id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.187 Rolnummer: A. 227201/X-17423 Zaak: Arrest 250187 - Plannen van aanleg - 23/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.187 van 23 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.187 van 23 maart 2021 in de zaak A. 227.201/X-17.423 In zake : 1. Hendrik SEGHERS 2. Dirk VERVAECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sander Kaïret kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE BONHEIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Jean-Christophe Beyers kantoor houdend te 2600 Antwerpen – Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingediend op 14 januari 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden van 31 oktober 2018 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gemeentelijk RUP) „nr. 5 Grote Heide-herneming‟. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-17.423-1/15 De verwerende partij en verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december 2021. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sander Kaïret, die verschijnt voor verzoekers, advocaat Matthias Van Dyck, die loco advocaten Floris Sebreghts en Jean-Christophe Beyers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Verzoekers wonen in de Berentrodedreef te Bonheiden, in de woningen met huisnummers 14 en 16. Krachtens het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen (hierna: het gewestplan) zijn verzoekers‟ woonpercelen gelegen in woongebied. Ten oosten van deze woonpercelen toont hetzelfde gewestplan een wit met rode raster ingekleurd woonuitbreidingsgebied (hierna: WUG), dat ter plaatse bekend staat als Grote Heide. Het WUG Grote Heide is 7,2 hectare groot. Ongeveer 2 hectare van dit WUG bestaat uit reeds met woningen bebouwde percelen. X-17.423-2/15 Verder bevindt er zich binnen dit WUG een – deels vóór 1775 ontstaan – eiken-berkenbos van ongeveer 2 hectare. Dit bos is op de biologische waarderingskaart van de website geopunt.be aangeduid als biologisch zeer waardevol. Daarnaast is nog eens ongeveer 1,7 hectare van het WUG Grote Heide aangeduid als biologisch waardevol. Ter verduidelijking is hierna een uittreksel uit het gewestplan opgenomen, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 4. In mei 2012 beslist de gemeente Bonheiden tot de opmaak van een gemeentelijk RUP voor het WUG Grote Heide en aanpalende percelen. 5. In 2015 wordt het onderzoek naar de milieueffecten van het voorgenomen plan (hierna: MER-screening) gestart. Daartoe wordt een MER-screeningsnota opgesteld. 6. Bij besluit van 28 januari 2016 concludeert de dienst Milieueffectrapportage van het Vlaamse Gewest op basis van de ingediende MER-screeningsnota dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot X-17.423-3/15 aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is. 7.1. Op 28 september 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden het ontwerp van gemeentelijk RUP „nr. 5 Grote Heide‟ voorlopig vast. 7.2. Met een besluit van 28 juni 2017 stelt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden het gemeentelijk RUP „nr. 5 Grote Heide‟ definitief vast (hierna: het vaststellingsbesluit van 2017). 8. Op 11 oktober 2017 stellen verzoekers bij de Raad van State annulatieberoep in tegen het vaststellingsbesluit van 2017 (zaak A. 223.507/X-17.040). 9. Zoals is vastgesteld in ‟s Raads arrest nr. 245.040 van 2 juli 2019, trekt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden op 28 maart 2018 het vaststellingsbesluit van 2017 in, onder verwijzing naar verzoekers‟ annulatieberoep. 10. Op 28 maart 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden het ontwerp van gemeentelijk RUP „nr. 5 Grote Heide-herneming‟ voorlopig vast. 11.1. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 22 juni tot 22 augustus 2017, dienen onder meer verzoekers een bezwaarschrift in. 11.2. In hun bezwaarschrift voeren verzoekers aan dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) geschonden is omdat een evenwaardige compensatie voor het aansnijden van het WUG ontbreekt. 12.1. Op 30 augustus 2018 geeft de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Bonheiden (hierna: de Gecoro) advies. X-17.423-4/15 12.2. Met betrekking tot de in het bezwaarschrift van verzoekers aangekaarte compensatieproblematiek stelt de Gecoro het volgende: “Voor de compensatie van het plangebied dient niet de totale oppervlakte van het WUG gecompenseerd te worden. Onderstaande berekening werd toegepast om het compensatiegebied te berekenen: Totale oppervlakte woonuitbreidingsgebied Grote Heide: 7,2 ha, waarvan: - het reeds bebouwde woonuitbreidingsgebied (ca. 2 ha), - het aandeel van de woonprojectzone gelegen in de parkzone (ca. 1
- ha)en - het aandeel voorzien voor sociale woningen (ca. 1
- ha)niet gecompenseerd dienen te worden. 72.127m² - (20.363m² + 10.353m² + 10.353m²)= 31.058m² Bijkomend: • Het RUP Imelda is definitief vastgesteld op 22/02/2017 • De oppervlakte open ruimte bestemming in het RUP Imelda is 3,55 ha, de oppervlakte herbestemming woongebied in RUP Grote Heide bedraagt 3,1 ha, bijgevolg is aan beide voorwaarden voldaan. • Het RUP Imelda werd gelijktijdig opgestart met het RUP Grote Heide. Door de hememing van het RUP Grote Heide is het RUP Imelda definitief goedgekeurd voorafgaand aan het RUP Grote Heide-herneming. De voorwaarde van compensatie via een RUP is hiermee vervuld.[...] In de beantwoording van de bezwaarschriften gaat de GECORO ervan uit dat de planologische ruil die in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan voorzien werd ook gerealiseerd is. In de feiten lijkt dit echter niet het geval te zijn. in de parkzone die deel uitmaakt van de planologische ruil met het RUP Grote Heide (Zie RUP Imelda), is er een parking aangelegd. In die zin is de parkzone die planologisch in ruil werd gegeven voor het aansnijden van de zone Grote Heide voor wonen vandaag in de feiten een parking. De GECORO adviseert de gemeente het RUP Grote Heide niet definitief vast te stellen, zolang de planologische ruil niet ook in de feiten gerealiseerd is, door de effectieve inrichting en aanleg van de parkzone op de site van Imelda. Dit kan de geloofwaardigheid van het gevoerde ruimtelijke beleid ten goede komen.” 13.1. Bij besluit van 31 oktober 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden het gemeentelijk RUP „nr. 5 Grote Heide-herneming‟ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2018. 13.2. Met betrekking tot de compensatieproblematiek stelt de gemeenteraad in het bestreden besluit het volgende: “De gemeenteraad gaat niet akkoord met het advies van de GECORO. X-17.423-5/15 Bij de vergunningverlening op de site Imelda werd geen parking vergund binnen het compensatiegebied voor planologische ruil, bestemd als parkzone. De planologische ruil is daarbij met de goedkeuring van het RUP Imelda (22/02/2017) verwezenlijkt. De kwestie betwist door de GECORO betreft geen ruimtelijk argument maar een argument met betrekking tot handhaving en is bijgevolg niet relevant. De gemeenteraad beslist geen aanpassingen uit te voeren aan het RUP Grote Heide-herneming naar aanleiding van [het] bezwaarschrift [van verzoekers].” 13.3. Zoals blijkt uit het bij het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP horende grafisch plan, wordt het WUG Grote Heide grotendeels herbestemd tot “Woonprojectzone” (artikel 03). Binnen de laatstgenoemde zone is er een overdruk met groene arcering “Parkzone” (artikel 03.08) en een overdruk met groene raster “Waardevol habitatsgebied” (artikel 03.09). Artikel 03 van de stedenbouwkundige voorschriften stelt: “Artikel 03.1 Woonprojectzone Bestemming 01. De woonprojectzone is bestemd voor de realisatie van een woonproject, met wonen en groene publieke ruimte als hoofdfuncties […]. […] Inrichting […] 07. Ruimteverdeling […] ▪ In de woonprojectzone dient een sociaal woonaanbod te worden verwezenlijkt van minstens 20%. […] 08. Parkzone ▪ De parkzone, in overdruk en indicatief aangeduid op het grafisch plan, is bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van een publiek park als hoofdfunctie. Dit gebied heeft ook een sociale functie. ▪ Binnen de parkzone zijn natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, recreatie, waterberging en –infiltratie nevengeschikte functies. ▪ Het realiseren van vergunningsplichtige en niet vergunningsplichtige bebouwing en/of aanleg van parkeerplaatsen, binnen de parkzone, is expliciet uitgesloten. ▪ Het realiseren van verhardingen ten behoeve van gemotoriseerd verkeer, binnen de parkzone, is expliciet uitgesloten met uitzondering van verhardingen ten behoeve van perceelsontsluiting, ontsluiting voor garages, het aansluiten van bouwvelden op de indicatief weergegeven aansluitingen voor hoofdontsluitingswegen (Cfr. Art. 4.1) en dienstwegen. X-17.423-6/15 […] • Afbakening - De afbakening van de parkzone is niet strikt bepaald. Alle publiek te beschouwen inrichtingen of constructies gelegen in de parkzone en verenigbaar met het vervullen van de parkfunctie, waaronder; trage verbindingswegen, waterinfrastructuren (cfr. art. 5.1 en 5.2), waardevol habitatsgebied (cfr. art. 3.1.09) en pleinen (cfr. art. 3.1.14) maken deel uit van de parkzone • Inrichting […] - De parkzone wordt gevrijwaard van gemotoriseerd verkeer. Met uitzondering van: o Het verlenen van een erfdienstbaarheid ten behoeve van een perceelontsluiting. o Het ontsluiten van de garages, op de achterste perceelgrenzen van de bestaande bebouwing aan de Eisenhowerlaan. o Het aansluiten van een bouwveld aan de op het grafisch plan, indicatief weergegeven aansluitingen voor een hoofdontsluitingsweg (Art. 4.1) o Sporadisch dienstverkeer. […] 09. Waardevol habitatsgebied ▪ Het waardevol habitatsgebied, als overdruk van de parkzone aangeduid op het grafisch plan is bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van een bos. ▪ Het waardevol habitatsgebied omvat een oppervlakte van min. 0,25ha […].” Ter verduidelijking is hierna het laatstgenoemde grafisch plan opgenomen, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.423-7/15 V. Het eerste middel Standpunt van de partijen 14.1. In het eerste middel wordt onder meer de schending aangevoerd van artikel 13 van de bindende bepalingen van het GRS Bonheiden, evenals van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 14.2. Verzoekers betogen dat het bestreden gemeentelijk RUP ingaat tegen artikel 13 van de bindende bepalingen van het GRS Bonheiden dat bepaalt dat de gemeente het aansnijden van een WUG steeds zal compenseren door in een RUP gelijktijdig een evenwaardige oppervlakte binnengebied om te zetten naar een openruimtebestemming. Zelfs indien rekening zou mogen gehouden worden met het niet gelijktijdig vastgesteld gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ – quod non – dient vastgesteld te worden dat de oppervlakte van het aangesneden WUG Grote Heide ongeveer het dubbele is van de in het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ vervatte herbestemming naar parkzone. De compensatie is al helemaal onbestaande nu de Gecoro zelf aangeeft dat de zogenaamde parkzone in het X-17.423-8/15 gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ vandaag een parking is. Verzoekers betwisten verder het uitgangspunt van de verwerende partij dat voor de compensatie niet de volledige oppervlakte van het WUG Grote Heide in aanmerking zou moeten genomen worden, maar enkel het gedeelte dat overblijft na allerlei aftrekken. Het is ten onrechte dat de verwerende partij zowel het reeds bebouwde gedeelte van het WUG Grote Heide, als de indicatieve overdruk “Parkzone” en de oppervlakte voorzien voor sociale woningen van het bestreden gemeentelijk RUP in mindering heeft gebracht. De enige oppervlakte waarmee voor de compensatie rekening mag gehouden worden is immers de volledige oppervlakte van het WUG Grote Heide zoals ingetekend op het gewestplan. Door niet de volledige oppervlakte in aanmerking te nemen is er van een evenwaardige compensatie geen sprake. 15. De verwerende partij wijst er in haar memorie van antwoord op dat artikel 13 van het GRS bepaalt dat het aansnijden van woonuitbreidingsgebied gecompenseerd moet worden door in een RUP gelijktijdig een evenwaardige oppervlakte binnengebied om te zetten naar een openruimtebestemming. In casu wordt het binnengebied Grote Heide aangesneden en is voorzien in de vereiste compensatie door middel van het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟, dat betrekking heeft op de site Dertien Eycken. De ruimtebalans van het laatstgenoemde RUP geeft immers aan dat 3,55 hectare van het in woongebied van het gewestplan gelegen binnengebied van de site Dertien Eycken wordt omgezet naar parkzone, dit is “overig groen”. Volgens de verwerende partij steunt het middel op een uiterst selectieve lezing van het GRS en een uiterst restrictieve interpretatie van artikel 13 van de bindende bepalingen. Vooreerst gaan verzoekers er aan voorbij dat artikel 13 uitdrukkelijk toelaat dat de compensatie gebeurt door middel van “meerdere ruimtelijke uitvoeringsplannen”. Dit toont aan dat het begrip “gelijktijdig” niet restrictief mag worden geïnterpreteerd. De planprocedure voor het bestreden X-17.423-9/15 gemeentelijk RUP en het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ is gelijktijdig opgestart. Hierdoor is voldaan aan de vereiste gelijktijdigheid. Het GRS moet immers niet dermate strikt worden opgevat dat de vaststelling van beide ruimtelijke uitvoeringsplannen op exact hetzelfde ogenblik zou moeten plaatsvinden. De verwerende partij vervolgt dat verzoekers een foutieve interpretatie geven aan het begrip “evenwaardige oppervlakte” uit artikel 13 van de bindende bepalingen van het GRS. Anders dan verzoekers laten verstaan is dit begrip niet automatisch gelijk te stellen aan een oppervlakte van dezelfde grootte. De term “evenwaardig” heeft immers “veeleer betrekking op het kwalitatieve aspect i.p.v. het kwantitatieve aspect”. Uit het GRS blijkt dat op de site Grote Heide de effectief te ontwikkelen oppervlakte kleiner mag zijn dan 7,2 hectare, gelet op de sterke verweving met groenelementen. Het GRS bevat geen dwingende cijfers. De precieze afbakening van de openruimtezones moet pas gebeuren in het ruimtelijk uitvoeringsplan. Het opzet van het GRS is niet om het aansnijden van een woonuitbreidingsgebied te compenseren door een binnengebied met exact dezelfde oppervlakte te herbestemmen naar open ruimte. Daarentegen streeft het GRS er wel naar om, enerzijds, het woonuitbreidingsgebied op een kwalitatieve manier aan te snijden en, anderzijds, dit te compenseren door een binnengebied te herbestemmen naar een kwalitatieve open ruimte. Dit binnengebied zal uiteraard ongeveer dezelfde oppervlakte moeten hebben, maar evenzeer belangrijk is dat de kwaliteiten van de open ruimte worden ontwikkeld. Volgens de verwerende partij is in onderhavig geval aan alle voorwaarden van het GRS voldaan. Het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ herbestemt immers circa 3,55 hectare woongebied op de site Dertien Eycken tot parkgebied. Dit compenseert de circa 3,1 hectare woonuitbreidingsgebied die door het bestreden gemeentelijk RUP wordt aangesneden. Het is ten onrechte dat verzoekers deze cijfers betwisten. Daar de compensatieplicht enkel geldt voor de oppervlakte die effectief tot woonzone wordt ontwikkeld, dienden noch de “Parkzone” van het bestreden gemeentelijk RUP, noch de oppervlakte van de reeds bebouwde percelen, noch de percelen die bestemd zijn voor sociale woningen te worden gecompenseerd. De oppervlakteberekeningen van de Gecoro zijn correct. Even terecht heeft de gemeenteraad bijkomend opgemerkt dat het feit dat er thans X-17.423-10/15 een parking ligt in het plangebied van het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟, een element van handhaving uitmaakt. Bij de vergunningsverlening op de site Dertien Eycken werd immers geen parking vergund binnen de als compensatiegebied in aanmerking genomen parkzone. 16. De verwerende partij voegt in haar laatste memorie toe dat geen compensatie vereist is voor de gebieden voor sociale woningen, daar dergelijke woningen zone-eigen zijn in een WUG. Ingevolge artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 „betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen‟ zijn sociale woningen immers de enige optie van bebouwing in een WUG zonder dat daartoe een ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling vereist is. Beoordeling 17.1. Bij het vaststellen van het bestreden gemeentelijk RUP diende de verwerende partij de volgende bindende bepaling van het GRS (hierna: de aangevoerde GRS-bepaling) na te leven: “3. Taakstellingen 13. De gemeente beschouwt volgende woongebieden als prioritair voor de realisatie van bijkomende woningen: - het binnengebied [WUG Grote Heide] […] De gemeente zal het aansnijden van woonuitbreidingsgebied steeds compenseren door, in een ruimtelijk uitvoeringsplan gelijktijdig een evenwaardige oppervlakte binnengebied om te zetten naar een open ruimte bestemming. Hiervoor [komt de site] „Dertien Eycken‟ in aanmerking.” 17.2. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden X-17.423-11/15 geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. 18. Terecht gaan de partijen er van uit dat een groene bestemming, zoals bijvoorbeeld een bos of een park, beschouwd moet worden als “een open ruimte bestemming” in de zin van de aangevoerde GRS-bepaling. 19. De aangevoerde GRS-bepaling verplicht tot een compensatie voor het aansnijden voor bijkomende woningen van het binnengebied WUG Grote Heide, door middel van een herbestemming van een ander binnengebied naar openruimtegebied. Deze compenserende herbestemming kon wel degelijk gebeuren in het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟, waarvan de planprocedure voldoende parallel met de planprocedure voor het vaststellen van het bestreden gemeentelijk RUP is verlopen om te kunnen aannemen dat voldaan is aan de door de aangevoerde GRS-bepaling vereiste gelijktijdigheid, temeer daar deze bepaling uitdrukkelijk stelt dat de site waarop het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ betrekking heeft “in aanmerking” komt als compensatiegebied. De vraag is evenwel of de compenserende herbestemming – zoals de meergenoemde bepaling vereist – betrekking heeft op een “evenwaardige” oppervlakte binnengebied (hierna: het vereiste van de evenwaardigheid). 20.1. Aan het vereiste van de evenwaardigheid dient naast een kwantitatieve, ook een kwalitatieve invulling gegeven te worden. Het ter compensatie herbestemde binnengebied moet dus niet alleen ongeveer dezelfde oppervlakte hebben als het voor woningen aangesneden binnengebied, maar tevens ongeveer dezelfde kwaliteit. 20.2. Wat dit laatste betreft, heeft bijvoorbeeld een bestaand biologisch zeer waardevol bos een hogere kwaliteit dan een bestaande parking. Het is dan ook ten onrechte dat de verwerende partij de door de Gecoro opgeworpen X-17.423-12/15 problematiek van de aangelegde parking in het compenserende binnengebied niet betrokken heeft bij het beoordelen van de evenwaardigheid. 20.3. Daarnaast heeft de verwerende partij ten onrechte aangenomen dat de bij de toepassing van de aangevoerde GRS-bepaling in aanmerking te nemen oppervlakte van het binnengebied WUG Grote Heide slechts 3,1 hectare zou bedragen. Vooreerst kan er geen enkele zinvolle uitleg worden gegeven voor het feit dat de verwerende partij abstractie heeft gemaakt van 1,35 hectare van dit binnengebied om reden dat er sociale woningen op gebouwd zullen worden. De aangevoerde GRS-bepaling verplicht immers tot compensatie voor de gehele oppervlakte die voor woningbouw wordt bestemd, ongeacht of dit sociale woningen of gewone private woningen zijn. Het argument dat de verwerende partij aanvoert in haar laatste memorie doet, ongeacht de juistheid ervan, hoe dan ook geen afbreuk aan deze algemene compensatieplicht van de aangevoerde GRS-bepaling. Verder blijkt niet dat het op goede gronden is dat de verwerende partij met verwijzing naar de door het bestreden gemeentelijk RUP voorziene overdruk “Parkzone” heeft aangenomen dat de compensatieplicht niet zou gelden voor nog eens 1,35 hectare van het binnengebied WUG Grote Heide. De verordenende voorschriften van dit RUP stellen immers dat de afbakening van de parkzone niet strikt bepaald is (randnr. 13.3), zodat ze ook toelaten dat bijvoorbeeld slechts een halve hectare parkgebied gerealiseerd zou worden. Bovendien laten dezelfde voorschriften toe om binnen de “Parkzone” autowegen aan te leggen. De oppervlakte van dergelijke wegen maakt hoe dan ook deel uit van de oppervlakte die voor woningbouw wordt bestemd, zodat ze krachtens de aangevoerde GRS-bepaling gecompenseerd moet worden. Uit het voorgaande volgt dat de voor de compensatieplicht in aanmerking te nemen oppervlakte van het binnengebied WUG Grote Heide in ieder geval substantieel boven de 4 hectare uitstijgt. X-17.423-13/15 20.4. Er moet worden vastgesteld dat de verwerende partij er niet in slaagt aannemelijk te maken dat het in aanmerking te nemen binnengebied WUG Grote Heide ongeveer dezelfde oppervlakte zou hebben als het ter compensatie door het gemeentelijk RUP „nr. 4 Imelda‟ herbestemde binnengebied van 3,55 hectare. 20.5. Aan de in het vorige randnummer gedane vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat het terecht is dat de verwerende partij abstractie heeft gemaakt van de reeds met woningen bebouwde percelen van het WUG Grote Heide, nu de compensatieplicht enkel geldt voor het aansnijden van het binnengebied voor bijkomende woningen. 21. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. IV. Kosten 22. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april 2017. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden van 31 oktober 2018 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘nr. 5 Grote Heide-herneming’. 2. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-17.423-14/15 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.423-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.187 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div