id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.308 Rolnummer: A. 221726/IX-9030 Zaak: Arrest 250308 - O.C.M.W. - 06/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-13 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.308 van 6 april 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.308 van 6 april 2021 in de zaak A. 221.726/IX-9030 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN van OUDENAARDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door: a. de Vlaamse regering b. de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 maart 2017, strekt tot de nietigverklaring van: “
- de tuchtbeslissing d.d. 2 september 2016 van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Oudenaarde […] waarbij aan [XXXX] ‘een tuchtsanctie van 4 maanden schorsing’ wordt opgelegd en IX-9030-1/4 waarbij haar ‘de garantie (wordt) verleend een nettosalaris te ontvangen dat gelijk is aan het bedrag van het leefloon zoals dat bij wet wordt vastgesteld’;
- de beslissing d.d. 3 februari 2017 van de Beroepscommissie voor tuchtzaken […] waarbij het beroep tegen de tuchtbeslissing ontvankelijk, maar ongegrond wordt verklaard en ‘dienvolgens de door de Raad voor maatschappelijk Welzijn van het OCMW van Oudenaarde op 2 september 2016 opgelegde tuchtstraf van ‘vier maanden schorsing’ bevestigd wordt.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 23 juni
- Op 13 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-9030-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. In een aan de Raad van State gerichte aangetekende brief van 15 juli 2020 deelt zij overigens mee “dat zij afziet van de voortzetting van de rechtspleging”.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Rechtsplegingsvergoeding
- Er is nog geen ministerieel besluit genomen in uitvoering van artikel 67, § 3, derde lid, van het algemeen procedurereglement. Bijgevolg wordt er niet ingegaan op het verzoek van de eerste verwerende partij om haar een geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. IX-9030-3/4 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de eerste verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Patricia De Somere IX-9030-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.308 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.