← België

Arrest 249906 - Milieuvergunningen - 25/02/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.906 Rolnummer: A. 226838/VII-40445 Zaak: Arrest 249906 - Milieuvergunningen - 25/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-15 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 249.906 van 25 februari 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.906 van 25 februari 2021 in de zaak A. 226.838 /VII-40.445 In zake : Luc BUVENS woonplaats kiezend te 3473 Kortenaken Hemelrijkstraat 72 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 8 oktober 2018 waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kortenaken van openbaar nut wordt verklaard. VII-40.445-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Aquafin heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 28 januari
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 januari
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. VII-40.445-2/7 III. Feiten
  6. Verzoeker stelt eigenaar te zijn van twee percelen grond in de gemeente Kortenaken, kadastraal gekend als afdeling 5, sectie B, nrs. 262F2 en 262Y.
  7. Aangaande deze percelen wordt in het bestreden besluit waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kortenaken van openbaar nut wordt verklaard, het volgende gesteld: “Overwegende dat op de percelen kadastraal gekend als Kortenaken, afdeling 5, sectie B, nummers 262F2 en 262Y, een tijdelijk terrein voor grondverbetering wordt voorzien; dat deze locatie gekozen werd in samenspraak met de gemeente en volgens informatie van de lokale landbouwers; dat het terrein momenteel niet gebruikt wordt en er geen nadelige gevolgen zullen zijn op agrarisch vlak; dat het terrein tevens langs een voldoende brede weg ligt zodat het bereikbaar is voor zwaar materiaal, zonder negatieve invloed op de aanwezige weginfrastructuur”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  8. De verwerende partij maakt volgend voorbehoud omtrent het belang van verzoeker: “Er lijken zich geen excepties op te werpen omtrent de termijn. Evenwel moet toch het belang van de verzoekende partij in ogenschouw genomen worden. De verwerende partij wijst er van meet af aan op dat de verzoekende partij in huidige zaak slechts een beperkt belang heeft, met name voor zover het haar eigen percelen betreft. Er kan sowieso geen aanleiding zijn om in huidige zaak het hele ministerieel besluit te vernietigen. Een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing kan niet verder reiken dan het belang van de verzoekende partij, met name de inname van de voormelde percelen 262F2 en 262Y”.
  9. Verzoeker antwoordt dat hij zich dienaangaande gedraagt naar de wijsheid van de Raad van State met dien verstande dat hij zeker een belang heeft VII-40.445-3/7 bij een vernietiging van de vestiging van een wettelijke erfdienstbaarheid op zijn percelen.
  10. Bij schrijven van 22 mei 2019 meldt de tussenkomende partij het volgende aan de Raad van State: “Ik richt u dit schrijven als raadsman van de NV AQUAFIN, die als tussenkomende partij tussenkomt in de procedure met als rolnummer G/A. 226.838/VII-
  11. Reeds in het verzoekschrift tot tussenkomst van mijn cliënte, alsook in haar memorie, werd opgemerkt dat de verzoekende partij, de heer Luc BUVENS, slechts een beperkt belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing, en meer bepaald enkel in de mate dat de bestreden beslissing betrekking heeft op de percelen gelegen te Kortenaken, kadastraal gekend als afdeling 5, sectie B, nrs. 262F2 en 262Y. Ter verwezenlijking van de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur, zouden de percelen van verzoekende partij tijdelijk als terrein voor grondverbetering worden gebruikt. Gelet op de hangende procedure voor de Raad van State, is mijn cliënte op zoek gegaan naar een ander terrein voor grondverbetering, zodat het terrein van verzoekende partij niet meer zou moeten worden gebruikt. Ondertussen is een akkoord bekomen met een andere eigenaar en gebruiker voor een alternatieve terrein voor grondverbetering. Het terrein van verzoekende partij, dit zijn de percelen gelegen te Kortenaken, kadastraal gekend als afdeling 5, sectie B, nrs. 262F2 en 262Y, zal niet langer worden gebruikt als terrein voor grondverbetering in het kader van het project 21058 ‘Kortenaken: Collecter Velp Kersbeek-Miskom’. Als gevolg daarvan verliest verzoekende partij zijn belang bij voormelde procedure tot nietigverklaring en is de vordering tot nietigverklaring onontvankelijk. Als bijlage vindt u een copie van mijn brief aan de verzoekende partij om bijgevolg afstand te doen van de vordering tot nietigverklaring”.
  12. Op vraag van de auditeur-verslaggever antwoordt verzoeker op 12 januari 2020 als volgt: “Ik beantwoorde het schrijven van de raadsman van de NV Aquafin van 22 mei 2019 op 03 juni 2019 en maakte mijn mening ook kenbaar aan de raadsman van de verwerende partij. Ik voeg afschriften van deze briefwisseling toe aan dit schrijven. De oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur is niet beëindigd, en dus ben ik van mening nog een actueel belang in de zaak te hebben, in die mate dat, een vernietiging of gedeeltelijk vernietiging van de bestreden beslissing door de Raad van State, mij een grotere rechtszekerheid oplevert, om het volledige genot van mijn fundamentele eigendomsrechten op de VII-40.445-4/7 betrokken percelen te recupereren en te behouden, dan de rechtszekerheid die, de misschien tijdelijke verzaking van de NV Aquafin mij biedt. Ik wens mij te schikken naar het oordeel van de Raad van State, over de mate waarin, de actering in zijn arrest van de verzaking van de tussenkomende partij, mijn eigendomsrechten evenwaardig herstelt en vrijwaart, dan een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing dat zou doen”.
  13. In de laatste memorie stelt de tussenkomende partij dat een vernietiging van de bestreden beslissing niet mogelijk is “aangezien verzoekende partij geen gegronde middelen inroept”. Enkel indien er een gegrond middel zou bestaan, vraagt zij in ondergeschikte orde de bestreden beslissing slechts gedeeltelijk te vernietigen.
  14. De verwerende partij stelt in de laatste memorie zich te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State.
  15. Verzoeker wijst er in zijn laatste memorie op dat de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur nog niet beëindigd is. Beoordeling
  16. Uit de aangehaalde mededeling van de tussenkomende partij aan de Raad van State blijkt dat zij uitdrukkelijk verzaakt aan het bestreden besluit in de mate dit betrekking heeft op de percelen van verzoeker. De tussenkomende partij is daar nadien in de procedure en tijdens de zitting niet op teruggekomen. Het blijkt evenmin dat zij op de werf daarop is teruggekomen.
  17. De verwerende partij geeft zelf aan dat een vernietiging van de bestreden beslissing beperkt kan worden tot de percelen van verzoeker.
  18. Zoals in het auditoraatsverslag wordt gesteld staat in de gegeven omstandigheden niets eraan in de weg het bestreden besluit ter wille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en de rechtszekerheid te vernietigen in de mate dit betrekking heeft op de percelen van verzoeker. VII-40.445-5/7 V. Kosten
  19. De kosten van het beroep zijn ten laste van verzoeker. Ze zijn evenwel beperkt tot het rolrecht. Het loutere feit van de verzaking door de tussenkomende partij aan het voordeel van het bestreden besluit, is niet van aard te verantwoorden dat de kosten van de procedure ten laste van de verwerende partij zouden worden gelegd. Evenmin verantwoordt dat loutere feit, dat de verzoekende of de verwerende partij als een in het gelijk gestelde partij, bedoeld in artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, te beschouwen zouden zijn. BESLISSING
  20. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 8 oktober 2018 waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kortenaken van openbaar nut wordt verklaard in de mate dit betrekking heeft op de inname van de percelen gelegen te Kortenaken, kadastraal gekend als afdeling 5, sectie B, nrs. 262F2 en 262Y. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  21. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  22. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-40.445-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig februari tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.445-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.906 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.