← België

Arrest 250221 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/03/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.221 Rolnummer: A. 225917/IX-9353 Zaak: Arrest 250221 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/03/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-06 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 250.221 van 25 maart 2021 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.221 van 25 maart 2021 in de zaak A. 225.917/IX-9353 In zake: Marnic RENAER woonplaats kiezend te 9620 Godveerdegem Rodestraat 70 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 augustus 2018, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de Interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie van 22 juni 2018 waarbij de evaluatie van Marnic Renaer en de eind- vermelding „te verbeteren‟ bevestigd worden. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Dries Van Eeckhoutte heeft een verslag opge- steld. IX-9353-1/4 Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 24 februari
  3. Op 30 juli 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aan- gewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de au- diteur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  6. In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat “de hiërarchische meerdere en het personeelslid geen overeenstemming hebben bereikt over de prestatiedoelstellingen”, dat daarom “een bemiddeling moest worden georgani- seerd”, dat uit het administratief dossier niet blijkt dat die heeft plaatsgevonden en dat bijgevolg “moet worden besloten tot een schending van artikel 7, derde lid, van IX-9353-2/4 het koninklijk besluit van 24 september 2013 [„betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt‟]”. Dit gebrek, aldus nog het auditoraatsverslag, is van aard om de bestreden eindbeslissing van de evaluatiecyclus aan te tasten. Besloten wordt tot een schending van artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 24 september
  7. Het eerste middel is in die mate gegrond.
  8. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
  9. Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  10. De Raad van State vernietigt de beslissing van de Interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie van 22 juni 2018 waarbij de evaluatie van Marnic Renaer en de eindvermelding ‘te verbeteren’ bevestigd worden.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. IX-9353-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samenge- steld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9353-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.221 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.