← België

Arrest 249950 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 02/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.950 Rolnummer: A. 232979/VII-41031 Zaak: Arrest 249950 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 02/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-09 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 249.950 van 2 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 249.950 van 2 maart 2021 in de zaak A. 232.979/VII-41.031 In zake: de BVBA QUIRYNEN DAIRY FARMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ilse Cuypers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 februari 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 15 februari 2021 houdende een transportverbod overeenkomst artikel 54 Mestdecreet”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 maart 2021, om 10.00 uur. VII-41.031-1/13 Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaten Ilse Cuypers en Nino Vermeire, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Pieter Dewaele, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Gegevens van de zaak
  4. Het bedrijf van de verzoekende partij maakt het voorwerp uit van een strafrechtelijk onderzoek naar mestfraude. Het persbericht dat het openbaar ministerie omtrent dit onderzoek heeft gepubliceerd op 11 februari 2021 luidt: In beide onderzoeken zijn tot nu aanwijzingen gevonden van grootschalige fraude met mest, onder meer door het uitvoeren van grote aantallen niet-geregistreerde mesttransporten en het manipuleren van analyseresultaten van staalnames van mest.(...) Uit de aard van de vermoede misdrijven volgt dat er mogelijk risico‟s kunnen bestaan voor het milieu of de volksgezondheid. Daarom werden ook de bevoegde bestuurlijke overheden ingelicht, zodat zij eventueel de nodige maatregelen zouden kunnen treffen. Het verdere onderzoek, onder andere door aangestelde deskundigen, zal moeten uitwijzen of deze risico‟s zich ook werkelijk hebben voorgedaan. De feiten zijn op dit moment gekwalificeerd als criminele organisatie, valsheid in geschriften, oplichting, inbreuken op het mestdecreet, op het omgevingsvergunningsdecreet, op het decreet algemene bepalingen milieubeleid en op het materialendecreet, inbreuken op de Europese Verordening inzake overbrenging van afvalstoffen en inbreuken op de Europese Verordening inzake dierlijke bijproducten VII-41.031-2/13
  5. Nadat de verwerende partij kennis had gekregen van dit onderzoek, en na toezicht ter plaatse, werd op 15 februari de bestreden beslissing genomen. Deze luidt: Op 11 februari 2021 werd de Mestbank ingelicht door het kabinet van de Vlaamse minister van Omgeving omtrent een lopend gerechtelijk onderzoek rond grootschalige mestfraude waarbij uw bedrijf betrokken is. Toezichthouders van de Mestbank hebben op die dag ook een bezoek gebracht aan uw bedrijf om zich te vergewissen van de situatie ter plaatse. Op uw exploïtatie „Hollebeekhoeve‟ werd hierbij een lozing van meststoffen vastgesteld, waarvoor er aan u maatregelen zullen opgelegd worden. Uit de inlichtingen die wij omtrent het lopend gerechtelijk onderzoek hebben ontvangen, blijkt dat er aanwijzingen zijn dat er op uw bedrijf een aanzienlijk aantal niet-aangegeven mesttransporten hebben plaatsgevonden in de periode vanaf 2017 tot heden, die geleverd werden aan en vertrokken zijn vanaf uw bedrijf. Tevens wordt er melding gemaakt van een manipulatie van de registratiegegevens met het oog op het misleiden van de controlediensten. Het niet-registreren van mesttransporten is een inbreuk op de bepalingen van het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Onder meer houdt dit een inbreuk in van artikel 47 en artikel 48 van het Mestdecreet. Artikel
  6. §
  7. De landbouwer moet de meststoffen op een milieukundig verantwoorde wijze en overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten afzetten. … §
  8. De producenten van andere meststoffen, de uitbaters van een mestverzamelpunt, een bewerkings-of een verwerkingseenheid zijn ertoe gehouden de in hun bedrijf geproduceerde, verhandelde of overgedragen dierlijke mest en andere meststoffen af te zetten of te exporteren overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten. … Artikel
  9. §
  10. Het vervoer van dierlijke mest of van andere meststoffen mag enkel gebeuren door daartoe door de Mestbank erkende mestvoerders. … §
  11. Voor elk vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen moet de erkende mestvoerder een mest-afzetdocument, waarvan de inhoud, de vorm en het gebruik door de Vlaamse Regering worden bepaald, opmaken. … §
  12. Elk vervoer door een erkende mestvoerder moet vooraf, door de erkende mestvoerder, aan de Mestbank worden gemeld, via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. … Voor elk vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen moet de erkend mestvoerder gebruik maken van een systeem van onlinepositiebepaling. De gegevens van het systeem van onlinepositiebepaling worden door de AGR-GPS-dienstverlener aan de Mestbank overgemaakt. De opvolging van de meststromen speelt een belangrijke rol in de realisatie van de doelstellingen van het mestbeleid in Vlaanderen. Voor Vlaanderen VII-41.031-3/13 zijn de belangrijkste bepalingen van het mestbeleid opgenomen in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Het Mestdecreet heeft tot doel: "de bescherming van het leefmilieu door de waterverontreiniging die wordt veroorzaakt of teweeggebracht door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen, verdere verontreiniging van die aard te voorkomen, bij te dragen tot de realisatie van een goede toestand van de watersystemen en de beperking van de luchtverontreiniging als gevolg van de productie en het gebruik van meststoffen. Dit doel wordt ondermeer gerealiseerd door bepalingen inzake de productie, de verhandeling, het gebruik, de bewerking en de verwerking van meststoffen, en dit zowel in het kader van de goede landbouwpraktijken als in het kader van de zorg voor de goede kwaliteit van het water en de bodem." (artikel 2 van het Mestdecreet) Vlaanderen bezit een groot mestoverschot en een ondermaatse waterkwaliteit. Een doeltreffende opvolging van de verschillende meststromen van en naar mestverwerkingsinstallaties, eigen gronden of gronden van derden alsook de eigen exploitaties en deze van derden, vormt een essentieel onderdeel van het Vlaamse Mestbeleid om de waterkwaliteit te verbeteren en er voor te zorgen dat de mestoverschotten niet tot grote milieuproblemen leiden. Mesttransporten die niet geregistreerd zijn of transporten waarvan de gegevens niet overeenstemmen met de werkelijkheid, leiden ertoe dat de nutriëntenstromen op uw bedrijf en op de bedrijven waar u mee samenwerkt, niet overeenstemmen met de realiteit. Dergelijke praktijken houden vaak verband met een niet milieukundig verantwoorde afzet van meststoffen en hebben een negatieve impact op het milieu. Het niet-registreren van de nodige mesttransporten, waarvan uw bedrijf verdacht wordt, houdt een ernstig risico in naar de volksgezondheid, de diergezondheid en het milieu. Gelet op bovenstaande zijn wij dan ook van oordeel dat de bepalingen van het Mestdecreet op uw bedrijf niet steeds correct nageleefd worden, en dat de meststoffen op uw bedrijf niet op een oordeelkundige manier gebruikt worden. De vastgestelde feiten en de impact die deze kunnen hebben op het leefmilieu, vereisen dat er hiertegen opgetreden wordt. Rekening houdend met dit alles zien wij ons dan ook genoodzaakt om maatregelen te nemen om de aanvoer en afvoer van meststoffen van en naar uw bedrijf en uw gronden beter op te volgen zodat alle meststromen van en naar uw bedrijf en uw gronden volledig kunnen opgevolgd worden. Besluit Rekening houdend met bovenstaande elementen wordt de aanvoer en afvoer van dierlijke mest en andere meststoffen van en naar uw bedrijf en uw gronden, in uitvoering van artikel 54 van het Mestdecreet, en de artikelen 9.5.8.1 en volgende van de VLAREME van 28 oktober 2016, vanaf heden tot en met 15 mei 2021, verboden. Bovenstaand verbod heeft betrekking op al de activiteiten die het bedrijf Quirynen Dairy Farming BVBA, Koekhoven 38/1, é0 Merksplas, uitvoert in het kader van de mestregelgeving, ongeacht de exploitatie waarop of de hoedanigheid (landbouwer, uitbater van een mestverzamelpunt, VII-41.031-4/13 mestbewerkings- of verwerkingseenheid, ...) waarin deze uitgevoerd worden. Op heden is Quirynen Agri Farming BVBA, Koekhoven 38/1, é0 Merksplas, gekend als • be-verwerkingseenheid met uitbaternummer BV99966000019 gelegen te Hondenstraat 24, 9150 Krulbeke. • Verzamelpunt met uitbaternummer VP99966000019, gelegen te Vrouwkensblok 8, 2310 Rijkevorsel alsook te Bosstraat 11, é0 Merksplas. • Landbouwbedrijf met uit exploitantnummer 11069619, gelegen te Koekhoven 2/A, é0 Merksplas; Koekhoven 44, é0 Merksplas; Koekhoven 44/A, é0 Merksplas; Koekhoven 40, é0 Merksplas; Geheul 2, é0 Merksplas; Hondenstraat 24, 9150 Kruibeke en Berkelaar 4, é0 Merksplas. Dit verbod heeft betrekking op alle transporten van dierlijke mest of andere meststoffen van en naar uw bedrijf, met inbegrip van de bedrijfsinterne transporten. Hieronder wordt onder meer begrepen alle transporten die op uw exploitatie of uitbating zouden toekomen of die uw exploitatie of uitbating zouden verlaten, met inbegrip van alle transporten naar eigen gronden of gronden van derden, opslagen of verwerkingsinstallaties, en dit ongeacht of deze tot het bedrijf behoren of niet en ongeacht of het transport al of niet over de openbare weg gaat. Van dit verbod kan, na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de Mestbank en indien deze geen inbreuk vormt tegen andere maatregelen die aan uw bedrijf werden opgelegd, afgeweken worden. Voor een vlotte afhandeling van eventuele aanvragen om af te wijken van dit verbod, dient u een aanvraag in te dienen via handhaving.oost@vlm.be, die een motivering van de noodzaak voor het uitvoeren van de betreffende transporten bevat en die:
  13. uiterlijk op de donderdag van de week, voorafgaand aan de week waarin u de transporten wil laten uitvoeren, aan de Mestbank overgemaakt wordt. In geval de donderdag of vrijdag van de week, voorafgaand aan de week waarin u de transporten wil laten uitvoeren, een wettelijke feestdag is, dient u uw aanvraag uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de week waarin u de transporten wil laten uitvoeren, in;
  14. alle transporten vermeldt die u in de volgende week (maandag tot en met zondag) wil laten uitvoeren;
  15. het overzicht van de transporten die u wil laten uitvoeren, bevat, per transport, minstens volgende informatie: a. geplande datum van transport; b. identiteit van de mestvoerder die het transport zal uitvoeren. Dit moet een externe, onafhankelijke, erkende mestvoerder zijn die niet bij het lopend gerechtelijk onderzoek betrokken is, noch op enigerlei wijze verbonden is met personen die bij het lopend gerechtelijk onderzoek betrokken zijn. Tijdens het transport wordt ten alle tijde gebruik gemaakt van AGR-GPS-opvolging; c. de exacte laad- of losplaats op het bedrijf. Om de exacte laad- of losplaats op het bedrijf te duiden, worden op een luchtfoto alle opslagplaatsen op het bedrijf genummerd. Het nummer van de exacte laad- of losplaats op het bedrijf wordt op het overzicht vermeld. De luchtfoto waarbij alle VII-41.031-5/13 opslagplaatsen op het bedrijf genummerd zijn, wordt bij het overzicht gevoegd; d. de identiteit van de aan- of afnemer van de meststoffen, met vermelding van de exacte locatie waar de meststoffen gelost zullen worden, ook als het over eigen gronden gaat; e. de geplande hoeveelheid mest die per transport vervoerd zal worden, uitgedrukt in ton; f. de samenstelling van de mest en de mestsoort die vervoerd zal worden. De samenstelling van de mest die vervoerd zal worden, moet bepaald worden op basis van een nieuwe staalname en bijhorende analyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium. De staalname dient genomen te worden, op een werkdag, door een staalnemer, verbonden aan het betreffende erkende laboratorium en in aanwezigheid van een toezichthouder van de Mestbank. Om dit mogelijk te maken dient u de dienst Handhaving van de Mestbank minstens 3 werkdagen voor de geplande staalname op de hoogte te brengen, met vermelding van de geplande staalnamedatum, het gepland uur van staalname en de identiteit van de staalnemer die de staalname zal uitvoeren.
  16. Een overzicht van eventuele bijkomende voorwaarden die u zal respecteren, om de controleerbaarheid van de transporten te verhogen en een oordeelkundig gebruik van nutriënten te garanderen. Voor aanvragen, ingediend overeenkomstig de hoger vermelde voorwaarden, zijn wij bereid om u, vóór het begin van de week waarin u de transporten wil laten uitvoeren, mede te delen of wij u toestemming verlenen voor de vermelde transporten en in voorkomend geval welke bijkomende voorwaarden u in dit kader dient te respecteren. Wat dit betreft kunnen we u reeds meedelen dat, op basis van de gegevens waarover we in dit dossier beschikken, een eventuele toestemming om bepaalde transporten uit te voeren, vaak gepaard zal gaan met bijkomende voorwaarden, die de controleerbaarheid van de uitgevoerde transporten moeten verhogen, zoals onder meer: 1° de verplichting om het volledige transport (met inbegrip van het laden en het lossen) uit te voeren tussen 8u en 18u; 2° de verplichting om het transport ten laatste de dag voor het transport aan te melden via het MestTransportInternetLoket (MTIL). IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  17. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VII-41.031-6/13 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  18. De verzoekende partij zet uiteen: De bestreden beslissing en de erin vervatte verboden zijn onmiddellijk van toepassing. Verzoekende partij kan het onder de huidige omstandigheden enkel ondergaan, vermits zij onmogelijk aan de intrekkingsvoorwaarden kan voldoen. Het transportverbod veroorzaakt in ieder geval en ogenblikkelijk schade. De bedrijfsvoering van verzoekende partij wordt er volledig door stilgelegd. De financieel adviseur van verzoekende partij begroot het bedrijfsverlies t.g.v. het stilliggen van de vergister op EUR 1.880.001,00, waardoor de continuïteit van de onderneming onmiddellijk in het gedrang komt en faillissement onafwendbaar wordt (zie stuk 9). De aan- en afvoer van materialen is nochtans cruciaal voor de bedrijfsvoering van de milieutechnische eenheid verzoekende partij en voor de werking van de biogasinstallatie, zonder dewelke de bedrijfsvoering niet kan overleven. Er kan bovendien momenteel geen mest worden vervoerd, ondanks dat het uitrijdseizoen begonnen is op 15 februari
  19. Verzoekende partij draait alleen maar verlies dat per verloren dag exponentieel oploopt. In totaal heeft het transportverbod tot 15 mei 2021 een negatieve impact op het resultaat van de ganse Quirynen groep (later uitrijden e.d.m.), welke door de financieel adviseur van verzoekende partij geraamd wordt begroot op EUR 503.050,00 (zie stuk 10). Het opgelegde verbod zal ontegensprekelijk met zich meebrengen dat er nauwelijks of geen inkomsten meer zullen zijn en onvermijdelijk op korte termijn het faillissement van verzoekende partij. Doch zelfs zonder gevaar op faillissement kan de uiterst dringende noodzakelijkheid wegens het financieel nadeel worden aanvaard: een financiële klap kan volstaan. De tussenkomst van Uw Raad is dringend en noodzakelijk om een einde te stellen aan de verdere onderworpenheid van verzoekende partij aan het disproportionele transportverbod met zwaarwichtige gevolgen. Zij benadrukt voorts dat zij geconfronteerd wordt met een manifest onwettige overheidsbeslissing en dat zij diligent is opgetreden.
  20. De verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partij er van uit gaat dat „de transportbeperking‟ werd opgelegd met toepassing van artikel 54, lid 1 van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (hierna: Mestdecreet) VII-41.031-7/13 dat het transportverbod betreft dat wordt meegedeeld aan een mestvoerder wanneer de Mestbank vaststelt dat de dierlijke mest of andere meststoffen zullen worden afgezet of vervoerd in strijd met de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, van de Verordening nr. 1069/2009, van de regelgeving van de plaats van bestemming voor wat betreft mesttransporten waarvan de plaats van bestemming buiten het Vlaamse Gewest is gelegen of van de Verordening nr. 1013/
  21. In werkelijkheid gaat het om een „transportbeperking‟ die op grond van artikel 54, tweede lid van het Mestdecreet wordt opgelegd aan een bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid. Overeenkomstig deze bepaling (die omstandig werd toegelicht in de bestreden beslissing) geldt in dat geval geen absoluut transportverbod; enkel transporten waarvoor geen voorafgaande goedkeuring door de Mestbank wordt bekomen, zijn verboden. Op het verbod kunnen afwijkingen toegestaan worden en de Mestbank engageert zich er toe om aanvragen die daartoe worden ingediend voor transporten tijdens een daaropvolgende week, vóór aanvang van die week te zullen behandelen. Quirynen Dairy Farming heeft op 18 februari 2021 al transporten aangevraagd, die haar op 19 februari 2021 door de Mestbank werden toegestaan. Ook gaat de verzoekende partij er van uit dat de bestreden beslissing niet enkel de aan- en afvoer van meststoffen raakt, maar al de activiteiten die ze uitvoert in het kader van de mestregelgeving, ongeacht de exploitatie waarop of de hoedanigheid (landbouwer, uitbater van een mestverzamelpunt, mestbewerkings- of verwerkingseenheid, …) waarin deze uitgevoerd wordt, waardoor niet enkel de transporten worden stilgelegd, maar ook het gebruik van de vergistingsinstallatie onmogelijk wordt gemaakt. Dit is een verkeerde lezing van de bestreden beslissing. Er wordt geen exploitatieverbod opgelegd. De transportbeperking raakt de activiteiten en exploitaties van de verzoekende partij uitsluitend in zoverre ze betrekking hebben op de aanvoer en afvoer van dierlijke mest en andere meststoffen van en naar het bedrijf en haar gronden. VII-41.031-8/13 De verwerende partij wijst erop dat de stukken die de verzoekende partij voorlegt ter staving van de spoedeisendheid een begroting betreffen van het bedrijfsverlies ten gevolge van het stilliggen van de vergister (stuk 9 verzoekende partij) en een begroting van het bedrijfsverlies van de Quirynen groep (stuk 10 verzoekende partij). Deze stukken hebben geen betrekking op de activiteiten van de verzoekende partij zelf. Ze gaan bovendien telkens uit van de onjuiste veronderstelling dat de bestreden beslissing tot een onmiddellijke en volledige stillegging van de biogasinstallatie leidt; en gaan er ook ten onrechte van uit dat er door de maatregel geen mesttransporten meer uitgevoerd kunnen worden. Er wordt volledig abstractie gemaakt van het feit dat er afwijkingen mogelijk zijn op de transportbeperking én dat de Mestbank (op de enige vraag die daartoe tot heden is gesteld vanuit de Groep Quirynen) daartoe al toestemming heeft verleend. Beoordeling
  22. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt VII-41.031-9/13 bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. Hoewel het diligent optreden bij het inleiden van een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid een noodzakelijke vereiste is, volstaat het enkel voldoen aan deze eis op zich niet. Voorts staat de beoordeling van de urgentie los van de beoordeling van de ernst van de middelen. De bewering dat de bestreden beslissing disproportioneel is en dat de verzoekende partij geconfronteerd wordt met een manifest onwettig overheidsoptreden is dan ook niet relevant.
  23. Een financieel verlies kan, behoudens tegenbewijs, worden hersteld na een annulatiearrest, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangevoerd zoals wanneer de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteiten moet worden stopgezet, waardoor zij op een faillissement afstevent, of dat het voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van het bedrijf ernstig in gevaar wordt gebracht. Om de spoedeisendheid aan te tonen moeten de financiële gevolgen dus in beginsel onomkeerbaar zijn.
  24. De verzoekende partij omschrijft zichzelf als volgt: Verzoekende partij exploiteert een rundveebedrijf en vormt samen met Quirynen Energy Farming bvba (exploitatie van vergistings- en biogasinstallatie een milieutechnische eenheid gelegen aan Koekhoven 38 te é0 Merksplas.[…] Verzoekende partij [is] een landbouwbedrijf met in totaliteit meer dan 6700 stuks rundvee (1200 stuks melkvee, 700 stuks jongvee en 4800 stuks vleeskalveren) verspreid over een 7-tal exploitaties verspreid over Merksplas en Kruibeke. Op de site in Kruibeke bevat dit bovendien een VII-41.031-10/13 vergisting/biogasinstallatie waarmee er duizenden gezinnen voorzien worden van groene stroom. Als producent van groene elektriciteit, groene warmte en waardevolle bodemverbeterende middelen op basis van doorgedreven hergebruik van afvalstoffen en dierlijke mest, vormt verzoekende partij een belangrijke schakel binnen de circulaire economie en voorziet zij 20.000 gezinnen van groene stroom.
  25. De spoedeisendheid moet bestaan in hoofde van de verzoekende partij persoonlijk, niet in hoofde van de milieutechnische eenheid die door meerdere onderscheiden vennootschappen wordt geëxploiteerd. De aangevoerde financiële impact ten aanzien van de bv Quirynen Energy Farming (stuk 9 van de verzoekende partij) moet in deze vordering buiten beschouwing blijven. Het betreft de beweerde impact van de veiligheidsmaatregel die aan die vennootschap werd opgelegd, en die door haar wordt bestreden in de vordering met rolnummer A. 232.970/VII-41.028, waar hetzelfde stuk wordt voorgelegd, als stuk
  26. Stuk 10 van de verzoekende partij heeft zowel betrekking op haarzelf als op de transportverboden opgelegd aan de bv Quirynen Energy Farming (aangevochten in A. 232.980/VII-41.032, waar hetzelfde stuk wordt voorgelegd) en aan de bv Quirynen Agri Farming (aangevochten in A. 232.978/VII-41.030, waar hetzelfde stuk wordt voorgelegd). De bedragen worden echter niet opgesplitst per vennootschap, zodat de Raad van State er ook het raden naar heeft wat de impact van de respectieve bestreden besluiten zou kunnen zijn op de betreffende vennootschap.
  27. De bestreden beslissing werd genomen bij toepassing van artikel 54, tweede lid, van het Mestdecreet, dat luidt: Als de Mestbank vermoedt dat op een bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid de bepalingen van dit decreet niet correct nageleefd worden of dat de meststoffen op een onoordeelkundige wijze gebruikt worden, kan ze opleggen dat elke aanvoer of afvoer van dierlijke mest of andere meststoffen naar dat bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid verboden is, behalve na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de Mestbank. VII-41.031-11/13 Deze regeling houdt dus niet in dat alle aan- en afvoer op absolute wijze wordt verboden, maar wel dat alle transporten worden onderworpen aan een voorafgaande schriftelijke toestemming van de Mestbank. In de motivering van de bestreden beslissing wordt in fine gesteld: Rekening houdend met dit alles zien wij ons dan ook genoodzaakt om maatregelen te nemen om de aanvoer en afvoer van meststoffen van en naar uw bedrijf en uw gronden beter op te volgen zodat alle meststromen van en naar uw bedrijf en uw gronden volledig kunnen opgevolgd worden. Uit het dictum van de bestreden beslissing vloeit, anders dan de verzoekende partij voorhoudt, geen verbodsmaatregel voort die de exploitatie stillegt. Noodzakelijke transporten blijven mogelijk, maar worden afhankelijk gemaakt van een voorafgaande schriftelijke toestemming en van een reeks voorwaarden die een nauwgezette opvolging door de toezichthouders moeten mogelijk maken. Er valt niet meteen in te zien hoe dit verscherpt toezicht op korte termijn tot het faillissement van de verzoekende partij zou kunnen leiden. De verzoekende partij heeft door haar verkeerde kwalificatie van de maatregel de kans laten liggen om zulks aannemelijk te maken.
  28. Overigens worden in stuk 10 van de verzoekende partij voor 204.225 € extra transportkosten opgegeven, voor transport door derden tijdens de periode dat de door de drie vennootschappen bestreden transportverboden gelden. Daarmee wordt tegengesproken dat de exploitaties worden stilgelegd. Tegelijk worden dan weer extra kosten opgegeven die het gevolg zouden zijn van het uitstellen van transporten tot na 15 mei. Dit maakt de uiteenzetting niet meteen meer overtuigend.
  29. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die VII-41.031-12/13 cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.
  30. Gelet op de verwerping van de vordering wegens gebrek aan uiterst dringende noodzakelijkheid behoeft vooralsnog geen uitspraak te worden gedaan over het lichten van de vertrouwelijkheid van de stukken die de verwerende partij heeft neergelegd. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.031-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.950 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.934 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.