id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.293 Rolnummer: A. 226909/X-17392 Zaak: Arrest 250293 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-07 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:28 Fiche Arrest nr 250.293 van 1 april 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.293 van 1 april 2021 in de zaak A. 226.909/X-17.392 In zake : de NV AS24 BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de STAD HOOGSTRATEN
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten van 27 augustus 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Transportzone Meer’; b. de beslissing van de dienst Milieueffectrapportage van het Vlaamse Gewest van 3 augustus 2017 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieueffecten en dat de opmaak van een plan- milieueffectrapport niet nodig is. X-17.392-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 244.799 van 14 juni 2019 verleent de Raad van State akte van afstand van de vordering tot schorsing. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Linde Moons, die loco advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden verschijnt voor de tweede verwerende partij zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.392-2/6 III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is een dochteronderneming van de Total- groep en baat een brandstoffenverdeelstation uit te Meer (Hoogstraten), op een terrein gelegen aan de hoek van de Londenstraat en de Amsterdamstraat. Dit brandstoffenverdeelstation is ook wel gekend als ‘Meer 3’. Volgens het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan ‘Turnhout’ situeert het terrein van de verzoekende partij zich in industriegebied. 3.
- Bij ministerieel besluit van 28 oktober 2016 wordt aan de gemeente Hoogstraten de planningsbevoegdheid gedelegeerd voor het opmaken van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Transportzone te Meer’ (hierna: het gemeentelijk RUP). 3.
- Het plangebied van het gemeentelijk RUP situeert zich aan de noordwestelijke uithoek van de stad Hoogstraten, nabij de grens met Nederland. De transportzone strekt zich uit langsheen de E
- Het gemeentelijk RUP vindt zijn oorsprong in een eerder opgemaakt masterplan voor het betrokken bedrijventerrein. Dat masterplan biedt volgens de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP: “een antwoord op een aantal zaken die binnen het bedrijventerrein speelden: […] - In het masterplan werd ook een visie uitgewerkt om de verspreide wildgroei aan tankstations en andere complementaire activiteiten tegen te gaan. De stad wenst deze functies te bundelen in een specifiek daartoe voorziene zone. - Tot slot wenst de stad ook een goede afstemming te faciliteren tussen de transportzone en het nog te ontwikkelen Business Centre Treeport op Nederlands grondgebied net ten noorden van de landsgrens. De mogelijkheden die in de transportzone geboden worden, moeten een kwaliteitsvolle aansluiting mogelijk maken, zowel qua ruimtelijke inrichting als naar functionele invulling van de zone.” X-17.392-3/6 3.
- Op 12 juli 2017 wordt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP gehouden. 3.
- Op 3 augustus 2017 beslist de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid dat het voorgenomen gemeentelijk RUP geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- De gemeenteraad van de stad Hoogstraten stelt op 18 december 2017 het gemeentelijk RUP voorlopig vast. 3.
- Van 15 januari 2018 tot 15 maart 2018 wordt over het ontwerp van het gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. De verzoekende partij dient een bezwaarschrift in. 3.
- De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Hoogstraten brengt op 4 juni 2018 een advies uit. 3.
- Op 27 augustus 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Hoogstraten het gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit. Ingevolge het gemeentelijk RUP ligt het terrein van de verzoekende partij in een ‘zone voor transport, distributie en logistiek’. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
- Met zijn besluit van 23 november 2020 (BS, 15 december 2020) heeft de gemeenteraad van de stad Hoogstraten het eerste bestreden besluit ingetrokken om reden dat het gemeentelijk RUP “behept is met een X-17.392-4/6 wettigheidsgebrek. Meer bepaald houdt het RUP een schending in van het DABM en van de Europese Dienstenrichtlijn”. Dit intrekkingsbesluit is inmiddels definitief geworden. 4.
- Het beroep is derhalve zonder voorwerp in zoverre dit het eerste bestreden besluit betreft, hetgeen partijen ter terechtzitting ook bevestigen. 5.
- De tweede bestreden beslissing is voorbereidend ten aanzien van de eerste bestreden beslissing. Als zodanig is ze normaal niet voor vernietiging vatbaar. Het is nu eenmaal per definitie de zin en de functie van voorbereidende handelingen om niet uit zichzelf de bestaande rechtsorde te wijzigen, maar om zo’n wijziging alleen voor te bereiden. Het voorgaande zou evenwel niet beletten dat in voorkomend geval deze voorbereidende beslissing toch wordt vernietigd, ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en mede gelet op artikel 9 van het Verdrag van Aarhus, wanneer om haar vernietiging wordt gevraagd tezamen met die van de nagevolgde eindbeslissing én wanneer het onderzoek van het beroep tegen die eindbeslissing ervan doet blijken dat de voorbereidende beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze beslissing over te doen. 5.
- Het is slechts uitzonderlijk dat een voorbereidende beslissing op ontvankelijke wijze het enige voorwerp van een beroep zou kunnen uitmaken, namelijk wanneer ze eigen, dadelijk werkende, voor de verzoekende partij nadelige rechtsgevolgen blijkt te hebben. Het is aan de verzoekende partij om de Raad van State ervan te overtuigen dat de bestreden beslissing voor haar dadelijk werkende, nadelige rechtsgevolgen heeft. Zij overtuigt daar te dezen niet van.
- Het beroep is onontvankelijk. X-17.392-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De verzoekende partij wordt veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de tweede verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Johan Lust X-17.392-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.293 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div