← België

Arrest 250186 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.186 Rolnummer: A. 226395/X-17346 Zaak: Arrest 250186 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 250.186 van 23 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.186 van 23 maart 2021 in de zaak A. 226.395/X-17.346 In zake :

  1. de BV DE NIEUWE VOORHAVEN
  2. de VZW DE VOORHAVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Isabelle Larmuseau en Karolien Beké kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingediend op 1 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Gent van 25 juni 2018 houdende goedkeuring van de zaak van de wegen bij de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot een terrein gelegen aan de Voorhavenlaan te Gent, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie A, nr. 3417/w en 3417/l. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.346-1/7 Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december
  5. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Karlien Vernieuwe, die loco advocaten Isabelle Larmuseau en Karolien Beké verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Op 8 september 2016 dient de stad Gent bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in voor infrastructuurwerken in het kader van de omgevingsaanleg van een deel van de Voorhavenkaai en alle bijhorigheden op een terrein gelegen aan de Voorhavenlaan te Gent, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie A, nr. 3417/w en 3417/l.
  8. Met een besluit van 1 december 2016 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. X-17.346-2/7
  9. Het bestuurlijk beroep van de verzoekende partijen tegen het laatstgenoemde besluit wordt door de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie) bij besluit van 23 maart 2017 verworpen. Met dit besluit wordt de stedenbouwkundige vergunning voorwaardelijk verleend.
  10. Op vordering van de verzoekende partijen vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij arrest nr. RvVb/A/1718/0969 van 5 juni 2018 het voornoemde besluit van de deputatie van 23 maart 2017 omdat de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en er geen beslissing van de gemeenteraad voorligt. De Raad beveelt de deputatie een nieuwe beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep van de verzoekende partijen en dit binnen een termijn van 4 maanden te rekenen vanaf de dag na de dag van de betekening van het arrest. Het cassatieberoep van de verwerende partij tegen het laatstgenoemde arrest wordt door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 246.073 van 14 november
  11. Op 25 juni 2018 neemt de gemeenteraad van de stad Gent het bestreden besluit.
  12. Bij besluit van 26 juli 2018 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen opnieuw de gevraagde vergunning. De schorsingsvordering en het annulatieberoep van de verzoekende partijen tegen het laatstgenoemde besluit worden door de Raad voor Vergunningsbetwistingen verworpen bij de arresten nrs. RvVb-S-1819-0548 van 29 januari 2019 en RvVb-A-1920-0142 van 8 oktober
  13. X-17.346-3/7 IV. Onderzoek van het enige middel Het aangevoerde middel 9.
  14. Het enige middel is ontleend aan de schending van artikel 21, eerste lid, van het gemeentedecreet en van het motiverings-, het zorgvuldigheids- en het rechtszekerheidsbeginsel. 9.
  15. De verzoekende partijen stellen dat het bestreden besluit – met toepassing van de spoedprocedure – genomen is slechts een week na ontvangst van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen nr. RvVb/A/1718/0969 van 5 juni
  16. De verzoekende partijen hebben de agenda van de gemeenteraad nog geconsulteerd op 25 juni 2018, en toen was het betrokken agendapunt nog niet vermeld. Bijgevolg staat vast dat de gemeenteraadsleden het agendapunt onmogelijk zorgvuldig hebben kunnen onderzoeken. Aangezien de verzoekende partijen ervan uitgingen dat het punt niet zou worden besproken, waren zij op 25 juni 2018 niet aanwezig en hebben zij de desbetreffende bespreking niet kunnen bijwonen. Indien de verzoekende partijen tijdig kennis hadden gehad van het agendapunt omtrent de betrokken wegenis, hadden zij de gemeenteraadsleden kunnen contacteren om de pijnpunten te bespreken. De beslissing over de zaak van de wegen kon nog perfect tijdig worden genomen op de vergadering van de gemeenteraad van 24 september
  17. Er bestond bijgevolg geen enkele noodzaak om bij spoedeisendheid een besluit te nemen op 25 juni
  18. In hun memorie van wederantwoord voegen de verzoekende partijen toe dat de bekendmakingsverplichting vervat in artikel 23, § 1, tweede lid, van het gemeentedecreet geschonden werd.
  19. De verzoekende partijen benadrukken in hun laatste memorie dat van de drie dagen waarover de gemeenteraadsleden beschikten om het betrokken agendapunt voor te bereiden er twee dagen in het weekend vielen. Deze termijn kan onmogelijk als toereikend beschouwd worden, temeer gelet op de complexiteit van het dossier. X-17.346-4/7 Beoordeling
  20. Zoals terecht is vastgesteld in het auditoraatsverslag geven de verzoekende partijen met de pas in hun memorie van wederantwoord aangevoerde schending van artikel 23, § 1, tweede lid, van het gemeentedecreet, een nieuwe, niet ontvankelijke wending aan het middel zoals het is uiteengezet in het verzoekschrift.
  21. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is.
  22. Artikel 21, eerste lid, van het gemeentedecreet, zoals te dezen van toepassing, luidt: “Behalve in spoedeisende gevallen […] wordt de oproeping ten minste acht dagen vóór de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd”. Uit het administratief dossier blijkt dat de gemeenteraadsleden drie dagen voor de gemeenteraadszitting in kennis werden gesteld van de (spoedeisende) agendering en van de stukken van het dossier. Anders dan de verzoekende partijen menen volgt uit het enkele feit dat er bij die drie dagen een zaterdag en een zondag waren, niet dat de aangevoerde rechtsregels geschonden zijn, zelfs niet als wordt aangenomen dat het om een complex dossier gaat.
  23. De verwerende partij licht toe dat zij een beslissing op 25 juni 2018 nodig achtte daar de gemeenteraad niet vergadert in juli en augustus en zij de deputatie in staat wilde stellen om snel een herstelbesluit te nemen, zodat een lange onderbreking van de werken – met de mogelijkheid voor de aannemer om een schadevergoeding te vorderen – vermeden kon worden.
  24. De verzoekende partijen tonen de onwettigheid van de in het vorige randnummer aangehaalde motieven, die voor de snelle agendering van het betrokken punt worden aangevoerd, niet aan. De door de verzoekende partijen X-17.346-5/7 geuite kritiek geeft blijk van een andere feitelijke appreciatie van de gegevens van de zaak, maar is niet van aard de beoordeling dat de agendering dringend was beslissend te ontkrachten. In wezen blijft het middel beperkt tot loutere opportuniteitskritiek. De verzoekende partijen maken niet aannemelijk dat de overheid in haar beoordeling van de spoedeisendheid de grenzen van de redelijkheid te buiten is gegaan.
  25. Het enige middel wordt verworpen. V. Conclusie
  26. Gelet op de verwerping van het enige middel, moet het beroep hoe dan ook worden verworpen. VI. Kosten
  27. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  28. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
  29. De Raad van State verwerpt het beroep.
  30. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.346-6/7 De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.346-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.