← België

Arrest 250013 - Milieuvergunningen - 09/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.013 Rolnummer: A. 226830/VII-40442 Zaak: Arrest 250013 - Milieuvergunningen - 09/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.013 van 9 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.013 van 9 maart 2021 in de zaak A. 226.830/VII-40.442 In zake :

  1. de VZW NATUURPUNT OOST-BRABANT
  2. Herbert LISMONT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Charlotte Ponchaut kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 30 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 13 september 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bierbeek van 20 april 2018, houdende weigering van de vergunning voor het exploiteren van een braadkippenbedrijf, gelegen aan de Rijsmortelstraat te Bierbeek, wordt ingewilligd, de beroepen weigeringsbeslissing wordt opgeheven en aan de landbouwvennootschap Van Schoonbeek de gevraagde milieuvergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.442-1/4 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari
  5. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Malfait, die loco advocaten Peter De Smedt en Charlotte Ponchaut verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Verval van de bestreden milieuvergunning
  7. Bij arrest nr. RvVb-A-1920-0854 van 19 mei 2020 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) de overeenstemmende stedenbouwkundige vergunning voor de nieuwbouw van een biologische kippenstal vernietigd. Met toepassing van artikel 37 van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ heeft de RvVb vervolgens zijn arrest in de plaats gesteld van de bestreden beslissing en de gevraagde stedenbouwkundige vergunning geweigerd. Ingevolge de definitieve weigering van de overeenstemmende stedenbouwkundige vergunning bij voormeld arrest, is de thans bestreden milieuvergunning van rechtswege vervallen. VII-40.442-2/4
  8. Het beroep is onontvankelijk bij gebrek aan voorwerp. IV. Kosten
  9. Aangezien het voorwerp van het beroep niet teloor is gegaan door toedoen van de verzoekende partijen, bestaat er geen reden om de kosten van het geding gedeeltelijk te hunnen laste te leggen.
  10. De kosten dienen ten laste van het Vlaamse Gewest te worden gelegd. Deze kosten omvatten het rolrecht van 200 euro per verzoekende partij en een bijdrage van 20 euro per verzoekende partij, zoals bepaald bij artikel 66, 6°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof evenwel in het kader van het beroep tot vernietiging van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’ en van de wet van 26 april 2017 ‘houdende de regeling van de oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand voor wat de Raad van State en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft’, de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017, zoals het is ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 26 april
  11. Bijgevolg is er, op grond van de erga omnes en retroactieve werking van het voormelde arrest, aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep. VII-40.442-3/4
  13. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
  14. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen maart tweeduizend eenentwinting, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.442-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.013 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.