← België

Arrest 250056 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.056 Rolnummer: A. 228376/IX-9579 Zaak: Arrest 250056 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-26 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.056 van 10 maart 2021 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 250.056 van 10 maart 2021 in de zaak A. 228.376/IX-9579 In zake: XXXX tegen: de GEMEENTE SINT-PIETERS-WOLUWE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geoffroy Generet kantoor houdend te 1050 Brussel Kapitein Crespelstraat 2-4 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Sint- Pieters-Woluwe van 30 april 2019, houdende het ontslag van XXXX uit zijn ambt van leraar in de gemeentelijke academie voor Muziek, Woord en Dans. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. IX-9579-1/10 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 februari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Matthieu Generet, die loco advocaat Geoffroy Generet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is ten tijde van de bestreden beslissing vastbenoemd personeelslid van de gemeentelijke academie voor Muziek, Woord en Dans van de gemeente Sint-Pieters-Woluwe (“de academie”) als leerkracht piano en begeleider. 3.
  6. Op 29 maart 2018 wordt aan verzoeker met een aangetekend schrijven zijn nieuwe uurrooster medegedeeld – met les op zaterdag in plaats van voorheen op woensdag. Op 18 april 2018 vindt een onderhoud plaats met verzoeker. Hij vertrekt zonder het proces-verbaal van dit onderhoud te willen ondertekenen. IX-9579-2/10 Op 19 april 2018 richt de verwerende partij aan verzoeker een aangetekend schrijven, waarin verduidelijkt wordt dat zonder reactie vóór 15 mei 2018, het nieuwe uurrooster vermoed zal worden te zijn aanvaard. Op 16 mei 2018 richt de verwerende partij een aangetekend schrijven aan verzoeker met de bevestiging van het nieuwe uurrooster, ingevolge de afwezigheid van enige reactie op het schrijven van 19 april
  7. 3.
  8. Op 22 september 2018 richt de verwerende partij aan verzoeker een aangetekend schrijven waarin zij meedeelt vier opeenvolgende ongewettigde afwezigheden te hebben vastgesteld, op zaterdag 1, 8, 15 en 22 september
  9. Op 24 oktober 2018 meldt de verwerende partij aan verzoeker opnieuw ongewettigde afwezigheden te hebben vastgesteld op zaterdag 29 september 2018 en 6 en 20 oktober
  10. Op 25 november 2018 informeert de directeur van de academie het college van burgemeester en schepenen van het feit dat verzoeker elf opeenvolgende dagen ongewettigd afwezig was. Hij brengt verzoeker hiervan ook op de hoogte. Op 1 december 2018, 9 december 2018, 8 januari 2019, 23 januari 2019 en 19 februari 2019 wordt verzoeker ervan op de hoogte gebracht dat melding van ongewettigde afwezigheden is gedaan aan de bevoegde schepen en aan het ministerie. Op 15 maart 2019 wordt een fiche van vaststelling ongewettigde afwezigheid opgesteld. Deze wordt aan verzoeker bezorgd voor opmerkingen. 3.
  11. Op 15 maart 2019 wordt verzoeker ervan op de hoogte gebracht dat de verwerende partij de toepassing beoogt van artikel 60, 3°, van het decreet IX-9579-3/10 van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Hij wordt uitgenodigd voor een verhoor door de gemeenteraad op 26 maart
  12. 3.
  13. Na verzoeker te hebben gehoord, beslist de gemeenteraad van de gemeente Sint-Pieters-Woluwe op 30 april 2019 om verzoeker met toepassing van artikel 60, 3°, van het voormelde rechtspositiedecreet wegens tien opeenvolgende werkdagen ongewettigde afwezigheid zonder opzegging uit zijn ambt te ontslaan. Dat is de bestreden beslissing. IV. Rechtsmacht van de Raad van State
  14. Verzoeker vraagt in fine van zijn verzoekschrift – naast de nietigverklaring van het raadsbesluit van 30 april 2019 – aan de Raad van State nog het volgende: “- het Gemeentebestuur van Sint-Pieters-Woluwe de opdracht te geven het loonverlies dat ik heb geleden vanaf september 2018 te compenseren volgens het afschrift van mijn salaris van mei 2019 […]: Gem. Acad. voor MWD, Sint-Pieters-Woluwe 1/20 Vast 151,03 €/maand Gem. Acad. voor MWD, Sint-Pieters-Woluwe 6/22 Vast 703,93 €/maand 854,96 €/maand - mij in mijn eer te herstellen door o mij mijn lesopdracht van leerkracht piano in overeenstemming met het uurrooster dat in het arbeidsreglement vastgelegd werd (op woensdag van 13u00 tot 18u00) o mijn functie van begeleider i/z in overeenstemming met mijn beschikbaarheid die werd vastgesteld in samenspraak met de coördinator terug te laten opnemen en door mij een morele schadevergoeding toe te kennen, met als doel te voorkomen dat feiten zoals deze – die niet thuishoren in een geciviliseerde maatschappij - zich in de toekomst zouden herhalen.”
  15. Hierna zal blijken dat het annulatieberoep verworpen moet worden. In welke mate het aangehaalde verzoek dan is in te passen in de rechtsmacht van de Raad van State om een schadevergoeding tot herstel toe te kennen of om aan de verwerende partij bevelen te geven en of het verzoek voorts IX-9579-4/10 ontvankelijk is ingediend, mag dan ook buiten beschouwing blijven. Er kan immers hoe dan ook niet op worden ingegaan. V. Onderzoek van de grieven, uiteengezet in het inleidend verzoekschrift Uiteenzetting in het inleidend verzoekschrift
  16. Na een wijdlopig feitenrelaas schrijft verzoeker in het inleidend verzoekschrift onder de hoofding ‘verzoek aan de Raad van State’ het volgende: “Gelet op Artikel 11 van het arbeidsreglement: Alle uurroosters die voorkomen of kunnen voorkomen in de academie maken integraal deel uit van het arbeidsreglement. Ze worden opgenomen in bijlage 1 van dit arbeidsreglement en kunnen steeds ingezien worden in het bureau van de directeur. Elk personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn individuele uurrooster dat vanaf dan bindend wordt voor beide partijen. Bij elke wijziging hiervan ontvangt het betrokken personeelslid een aangepaste versie. Gelet op het feit dat volgens het arbeidsreglement dat mij werd overhandigd op 15 november 2017 in bijlage 1 mijn individuele uurrooster werd vastgesteld op woensdag van 13u00 tot 18u00, Gelet op het feit dat mijn aanwezigheid vanaf het begin van het nieuwe schooljaar 2018-2019 elke woensdag werd vastgesteld, Gelet op het feit dat mijn opdracht als begeleider werd vastgesteld op dinsdag, woensdag en vrijdag volgens een vlottend uurrooster, Gelet op vaststelling van de inbreuken tegen Artikels 11, 41, 112, 115 van het arbeidsreglement vanwege de directeur, Gelet op de vaststelling van inbreuken tegen het Artistiek Pedagogisch Project vanwege de directeur, Gelet op de vaststelling van inbreuken tegen Artikel 115 van het arbeidsreglement vanwege het gemeentebestuur, Gelet op het feit dat zowel [de] Burgemeester van Sint-Pieters-Woluwe, als [de] toegevoegde Schepen van Nederlandstalige aangelegen zich totaal afzijdig hebben gehouden en geen enkele oplossing aangeboden hebben voor het probleem dat hen werd voorgelegd, Gelet op het feit dat ik meerdere onrechtmatige gedragingen kan aantonen waardoor mijn waardigheid en psychische integriteit bij de uitvoering van mijn werk wordt aangetast, dat mijn betrekking in gevaar wordt gebracht, dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende en kwetsende omgeving wordt gecreëerd die zich uiten in woorden, bedreigingen, handelingen en geschriften, Gelet dat elk gedrag waarmee men iemand belet zich te uiten, waardoor hij geïsoleerd wordt of in diskrediet gebracht wordt op zijn werk of bij zijn collega’s, beschouwd wordt als een gedrag dat typerend is voor pesterijen, en dat pesterijen op het werk niet getolereerd worden omdat IX-9579-5/10 het strijdig is met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied van de menselijke waardigheid en omdat het een overtreding van de wet is en dat de dader die vastgestelde inbreuken heeft gepleegd hiervoor dient gestraft te worden.” Beoordeling
  17. Artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ schrijft voor dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen dient te bevatten. Onder middel moet worden verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving zowel van de overtreden rechtsregel of het overtreden rechtsbeginsel als van de wijze waarop die regel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Voldoende duidelijk betekent dat het niet nodig is veronderstellingen over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij te maken, waardoor in werkelijkheid de verwerende partij en de Raad van State ertoe gebracht worden het verzoekschrift op te stellen in de plaats van de verzoekende partij. Die uiteenzetting van het middel is een essentieel onderdeel van de inleidende akte omdat het de andere partijen toelaat zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van de bestreden beslissing worden aangevoerd en de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van die grieven te beoordelen. Elk verzuim op dit vlak is een vormgebrek dat na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer kan worden goedgemaakt in latere memories.
  18. Verzoeker vermeldt “inbreuken” tegen het artistiek pedagogisch project, zonder die nader toe te lichten. Deze grief is dan ook geen ontvankelijk middel in de zo-even omschreven betekenis. Zonder dat moet worden nagegaan of dit pedagogisch project bindende rechtsregels bevat, volstaat die vaststelling alleen reeds om deze grief te verwerpen. IX-9579-6/10
  19. Verzoeker vermeldt vier bepalingen van het arbeidsreglement. De beweerde schending van de artikelen 41, 112 en 115 wordt evenwel niet uitgewerkt, zodat dit evenmin een ontvankelijk middel is. Pas in de memorie van wederantwoord, en dus te laat, voert verzoeker aan dat artikel 41 van het arbeidsreglement “nooit correct toegepast werd”. Hij verwijst daartoe naar een punt uit zijn feitenrelaas in het inleidend verzoekschrift waarin hij schreef geen kopie te hebben gekregen van de melding aan het schepencollege. Geheel ten overvloede dan ook mag worden opgemerkt dat blijkens de stukken van het administratief dossier zowel het gemeentebestuur als verzoeker van elke in aanmerking genomen afwezigheid een melding vanwege de academie heeft ontvangen. Zo het al moge zijn dat verzoeker niet daarbovenop een kopie kreeg van de melding aan het schepencollege, dan toont hij geen belangenschade aan.
  20. Het behoort tot de taak en de bevoegdheid van de directeur van de academie om jaarlijks, in functie van de noden van de dienst, de individuele lesroosters van het onderwijzend personeel op te stellen. Artikel 11 van het arbeidsreglement leert hierover: “Alle uurroosters die voorkomen of kunnen voorkomen in de academie maken integraal deel uit van het arbeidsreglement. Ze worden opgenomen in bijlage 1 van dit arbeidsreglement en kunnen steeds ingezien worden in het bureau van de directeur. Elk personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn individuele uurrooster dat vanaf dan bindend wordt voor beide partijen.” Deze bepaling vereist niet – in tegenstelling tot wat verzoeker zou wensen – dat het betrokken personeelslid akkoord moet gaan met het toegewezen lesrooster of met elke aanpassing ervan. Het opstellen van het lesrooster is een eenzijdige dienstaanwijzing, uitgaande van het bestuur en in beginsel zelfs niet meer dan een maatregel van louter inwendige orde. IX-9579-7/10 Zoals hiervóór is aangegeven in het feitenrelaas, heeft de directeur het individuele lesrooster voor het betrokken schooljaar 2018-2019 tijdig aan verzoeker bezorgd, zodat het vanaf dan bindend was. De Raad stelt bijgevolg vast dat artikel 11 van het arbeidsreglement is nageleefd, daargelaten of verzoeker de schending ervan wel op ontvankelijke wijze heeft aangevoerd in het verzoekschrift en of hij in de memorie van wederantwoord nog vermag te preciseren “dat ik beweer dat [de verwerende partij] mijn individuele uurrooster niet éénzijdig kon wijzigen en dat ik mij, bijgevolg, niet bevond in een situatie van onwettig afwezigheid op zaterdag daar ik mij van september 2018 tot mei 2019 steeds op woensdag in de school heb aangemeld om mijn [lesopdracht] uit te voeren”. De vermelding van artikel 11 van het arbeidsreglement in het verzoekschrift kan dus hoe dan ook de onwettigheid van de bestreden beslissing niet aantonen.
  21. Verzoeker verwoordt nog een grief in verband met het afzijdig blijven van de burgemeester en een schepen, maar hij wijst geen regel aan die daardoor zou zijn geschonden. De opmerkingen over pestgedrag ten slotte zijn vaag, zonder klaarblijkelijk verband met de bestreden beslissing en niet onderbouwd; ze vormen al evenmin een ontvankelijk middel.
  22. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker in het inleidend verzoekschrift grieven uiteenzet die grotendeels onontvankelijk zijn en hoe dan ook de gevorderde nietigverklaring niet verantwoorden. VI. Nieuwe grieven in de laatste memorie
  23. In zijn laatste memorie voert verzoeker nieuwe grieven aan: IX-9579-8/10 - “Overtreding van het decreet evenredige participatie op de arbeidsmarkt - artikel 13”, - “overtreding van de wet van 8 april 1965 - wet tot instelling van de arbeidsreglementen - artikel 17”.
  24. Zonder te onderzoeken of verzoeker deze nieuwe grieven ditmaal voldoende uitwerkt, volstaat het vast te stellen dat ze hoe dan ook niet meer voor het eerst mogen worden aangevoerd in een laatste memorie. Deze grieven zijn laattijdig en niet ontvankelijk. BESLISSING
  25. De Raad van State verwerpt het beroep.
  26. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Het door de verzoekende partij te veel betaalde rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 20 euro, dienen te worden terugbetaald.
  27. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9579-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9579-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.056 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.