id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.014 Rolnummer: A. 225254/X-17242 Zaak: Arrest 250014 - Plannen van aanleg - 09/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.014 van 9 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.014 van 9 maart 2021 in de zaak A. 225.254/X-17.242 In zake :
- Jean-Paul VAN GYSEL
- de BVBA DRYTOREN-MEISE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Steven Menten kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV VAN PUBLIEK RECHT DE WERKVENNOOTSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bouckaert en Stefanie François kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Brabantnet – sneltram A12‟ en van de beslissing van de Vlaamse regering van 10 november 2017 “tot de verlenging van de beslissingstermijn met 60 dagen, nl. in het licht van de vervaldatum van 25 november 2017”. X-17.242-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De nv De Werkvennootschap heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 3 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij, de tussenkomende partij en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzittingen van 16 oktober 2020 en 20 november 2020, welke zittingen werden uitgesteld tot de terechtzitting die heeft plaatsgevonden op 12 februari
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Maartje Jongbloet, die loco advocaat Thomas Eyskens verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Jef Goffings, die loco advocaten Chris Schijns en Steven Menten verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Ann Apers, die loco advocaten Jan Bouckaert en Stefanie François verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.242-2/6 III. Feiten 3.
- Het bestreden gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Brabantnet - sneltram A12‟ (hierna: het gewestelijk RUP) wil de aanleg mogelijk maken van een sneltramtracé langsheen de autoweg A12, tussen Willebroek en Brussel. 3.
- Op 3 september 2013 keurt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid het planmilieueffectrapport voor de “Tramverbinding Boom-Brussel” goed. 3.
- Op 6 december 2013 beslist de Vlaamse regering om voor het deeltracé tussen de Heizel en Meise het voorkeurtracé B1 vast te leggen. Dit deeltracé loopt via de knoop A12/R0 en aan de westzijde aan de A12 in Meise, zonder gebruik te maken van de N
- 3.
- Op 8 juli 2016 wordt over het voorontwerp van het gewestelijk RUP een plenaire vergadering gehouden. 3.
- Op 17 februari 2017 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van het gewestelijk RUP voorlopig vast. 3.
- De tweede verzoekende partij is eigenaar van een aaneengesloten geheel van onbebouwde percelen, gelegen tussen de Nieuwelaan en de A12 te Meise. Het gaat om de percelen die kadastraal gekend zijn te Meise, 1ste afdeling, sectie G, nrs. 211/s, 211/p, 259/f, 260/r 268/n, 268/l, 270/g en 272/e. Voorts is de tweede verzoekende partij onder meer eigenaar van het park Drytoren, met woning aan de Koninklijke Kasteeldreef 1 te Meise. Het park bestaat uit een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Het noordelijk deel van het park bestaat uit de percelen kadastraal gekend te Meise, 1ste afdeling, sectie F, nrs. 294/m, 294/n, 294/p, 294/t, 299/h 301/e en 301/n. Het zuidelijk deel X-17.242-3/6 bestaat uit de percelen kadastraal gekend als Meise, 1ste afdeling, sectie F, nrs. 264/c, 273/f, 273/2, 294/2, 294/3, 294/l en 294/v. Eerste verzoeker is bestuurder van de tweede verzoekende partij en woont in de Koninklijke Kasteeldreef 1 te Meise, in het park Drytoren. Hij stelt tevens het vruchtgebruik te hebben “van alle onroerende goederen” van de tweede verzoekende partij. 3.
- Van 31 maart 2017 tot en met 29 mei 2017 wordt over het ontwerp van het gewestelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. Tijdens dit openbaar onderzoek dient eerste verzoeker een bezwaarschrift in. 3.
- Op 10 november 2017 beslist de Vlaamse regering om de termijn voor de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP met zestig dagen te verlengen. Dit is het tweede bestreden besluit. 3.
- Op 23 februari 2018 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit. IV. Afstand
- Bij brief van 3 februari 2021 doen de verzoekende partijen afstand van het beroep tot nietigverklaring. V. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, X-17.242-4/6 § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand van het beroep tot nietigverklaring.
- De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. X-17.242-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.242-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div