← België

Arrest 250023 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 09/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.023 Rolnummer: A. 232107/X-17827 Zaak: Arrest 250023 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 09/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-22 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.023 van 9 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 250.023 van 9 maart 2021 in de zaak A. 232.107/X-17.827 In zake: Maurice BUELENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thierry Van Noorbeeck en Annelies Vodderie kantoor houdend te 3290 Diest Leuvensestraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE HERENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Keuster kantoor houdend te 2980 Zoersel Handelslei 60 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 24 oktober 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de burgemeester van de gemeente Herent van 27 augustus 2020 dat in de woning van Maurice Buelens, Mechelsesteenweg 2001 te 3020 Herent, de brandbare materialen gedwongen zullen worden opgeruimd op 8, 9 en 10 september 2020, evenals op de daaropvolgende dagen “zolang de opruim dit vereist”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-17.827-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thierry Van Noorbeeck, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Willem Verbiest, die loco advocaat Dirk De Keuster verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De burgemeester van de gemeente Herent verklaart op 13 maart 2020 de woning van verzoeker, Mechelsesteenweg 2001 te 3020 Herent, met toepassing van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet onbewoonbaar vanwege een gevaar voor de openbare veiligheid en gezondheid. Eveneens beslist de burgemeester dat de woning op 13 maart 2020 gedwongen ontruimd zal worden. Met een brief van 26 maart 2020 wordt verzoeker meegedeeld dat verwacht wordt dat hij de stabiliteit van het gebouw laat onderzoeken, het gebouw laat stutten, het leegmaakt en het laat renoveren. Er wordt aan toegevoegd dat hij het recht heeft om zijn opmerkingen en argumenten hierover te laten geworden. Op 7 mei 2020 deelt de burgemeester verzoeker mee dat gebleken is dat hij weliswaar de nodige stappen heeft gezet om het stabiliteitsgevaar aan te pakken, maar dat het gevaar voor brand acuut blijft X-17.827-2/7 “omwille van de opstapeling in uw woning”. Gevraagd wordt onder meer dat hij in “een duidelijk stappenplan in een periode van 14 dagen” uitlegt hoe hij de opruiming zelf wil organiseren en met wie. Hij wordt uitgenodigd zijn opmerkingen en argumenten op 14 mei 2020 aan de burgemeester te bezorgen. Ter gelegenheid van de “mondelinge hoorzitting” van 14 mei 2020 verklaart verzoeker dat hij de opruiming “op zijn eigen manier wil doen zonder planning”. De burgemeester vraagt hem “om tegen het eind van de maand een duidelijk overzicht/plan te bezorgen van hoe hij de opruim wil aanpakken”. Op 1 juni 2020 staat de burgemeester een bijkomende termijn van veertien dagen toe voor het indienen van het plan van aanpak door verzoeker. Nadat verzoeker op 15 juni 2020 alleen maar “een onduidelijk plan van aanpak” bezorgde, vraagt de burgemeester drie firma’s om een offerte voor het opruimen van de brandbare materialen in de woning. Verzoeker wordt op 13 augustus 2020 uitgenodigd om ter zake gehoord te worden, maar verschijnt niet op de hoorzitting van 24 augustus
  6. Er wordt van uitgegaan dat hij niet gehoord wil worden. Op 27 augustus 2020 beslist de burgemeester dat de brandbare materialen in verzoekers woning door bvba De Mieren gedwongen opgeruimd zullen worden op 8, 9 en 10 september 2020, en op de daarop volgende dagen “zolang de opruim dit vereist”. Dit is de bestreden beslissing. Er wordt onder meer in gemotiveerd: “° Uit het verslag van Majoor [B.] van de brandweer van Leuven blijkt dat er wel degelijk aan acuut gevaar in de woning aanwezig is. nl. acuut stabiliteitsgevaar en acuut brandgevaar. ° [C. D.], in zijn hoedanigheid van technisch adviseur van het intergemeentelijk woonproject, heeft in samenspraak met de burgemeester meerdere pogingen ondernomen om het acuut gevaar in de woning in der [minne] weg te werken. Hij slaagde erin om samen met de eigenaar het acuut stabiliteitsgevaar te stabiliseren, maar het acuut brandgevaar wil de eigenaar zelf niet inzien en zijn plan van aanpak was niet duidelijk X-17.827-3/7 onderbouwd […]. Ook het OCMW gaf tal van ondersteuning om de eigenaar te helpen, maar ook hier bleek alle hulp tevergeefs.” IV. Schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. V. Voorwaarde van een ernstig middel A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  8. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van de materiële- en de formelemotiveringsplicht. Hij licht toe dat hij het niet eens is met de bevindingen in de bestreden beslissing “nu er met zijn opmerkingen ter zake geen rekening gehouden werd”. Volgens hem kan er zeker geen brandgevaar in aanmerking worden genomen. Beoordeling
  9. Met welke bevindingen in de bestreden beslissing verzoeker niet kan instemmen en met welke opmerkingen die hij uitte geen rekening is gehouden, wordt prima facie niet verduidelijkt. Evenmin legt hij uit waarom er “zeker geen brandgevaar” zou zijn en waarom dus, volgens hem, de burgemeester geen steun mocht zoeken in het verslag van de brandweer Leuven van 13 maart
  10. X-17.827-4/7 Het middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  11. In een tweede middel wordt het redelijkheidsbeginsel geschonden genoemd. Geargumenteerd wordt dat de verwerende partij geen rekening houdt met de waardevolle persoonlijke goederen die zich in de woning bevinden, dat verzoeker geen kans geboden werd om ze elders onder te brengen en dat geen rekening werd gehouden met zijn gezondheidstoestand. Beoordeling
  12. Naar vooralsnog uit het relaas van de feiten sub 3 wordt afgeleid, heeft verzoeker ruim de kans gekregen om de woning en de waardevolle goederen die er zich eventueel in bevonden zouden hebben, volgens een eigen plan op te ruimen. Het lijkt niet betwist dat hij die kans(en) niet heeft benut. In zoverre verzoeker suggereert dat dit te wijten is aan zijn gezondheidstoestand, stelt de Raad van State op het eerste gezicht vast dat over die toestand niets wordt meegedeeld en bekend is. Het middel is niet ernstig. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  13. In een derde middel, afgeleid uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, doet verzoeker gelden dat het college van burgemeester en schepenen (lees: de burgemeester) in gebreke bleef zich, voorafgaand aan de bestreden beslissing, volledig te informeren, dat geen rekening werd gehouden met X-17.827-5/7 verzoekers verweer, en dat geen correct en volledig onderzoek werd gevoerd “nu geen rekening gehouden werd met de gezondheidstoestand van verzoeker en deze verder ook niet meer gehoord werd voorafgaandelijk aan de bestreden beslissing”. Beoordeling
  14. Welke informatie de verwerende partij naliet in te winnen, met welk verweer de verwerende partij beweerdelijk ten onrechte geen rekening hield, welke gezondheidstoestand van verzoeker veronachtzaamd werd – het wordt door verzoeker op het eerste gezicht niet gepreciseerd. Voorts wordt in de huidige stand van de procedure uit het administratief dossier afgeleid dat verzoeker, na op 14 mei 2020 gehoord te zijn, op 13 augustus 2020 ook naar een hoorzitting op 24 augustus 2020 werd uitgenodigd, maar daarvan afwezig bleef. In de gegeven omstandigheden komt het middel niet ernstig voor. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  15. In een vierde middel betoogt verzoeker dat de hoorplicht geschonden is. Toegelicht wordt dat verzoeker “omwille van overmacht ingevolge zijn gezondheidstoestand” niet aanwezig kon zijn op de hoorzitting van 24 augustus 2020, wat hij voorafgaandelijk meldde aan de verwerende partij. Beoordeling
  16. Verzoeker beweert veel, maar lijkt niets aannemelijk te maken: niets in verband met zijn gezondheidstoestand, dus ook geen overmacht, en X-17.827-6/7 evenmin dat hij de verwerende partij zou hebben gesignaleerd dat het hem onmogelijk was op de hoorzitting van 24 augustus 2020 aanwezig te zijn. Ook het vierde en laatste middel is niet ernstig. E. Conclusie
  17. Minstens één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Dit volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Johan Lust X-17.827-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.023 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.