← België

Arrest 250188 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.188 Rolnummer: A. 223806/X-17070 Zaak: Arrest 250188 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-03-30 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 250.188 van 23 maart 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.188 van 23 maart 2021 in de zaak A. 223.806/X-17.070 In zake :

  1. de NV AUGUST VAN GORP EN ZONEN
  2. de NV VAN GORP AUGUST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annemie Van Deun kantoor houdend te 2360 Oud-Turnhout Steenweg op Turnhout 87/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD TURNHOUT woonplaats kiezend te 2300 Turnhout Campus Blairon 200 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 17 november 2017, vorderen de nv August Van Gorp en zonen en de nv Van Gorp August de nietigverklaring van het “besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Turnhout dd. 1.12.2016 met nummer 66 2016_CBS_01800 Wieltjes-Goedkeuring betreffende het akkoord met het fysiek afsluiten van de doorgang naar het perceel gelegen nabij Wieltjes 14+”. Tevens vragen zij de toekenning van een schadevergoeding tot herstel. X-17.070-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 240.529 van 23 januari 2018 is de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing en tot het opleggen van een dwangsom verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Vliegen, die loco advocaat Annemie Van Deun verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Julie Swerts, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. X-17.070-2/5 III. Feiten
  7. Eerste verzoekster is eigenaar van percelen gelegen te Turnhout, Wieltjes z.n., waarop tweede verzoekster een betoncentrale uitbaat. Voor die uitbating worden zogenaamde uitzonderlijke voertuigen gebruikt. Ze gebruiken de toegang tot het bedrijf langs Wieltjes. Op 1 december 2016 verklaart het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout zich akkoord “met het fysiek afsluiten van de doorgang naar het perceel gelegen nabij Wieltjes 14+”. De vordering van verzoeksters tot schorsing van de tenuitvoerlegging van die beslissing wordt bij arrest van de Raad van State, nr. 240.529 van 23 januari 2018, verworpen. In het arrest wordt onder meer overwogen dat niet betwist is dat de bestreden beslissing nog geen (begin van) uitvoering heeft gekregen, en dat een dergelijke uitvoering ten andere problematisch zou zijn, onder andere omdat in principe de vaststelling van een aanvullend reglement op het wegverkeer toekomt aan de gemeenteraad. Op 23 april 2018 keurt de gemeenteraad een “aanvullend reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg inzake Wieltjes” goed, waarbij die straat, door het afsluiten van de dreef ter hoogte van het perceel nabij Wieltjes 14+, doodlopend wordt gemaakt. Het beroep van verzoeksters tegen dit gemeenteraadsbesluit wordt bij arrest nr. 248.646 van 16 oktober 2020 verworpen wegens laattijdigheid. IV. Beroep tot nietigverklaring – ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  8. De verwerende partij werpt tegen dat de bestreden beslissing “slechts” een “principebeslissing” was, die nooit is uitgevoerd. Een dergelijke X-17.070-3/5 louter voorbereidende handeling is volgens haar niet aanvechtbaar. In zoverre verzoeksters “ongemakken” hebben ondervonden, zijn ze het rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van het gemeenteraadsbesluit van 23 april
  9. Verzoeksters reageren dat “daadwerkelijk uitvoering gegeven [werd] aan de bestreden beslissing dd. 1.12.2016”: “Op 22.11.2019 ontvingen konkluanten een e-mail met het bericht dat de weg zou afgesloten worden op 25.11.
  10. Dit is effectief uitgevoerd. Enkele dagen later werd de weg terug opengesteld door [de verwerende partij]. Immers werd er een effectieve afsluiting geplaatst en konden konkluanten – en hun klanten – enige tijd geen gebruik maken van de afgesloten route. Het is dan ook niet zo dat de bestreden beslissing een louter voorbereidende handeling was. De bestreden beslissing heeft rechtsgevolgen gehad.” Beoordeling
  11. Het standpunt van verzoeksters, er in bestaande dat de bestreden beslissing hoe dan ook uitvoering heeft gehad doordat de weg op 25 november 2019 is afgesloten geworden, overtuigt niet. Zij zien ten onrechte voorbij dat op dat ogenblik de bestreden collegebeslissing al sedert meer dan anderhalf jaar gevolgd is door een gemeenteraadsbesluit tot vaststelling van een aanvullend reglement op de politie van het wegverkeer, waarbij Wieltjes doodlopend wordt gemaakt. In dit licht doen verzoeksters niet aannemen dat de bestreden beslissing als meer te beschouwen is dan, louter, een voorbereidende handeling, die op zich geen enkel nadeel aan hen heeft toegebracht.
  12. Het beroep is onontvankelijk. V. Verzoek tot schadevergoeding tot herstel
  13. Aangezien er hiervóór geen onwettigheid werd vastgesteld, is er overeenkomstig artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement reden om, X-17.070-4/5 net als het beroep tot nietigverklaring, ook het verzoek om schadevergoeding tot herstel af te wijzen. Overeenkomstig artikel 70, § 1, laatste lid, is in dat geval het recht verbonden aan het verzoek tot schadevergoeding tot herstel niet verschuldigd, zodat het reeds gekweten rolrecht wordt terugbetaald. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en het verzoek om schadevergoeding tot herstel.
  15. De Raad van State verwijst verzoeksters, elk voor de helft, in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 800 euro. Het onverschuldigde rolrecht inzake het verzoek tot schadevergoeding tot herstel, begroot op 400 euro, wordt aan de verzoekende partijen terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.070-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.188 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.529 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.