← België

Arrest 250141 - Tucht (openbaar ambt) - 17/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.141 Rolnummer: A. 224706/IX-9255 Zaak: Arrest 250141 - Tucht (openbaar ambt) - 17/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.141 van 17 maart 2021 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.141 van 17 maart 2021 in de zaak A. 224.706/IX-9255 In zake: Bart UTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 maart 2018, strekt tot de nietigver- klaring van “de beslissing van 12 januari 2018 van de Voorzitter van het Direc- tiecomité van het Directoraat-generaal EPI, Penitentiaire inrichtingen, Dienst P&O, Cel Loopbaanontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Justitie […] waarbij beslist werd om [Bart Uten] bij tuchtmaatregel één maand inhouding van wedde van 5% op te leggen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9255-1/4 Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 2 augustus
  3. Op 16 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de vernietiging van de bestreden beslissing voorgesteld. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een IX-9255-2/4 termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de au- diteur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Zoals ook al vastgesteld in het auditoraatsverslag, is het middel, waarin verzoeker aanvoert dat de tuchtvordering verjaard is omdat meer dan zes maanden zijn verstreken tussen de kennisname door de tuchtoverheid van de tuchtfeiten en de opstart van de tuchtrechtelijke vervolging, gegrond. Er bestaat aanleiding om de bestreden beslissing te vernietigen. BESLISSING
  6. De Raad van State vernietigt de beslissing van 12 januari 2018 van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie om Bart Uten bij tuchtmaatregel één maand inhouding van wedde van 5% op te leggen.
  7. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9255-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9255-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.141 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.