← België

Arrest 249942 - Plannen van aanleg - 02/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.942 Rolnummer: A. 227165/X-17415 Zaak: Arrest 249942 - Plannen van aanleg - 02/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 249.942 van 2 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.942 van 2 maart 2021 in de zaak A. 227.165/X-17.415 In zake : Xavier VOETS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD BILZEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Van Geeteruyen kantoor houdend te 3700 Tongeren Piepelpoel 13 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 januari 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Bilzen van 4 september 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Tabaart’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-17.415-1/16 Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
  3. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De stad Bilzen wenst over te gaan tot de opmaak van een masterplan voor het op haar grondgebied gelegen woonuitbreidingsgebied (WUG) ‘Tabaert’, en het opstellen van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Tabaart’ (hierna: het gemeentelijk RUP), dat op een deel van dat WUG betrekking heeft. 3.
  6. Op 17 april 2018 stelt de stad Bilzen het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. 3.3.
  7. In de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP worden het masterplan en de contouren van het gemeentelijk RUP (rode stippellijn) als volgt grafisch weergegeven: X-17.415-2/16 De bestemmingen van dit gebied, zoals bepaald door het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgesteld gewestplan ‘Sint-Truiden – Tongeren’, worden in de toelichtingsnota als volgt weergegeven: X-17.415-3/16 Het plangebied van het gemeentelijk RUP is zodoende grotendeels als WUG bestemd. De zuidelijke rand is in woongebied met landelijk karakter gelegen. 3.3.
  8. Het gemeentelijk RUP en het masterplan worden in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP als volgt gekaderd: “De stad Bilzen wenst over te gaan tot de opmaak van een masterplan voor een woonuitbreidingsgebied en het opstellen van het RUP ‘Tabaart’. Het gaat om een uitbreiding van het stedelijk gebied op een gestructureerde manier. Het masterplan behelst het volledige woonuitbreidingsgebied Tabaart en moet bekeken worden in zijn relatie tot de directe omgeving. In het masterplan worden de krachtlijnen van de kwaliteitsvolle, ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd zodat het als een kader kan dienen voor toekomstige ruimtelijke projectontwikkelingen. Aan de hand van een ruimtelijk onderzoek naar een gepaste invulling geeft het masterplan mogelijkheden weer voor onder andere bebouwing, ontsluiting en de inrichting van het openbaar domein. Het RUP omhelst een beperkt onderdeel van het masterplan. De ontwikkeling van het volledige woonuitbreidingsgebied overstijgt de vraag, te meer omdat er X-17.415-4/16 ook een woongebied ter hoogte van Merem, aan de rand van het kleinstedelijk gebied volop in ontwikkeling is. In het PRUP voor de afbakening van het kleinstedelijk gebied van Bilzen werd ter hoogte van Merem agrarisch gebied herbestemd naar woongebied i.f.v een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de directe omgeving van het station. De behoefte voor Bilzen is onvoldoende groot om zowel de site te Merem als het WUG Tabaart volledig in één keer te ontwikkelen. Toch wenst de stad omwille van de gunstige ligging van beide sites, op beide plaatsen mogelijkheden te bieden. Om een overaanbod tegen te gaan dient het gefaseerd ontwikkelingsplan van beide sites op elkaar afgestemd te worden. Op deze (gefaseerde) manier wordt er ook voldaan aan de stellingen in het GRS van Bilzen, deze stellen dat zowel een ontwikkeling in Meren als een ontwikkeling in Tabaart gefaseerd dient te verlopen.” 3.3.
  9. Onder titel ‘7.
  10. Visie’ wordt in de toelichtingsnota over het masterplan gesteld: “In dit hoofdstuk wordt de toekomstvisie voor het woonuitbreidingsgebied Tabaart geschetst aan de hand van een masterplan. Deze visie is noodzakelijk voor de uitwerking van een RUP voor een beperkt gedeelte van het woonuitbreidingsgebied conform bindende bepaling nr. 36 uit het GRS. Het masterplan wordt als algemeen kader genomen voor de verdere opmaak van het RUP. Daarnaast wordt er gemotiveerd waarom men kiest om een RUP op te stellen voor slechts een gedeelte van het woonuitbreidingsgebied. Het masterplan wordt opgesteld voor het volledige woonuitbreidingsgebied om de stad een vooruitzicht te geven op de toekomstige ontwikkelingen. Het plangebied moet als een ruimtelijk geheel benaderd worden om het stedelijk weefsel op een geïntegreerde manier te kunnen verderzetten in zijn omgeving.” 3.3.
  11. Nog volgens de toelichtingsnota is het gemeentelijk RUP de uitvoering van de volgende bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Bilzen (hierna: het GRS): “Bepaling
  12. Selectie van prioritair te ontwikkelen wooninbreidings- en woonuitbreidingsgebieden De gemeente selecteert Bi-WU1 Tabaert als te ontwikkelen woonuitbreidingsgebied binnen de gemeente Bilzen[...]. Bepaling
  13. Selectie van lokale wegen Lokale weg type I (verbindingsweg): N730 vanaf Spelverstraat richting Zutendaal. Bepaling
  14. Opstellen RUP’s voor de prioritair te ontwikkelen woonin- en woonuitbreidingsgebieden De gemeente gaat over tot het opstellen van RUP’s voor de prioritair te ontwikkelen wooninbreidings- en uitbreidingsgebieden. X-17.415-5/16 Bepaling
  15. Opstellen RUP strategische stedelijke ontwikkeling Tabaert De gemeente gaat in het kader van de uitbouw van het stedelijk gebied over tot de opmaak van een RUP met bijhorend onteigeningsplan voor de gebiedsgerichte ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied Tabaert, op basis van een onderbouwd masterplan. De verbeterde ontsluiting van de Tabaert naar het centrum wordt hierin opgenomen. Bepaling
  16. Opstellen masterplan stedelijke ontwikkeling Spelver- Tabaert De gemeente gaat over tot de opmaak van een masterplan voor de KMO- zone Spelver en het woonuitbreidingsgebied Tabaert om op een gestructureerde manier de verdere ontwikkeling van haar stedelijk gebied uit te bouwen.” 3.
  17. Verzoeker is eigenaar van twee percelen, gelegen aan de Tabaartstraat te Bilzen, kadastraal gekend afdeling 1, sectie G, nummer 543 en 545/a, die volgens het gewestplan in WUG gelegen zijn. Verzoekers percelen bevinden zich ten noorden van het plangebied en verzoeker stelt er een groepswoningbouwproject te willen ontwikkelen. 3.
  18. Over het gemeentelijk RUP wordt van 4 mei tot 2 juli 2018 een openbaar onderzoek georganiseerd. Er worden twee adviezen verleend en twee bezwaren ingediend, waaronder door verzoeker. 3.
  19. Op 9 augustus 2018 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Bilzen (hierna: de Gecoro) de bezwaren. 3.
  20. Op 4 september 2018 stelt de gemeenteraad van Bilzen het gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Het grafisch plan bij dit besluit is het volgende: X-17.415-6/16 De legende van de stedenbouwkundige voorschriften bij dit plan luidt: X-17.415-7/16 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  21. Verzoeker roept in een eerste middel de schending in van de “artikelen 2.2.5 en 2.2.21 VCRO, het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur, ‘Patere legem quam ipse fecisti’, als algemeen rechtsbeginsel en beginsel van behoorlijk bestuur.” 4.1.
  22. In een eerste middelondereel bekritiseert verzoeker dat er, in strijd met artikel 2.2.21, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), geen enkel document “met de omschrijving als of dat betiteld is als ‘masterplan’ tijdens het openbaar onderzoek ter inzage lag”. Het openbaar onderzoek is aldus onzorgvuldig georganiseerd. Ook het GRS vereiste deze terinzagelegging tijdens het openbaar onderzoek. 4.1.
  23. Volgens een tweede middelonderdeel beperkt de Gecoro zich tot de “behandeling/bespreking” van de bezwaren, en adviseert zij de gemeenteraad niet uitdrukkelijk “omtrent de inwilliging of de verwerping van deze bezwaren”. De gemeenteraad heeft de bezwaren niet beoordeeld en heeft zich het advies van de Gecoro niet eigen gemaakt. De gemeenteraad heeft aldus artikel 2.2.21 VCRO geschonden en heeft onzorgvuldig gehandeld. 4.1.
  24. In een derde middelonderdeel betoogt verzoeker dat het bestreden gemeentelijk RUP in strijd met artikel 2.2.5 VCRO een “beleidsvisie” bevat. Een dergelijke “beleidsvisie” behoort niet tot de “decretale inhoud van een RUP”. 4.
  25. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord, wat het eerste middelonderdeel betreft, dat het GRS duidelijk stelt dat er voor gans het WUG ‘Tabaert’, dus met inbegrip van zijn percelen, een RUP moet opgesteld X-17.415-8/16 worden. Dat RUP moet volgens het GRS op een onderbouwd masterplan steunen. Het masterplan moet dus noodzakelijkerwijze vóór het gemeentelijk RUP opgemaakt zijn, en kan derhalve geen deel zijn van de werkzaamheden van dat gemeentelijk RUP. Onderdelen van het RUP aanduiden als masterplan is onzorgvuldig en in strijd met het GRS. Volgens verzoeker draagt trouwens geen enkel deel van het RUP de naam ‘masterplan’. “De enkele zinnen” in de toelichtingsnota betreffen geen onderbouwd masterplan. Als het masterplan in een deel van het gemeentelijk RUP opgenomen is, bestaat er wel degelijk een “zelfstandig” document “waaruit men stukken heeft opgenomen in het RUP”. Verzoeker acht het “toch wel eigenaardig” dat dit document niet in het administratief dossier wordt meegedeeld. Het doet volgens hem “vermoeden dat er of geen onderbouwd masterplan is, of dat het zelfstandig document iedere onderbouw mist of dat daar vervelende dingen in staan die men niet wilt openbaren”. 4.
  26. Verzoeker doet in zijn laatste memorie nog gelden dat het hem “de nodige duidelijkheid” zou bieden indien mocht blijken dat het masterplan voor zijn groepswoningbouwproject geen weigeringsgrond kan zijn. Hij wil dit graag in het arrest bevestigd zien. Beoordeling 5.1.
  27. Vastgesteld moet worden dat het door de bindende bepalingen 24 en 36 van het GRS vereiste masterplan (zie randnummer 3.3.4) is opgenomen onder de titel ‘7.
  28. Visie’ (zie randnummer 3.3.3) en volgende van de – tijdens het openbaar onderzoek ter inzage gelegde – toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP. De Gecoro heeft daar in antwoord op verzoekers desbetreffende bezwaar uitvoerig op gewezen. Verzoeker betrekt dit antwoord niet concreet bij zijn uiteenzetting. X-17.415-9/16 5.1.
  29. In zoverre verzoeker pas in zijn memorie van wederantwoord het “onderbouwd” zijn van het masterplan betwist, is dit laattijdig en is het middel onontvankelijk. 5.1.
  30. Het eerste middelonderdeel wordt verworpen. 5.2.
  31. De Gecoro heeft in haar advies verzoekers bezwaren onderzocht en beoordeeld. Verzoeker betrekt dit advies niet concreet bij zijn uiteenzetting. In het bestreden besluit verwijst de gemeenteraad uitdrukkelijk naar verzoekers bezwaar en de behandeling van de bezwaren door de Gecoro. Verder stelt het bestreden besluit: “Overwegende dat de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP Tabaart op basis van het advies van de GECORO nog beperkt aangepast werden.” Uit het voormelde mag afdoende blijken dat de gemeenteraad zich bij de beoordeling van de bezwaren door de Gecoro heeft aangesloten, door zich ernaar te voegen. 5.2.
  32. Het tweede middelonderdeel wordt verworpen. 5.3.
  33. Blijkens de stukken van het dossier, en zoals de verwerende partij in haar memorie van antwoord bevestigt (“Het masterplan is immers geen juridisch bindend document”), is het door verzoeker geviseerde masterplan niet bindend. Titel 7.5 van de toelichtingsnota maakt in dit verband melding van een “[m]ogelijke invulling” van het WUG. De rechtstoestand van verzoekers percelen wordt door het masterplan niet geraakt. 5.3.
  34. Het masterplan kan begrepen worden als een verantwoording van de door het gemeentelijk RUP vooropgestelde doel om “het uitgestrekte woonuitbreidingsgebied op een gestructureerde manier in te vullen, aansluitend bij de noden van de stad Bilzen” (toelichtingsnota, p. 42), zoals vereist door het bindend gedeelte van het GRS en overeenkomstig het te dezen toepasselijke X-17.415-10/16 artikel 2.5.2, § 1, VCRO. Het is niet van aard om het gemeentelijk RUP te vitiëren. 5.3.
  35. Het derde middelonderdeel is ongegrond. 5.
  36. Het middel wordt in zijn geheel verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.
  37. Verzoeker roept in een tweede middel de schending in van “artikel 1.1.3, artikel 2.1.1, artikel 2.1.19, artikel 2.2.18 VCRO en artikel 216 van het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving en schending van het GRS- Bilzen”. 6.1.
  38. In een eerste middelonderdeel betoogt verzoeker dat het bestreden besluit een gemeentelijk RUP vaststelt waarvoor de beleidsvisie in een beweerd masterplan in dat RUP is opgenomen, zonder dat er zelfs een document met die titel bestaat. Het bestreden gemeentelijk RUP is niet opgemaakt ter uitvoering van het GRS of het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan, zodat de rechtens vereiste beleidsmatige grondslag ontbreekt. 6.1.
  39. In een tweede middelonderdeel betoogt verzoeker dat het GRS in zijn bindende bepaling 24 stelt dat het gemeentelijk RUP dat moet opgemaakt worden “een RUP over de ‘strategische stedelijke ontwikkeling Tabaert’ is” en “derhalve het volledige woonuitbreidingsgebied moet betreffen”. De bindende bepalingen 35 tot 37 van het GRS voorzien enkel in de opmaak van een masterplan voor de KMO-zone Tabaart, niet voor het WUG. 6.2.
  40. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord, wat het eerste middelonderdeel betreft, dat men buiten het structuurplanningsproces geen X-17.415-11/16 beleidsvisie kan ontwikkelen, en dat uit het GRS “ondubbelzinning” volgt dat voor het gebied ‘Tabaart’ in dat GRS geen visie is ontwikkeld. 6.2.
  41. Wat het tweede middelonderdeel betreft, stelt verzoeker dat het GRS geen afbreuk mag doen aan de gewestplanbestemming en dat het ontwikkelen van een beleidsvisie die het plangebied van het gemeentelijk RUP te buiten gaat “precies gericht [is] tegen de onmiddellijke uitvoering van de gewestplanbestemming door groepswoningbouw”. Beoordeling 7.1.
  42. Bij de beoordeling van het eerste middel werd reeds vastgesteld dat het door de bindende bepalingen 24 en 36 van het GRS vereiste masterplan is opgenomen onder de titel ‘7.
  43. Visie’ en volgende van de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP (zie randnummer 5.1.1). De in het tweede middelonderdeel geuite kritiek van verzoeker op het “beweerd” masterplan “zonder dat er zelfs een document met die titel blijkt te bestaan”, en op het gemeentelijk RUP, dat niet ter uitvoering van het GRS zou zijn opgemaakt, werd eerder door de Gecoro in antwoord op een gelijkluidend bezwaar van verzoeker weerlegd. Er wordt onder meer op gewezen dat het “GRS [...] de algemene visie [omschrijft] en [...] de krijtlijnen uit[zet]” en dat het “masterplan [...] deze verder [heeft] verfijnd”. Verzoeker betrekt dit antwoord niet in het minst bij zijn uiteenzetting. Dit volstaat om het middelonderdeel te verwerpen. 7.1.
  44. Het eerste middelonderdeel wordt verworpen. 7.2.
  45. Ook wat verzoekers kritiek in het tweede middelonderdeel betreft, heeft de Gecoro op een gelijkluidend bezwaar van verzoeker een antwoord verstrekt, dat verzoeker niet bij zijn uiteenzetting betrekt. Daarin wordt onder verwijzing naar de bindende bepalingen 24 en 36 van het GRS gesteld dat het WUG “maar [kan] aangesneden worden als de behoefte kan aangetoond X-17.415-12/16 worden”, dat er “geen behoefte [is] om het volledige woonuitbreidingsgebied nu aan te snijden” en dat “daarom [wordt] gekozen om enkel het zuidelijk deel, aansluitend bij de bestaande bebouwing, te ontwikkelen”. Verzoeker toont de onwettigheid van deze verantwoording niet aan. Hij overtuigt er niet van dat uit de bindende bepalingen 24 en 36 van het GRS volgt dat voor het gehele WUG één gemeentelijk RUP moet worden opgemaakt. De verwerende partij wijst er in dit verband in haar memorie van antwoord overigens terecht op dat in het richtinggevend gedeelte van het GRS uitdrukkelijk wordt gesteld dat het WUG ‘Tabaert’ “gefaseerd moet gerealiseerd worden” (richtinggevend gedeelte GRS, p. 55). 7.2.
  46. Bepaling 36 van het bindend gedeelte van het GRS luidt: “De gemeente gaat over tot de opmaak van een masterplan voor het woonuitbreidingsgebied Spelver en de KMO-zone Tabaert om op een gestructureerde manier de verdere ontwikkeling van haar stedelijk gebied uit te bouwen.” Met de verwerende partij wordt aangenomen dat de woorden “Spelver” en “Tabaert” in de voormelde bepaling ingevolge een materiële vergissing zijn verwisseld. Verzoeker overtuigt er dan ook niet van dat het GRS enkel in de opmaak van een masterplan “voor de KMO-zone Tabaart, niet voor het WUG” zou voorzien. Ten andere voorziet ook de bindende bepaling 24 van het GRS in de opmaak van een masterplan voor het WUG ‘Tabaert’ (zie randnummer 3.3.4). 7.2.
  47. Het tweede middelonderdeel is ongegrond. 7.
  48. Het middel wordt in zijn geheel verworpen. X-17.415-13/16 C. Derde middel Uiteenzetting van het middel 8.
  49. Verzoeker roept in een derde middel de schending in van “artikel 2.2.5 en artikel 2.2.21 VCRO en bevoegdheidsoverschrijding”. Hij zet uiteen dat het gemeentelijk RUP gedetailleerde ontwikkelingsdoelstellingen en beleidsvisies voor het gehele WUG bevat, ook voor die delen van het WUG, zoals zijn eigendom, die niet binnen de perimeter van het gemeentelijk RUP vallen. De Gecoro bevestigt dat die beleidsvisie deel uitmaakt van het gemeentelijk RUP, daar waar de bevoegdheid van de gemeenteraad beperkt is tot de gebiedsomschrijving zoals afgebakend door het grafisch plan. Door in het gemeentelijk RUP ontwikkelingsdoelstellingen en beleidsvisies op te nemen die gronden betreffen die niet binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP gelegen zijn, overschrijdt de gemeenteraad zijn bevoegdheid. 8.
  50. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat de beleidsvisie van het masterplan het hele WUG behandelt. De beleidsvisie spreekt zich derhalve ook over de verdere ontwikkeling van het noordelijk deel ervan uit, waaronder zijn percelen, die niet binnen het toepassingsgebied van het gemeentelijk RUP vallen. De gemeenteraad gaat zijn bevoegdheid om een gemeentelijk RUP vast te stellen twee keer te buiten. Een eerste maal door een beleidsvisie te formuleren, “daar waar de gemeenteraad dat enkel kan als vaststeller van het GRS”. Een tweede maal “door met die beleidsvisie de ontwikkeling te bepalen van een gebied dat zelfs niet in het plan opgenomen is. Beleid dat tegen het gewestplan ingaat, dat door het plan voor de percelen van de verzoekende partij niet gewijzigd wordt.” X-17.415-14/16 Beoordeling 9.
  51. Eens temeer betrekt verzoeker het antwoord van de Gecoro op zijn gelijkluidend bezwaar niet bij zijn uiteenzetting. Zoals gezien bij de beoordeling van het eerste middel (randnummer 5.3.1 e.v.), is het masterplan niet bindend, hetgeen ook de Gecoro in antwoord op verzoekers bezwaar heeft gesteld, en is dat plan in overeenstemming met het GRS en het bepaalde in het te dezen toepasselijke artikel 5.2.5 VCRO. 9.
  52. Het middel wordt verworpen. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel 10.
  53. Verzoeker roept in een vierde middel de schending in van de “artikelen 2.1.14 tot 2.1.19 VCRO en machtsoverschrijding”. Hij zet uiteen dat een beleidsvisie in de vorm van een structuurplan, middels een eigen procedure, moet opgesteld worden. Door een beleidsvisie voor het volledige WUG vast te stellen, zonder het GRS te wijzigen of aan te vullen, overschrijdt de gemeenteraad zijn bevoegdheid. 10.
  54. In zijn memorie van wederantwoord stelt verzoeker dat de verwerende partij aangeeft dat het masterplan geen beleidsvisie betreft. Hij meent dat de verwerende partij toegeeft “dat het bestreden RUP dat beleidsmatige uitspraken bevat t.a.v. [zijn] eigendom [...] niet steunt op een regelmatig ontwikkelde beleidsvisie”. Beoordeling 11.
  55. Verzoeker overtuigt er met zijn uiteenzetting niet van dat het GRS geen afdoende grondslag voor het gemeentelijk RUP zou bieden. Met X-17.415-15/16 betrekking tot verzoekers kritiek op het masterplan zij verwezen naar het derde onderdeel van het eerste middel (randnummer 5.3.1 en volgende). 11.
  56. Het middel wordt verworpen. V. Conclusie
  57. Het beroep moet hoe dan ook als ongegrond verworpen worden BESLISSING
  58. De Raad van State verwerpt het beroep.
  59. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.415-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.942 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.