id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.095 Rolnummer: A. 230339/XIV-38290 Zaak: Arrest 250095 - Tucht (openbaar ambt) - 12/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-24 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.095 van 12 maart 2021 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.095 van 12 maart 2021 in de zaak A. 230.339/XIV-38.290 In zake: Rudy VAN CLEEMPUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem (Antwerpen) Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Els Gypen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Politiezone Antwerpen van 30 december 2019, waarbij aan verzoeker de zware tuchtstraf wordt opgelegd van ontslag van ambstwege. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 248.790 van 29 oktober 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. Het genoemde arrest is op 23 november 2020 aan verzoeker ter kennis gebracht. XIV-38.290-1/3 Op 13 januari 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van verzoeker een vermoeden van afstand van geding wanneer hij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-38.290-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.290-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.095 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.790 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.