← België

Arrest 250113 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 16/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.113 Rolnummer: A. 225094/X-17223 Zaak: Arrest 250113 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 16/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.113 van 16 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.113 van 16 maart 2021 in de zaak A. 225.094/X-17.223 In zake :

  1. Anne-Marie DEKOKER
  2. Jacques D‟HAENE
  3. Ludwina LESAGE
  4. Louis LENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelse Steenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151B/41 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de GEMEENTE ZONNEBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacky d‟Hoest kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ontvangen op 2 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen van 21 december 2017 tot definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: PRUP) „Nonnebossen-woonclusters‟. X-17.223-1/25 II. Verloop van de rechtspleging
  6. Bij arrest nr. 242.470 van 28 september 2018 is het verzoek tot tussenkomst van de gemeente Zonnebeke ingewilligd en is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij, de tussenkomende partij en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
  7. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Jo Goethals, die loco advocaat Jacky D‟Hoest verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. X-17.223-2/25 III. Feiten 3.
  9. In het als Nonnebossen bekend staande gebied te Zonnebeke bestemt het bij koninklijk besluit van 14 augustus 1979 vastgestelde gewestplan Ieper-Poperinge een zone tot “gebied voor verblijfsrecreatie” (hierna: het recreatiegebied van het gewestplan). Rond het recreatiegebied van het gewestplan duidt hetzelfde gewestplan een landschappelijk waardevol agrarisch gebied aan. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het gewestplan. 3.
  10. In het recreatiegebied van het gewestplan staan ongeveer 250 verblijfsgebouwen, waarvan ongeveer 15% als weekendverblijf wordt gebruikt en de rest permanent wordt bewoond. Een groot deel van het recreatiegebied van het gewestplan is op de biologische waarderingskaart aangeduid als “biologisch zeer waardevol” en “complex van biologisch minder waardevolle en zeer waardevolle elementen”. Het beboste deel is tevens ingekleurd op de “Natura 2000 habitatkaart” en zal hierna worden aangeduid als het waardevol bosgebied. X-17.223-3/25 Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de basiskaart van geopunt.be, waarop een benaderende aanduiding is aangebracht. 3.
  11. In het waardevol bosgebied bevinden zich een vijftigtal verblijfsgebouwen – waarvan ongeveer de helft permanent wordt bewoond – en meerdere onverharde boswegen met typische dreefstructuur. De verzoekende partijen zijn eigenaars van terreinen langs de Nimfenbosdreef, de Kabouterbosdreef, de Sprookjesbosdreef en de Elfenbosdreef (hierna: verzoekers‟ terreinen). Elk van de genoemde bosdreven ligt (voor het grootste deel) in het waardevol bosgebied. Ter verduidelijking volgt hierna een grafisch plan uit het administratief dossier, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.223-4/25
  12. Om aan de problematiek van de permanente bewoning in gebied voor verblijfsrecreatie een oplossing te geven, maakt de provincie West-Vlaanderen een PRUP „Nonnebossen‟ op, dat door de provincieraad op 28 juni 2012 definitief wordt vastgesteld en door de Vlaamse regering met een besluit van 17 oktober 2012 wordt goedgekeurd (hierna: het PRUP van 2012). Het plangebied van het PRUP van 2012 omvat het volledige recreatiegebied van het gewestplan. Dit PRUP neemt verzoekers‟ terreinen op in een “zone voor bos” met overdruk “bestaande woonconstructies” (artikel 2), waarvoor volgend bestemmingsvoorschrift geldt: “De bestemming van de zone is bos, meerbepaald de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van bos. […] De overdruk „bestaande woonconstructies‟ laat in de zone toe dat bestaande „hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte constructies‟ als zonevreemde gebouwen/functie kunnen worden behouden en beperkt uitbreiden.” Ter verduidelijking volgt hierna het bij het PRUP van 2012 horende grafische bestemmingsplan. X-17.223-5/25
  13. Met het arrest nr. 230.393 van 3 maart 2015 vernietigt de Raad van State het PRUP van
  14. In dit arrest wordt het volgende geoordeeld: “
  15. De stedenbouwkundige voorschriften van het PRUP […] stellen onder meer dat de „zone voor bos‟ als bestemming „bos, meerbepaald de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van bos‟ heeft. Zoals gesteld wordt in de toelichtingsnota bij het PRUP […] behoort de betrokken zone tot de categorie van gebiedsaanduiding „Bos‟, dit is – overeenkomstig artikel 2.2.3, § 1, VCRO [Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] – een gebied dat „in hoofdzaak bestemd [is] voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos‟. Daaruit volgt dat – hetgeen overigens door geen enkele partij wordt betwist – de hoofddoelstelling van de betrokken zone de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos is. 23.
  16. In zijn advies wijst het ANB [het Agentschap Natuur en Bos van het Vlaamse Gewest] er op dat in de betrokken zone de verstoring door de aanwezige bebouwing te groot is. Het ANB meent dat woningen en bossen tegenstrijdige noden hebben die niet met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht. Het ANB preciseert dat de ontwikkeling van bos impliceert dat bomen oud kunnen worden. Omwille van veiligheidsredenen is dat voor de bewoners van de betrokken zone slechts op een uiterst beperkte ruimte mogelijk. Voor het ANB staat het toestaan van gebouwen met uitbreidingsmogelijkheden lijnrecht tegenover de doelstellingen behoud, ontwikkeling en herstel van het bos. Een bos kan immers nooit in een goede staat behouden of ontwikkeld worden indien er woningen (permanent of recreatief) in staan. Het ANB concludeert dat door het toestaan van woongebouwen met uitbreidingsmogelijkheden in de betrokken zone de doelstelling van de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos ter plaatse „in de X-17.223-6/25 praktijk niet verwezenlijkt [kan] worden‟. 23.
  17. Het kwam de plannende overheid toe om het in randnummer 23.1 aangehaalde bezwaar van de inzake bos gespecialiseerde overheidsdienst van het Vlaamse Gewest, die het ANB is, bij haar besluitvorming te betrekken. Indien de plannende overheid de ontworpen voorschriften ongewijzigd wenste te laten en over het bezwaar van het ANB heen wenste te stappen, diende zij daarvoor over voldoende deugdelijke redenen te beschikken. Dit klemt des te meer nu uit de gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekers het laatstgenoemde bezwaar in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften zijn bijgetreden.
  18. Volgens de verwerende partijen wordt het in randnummer 23.1 bedoelde bezwaar weerlegd door de in randnummer 11 aangehaalde passage uit het advies van de Procoro. Terecht voeren de verzoekers aan dat ten opzichte van het meergenoemde bezwaar van het ANB het antwoord van de Procoro naast de kwestie is. De Procoro beperkt zich immers tot, enerzijds, een verwijzing naar de bevoegdheid van de Vlaamse overheid inzake de problematiek van de ruimtebalans en, anderzijds, de stelling dat niet „de realisatie van een gewenste natuurlijke structuur‟, maar wel het „oplossen van permanente bewoning en tegengaan van verdere versnippering‟ het uitgangspunt van het PRUP is, waarbij „een specifieke en transparante planologische oplossing [is] voorzien voor een gebied met een heel specifieke problematiek‟.
  19. Dat, zoals in de toelichting bij de stedenbouwkundige voorschriften wordt voorgehouden, „bos‟ „in ruime zin geïnterpreteerd [moet] worden, zoals in het Bosdecreet‟, is geen pertinent antwoord op het bezwaar dat door het toestaan van gebouwen met uitbreidingsmogelijkheden in de betrokken zone de doelstelling van de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos ter plaatse in de praktijk niet verwezenlijkt kan worden. Hetzelfde geldt voor de bewering, ten andere a posteriori, in de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij dat bijkomend kappen in functie van uitbreiding en verbouwingen door de Vlaamse minister uitgesloten zou zijn. Overigens bepalen de stedenbouwkundige voorschriften dat per perceel met een woonconstructie tot 500 m² als niet bebost deel kan worden gehandhaafd. Ook de biologische waarde van het betrokken gebied kan niet worden aangezien als een afdoende weerlegging van het bezwaar van het ANB, al was het maar omdat uit de tekst zelf van zijn advies blijkt dat het ANB zich bewust was van die waarde. […]
  20. Er blijkt geen afdoende motief op grond waarvan de plannende overheid het door de verzoekers bijgetreden bezwaar van het ANB heeft verworpen.
  21. Het eerste en het vierde middel zijn in de aangegeven mate gegrond. […]
  22. Uit de gegevens van de zaak […] blijkt dat de screeningsnota en de beslissing van de dienst Mer [de dienst milieueffectrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest] dat de opmaak van een plan-MER [plan-milieueffectrapport] niet nodig is betrekking hebben op een voorontwerp van uitvoeringsplan waarin het centrale deel van het recreatiegebied van het gewestplan wordt bestemd tot X-17.223-7/25 „zone voor weekendverblijven‟. Het laatstgenoemde gebied wordt door het bestreden PRUP evenwel bestemd tot „zone voor bos‟ met als hoofddoelstelling de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van het bos. Er kan onmogelijk worden voorgehouden dat de dienst Mer uitspraak heeft gedaan over de invloed van de permanente bewoning op de „zone voor bos‟ van het PRUP, aangezien die bestemmingszone niet voorzien was in het aan die dienst voorgelegde plan. Vastgesteld moet worden dat het plan waarop de ontheffingsbeslissing betrekking heeft, aanzienlijk verschilt van het plan waarop de eerste en de tweede bestreden beslissing betrekking hebben. Deze laatste beslissingen blijken zich zodoende op een achterhaalde ontheffingsbeslissing te steunen. Noch de door de verwerende partijen aangevoerde omstandigheden dat in de screeningsnota een onderzoek is gebeurd naar de invloed van het aan de dienst Mer voorgelegde plan op permanente bewoning en dat het bestendigen van de bestaande bebouwing en bewoning in ieder geval minder milieugevolgen zal hebben dan het toelaten van verdere nieuwe bebouwing, noch de door de tussenkomende partij ter terechtzitting aangehaalde omstandigheden dat de wijziging ten opzichte van het ontwerp-PRUP het gevolg is van het openbaar onderzoek en dat het onwerkbaar zou zijn indien na dergelijke wijziging telkens een nieuwe screeningsnota zou moeten worden opgemaakt, vermogen het feit goed te maken dat de dienst Mer niet in de gelegenheid is gesteld om een voor de betrokken zone van het PRUP dienstige beoordeling te maken.
  23. Het zesde middel is in de aangegeven mate gegrond.”
  24. Op 17 maart 2016 beslist de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen om de planopmaakprocedure voor het recreatiegebied van het gewestplan te hernemen door de opmaak van twee parallelle voorontwerpen van PRUP‟s, te weten, enerzijds, het PRUP „Nonnebossen-bos‟ voor het centrale beboste gedeelte en, anderzijds, het PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟ voor de op de vier hoeken gelegen deelzones waar meer dense bebouwing en bewoning voorkomt.
  25. In zijn advies van 9 september 2016 vraagt het agentschap Natuur en Bos van het Vlaamse Gewest om in het plangebied van het PRUP „Nonnebossen-bos‟ de woonfunctie te laten uitdoven. De reden hiervoor is de waarde van het waardevol bosgebied, die in het advies als volgt wordt beschreven: “Op basis van huidige inzichten wordt geoordeeld dat de Nonnebossen een ecologische en landschappelijke waarde hebben. Volgens de biologische waarderingskaart is dit bos zeer waardevol en bestaat de vegetatie voor 70 % uit habitattype 9120, i.e. Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex X-17.223-8/25 en Taxus in de ondergroei - een Europees te beschermen Natura 2000 habitattype. Het bos staat dan ook op de Natura 2000 Habitatkaart. Bovendien is dit bos Ferrarisbos. Dit betekent dat er reeds bos aanwezig was op deze locatie ten tijde van de Ferrariskaarten (18e eeuw), wat de ecologische waarde van het bos verhoogt. Dergelijke historische bossen zijn onvervangbaar. De provincie West-Vlaanderen is bovendien een bosarme regio: behoud van bestaande bossen is zeer belangrijk.”
  26. In de ontworpen toelichtingsnota bij het voorontwerp van PRUP „Nonnebossen – woonclusters‟ wordt het volgende gesteld: “5.2 Visie-elementen voor de 2 ruimtelijke uitvoeringsplannen Zoals hierboven gesteld dient het RUP een ruimtelijk en maatschappelijk verantwoordbare oplossing na te streven. De volgende uitgangspunten worden […] vooropgesteld: het behoud van het groen karakter, het uitwerken van een maatschappelijk aanvaardbaar voorstel dat voldoende rechtszekerheid en duidelijkheid biedt en het tegengaan van een verdere versnippering: - Behoud van het groen karakter […] Met de opmaak van deze ruimtelijke uitvoeringsplannen worden ruimtelijke randvoorwaarden gesteld aan het gebied. Het moet de bedoeling zijn om de bestaande landschappelijke kwaliteiten van het plangebied te behouden én waar zinvol dit boskarakter terug te versterken. Het sterk beboste karakter van de deelzone Nonnebossen Bos moet worden behouden. Daarnaast is er ook een kenmerkende drevenstructuur aanwezig in het gebied die als kwalitatieve landschappelijke elementen dienen behouden te blijven. Deze ruimtelijke uitvoeringsplannen zullen ervoor zorgen dat de landschappelijke impact van de verdere ontwikkelingen in het plangebied beperkt wordt ten aanzien van de huidige vigerende stedenbouwkundige voorschriften. - Maatschappelijk en ruimtelijk aanvaardbare oplossing Er dient gestreefd te worden naar rechtszekerheid voor de bestaande permanente bewoning (en weekendverblijven) binnen het plangebied. Het gebied kan hierbij afgebakend worden in 2 duidelijk af te scheiden ruimtelijke entiteiten: enerzijds de dense verkavelingen met kleine percelen (Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid, Nonnebossen West en Biochalets én anderzijds Nonnebossen Bos met grotere percelen met een sterk bebost karakter. Er wordt gekozen voor een éénvormige bestemming per ruimtelijke entiteit (en niet per individueel perceel). Hierbij wordt permanent wonen planologisch mogelijk gemaakt binnen de dense verkavelingen met kleine percelen (Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid en Nonnebossen West en Biochalets); dit is ook logisch gezien de ruimtelijke verschijningsvorm. Voor Nonnebossen Bos wordt ervoor gekozen om de nadruk te leggen op het behoud van het sterke boskarakter en het permanent wonen en de weekendverblijven als een zonevreemde functie te beschouwen in het bos. Enkel bestaande woonconstructies (permanente woningen en X-17.223-9/25 weekendverblijven) kunnen worden behouden. - Tegengaan van verdere versnippering Zoals hierboven reeds besproken, dient te worden vermeden dat een verdere versnippering van het gebied mogelijk is. Om dit te bewerkstelligen worden de bouwmogelijkheden voor de dense verkavelingen met kleine percelen (Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid, Nonnebossen West en Biochalets) beperkt tot 1 bouwvolume (woning/weekendverblijf) per kadastraal perceel. […] Voor Nonnebossen Bos is het doel om het sterke boskarakter maximaal te behouden. Enkel bestaande woonconstructies (permanente woningen en weekendverblijven) kunnen worden behouden. Er worden geen bijkomende woonconstructies (permanente woningen en weekendverblijven) meer toegestaan. - Bouwmogelijkheden Er is een duidelijk onderscheid in de bebouwingsdichtheid van de bebouwde zones in het plangebied die kunnen opgedeeld worden in 2 grote ruimtelijke entiteiten: o Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid, Nonnebossen West en Biochalets betreffen relatief kleine percelen, alsook de aanwezige bouwvolumes. […] Er werd door de gemeente een steekproefonderzoek gevoerd naar de aanwezige bebouwde oppervlaktes en bouwvolumes […]. Op basis van dit onderzoek wordt er voorgesteld om in de stedenbouwkundige voorschriften het maximale bouwvolume op te trekken naar 400 m³ […] o Nonnebossen Bos (bebost gebied dat de andere bovengaande onderdelen van elkaar scheidt): betreft overwegend grotere percelen, waarbij de bouwvolumes zeer divers zijn. Er worden geen bijkomende woonconstructies (permanente woningen en weekendverblijven) meer toegestaan. Enkel bestaande woonconstructies kunnen worden behouden. Voor deze bestaande woonconstructies wordt er vastgesteld dat deze inzake bouwvolume veelal de vigerende voorschriften van de stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven en de inrichting van gebieden voor dergelijke verblijven (B.V.R. 8/7/2005) overstijgen, die een maximaal bouwvolume van 240 m³ aangeeft; aangepaste stedenbouwkundige voorschriften zijn aangewezen. Er werd door de gemeente een steekproefonderzoek gevoerd naar de aanwezige bebouwde oppervlaktes en bouwvolumes […]. Op basis van dit onderzoek wordt er voorgesteld om in de stedenbouwkundige voorschriften het maximale bouwvolume op te trekken naar 400 m³, maar de maximale bebouwbare oppervlakte van 80 m² aan te houden.[…] Het is aangewezen om het streven naar grotere kadastrale percelen […] te stimuleren. Dit kan men het best stimuleren door bij samenvoeging van twee of meer percelen een iets groter maximaal bouwvolume toe te laten van 500m³, dan wanneer de bestaande perceelstoestand dezelfde blijft.”
  27. Op 12 september 2016 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent het voorontwerp van PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟. X-17.223-10/25 10.
  28. De provincie West-Vlaanderen maakt in november 2016 een nota op tot “screening” van de noodzaak van milieueffectrapportage voor het voorontwerp van PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟ (hierna: de screeningsnota). 10.
  29. In de screeningsnota word het volgende gesteld: “Beknopte beschrijving […] Initieel werd 1 PRUP opgemaakt voor de zones Woonclusters en het bosgebied dat de vier woonzones verbindt. De deputatie heeft in zitting van 17 maart 2016 beslist om het PRUP Nonnebossen te hernemen, maar om de 2 Provinciale Ruimtelijke Uitvoeringsplannen in afzonderlijke procedures te laten verlopen. De motivering luidt dat er duidelijk 2 ruimtelijke verschillende entiteiten zijn met de woonclusters en het bosgedeelte. De vernietiging van het initiële PRUP is er gekomen door bezwaarindieners vanuit het gedeelte bos. Aangezien er dringende ingrepen nodig zijn naar brandveiligheid en riolering in de woonclusters, vindt de deputatie het raadzaam om een afzonderlijke procedure te voeren voor de woonclusters en het bosgedeelte. Op 21 maart 2016 werd dit via een infomarkt gecommuniceerd naar de betrokken bewoners en eigenaars van het gebied. Voorliggende screening gaat in op het plangebied van de woonclusters. […] Geplande ontwikkelingen Op het RUP „Nonnebossen bos‟ na zijn er geen andere geplande ontwikkelingen in de onmiddellijke nabijheid van het plangebied die mogelijks kunnen interfereren (op vlak van milieueffecten) op voorliggend plan. PRUP Nonnebossen-bos De vier deelplangebieden van voorliggend PRUP worden van elkaar gescheiden door een beboste zone „Nonnebossen-bos‟. Ook in dit centrale bosgebied zijn enkele permanent bewoonde recreatiewoningen aanwezig, maar de woondichtheid is een stuk lager. Omwille van het verschillende karakter van dit gebied ten opzichte van de deelplannen in voorliggend PRUP, en het feit dat het planologisch regulariseren van woningen deze boszone een heikele kwestie is, werd besloten voor Nonnebossen-bos een afzonderlijk PRUP op te maken. De eerste aanzet van dit PRUP staat hier kort beschreven. De opmaak van dit RUP vormt nog onderwerp voor verder overleg. X-17.223-11/25 […] Aanleiding voor de opmaak van het PRUP […] Het opmaken van de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen „Nonnenbossen – woonclusters‟ en „Nonnenbossen – bos‟ te Zonnebeke zijn een vierde en laatste stap in de aanpak van de problematiek die zich voordoet in de clusters van zonevreemde en/of permanent bewoonde weekendverblijven binnen de provincie.[…] […] Discipline Fauna & Flora […] Het plan voorziet voornamelijk in de bestendiging van de huidige feitelijke situatie, waarbij aanwezige woningen (al dan niet permanent bewoond) kunnen behouden blijven. De vier clusters verkavelingen worden bestendigd onder de vorm van recreatief wonen. Door voldoende garanties in de voorschriften in te bouwen, wordt het groene karakter van het gebied gegarandeerd.[…] Het plangebied is […] eerder geïsoleerd gelegen ten opzichte van de ecologische structuur en bosstructuur op mesoniveau. De impact kan bijgevolg als verwaarloosbaar worden ingeschat. […] De potentiële verstoring vanuit het woongebied naar het centrale bos tussen de deelplangebieden (faunistisch waardevol gebied) wordt maximaal beperkt door het inbouwen van randvoorwaarden in de voorschriften met onder andere: het opleggen van afsluitingen in streekeigen groen, minimale afstand tot de zonegrens, bestaande waardevolle groenvoorzieningen binnen de verkavelingen blijven behouden, … Er worden tav het aspect fauna en flora geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht ten gevolge van realisatie van het plan en dit zowel ten opzichte van de feitelijke als planologische situatie. […] Rekening houdende met de kenmerken van het plan, de kenmerken van de omgeving en de bovenstaande analyse blijkt dat mogelijke negatieve milieueffecten niet verwacht worden en bijgevolg niet aanzienlijk zijn. Er kan worden besloten dat er geen plan-MER moet worden opgemaakt”. X-17.223-12/25
  30. Op 28 november 2016 bevestigt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid, op basis van de screeningsnota, dat het voorgenomen PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟ “geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. 12.
  31. Met een eerste besluit van 23 maart 2017 beslist de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen om de opmaakprocedure van het PRUP „Nonnebossen-bos‟ te staken. In het laatstgenoemde besluit wordt het volgende gesteld: “Overwegend dat het Agentschap Natuur en Bos akkoord gaat met bestemming bos, maar vraagt om de woonfunctie te laten uitdoven. Dit standpunt staat haaks op het standpunt van Agentschap Natuur en Bos tijdens de vorige procedure waar het bos als niet waardevol werd beschouwd. Op basis van het vorige RUP werd reeds de woonfunctie bestendigd. Overwegend dat vanuit Vlaanderen geen duidelijke oplossing wordt aangereikt op welke wijze en met welke keuze de problematiek kan opgelost worden; […] BESLUIT: Art 1 : de provincieraad van West-Vlaanderen geeft de opdracht terug aan de Vlaamse Regering om [een PRUP] op te maken voor Nonnenbossen-bos […]”. 12.
  32. Met een tweede besluit van 23 maart 2017 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het ontwerp van PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟ voorlopig vast.
  33. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 2 mei tot 30 juni 2017, dienen onder meer eerste, derde en vierde verzoekende partijen een bezwaarschrift in.
  34. Op 7 september 2017 geeft de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van de provincie West-Vlaanderen advies. 15.
  35. Bij besluit van 21 december 2017 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het PRUP „Nonnebossen-woonclusters‟ definitief X-17.223-13/25 vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 februari
  36. 15.
  37. Zoals blijkt uit het bij het definitief vastgestelde gemeentelijk PRUP horende grafisch plan, worden vier zones van het recreatiegebied van het gewestplan bestemd tot “zone voor recreatief wonen” (artikel 1), die hierna worden aangeduid als de vier woonzones. Ook het oostelijk deel van de Nimfenbosdreef wordt opgenomen in een “zone voor recreatief wonen”. De Elfenbosdreef en het zuidelijk deel van de Kabouterbosdreef worden opgenomen in zones voor “wegenis met openbaar karakter” (artikel 4). Ten opzichte van het PRUP van 2012 wordt de daarin voorziene “zone voor bos” met overdruk “bestaande woonconstructies” uit het plangebied weggelaten. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het laatstgenoemde grafisch plan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.223-14/25 15.
  38. De stedenbouwkundige voorschriften van het definitief vastgestelde PRUP stellen het volgende: “1.4.1 Artikel 1: zone voor recreatief wonen I. Bestemming De zone is bestemd voor het recreatief wonen. Binnen deze bestemming zijn toegelaten: ééngezinswoningen, weekendverblijven en vakantiewoningen. […] 1.4.
  39. Artikel 4: Wegenis met openbaar karakter. I. Bestemming Wegen met openbaar karakter in functie van bereikbaarheid en toegankelijkheid. […] II. Inrichting en beheer De wegen worden ingericht in functie van erfverkeer met specifieke aandacht voor fietsers en wandelaars. Alle werken in functie van het verzekeren van toegankelijkheid, veiligheid en het realiseren van een kwalitatieve aanleg zijn toegelaten. […]”. 15.
  40. In de bij het definitief vastgestelde PRUP horende toelichtingsnota wordt het volgende gesteld: “1.
  41. Het hernemen van het RUP De deputatie heeft in zitting van 17 maart 2016 beslist om het PRUP Nonnebossen te hernemen maar in 2 Provinciale Ruimtelijke Uitvoeringsplannen. De motivering is omwille van het feit dat er duidelijk 2 ruimtelijke verschillende entiteiten zijn met de woonclusters en het bosgedeelte. De vernietiging is er gekomen door bezwaarindieners vanuit het gedeelte bos. Aangezien er dringende ingrepen nodig zijn naar brandveiligheid en riolering in de woonclusters, vindt de deputatie het raadzaam om een afzonderlijke procedure te voeren voor de woonclusters. Op 21 maart 2016 werd dit via een infomarkt gecommuniceerd naar de betrokken bewoners en eigenaars van de woonclusters en het bosgebied. […] 2.3 Bestaande toestand problematiek 2.3.1 Problematiek permanente bewoning in gebied voor verblijfsrecreatie Het voornaamste knelpunt in het plangebied is deze van het permanent wonen.[…] Het permanent wonen komt hoofdzakelijk voor in de verkavelingen Noord, Oost, Zuid, West en Biochalets. Alsook in de strook langs de Elfenbosdreef tussen verkaveling Zuid en West. In Nonnebossen Bos wordt quasi niet permanent gewoond. […] 2.3.2 Ontsluiting X-17.223-15/25 De wegenis in Nonnebossen West, Zuid en Biochalets voldoet aan de normen inzake bereikbaarheid voor o.a. brandweer in woongebied. Nonnebossen Oost en Noord zijn daarentegen ronduit slecht ontsloten. Het gaa[t] veeleer om zeer smalle erftoegangen. Ook in Nonnebossen Bos zijn de wegen veelal ontoereikend om te functioneren als ontsluitingswegen cfr. brandveiligheidsvoorschriften voor woongebied. 2.3.3 Nonnebossen Bos De verkaveling Nonnebossen Bos is vrij heterogeen. Het meest kenmerkende is het beboste karakter. Het gebied is slechts minimaal ontsloten; het gaat om onverharde boswegels met typische dreefstructuur. […] Dit bos wordt volgens de biologische waarderingskaart quasi volledig zeer hoog gewaardeerd. […] 5 VISIEVORMING 5.1 Probleem van permanente bewoning Het doel van dit RUP is een oplossing te bieden voor de problematiek van de aanwezige permanente bewoning. […] 5.2 Visie-elementen De volgende uitgangspunten worden […] vooropgesteld: het behoud van het groen karakter, het uitwerken van een maatschappelijk aanvaardbaar voorstel dat voldoende rechtszekerheid en duidelijkheid biedt en het tegengaan van een verdere versnippering: - Behoud van het groen karakter […] Met de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan worden ruimtelijke randvoorwaarden gesteld aan het gebied. Het moet de bedoeling zijn om de bestaande landschappelijke kwaliteiten en het bestaand groen van het plangebied te behouden én waar zinvol terug te versterken. - Maatschappelijk en ruimtelijk aanvaardbare oplossing Er dient gestreefd te worden naar rechtszekerheid voor de bestaande permanente bewoning (en weekendverblijven) binnen het plangebied. Er wordt gekozen voor een éénvormige bestemming per ruimtelijke entiteit (en niet per individueel perceel). Hierbij wordt permanent wonen planologisch mogelijk gemaakt binnen de dense verkavelingen met kleine percelen (Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid en Nonnebossen West en Biochalets); dit is ook logisch gezien de ruimtelijke verschijningsvorm. - Tegengaan van verdere versnippering Zoals hierboven reeds besproken, dient te worden vermeden dat een verdere versnippering van het gebied mogelijk is. Om dit te bewerkstelligen worden de bouwmogelijkheden voor de dense verkavelingen met kleine percelen (Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid, Nonnebossen West en Biochalets) beperkt tot 1 bouwvolume (woning/weekendverblijf) per kadastraal perceel. Het is aangewezen om – gezien de vaak kleine perceelsoppervlaktes – het samenvoegen van percelen te stimuleren. - Bouwmogelijkheden Nonnebossen Noord, Nonnebossen Oost, Nonnebossen Zuid, X-17.223-16/25 Nonnebossen West en Biochalets betreffen relatief kleine percelen, alsook de aanwezige bouwvolumes. […] Er werd door de gemeente een steekproefonderzoek gevoerd naar de aanwezige bebouwde oppervlaktes en bouwvolumes […]. Op basis van dit onderzoek wordt er voorgesteld om in de stedenbouwkundige voorschriften het maximale bouwvolume op te trekken naar 400 m³. […] Het is aangewezen om – gezien de vaak kleine perceelsoppervlaktes – het samenvoegen van percelen te stimuleren. Daartoe is het aangewezen om bij samenvoeging van percelen een iets groter maximaal bouwvolume toe te laten van 500 m³, dan wanneer de bestaande perceelstoestand dezelfde blijft.” IV. Ontvankelijkheid Aangevoerde excepties 16.
  42. De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten het belang van de verzoekende partijen bij het beroep. 16.
  43. De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat een gebeurlijke nietigverklaring geen rechtsreeks voordeel voor de verzoekende partijen oplevert. Zij proberen immers in een situatie terecht te komen waarin zij een stedenbouwkundige vergunning kunnen krijgen, doch een vernietigingsarrest kan dergelijk effect niet bewerkstelligen. Ook de vrees voor onteigening kan geen belang staven, daar het betrokken eigendom niet binnen de perimeter van het PRUP valt, dan wel omdat er geen onteigeningsplan aan het bestreden PRUP is gehecht. De verwerende partij ontkent verder dat het bestreden PRUP de mobiliteitsdruk ter plaatse zal doen stijgen, daar het slechts de reeds feitelijk bestaande situatie bevestigt. Tot slot merkt de verwerende partij op dat de oorspronkelijke beslissing van de deputatie om een opsplitsing te maken tussen een PRUP voor het bos en een PRUP voor de woonclusters nooit is aangevochten, ook niet als voorbeslissing in het kader van de huidige procedure. X-17.223-17/25 16.
  44. De tussenkomende partij voert in haar verzoekschrift tot tussenkomst aan dat geen van de verzoekende partijen een eigendom heeft binnen de perimeter van het bestreden PRUP. Daar het werkelijke voorwerp van het beroep er in bestaat om verzoekers‟ terreinen opgenomen te zien in een PRUP, is de Raad van State onbevoegd om er uitspraak over te doen. De niet-opname van terreinen in een PRUP is immers een weigering om van een louter facultatieve bevoegdheid gebruik te maken, wat geen voor vernietiging vatbare akte is.
  45. In hun laatste memories voeren de verwerende partij en de tussenkomende partij aan dat de verzoekende partijen enkel hinder zouden kunnen ondervinden van een verhoogde mobiliteitsdruk door de realisatie van het bestreden PRUP indien zij zelf in de mogelijkheid zouden zijn om aldaar een weekendverblijf te bouwen. Op heden is er evenwel geen enkel argument voorhanden waaruit zou blijken dat voor verzoekers‟ terreinen een stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van een weekendverblijf zou kunnen worden verkregen. Het gaat dan ook louter om een hypothetisch nadeel. Beoordeling
  46. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de terreinen van tweede en vierde verzoekers deels in het plangebied van het bestreden PRUP gelegen zijn. Het betreft respectievelijk de westelijke en de noordelijke rand van deze terreinen, die door dit PRUP worden herbestemd tot zones voor “wegenis met openbaar karakter” (de Kabouterbosdreef en de Elfenbosdreef). In hun memorie van wederantwoord lichten de verzoekende partijen toe dat door de realisatie van de vier woonzones van het bestreden PRUP de mobiliteitsdruk zal stijgen, waardoor de rust op hun terreinen verstoord dreigt te worden. Redelijkerwijze moet worden aangenomen dat dit een potentieel nadeel is voor de verzoekende partijen. Op grond van de reglementaire voorschriften van het gewestplan is immers enkel recreatief verblijf toegelaten, terwijl het bestreden PRUP permanente bewoning in de vier woonzones voorziet. X-17.223-18/25
  47. De in het vorige randnummer aangehaalde elementen volstaan om het rechtstreekse belang van de verzoekende partijen bij hun – daadwerkelijk tegen het bestreden PRUP gerichte – beroep te staven. De door de verwerende partij en de tussenkomende partij aangehaalde elementen doen geen afbreuk aan dit belang, temeer daar een substantieel aantal van de percelen in de vier woonzones momenteel nog onbebouwd is. Bovendien is het ten onrechte dat de verwerende partij en de tussenkomende partij in hun laatste memories redeneren alsof de gewestplanbestemming verblijfsrecreatie op verzoekers‟ terreinen buiten toepassing gelaten zou kunnen worden.
  48. De excepties worden verworpen. V. Onderzoek van het eerste onderdeel van het tweede middel Het aangevoerde middelonderdeel 21.
  49. Het tweede middel is genomen uit de schending van artikel 5.4.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 21.
  50. De verzoekende partijen wijzen er in een eerste middelonderdeel op dat artikel 5.4.2 VCRO stipuleert dat de op die bepaling gesteunde ruimtelijke uitvoeringsplannen “uiterlijk op 30 april 2015 definitief [worden] vastgesteld”. Deze hogere norm is echter bij het vaststellen van het bestreden PRUP niet gerespecteerd.
  51. In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dat artikel 5.4.2 VCRO dwingend is, geen afwijkingen toelaat en boven het provinciaal ruimtelijk structuurplan staat. De provincie heeft haar bevoegdheid om voor de problematiek van de weekendverblijven een PRUP vast te stellen verloren op 30 april
  52. Krachtens artikel 2.2.1, § 1, 2°, VCRO is de provincie weliswaar bevoegd om ruimtelijke uitvoeringsplannen op te maken, doch wanneer het over de problematiek van de weekendverblijven gaat, is deze bevoegdheid door artikel 5.4.2 VCRO beperkt in de tijd. X-17.223-19/25 Beoordeling
  53. In zijn te dezen toepasselijke versie luiden de artikelen 2.2.1, § 1, 2°, en 5.4.2 VCRO: “Art. 2.2.
  54. §
  55. Er worden ruimtelijke uitvoeringsplannen op de volgende niveaus opgemaakt : […] 2° provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen voor een deel of delen van het grondgebied van de provincie. […] Art. 5.4.
  56. De voor de planopmaak bevoegde bestuursniveaus onderzoeken of planologische oplossingen kunnen worden geboden voor bestaande knelpunten op het vlak van de ruimtelijke inplanting en de permanente bewoning van weekendverblijven. Deze onderzoeken worden uiterlijk op 30 april 2012 afgerond. De ruimtelijke uitvoeringsplannen die gevolg geven aan het door deze onderzoeken vooropgestelde oplossingskader, worden uiterlijk op 30 april 2015 definitief vastgesteld. Planologische omzettingen van op het ogenblik van de voorlopige vaststelling van het bestemmingsplan bestaande en al dan niet permanent bewoonde weekendverblijven naar een zone waar permanent verblijf toegelaten is, worden niet aangerekend op de gemeentelijke woonquota, zoals bepaald door het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Zij worden evenmin meegerekend in de berekening van de woonbehoeften in het kader van de structuurplanning.”
  57. Met de verwerende partij, moet worden vastgesteld dat de verzoekende partijen zich vergissen over de verhouding tussen artikel 2.2.1, § 1, en artikel 5.4.2 VCRO. De algemene planningsbevoegdheid van artikel 2.2.1, § 1, staat immers los van de aanvullende specifieke regeling in artikel 5.4.2 VCRO. Artikel 5.4.2 stimuleert de plannende overheden om uiterlijk op 30 april 2015 een ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot weekendverblijven vast te stellen, door in het tweede lid te voorzien dat de planologische omzettingen niet worden meegeteld voor de gemeentelijke woonquota en voor de woonbehoeftenberekening in het kader van de structuurplanning. Wanneer een plannende overheid na 30 april 2015 een ruimtelijk uitvoeringsplan met betrekking tot weekendverblijven vaststelt op basis van haar algemene planningsbevoegdheid van artikel 2.2.1, § 1, worden de planologische X-17.223-20/25 omzettingen wél meegeteld voor de gemeentelijke woonquota en voor de woonbehoeftenberekening in het kader van de structuurplanning.
  58. Het bestreden PRUP steunt terecht op de algemene planningsbevoegdheid van artikel 2.2.1, § 1, 2°, VCRO. Anders dan de verzoekende partijen aannemen, is artikel 5.4.2 VCRO te dezen niet toepasselijk.
  59. Het besproken middelonderdeel wordt verworpen. VI. Onderzoek van het achtste middel Standpunt van de partijen 27.
  60. Het achtste middel is genomen uit de schending van artikel 4, § 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 „betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma‟s‟ en van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 27.
  61. De verzoekende partijen betogen dat het onderzoek naar de milieueffecten onzorgvuldig is gevoerd. De screeningsnota is onvolledig omdat de effecten voor het waardevol bosgebied niet zijn onderzocht. Dat deze effecten er wel degelijk zullen zijn, kan worden afgeleid uit de toelichtingsnota bij het bestreden PRUP waarin sprake is van onteigeningen in het waardevol bosgebied in functie van de brandveiligheid.
  62. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij het volgende: “Uit het administratieve dossier blijkt duidelijk dat er een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen enerzijds de woonclusters en anderzijds het bos. In zoverre zelfs dat expliciet is overwogen dat er geen argumentatie zal naar voor gebracht worden met betrekking tot het bos. De overwegingen met betrekking tot de onteigening, die overigens niet eens door de verwerende partij zou kunnen gebeuren en die ook niet zal gebeuren ingevolge een onteigeningsplan die aan het hier bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan is gekoppeld, zijn volstrekt ten overvloede en geen motieven die als zodanig het bestreden besluit schragen. X-17.223-21/25 [De] aanleg van de wegenis of andere infrastructuurwerken staan eigenlijk volledig los van het hier bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan. Bijaldien dienden in het hier bestreden uitvoeringsplan geen milieueffecten te worden onderzocht.”
  63. De verzoekende partijen insisteren in hun memorie van wederantwoord dat er sprake is van onteigeningen in het waardevol bosgebied in functie van het aanpassen van de riolering en maatregelen voor brandveiligheid. Er zijn dus wel degelijk milieueffecten voor het waardevol bosgebied die in de screeningsnota ten onrechte niet zijn onderzocht. Beoordeling
  64. Bij de milieueffectscreening van een RUP moet voor elke zone van het plan de vergelijking worden gemaakt tussen de verordenende voorschriften van het bestaande plan en die van het voorgenomen plan (hierna: de planologische toets). De huidige feitelijke bestemming van het gebied is bij deze planologische toets niet relevant. Wanneer uit de voornoemde planologische toets blijkt dat er zich inzake milieueffecten een relevante wijziging voordoet, moet deze wijziging bij het onderzoek worden betrokken. Voor het uitvoeren van een volledig en zorgvuldig effectenonderzoek kan de voornoemde planologische toets echter niet volstaan wanneer de betrokken percelen zich vanuit milieuoogpunt in een bijzondere feitelijke situatie bevinden, zoals bij de vastgestelde aanwezigheid van waardevolle natuurelementen. In dat geval moet ook worden nagegaan of er, gelet op die bestaande feitelijke toestand, milieueffecten kunnen zijn bij de realisatie van het voorgenomen plan. Wat de intrinsieke degelijkheid van een plan-MER-screening betreft, is de Raad van State niet bevoegd om zijn beoordeling in de plaats van die van de dienst Mer te stellen. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht is hij wel bevoegd om na te gaan of de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is. X-17.223-22/25 Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen.
  65. Uit de gegevens van de zaak (randnr. 15.2) blijkt dat in het waardevol bosgebied gelegen (onderdelen van) bosdreven door het bestreden PRUP worden herbestemd tot “zone voor recreatief wonen” en zones voor “wegenis met openbaar karakter”. Alvast binnen de laatstgenoemde zones maakt het bestreden PRUP het mogelijk in het waardevol bosgebied tot onteigening over te gaan, rioleringen aan te leggen en bomen te vellen om de weg te verbreden. Er kan niet worden ingestemd met de stelling van de verwerende partij dat onteigeningen op basis van het bestreden PRUP “eigenlijk volledig los” zouden staan van dit PRUP. Daar de screeningsnota er – ten onrechte – van is uitgegaan dat het waardevol bosgebied volledig buiten het plangebied van het bestreden PRUP ligt, is er geen onderzoek gedaan naar de mogelijke milieueffecten van de vermelde herbestemmingen.
  66. Verder kan de conclusie van de screeningsnota dat er “tav het aspect fauna en flora geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht [worden]” niet los gezien worden van het in de toelichtingsnota bij het voorontwerp van PRUP beschreven uitgangspunt (randnr. 8) dat er parallel met het ruimtelijk uitvoeringsplan „Nonnebossen-woonclusters‟ een ruimtelijk uitvoeringsplan „Nonnebossen-bos‟ vastgesteld zou worden om de kenmerkende drevenstructuur en het boskarakter van het waardevol bosgebied te behouden en te versterken (hierna: de bosbeschermende doelstelling). Nadat de verwerende partij op 23 maart 2017 – dit is na de opmaak van de screeningsnota en de beslissing van de dienst Mer – de planopmaakprocedure voor „Nonnebossen-bos‟ heeft gestaakt, is er ter zake geen nieuwe planprocedure meer opgestart. Aldus blijft het betrokken gebied X-17.223-23/25 onderworpen aan het gewestplanvoorschrift voor recreatiegebied en ontbreken de planologische maatregelen met de bosbeschermende doelstelling waarvan bij de opmaak van de screeningsnota is uitgegaan. Dat in de screeningsnota is aangenomen dat het ruimtelijk uitvoeringsplan „Nonnebossen-bos‟ met de bosbeschermende doelstelling vastgesteld zou worden, bevestigt dat de plannende overheid onzorgvuldig te werk is gegaan.
  67. Het achtste middel is gegrond. VII. Kosten
  68. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  69. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  70. De Raad van State vernietigt het besluit van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen van 21 december 2017 tot definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Nonnebossen-woonclusters’.
  71. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit.
  72. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1600 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van X-17.223-24/25 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 120 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.223-25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.113 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.470 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.