← België

Arrest 250045 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.045 Rolnummer: A. 227896/IX-9531 Zaak: Arrest 250045 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-26 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.045 van 10 maart 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.045 van 10 maart 2021 in de zaak A. 227.896/IX-9531 In zake: Moishe FRIEDMAN woonplaats kiezend te 2000 Antwerpen Kipdorpvest 9 bus 4 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Didier Matray en Axel De Wilde kantoor houdend te 2000 Antwerpen Justitiestraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. Het beroep, ingesteld op 15 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de impliciete beslissing van de Federale Politie (van 22 maart 2019) inzake openbaarheid van bestuur, waarbij krachtens artikel 8, §2, lid 3 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (Wet Openbaarheid Bestuur) het verzoek van [Moishe Friedman] tot inzage in het dossier van mevrouw Kaoutar Fal en tot het bekomen van een afschrift hiervan geacht wordt te zijn afgewezen”. In fine van het verzoekschrift vraagt de verzoekende partij “de Raad van State de termijn te bepalen waarbinnen de Dienst Vreemdelingenzaken een nieuwe beslissing moet nemen over het verzoek tot heroverweging en bij niet-uitvoering de verwerende partij te veroordelen tot betaling van een dwangsom van 50.000,- euro per dag vertraging”. IX-9531-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 11 juni
  3. Op 17 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een IX-9531-2/3 vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9531-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.