enkel bij de rubrieken algemene, afbraakwerken, ruwbouwerken, buitenschrijnwerk, wegenwerken en installaties de voorgedrukte maatregelen als “ok”, doch ook niet steeds allemaal, aanmerkt. Het betoog dat die bundel te omvangrijk was om deze over te nemen en in te vullen onder de voormelde punten 1.
- en 2.1., lijkt evenmin in zijn geheel te kunnen worden bijgevallen: wat punt 1.
- betreft, lijken die maatregelen, die soms trouwens overlappen, op het eerste gezicht te kunnen worden samengevat en zeker wat punt 1.2 betreft, ziet de Raad op het eerste gezicht niet in waarom de “prijsmotivering van de covid19 maatregelen” – één zin – niet kon worden ingevuld onder punt 2.1.. Uit de offerte van de gekozen inschrijver blijkt trouwens dat dit wél mogelijk was en bevestigt de voorgaande vaststellingen.
- De verklaring van de verzoekende partij dat haar offertebedrag hoe dan ook correct zou zijn en rekening houdt met de COVID-19 veiligheidsmaatregelen, doet niet anders besluiten, net zo min als haar affirmatie dat zij in de praktijk alle veiligheidsmaatregelen perfect zou gaan toepassen. XII-9033-12/14
- De verzoekende partij faalt op het eerste gezicht om al deze redenen in de essentie van haar betoog, namelijk dat zij aan het betrokken besteksvoorschrift weliswaar op onvolkomen wijze invulling heeft gegeven doch zonder het als dusdanig te miskennen. Deze vaststelling ondergraaft meteen de stelling van de verzoekende partij dat zij naar analogie met de voormelde arresten nrs. 241.265 en 249.082, de kans had moeten krijgen haar “vergissing” recht te zetten.
- Op het eerste gezicht toont de verzoekende partij dan ook niet aan dat door haar offerte substantiëel onregelmatig te verklaren de verwerende partij de in het middel aangevoerde bepalingen en beginselen zou hebben geschonden.
- Het middel is niet ernstig. VII. Besluit
- Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9033-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-9033-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.877 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.