← België

Arrest 250009 - Kansspelen - 09/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.009 Rolnummer: A. 231639/VII-40907 Zaak: Arrest 250009 - Kansspelen - 09/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-22 Raadplegingen: 154 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.009 van 9 maart 2021 Justitie - Kansspelen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.009 van 9 maart 2021 in de zaak A. 231.639/VII-40.907 In zake :

  1. de NV ROCOLUC
  2. de NV FREMOLUC
  3. Frédéric VAN DEN BERGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens en Maxime Vanderstraeten kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Daisy Daniels kantoor houdend te 1160 Oudergem Tedescolaan 7 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 28 augustus 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Kansspelcommissie van 19 maart 2020, om aan de NV CKO Betting een vergunning F1+119162 toe te kennen om kansspelen te exploiteren via de URL ‘www.sports.bwin.be’”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Op 11 december 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan derde verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent VII-40.907-1/4 van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Derde verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari
  6. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat François Tulkens, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Daisy Daniels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het beroep als niet verricht worden beschouwd. In het schrijven waarbij aan derde verzoeker de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. VII-40.907-2/4 Derde verzoeker heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
  9. In het verzoekschrift om te worden gehoord laat derde verzoeker gelden dat het niet betalen van het verschuldigde rolrecht te wijten is aan een “computerprobleem” dat als reden van overmacht moet worden aanzien. Uit het nader onderzoek van de in het verzoekschrift om te worden gehoord bijgebrachte standpunten, meent de Raad van State echter te moeten besluiten dat de niet tijdige betaling van het rolrecht louter terug te voeren is tot een gebrekkige opvolging van de e-mail van de Raad van State van 10 september 2020 waarin werd verzocht tot betaling van het door derde verzoeker verschuldigde rolrecht. De aangevoerde verschoning dat een medewerker van het betrokken advocatenkantoor wegens eerdere informaticaproblemen “minder aandacht besteedde aan de administratieve opvolging van de e-mails van de Raad van State” is niet van aard om af te zien van de toepassing van artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
  10. Het beroep dient in hoofde van derde verzoeker als niet verricht te worden beschouwd. BESLISSING Het beroep wordt in hoofde van derde verzoeker als niet verricht beschouwd. VII-40.907-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen maart tweeduizend eenentwinting, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.907-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.009 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.971 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.189 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.