id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.057 Rolnummer: Zaak: Arrest 250057 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 10/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-26 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 250.057 van 10 maart 2021 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 250.057 van 10 maart 2021 in de zaken A. 223.313/IX-9140 (I) A. 223.314/IX-9141 (II) In zake : I. + II. Kristiaan BAEYENS woonplaats kiezend te 2861 Sint-Katelijne-Waver Leemstraat 79 tegen : I. + II. de REGIE DER GEBOUWEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen 1.
- Het beroep in de zaak A. 223.313/IX-9140, ingesteld op 21 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 24 maart 2017 van de directeur-generaal Operationele Diensten van de Regie der Gebouwen, voor zover daarin de functieomschrijving van Kristiaan Baeyens wordt vastgesteld. 1.
- Het beroep in de zaak A. 223.314/IX-9141, ingesteld op 21 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 24 maart 2017 van de directeur-generaal Operationele Diensten van de Regie der Gebouwen, voor zover daarin de prestatiedoelstellingen en de persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen van Kristiaan Baeyens worden vastgesteld. IX-9140-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend in beide zaken. Eerste auditeur Melissa Celis heeft in beide zaken een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben in beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn in beide zaken opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 oktober
- Staatsraad Bruno Seutin heeft in beide zaken verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Daisy Daniels, die loco advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe verschijnt voor de verwerende partij, zijn in beide zaken gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft in beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-9140-2/14 III. Feiten 3.
- Na te zijn geslaagd voor de selectie ANG13006, die heeft plaatsgevonden in de loop van 2013, is verzoeker aangeworven bij de verwerende partij. Hij is bij haar tewerkgesteld geweest als industrieel ingenieur elektriciteit tot 1 mei
- 3.
- In het vacaturebericht van de selectie ANG13006 wordt de jobinhoud van de aan te werven industrieel ingenieur elektriciteit als volgt omschreven: “• Je ontwerpt elektriciteitsinstallaties (nieuwbouw, renovatie en onderhoud) in sterkstroom en zwakstroom. • Je staat in voor de administratieve en contractuele opvolging (aanbestedingen, controle en evaluatie van de inschrijvingen) van de projecten. • Je zorgt voor de kwaliteitscontrole, het budgetbeheer en de veiligheidsnaleving van de aanneming tijdens de uitvoering. • Je coördineert deze projecten in samenwerking met de architecten en de ingenieurs van de andere disciplines van de Regie der Gebouwen of externe medewerkers. Een goede samenwerking met je projectmedewerkers en de contacten met de klant en de aannemers staan hierbij centraal.” 3.
- De functie die verzoeker bij de verwerende partij uitoefent, wordt ondergebracht onder de functie „Attaché bouw en elektriciteit (ITI016) – Vakrichting
- Techniek en Infrastructuur (TI)‟. Voor deze functie ITI016 bestaat een generieke functiebeschrijving, waarin het doel van de functie, de resultaatgebieden (volgens prioriteit) en de technische expertise zijn vastgelegd die voor iedereen die onder deze functie wordt ondergebracht gelijk zijn. Het doel van de functie ITI016 wordt als volgt omschreven: “Ramingen maken in termen van de infrastructuurwerken (onderhoud en bouw) en bestekken opmaken m.b.t. de technische aspecten van de infrastructuur van de organisatie, met de hulp van de medewerkers teneinde nieuwbouw of renovatiewerken mogelijk te maken.” IX-9140-3/14 De resultaatgebieden (volgens prioriteit) worden als volgt omschreven: “Als deskundige/specialist contractuele technische bepalingen met de bijhorende plannen opstellen en een bestek verschaffen dat rekening houdt met de technische, de financiële en andere behoeften en mogelijkheden teneinde te verzekeren dat de infrastructuurwerken voldoen aan de wettelijke normen en dat de bestaande installaties werken zoals het behoort […] Als deskundige/specialist samenwerken met andere specialisten (stabiliteit, architectuur, bouwkunde, brandveiligheid) teneinde realiseerbare en passende werken voor te stellen in naleving van de veiligheidsregels […] Als kennisbeheerder de evolutie opvolgen inzake de standaardisering en de milieuwetgevingen, alsook inzake nieuwe technieken, materialen, enz. teneinde optimale voorstellen te kunnen doen op het vlak van techniek en kosten, in naleving van de technische regels […] Als supervisor richtlijnen geven aan de projecttekenaars en/of andere medewerkers coördineren en controleren teneinde kwaliteitsvolle plannen te kunnen afleveren […] Als analist een offerte analyseren en evalueren wat betreft de delen m.b.t. elektriciteit, verwarming, ventilatie, klimaatregeling, telefonie, datacommunicatie en speciale technieken (in voorkomend geval) teneinde het bestek te bepalen dat voldoet aan de gestelde eisen en dat het goedkoopst is […] Als controleur van de uitvoering van projecten de materialen en werven inspecteren teneinde de correcte en veilige uitvoering van de werken te bevorderen […].” 3.
- Op 29 september 2016 verstuurt de dienst Personeel van de verwerende partij de volgende e-mail aan verzoeker: “Hierbij wil ik u informeren dat [F.D.] werd aangesteld als uw evaluator voor het evaluatiesysteem.” IX-9140-4/14 3.
- Op 15 december 2016 vindt een gesprek met verzoeker plaats, waarin de functiebeschrijving wordt besproken en waarin de planning met de prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen wordt toegelicht. 3.
- Op 21 december 2016 vindt opnieuw een gesprek met verzoeker plaats, waarin het document functiebeschrijving en de specifieke invulling van de functie worden overlopen en waarin een eerste aanzet van een aantal doelstellingen wordt gegeven. 3.
- Op 17 januari 2017 wordt via een vergaderverzoek een functiegesprek met verzoeker gepland op 19 januari
- Dit gesprek kan niet plaatsvinden omwille van afspraken van verzoeker buitenshuis. 3.
- Op 27 januari 2017 vindt nogmaals een functie- en planningsgesprek met verzoeker plaats. 3.
- Op 28 februari 2017 wordt verzoeker door de directeur Stafdiensten P&O uitgenodigd voor een bemiddeling in verband met verzoekers functie- en planningsgesprek. In deze uitnodiging wordt meer in het bijzonder het volgende vermeld: “Op 15 december 2016 werd [F.D.] aangewezen als uw evaluator. Ondanks een drietal gesprekken om de evaluatiecyclus op te starten, werd er tot nu toe geen consensus bereikt over de functiebeschrijving, noch over de doelstellingen van het planningsgesprek. Volgende gesprekken hebben tot op heden plaatsgevonden: [...] Het Koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt, voorziet in artikel 7 een bemiddeling op initiatief van de Directeur P&O. Op basis van de hierboven vermelde elementen, concludeer ik dat een bemiddeling is aangewezen voor uw functie- en planningsgesprek voor de evaluatiecyclus van
- Ik nodig u hierbij dan ook uit op een functie- en planningsgesprek op 9 maart [...]. Dit gesprek zal gevoerd worden door uw evaluator, [F.D.], met deelname van een door mij aan te duiden bemiddelaar. Indien u zonder geldige reden niet op deze afspraak aanwezig bent, of indien tijdens dit gesprek geen consensus kan worden bereikt, zal de betrokken directeur-generaal de functieomschrijving en de prestatie- en IX-9140-5/14 ontwikkelingsdoelstellingen bij een met redenen omklede beslissing vastleggen.” 3.
- Met een e-mail van 8 maart 2017 (om 22.16 uur) vraagt verzoeker aan de directeur Stafdiensten P&O om de op 9 maart 2017 geplande bemiddeling met twee weken uit te stellen. 3.
- Op 9 maart 2017 vindt het functie- en planningsgesprek tussen evaluator F.D. en verzoeker plaats in aanwezigheid van de aangewezen bemiddelaar Y.E. 3.
- Op 24 maart 2017 stelt de directeur-generaal Operationele Diensten op basis van dat functie- en planningsgesprek: “In zijn brief d.d. 28 februari 2017 heeft [J.M.], Directeur Stafdiensten, u opgeroepen voor een functiegesprek en een planningsgesprek op 9 maart 2017 in aanwezigheid van een bemiddelaar. Met uw e-mail van 8 maart 22u, heeft u gevraagd om dit gesprek uit te stellen omdat u niet voldoende tijd had om u voor te bereiden. Dit uitstel werd u geweigerd aangezien u bij de eerdere gesprekken in december 2016 en januari 2017 al de betreffende documenten ontvangen had. Op 9 maart 2017 heeft dit functiegesprek en planningsgesprek plaatsgevonden met uw evaluator, [F.D.] en in aanwezigheid van [Y.E.] als bemiddelaar. Op basis van artikel 7 van het Koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt, heb ik besloten de bijgevoegde functieomschrijving en de doelstellingen uit het bijgevoegde formulier voor het planningsgesprek voor u vast te leggen gebaseerd op de volgende argumenten:
- De functieomschrijving ITI016 bevat dezelfde taken en verantwoordelijkheden als het selectieprofiel op basis waarvan u werd aangeworven.
- De functieomschrijving ITI016 werd toegewezen aan en aanvaard door alle personeelsleden die een gelijkaardige functie bekleden binnen de Operationele Diensten van de Regie der Gebouwen.
- De prestatiedoelstellingen in het planningsgesprek zijn in overeenstemming met de strategische doelstellingen van de Operationele Diensten.
- De prestatiedoelstellingen in het planningsgesprek zijn in overeenstemming met het investeringsprogramma 2017 van de Regie der Gebouwen.
- De ontwikkelingsdoelstellingen hebben als doel een efficiënte werkwijze binnen de dienst te garanderen.” IX-9140-6/14 Verzoeker leest daarin de beslissingen die hij met de thans voorliggende beroepen bestrijdt. De bijgevoegde functieomschrijving „Attaché bouw en elektriciteit (ITI016) – Vakrichting
- Techniek en Infrastructuur (TI)‟ wordt ondertekend door evaluator F.D. en door bemiddelaar Y.E., maar niet door verzoeker. Naar aanleiding van het planningsgesprek worden een aantal prestatiedoelstellingen en een aantal persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen vastgelegd, waarbij telkens de doelstelling zelf alsook de middelen daartoe, de indicatoren en de deadline worden aangegeven. Eén van de prestatiedoelstellingen wordt aangemerkt als “Absolute prioriteit!” en betreft de “Afhandeling oude dossiers elektro. Onderzoek ter plaatse, onderzoek van stavingstukken, met als resultaat een verantwoording en betalingsvoorstel (CW + eindstaat)”. De deadline hiervan luidt: “- Eind april alle KPMG dossiers behandeld met eindrapport en eindafrekening - systematisch indienen van dossiers vanaf eind maart eerste dossier(s) en dan minstens één dossier per week - eind mei de andere dossiers: Hoogstraten PSC ontspanningsruimte en vrouwenafdeling, alsook Wortel gevangenis – vergaderzaal.” Deze prestatiedoelstellingen en persoonlijke ontwikkelings- doelstellingen worden respectievelijk op 9 maart 2017 en 16 maart 2017 ondertekend door evaluator F.D. en door bemiddelaar Y.E., maar niet door verzoeker. 3.
- Op 13 april 2017 wordt de verwerende partij ervan op de hoogte gebracht dat door het centrum Integriteit van de federale Ombudsman een onderzoek wordt gestart naar een eventuele integriteitsschending. Het onderzoek gaat over het opleggen van handelingen om overheidsopdrachten niet conform de regulering af te werken. Personeelsleden zouden worden gedwongen om deze IX-9140-7/14 projecten af te ronden en om daarbij onregelmatigheden te begaan zoals schriftvervalsing. 3.
- Op 8 juni 2017 meldt het centrum Integriteit van de federale Ombudsman aan de verwerende partij dat uit het onderzoek onder meer is gebleken dat een aantal overheidsopdrachten op een onregelmatige wijze uitgevoerd en opgevolgd zijn en dat de afronding van de projecten bestaat uit het objectief vaststellen en noteren welke werken effectief werden uitgevoerd. Het centrum Integriteit heeft vastgesteld dat er wel wordt aangedrongen bij de bevoegde personeelsleden om de nodige acties te ondernemen binnen hun professionele verplichtingen om deze projecten af te ronden. Er werd echter niet vastgesteld dat personeelsleden worden gedwongen om onregelmatigheden te begaan zoals schriftvervalsing en er werden geen elementen gevonden die erop wijzen dat de veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan, waarna het dossier definitief is afgesloten. 3.
- Op 12 juni 2017 wordt verzoeker van deze bevindingen van het centrum Integriteit van de federale Ombudsman op de hoogte gebracht. Met een e-mail van dezelfde datum betwist verzoeker de conclusie van het centrum Integriteit van de federale Ombudsman. IV. Samenvoeging van de zaken 4.
- Volgens verzoeker wil de verwerende partij hem met de twee door hem afzonderlijk bestreden beslissingen in “oude onregelmatige dossiers” betrekken. Hij stelt dat deze twee beslissingen op dezelfde datum zijn genomen, met één brief aan hem ter kennis zijn gebracht en telkens zijn genomen met toepassing van artikel 7 van het koninklijk besluit van 24 september 2013 „betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt‟. Omdat deze twee beslissingen met elkaar verbonden zijn, vraagt hij om de zaken samen te voegen. IX-9140-8/14 4.
- In zijn memories van wederantwoord stelt verzoeker echter dat zijn beide verzoekschriften voor hem enkel tegelijk kunnen worden afgehandeld zo voor elk van de twee beslissingen een vernietiging kan worden verkregen op identiek dezelfde wijze als ingeval van afzonderlijke afhandeling van de twee verzoekschriften.
- Uit de uiteenzetting van de feitelijke gegevens blijkt dat de zaken A. 223.313/IX-9140 en A. 223.314/IX-9141 nauw samenhangen. Er is reden om met toepassing van artikel 60, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ de samenvoeging van deze beide zaken te bevelen. V. Ontvankelijkheid van de beroepen Exceptie wegens gebrek aan actueel belang
- Met brieven van 10 juli 2018 deelt de verwerende partij in beide zaken mee dat verzoeker door middel van vrijwillige mobiliteit is overgegaan naar de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (FOD Economie), en daar tewerkgesteld is met ingang van 1 mei
- Zij is dan ook niet langer de werkgever van verzoeker. Hieruit volgt dat verzoeker geen belang meer heeft bij zijn beroepen tot nietigverklaring van de functiebeschrijving en van de prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen van de functie die hij uitoefende bij de verwerende partij. 7.
- In antwoord op een brief van 16 december 2019 uitgaande van de auditeur-verslaggeefster waarin gevraagd wordt naar zijn actueel belang, erkent verzoeker in zijn brief van 29 januari 2020 dat hij via federale mobiliteit met ingang van 1 mei 2018 is overgegaan naar de FOD Economie. Hij benadrukt dat het een overgang naar een hoger niveau betreft naar aanleiding van zijn slagen voor een bevorderingsselectie. Die overgang is volgens hem een normale, toelaatbare, IX-9140-9/14 carrièregerichte handeling die hem niet persoonlijk verwijtbaar is. Verzoeker benadrukt dat hij een dergelijke normale, toelaatbare, gunstige carrièregerichte stap niet moet laten voorbijgaan louter om zijn hoedanigheid van verzoeker te kunnen bewaren. Hij wijst er ook op dat de Raad van State de ontvankelijkheidsvoorwaarde van het actueel belang heeft versoepeld “naar aanleiding van artikel 6 EVRM”. De federale mobiliteit is volgens hem ondergeschikt aan zijn recht op toegang tot de rechter, en dit gezien zijn overgang hem niet persoonlijk verwijtbaar is en hij deze stap niet moet laten voorbijgaan louter om zijn hoedanigheid van verzoeker te kunnen bewaren. Verzoeker verwijst daarbij naar arrest nr. 243.406 van 15 januari 2019 van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 7.
- In zijn laatste memories betoogt verzoeker dat hij ook nog over een rechtstreeks belang beschikt. Hij stelt in dit verband: “voor wat betreft de lopende procedure G/A 223.121/IX - 9132, bestrijding beslissing afnemen van mijn thuiswerk door de Regie der Gebouwen, wordt er door de Regie der Gebouwen gesteund op prestatiedoelstellingen vastgelegd met een beslissing van vastlegging van prestatiedoelstellingen waartegen ik met dossier G/A 223.314/IX - 9141 beroep heb aangetekend. De uitkomst van dossier G/A 223.314/IX - 9141 kan dus zeker van invloed zijn op het dossier G/A 223.121/IX -
- Hetzelfde voor dossier G/A 223.313/IX - 9140 vermits dit verknocht is aan G/A 223.314/IX- 9141.” Beoordeling
- Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet voordeel oplevert. IX-9140-10/14
- Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een persoonlijk voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Het voordeel moet in beginsel ook méér zijn dan de morele genoegdoening die een verzoekende partij put uit het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen.
- Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Wel ligt het op de weg van een verzoekende partij, wanneer er twijfel rijst omtrent haar actueel belang, zeker wanneer daar een onderbouwde exceptie wordt opgeworpen, en meer nog wanneer haar daar uitdrukkelijk om wordt gevraagd door de auditeur-verslaggever, om aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt. 11.
- Verzoeker is sinds 1 mei 2018 niet langer werkzaam bij de verwerende partij. Hierop gewezen en gevraagd naar zijn actueel belang bij de voorliggende beroepen, stelt verzoeker dat hij nog steeds over een belang bij zijn beroepen tot nietigverklaring beschikt. Met zijn beroepen streefde verzoeker naar eigen zeggen na, te kunnen verhinderen dat hij zou worden verplicht zijn medewerking te verlenen aan IX-9140-11/14 bepaalde dossiers. Door zijn overstap naar de FOD Economie heeft hij dit doel ook gerealiseerd. Een ander voordeel bij de nietigverklaring geeft hij niet. Verzoeker laat immers na concreet aan te geven hoe de functieomschrijving die met de bestreden beslissing van 24 maart 2017 werd vastgesteld alsook de doelstellingen uit het planningsgesprek die met de bestreden beslissing van 24 maart 2017 werden vastgesteld, hem thans nog enig nadeel opleveren dat met een eventuele nietigverklaring kan worden verholpen. 11.
- In zijn laatste memorie stelt verzoeker dat hij nog over een rechtstreeks belang beschikt. Hij stelt dat in de procedure in de zaak A. 223.121/IX-9132 waarin hij de nietigverklaring vraagt van de beslissing van 17 maart 2017 tot onmiddellijke stopzetting van zijn thuiswerk, gesteund wordt op de volgens hem onwettige prestatiedoelstellingen die zijn opgenomen in de bestreden beslissing in de zaak A. 223.314/IX -
- Die stelling mist evenwel feitelijke grondslag. Uit de stukken van het administratief dossier – die alle partijen bekend zijn – in de zaak A. 223.121/IX-9132, waarin ook vandaag uitspraak wordt gedaan, blijkt immers dat de daarin bestreden beslissing van 17 maart 2017 steunt op de niet naleving van gemaakte afspraken en instructies en niet op de niet naleving van de bij de bestreden beslissing van 24 maart 2017 vastgestelde prestatiedoelstellingen.
- Verzoeker beweert evenmin dat hij in zijn huidig werk concrete nadelen ondervindt van de thans bestreden beslissingen. Ook andere bijzondere redenen brengt hij niet ter sprake. Het belang waarop verzoeker steunt, blijkt aldus niet méér te zijn dan het belang bij het horen gegrond verklaren van een middel, hetgeen IX-9140-12/14 onvoldoende rechtstreeks is om het belang bij de gevorderde nietigverklaringen te dienen.
- De exceptie is gegrond. VI. Rechtsplegingsvergoeding Vraag van verzoeker
- In zijn laatste memories stelt verzoeker met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding het volgende: “het gaat hier over twee dossiers waarbij het ook voor de verslaggeefster aangewezen lijkt om, in het kader van een goede rechtsbedeling beide zaken wegens verknochtheid samen te voegen. Vermits het gaat over twee beslissingen van dezelfde datum, van dezelfde instantie, met eenzelfde brief ter kennis gebracht, genomen in toepassing van hetzelfde artikel, en volgens de auditeur best, vanwege een goede rechtsbedeling, samengevoegd kunnen worden, kunnen deze beslissingen met 1 arrest beslecht worden. Uitgaande van het voorgaande is het zo dat er voor dit geval dan, bij verlies van het geding, ook maar 1 keer rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is, meer bepaald lx 700 euro in tegenstelling tot de vermelde 2x 700 euro in het besluit van de auditeur.” Beoordeling
- Gelet op de verwerping van de voorliggende beroepen tot nietigverklaring, dient verzoeker beschouwd te worden als de partij die in het kader van deze beroepen in het ongelijk wordt gesteld, terwijl de verwerende partij als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd. Het komt dan ook gepast voor om verzoeker te verwijzen in de betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de verwerende partij. Zoals de verwerende partij in haar laatste memories terecht stelt, doet de samenvoeging geen afbreuk aan het feit dat er twee procedures zijn IX-9140-13/14 gevoerd over twee beslissingen en dat zij heeft moeten voorzien in de opstelling en neerlegging van procedurestukken in beide zaken. Dat betekent dat verzoeker aan de verwerende partij tweemaal een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd is. BESLISSING
- De zaken A. 223.313/IX-9140 en A. 223.314/IX-9141 worden samengevoegd.
- De Raad van State verwerpt de beroepen.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1400 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9140-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.057 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.