← België

Arrest 250298 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 02/04/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.298 Rolnummer: A. 229801/X-17635 Zaak: Arrest 250298 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 02/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-15 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.298 van 2 april 2021 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.298 van 2 april 2021 in de zaak A. 229.801/X-17.635 In zake : Carla LEMMENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Met een verzoekschrift, ingediend op 19 december 2019, vraagt Carla Lemmens de nietigverklaring van: “Bij aangetekend schrijven dd. 07.11.2019 werd door de algemeen directeur van de Stad Hasselt ten aanzien van verzoekster gemeld dat: ‘Op het besluit algemeen directeur van 30 oktober 2019 is beslist uw beroep, op basis van formele gronden aangehaald tijdens het horen van u en uw evaluator, ongegrond te verklaren en het resultaat van de evaluatie te behouden.’” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.635-1/8 Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en verzoekster hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster, in statutair dienstverband bij de stad Hasselt als veiligheidsconsulente bij de interne dienst voor preventie, krijgt op 23 augustus 2019 bij de evaluatie over 2017-2018 de beoordeling “onvoldoende”. Zij stelt er op 10 september 2019 beroep tegen in en voert onder meer aan dat de evaluatieprocedure niet correct gevolgd is, onder meer doordat “plannings- en functioneringsgesprekken ontbreken”. Op 3 oktober 2019 hoort het beroepscomité verzoekster en haar evaluator, en adviseert het om het beroep ongegrond te verklaren en het resultaat van de evaluatie te behouden. X-17.635-2/8 De algemeen directeur van de stad Hasselt verklaart op 30 oktober 2019 het beroep ongegrond en het resultaat van de evaluatie te behouden. Gemotiveerd wordt onder andere dat er, spijts de afwezigheid van de schriftelijke neerslag van functioneringsgesprekken, “voldoende objectieve gegevens voorhanden [zijn] die het disfunctioneren van mevrouw Carla Lemmens kunnen staven”. Die beslissing wordt verzoekster met een brief van 7 november 2019 betekend. IV. Ontvankelijkheid Excepties
  6. Volgens de memorie van antwoord is het beroep onontvankelijk. Het zou niet tegen de beslissing van de algemeen directeur van 30 oktober 2019 gericht zijn, maar tegen de aangetekende kennisgeving ervan. Die brief is “niet gericht op het tot stand brengen van rechtsgevolgen”. Voorts is, naar de mening van de verwerende partij, de evaluatie “veeleer een voorbereidende rechtshandeling […] in functie van een navolgende beslissing, zoals bijvoorbeeld een definitieve aanstelling of een schaalovergang”. In ieder geval, aldus de verwerende partij, laat verzoekster na aan te geven “waarin haar belang zou bestaan c.q. welk voordeel de vernietiging van de bestreden beslissing haar zou kunnen opleveren”. Beoordeling
  7. Naar duidelijk genoeg uit het verzoekschrift blijkt, is het kennelijk gericht tegen datgene wat verzoekster door de verwerende partij met een brief van 7 november 2019 is meegedeeld, namelijk dat de algemeen directeur op X-17.635-3/8 30 oktober 2019 heeft beslist het beroep tegen haar evaluatie ongegrond te verklaren. Er is dan ook geen reden om, zoals verzoeker in de memorie van wederantwoord doet, het voorwerp van het beroep “uit te breiden” naar de beslissing van de algemeen directeur van 30 oktober
  8. Die beslissing maakt van meet af aan het voorwerp ervan uit.
  9. Voorts is de bestreden beslissing niet louter en specifiek voorbereidend ten aanzien van een andere. Ze strekt ertoe een waardering uit te drukken over verzoeksters wijze van dienen opdat zij optimaal in haar functie zou renderen. Vermits deze waardering ongunstig is voor verzoekster, berokkent ze haar volgens het auditoraatsverslag minstens een moreel nadeel. Dat wordt op zich niet betwist door de verwerende partij, in de laatste memorie. In de gegeven omstandigheden is de bestreden beslissing naar het oordeel van de Raad van State wel degelijk vatbaar voor vernietiging en kan die vernietiging verzoekster een voordeel opleveren.
  10. De excepties worden verworpen. V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
  11. Verzoekster leidt een tweede middel af uit de “schending van de (destijds geldende) artikelen 50, 51, 52 en 53 van de [rechtspositieregeling] van de Stad Hasselt”. Toegelicht wordt onder meer dat verzoekster tijdens de evaluatiecyclus 2017-2018 geen enkele tussentijdse feedback heeft gekregen, dat X-17.635-4/8 nochtans in artikel 52 van de rechtspositieregeling staat dat er een functioneringsgesprek moet worden gevoerd in het midden van de tweejaarlijkse evaluatieperiode, en dat de leidinggevende er een schriftelijke neerslag van moet opstellen en aan het personeelslid ter kennis brengen. Een persoonlijke nota of een functioneringsgesprek beogen de geëvalueerde in te lichten over de tekortkomingen in zijn functioneren zodat de betrokkene dat functioneren nog tijdens de evaluatieperiode kan bijsturen. Verzoekster heeft die informatie niet gekregen.
  12. Volgens de verwerende partij, in de memorie van antwoord, is het doel van een functioneringsgesprek bereikt. Immers blijkt uit het proces-verbaal van de hoorzitting met de evaluator “dat er wel degelijk interacties tussen verzoekster en haar oversten zijn geweest waarin haar invulling van taken werd besproken of becommentarieerd”. Ook verwijst zij zelf, tijdens haar verhoor, naar een gesprek van 3 december
  13. In de laatste memorie herhaalt de verwerende partij dat het normdoel bereikt is en dat uit alle interacties blijkt dat verzoekster afdoende was ingelicht om haar functioneren te kunnen bijsturen. Beoordeling
  14. Artikel 52 van de te dezen toepasselijke rechtsplegingsregeling luidt: “§
  15. Het hoofd van het personeel waakt erover dat de evaluatoren voldoende feedback geven aan het personeelslid over zijn wijze van functioneren. Deze feedback bestaat minstens uit het gesprek, dat rechtstreeks volgt op de evaluatie zoals bepaald in artikel 61, §1 en het functioneringsgesprek, dat midden in de tweejaarlijkse evaluatieperiode gevoerd wordt. Voor contracten van bepaalde duur van minstens één jaar wordt halverwege de duur een functioneringsgesprek gevoerd. §
  16. Het functioneringsgesprek is een persoonlijk en vertrouwelijk gesprek tussen de rechtstreeks leidinggevende en het personeelslid. Op elk functioneringsgesprek komen minstens volgende punten aan bod: - doelstellingen en verwachtingen van de functie X-17.635-5/8 - de omstandigheden waarbinnen deze verwachtingen moeten worden gerealiseerd - het functioneren in de dienst en de organisatie Van dit functioneringsgesprek maakt de rechtstreeks leidinggevende een schriftelijke neerslag, die ter kennisname en ter ondertekening wordt gegeven aan het personeelslid.”
  17. Het is niet betwist dat er in de evaluatieperiode 2017-2018 geen functioneringsgesprek met verzoekster is gehouden. Ook blijkt niet dat er persoonlijke nota’s over haar zouden zijn opgesteld, die, zoals door artikel 53 van de rechtspositieregeling vereist, aan haar zijn voorgelegd en waaraan zij haar opmerkingen heeft kunnen toevoegen.
  18. Ter vergoelijking verwijst de verwerende partij hoofdzakelijk naar de verklaringen die de evaluator op 3 oktober 2019 tegenover het beroepscomité aflegde, búiten de aanwezigheid van verzoekster en zónder de mogelijkheid voor haar om erop te reageren. Concreet gaat het om vage, weinig gepreciseerde en door geen enkel stuk gestaafde verwijzingen naar “opmerkingen” op de pagina’s van een noodplan, om “lange mails” van verzoekster in antwoord op “vragen”, om “afspraken” waarvan wordt toegegeven dat ze “niet uitgeklaard zijn”, om “een onbehoorlijke afwezigheidsboodschap op de mail”, en om verzoeksters “agenda in outlook” die is aangepast. Deze zogenoemde “interacties” bieden niet de garanties die een behoorlijk gehouden en geacteerd functioneringsgesprek, zoals voorgeschreven door artikel 52 van de rechtspositieregeling, inhoudt.
  19. Dat geldt niet minder voor het gesprek dat verzoekster zelf ter sprake bracht bij het beroepscomité – een gesprek van 3 december 2018, geheel op het einde van de evaluatieperiode, over “keuringen” die niet meer zouden worden uitgevoerd. X-17.635-6/8 15 Vanzelfsprekend wordt het verzuim om artikel 52 na te leven evenmin goedgemaakt door te overwegen in de bestreden beslissing dat “er voldoende objectieve gegevens voorhanden [zijn] die het disfunctioneren van mevrouw Carla Lemmens kunnen staven”. Een functioneringsgesprek kon het beweerde disfunctioneren mogelijk hebben voorkomen. Daar is het nu eenmaal voor bedoeld.
  20. Het middel is in de besproken mate gegrond. BESLISSING
  21. De Raad van State vernietigt de beslissing van de algemeen directeur van de stad Hasselt van 30 oktober 2019 om de ongunstige evaluatie van Carla Lemmens over de periode 2017-2018 te behouden.
  22. De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan verzoekster verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. X-17.635-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.635-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.298 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.