id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.128 Rolnummer: A. 232210/IX-9799 Zaak: Arrest 250128 - Varia (onderwijs en cultuur) - 17/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.128 van 17 maart 2021 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.128 van 17 maart 2021 in de zaak A. 232.210 /IX-9799 In zake: de VZW DE LINK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carl Alexander kantoor houdend te 8000 Brugge Zwijnstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 10 november 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 20 augustus 2020 „tot de toekenning van een subsidie aan vzw De Link voor het actieplan „Opleiding en Tewerkstelling van Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting‟ – luik „Opleiding‟ voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020‟. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. IX-9799- 1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 maart
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Carl Alexander, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Deborah Smets, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster stelt zich, naar luid van haar statuten, tot doel “het bevorderen van empowerment en emancipatie van de uitgeslotenen binnen onze samenleving, haar burgers, diensten en beleid”. Zij “staat in voor de methodiek- ontwikkeling en profielvorming van ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting”. Zij wil dat doel verwezenlijken “door het organiseren van een oplei- ding voor en het creëren van en toeleiden tot tewerkstelling van ervaringsdeskun- digen in de armoede en sociale uitsluiting”. Verzoekster is naar eigen zeggen sinds 2004 erkend als „orga- nisatie voor coördinatie en toeleiding tot de opleiding van opgeleide ervarings- deskundigen in de armoede en sociale uitsluiting‟ in de zin van artikel 17 van het decreet van 21 maart 2003 „betreffende de armoedebestrijding‟. IX-9799- 2/8 Zij vraagt en verkrijgt, opnieuw naar eigen zeggen, jaarlijks subsidies vanuit de bevoegdheidsdomeinen Welzijn en Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verzoekster vraagt ook voor het jaar 2020 de subsidies aan. Met een 1 april 2020 gedateerde brief deelt de voor onderwijs bevoegde Vlaamse minister mee wat volgt: “Het begrotingsakkoord dat ik ontving van de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting naar aanleiding van de budgetaanpassing 2019 stelt een aantal expliciete voorwaarden voor eventuele verdere sub- sidiëring. Hij baseert zich daarvoor onder meer op de herhaaldelijk ge- formuleerde opmerkingen van de inspecteur van financiën die geen on- voorwaardelijk gunstig advies meer kan geven. De Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting maakt zich in de eerste plaats zorgen over de tekorten en sluit daarom eventuele meer- vragen alvast uit. Bovendien dienen er expliciete afspraken gemaakt te worden met domein welzijn over de bevoegdheidsoverlap, zodat dubbele subsidiëring van vzw de Link of haar personeel uitgesloten wordt. Er dient daarnaast ook een evaluatie gemaakt te worden van de doeltreffendheid van de opleidingen tot ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting, specifiek in termen van tewerkstellingskansen van alumni uit de richting. Ik zie mij dan ook genoodzaakt om op basis van artikel 9 van het subsi- diebesluit een audit te laten uitvoeren. Deze audit zal bestaan uit twee luiken: - Enerzijds zal de financiële gezondheid, de financiële overlap met het beleidsdomein Welzijn, het wegwerken van de financiële tekorten en de daaraan gekoppelde personeelskostproblematiek onderzocht worden. - Daarnaast zal er gepeild worden naar de doeltreffendheid van de oplei- dingen, specifiek in termijn van tewerkstellingskansen van de afgestu- deerden. Voor beide reeksen vragen zullen gespecialiseerde auditors met u contact opnemen.” Op 15 april 2020 beslist de Vlaamse minister van Onderwijs om aan verzoekster een subsidie toe te kennen van 248.000 euro “voor het actieplan „Opleiding en Tewerkstelling van Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting‟ – luik „Opleiding‟ voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 augustus 2020”. In de begeleidende e-mail wordt erop gewezen dat “de mid- IX-9799- 3/8 delen voorlopig [worden] toegekend tot 31 augustus 2020”, “[i]n afwachting van de resultaten van de lopende audit”. Op 20 augustus 2020 beslist de Vlaamse minister van Onderwijs om, voor de periode van 1 januari 2020 tot 31 december 2020, de subsidie voor verzoekster te brengen op 310.000 euro. Met een brief van 18 september 2020 wordt verzoekster van deze beslissing in kennis gesteld. De brief zelf leest als volgt: “Het beleidsdomein Onderwijs kiest in de toekomst voor een ander model voor de ondersteuning van kansarme Vlamingen die binnen het volwas- senenonderwijs een opleiding volgen. Voor vzw De Link betekent dit dat de huidige subsidiëring voor opleidin- gen van ervaringsdeskundigen in de armoede zal uitdoven. De reeds op- gestarte cohortes zullen hun vierjarig traject wel kunnen afronden in Kort- rijk en Gent. In bijlage vindt u het besluit dat deze beslissing bekrachtigt. Het deelbedrag van de subsidie voor september tot december wordt naar beneden bijgesteld omdat er in Antwerpen en in Hasselt geen nieuwe cohortes opgestart moeten worden. Ik kan mij voorstellen dat deze moeilijke boodschap veel teleurstelling opwekt binnen uw vereniging. Sta mij toe te benadrukken dat deze be- leidskeuze geen afbreuk doet aan jullie engagement en jullie werk. Ondanks jullie inspanningen daalt echter het aantal ervaringsdeskundigen in de armoede die een plek vinden op de arbeidsmarkt. De huidige manier van werken biedt blijkbaar onvoldoende garanties op een stabiele tewerk- stelling. Deze evolutie kon helaas niet ten goede gekeerd worden. De recente audit van de vzw bevestigt dat jullie grote inspanningen doen om een zeer kwetsbare doelgroep alle kansen te bieden, maar er blijken te weinig duurzame resultaten op de langere termijn. Bovendien blijkt uit de financiële analyse dat de huidige structuur van de vzw het schier onmoge- lijk maakt om de verschillende subsidiestromen van elkaar te onderschei- den en om ze elk afzonderlijk te evalueren. De externe auditpartner waar- schuwt dat we daardoor eigenlijk niet beschikken over volledige en cor- recte cijfers. Een doorgedreven analyse blijkt onmogelijk omdat de struc- tuur van de boekhouding het niet toelaat en omdat verschillende onzorg- vuldigheden in de boekhoudkundige verwerking de zaak verder bemoei- lijken.” IX-9799- 4/8 IV. Spoedeisendheid
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be- streden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteen- gezet én gestaafd.
- In haar uiteenzetting over de spoedeisendheid gebruikt ver- zoekster veel woorden, weinig cijfers en staaft zij niets met overtuigingsstukken. IX-9799- 5/8
- Voor zover verzoekster refereert aan “de financiële gezondheid en de continuïteit van de vzw”, erkent haar raadsman op de terechtzitting dat het voortbestaan van de vereniging ingevolge de bestreden beslissing niet in gevaar komt. Voor zover zij gewaagt van “een aanslag op de bestaansreden van verzoekster”, erkent haar raadsman op de terechtzitting dat verzoekster nog andere activiteiten ontplooit en kan ontplooien. Dat verrast ook niet, aangezien verzoekster wegens de bestreden beslissing weliswaar ongeveer 62.000 euro misloopt, maar toch nog steeds 310.000 euro van Onderwijs ontvangt en, voor zoveel het auditoraat heeft kunnen nagaan en niet door verzoekster weersproken, zij ook van Welzijn mag rekenen op meer dan 550.000 euro subsidies.
- Wat het financieel nadeel betreft, betrekt verzoekster dit alleen op de kosten die gepaard gaan met de opstart van twee opleidingen – in Antwerpen en Hasselt – waarvoor zij door de bestreden beslissing niet langer wordt gesubsi- dieerd. Zij becijfert met betrekking tot de “werkingskosten en perso- neelskosten” enkel de kost van de opzegging van de procesbegeleider voor die opleidingen. Die uitgave zou – zou, want niet gedocumenteerd – ongeveer 100.000 euro bedragen. De Raad van State kan dit niet verifiëren. Bovendien geeft verzoekster geen enkele toelichting bij dit cijfer om te duiden waarom zij die uit- gave niet kan dragen in afwachting van de afloop van het beroep ten gronde. Met andere mogelijke kosten die verzoekster vermeldt maar niet toelicht of becijfert, mag de Raad geen rekening houden. Dit is het geval voor de “inschrijvingskosten” en het “leermateriaal” dat door de cursisten is betaald. IX-9799- 6/8
- Ten slotte mocht het voor verzoekster, zo blijkt uit het feitenre- laas, duidelijk zijn dat haar subsidies geen uitgemaakte zaak waren. Het is ver- zoeksters eigen beslissing geweest om de betrokken opleidingen op te starten, ook al had zij geen zicht op – en dus ook geen zekerheid over – de toekenning van subsidies voor de periode september - december
- Haar betoog op de te- rechtzitting, dat zij mocht voortgaan op wat in de begroting van vorig jaar was opgenomen, is niet overtuigend. Verzoekster wist dat haar activiteiten aan een audit werden onderworpen. Uit het administratief dossier blijkt dat zij zich al op 20 april 2020 afvroeg of “er een kans [bestaat] dat wij vanaf september 2020, helemaal [geen] middelen krijgen”. Op 20 juli 2020 deelt de „uitvoerend be- stuurder‟ van verzoekster aan het bestuur mee dat hij zich “zorgen [maakt] over de subsidie voor de opleidingen […] voor de maanden september tot december 2020”. Verzoekster blijkt dus zeer wel op de hoogte te zijn geweest van de precaire situ- atie in verband met de subsidiëring vanaf 1 september
- Het risico om de opleidingen te starten zonder zekerheid over hun financiering heeft zij tegen die achtergrond genomen, zodat zij het financieel nadeel waarvan zij gewag maakt finaal enkel aan zichzelf kan verwijten.
- De spoedeisendheid is niet aangetoond. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9799- 7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9799- 8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.128 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.393 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.