id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.361 Rolnummer: A. 233345/IX-9868 Zaak: Arrest 250361 - Varia (onderwijs en cultuur) - 21/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-26 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 250.361 van 21 april 2021 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.361 van 21 april 2021 in de zaak A. é.345/IX-9868 In zake: XXXX woonplaats kiezend te 1910 Kampenhout Van Bellinghenlaan 65 tegen:
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens, Sebastiaan De Meue en Simon Claes kantoor houdend te 1000 Brussel de Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Martel en Kristof Caluwaert kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen en vertegenwoordigd door scholengroep Scoop bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- IX-9868-1/10 I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 april 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de nieuwe maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken omtrent het onderwijs na het Overlegcomité van 24 maart 2021” en van “alle maatregelen die genomen werden en worden, alsook de maatregelen vastgelegd in de ministeriële besluiten in het Belgisch Staatsblad, in strijd tegen het coronavirus vanaf 18 maart 2020, waardoor onderwijs gesloten werd en wordt en niet gegarandeerd werd en wordt”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben elk een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april 2021, om 15.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, vertegenwoordigd door zijn ouders als wettelijke vertegenwoordigers, advocaat Sebastiaan De Meue, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, advocaat Bart Martel, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de derde verwerende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de derde verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-9868-2/10 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is thans leerling van de eerste kleuterklas van de basisschool Spectrum te Kampenhout, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep Scoop van het Gemeenschapsonderwijs. De federale regering en de regeringen van de deelstaten komen in het overlegcomité op 24 maart 2021 overeen dat “[de] lessen van alle onderwijsniveaus (lager en secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, hoger onderwijs en sociale promotie) worden opgeschort van 29 maart tot en met 2 april. Kleuterscholen blijven open. […] De lessen hervatten na de paasvakantie op maandag 19 april, indien mogelijk volledig als contactonderwijs voor het secundaire niveau”. De algemeen directeur van scholengroep Scoop beslist op 25 maart 2021 bij hoogdringendheid “de kleuterscholen te sluiten in de week van 29/3 tot 2/4”. Zijn beslissing wordt later bekrachtigd door de raad van bestuur van de scholengroep op 31 maart
- De sluitingsmaatregel is niet verlengd geworden. De raadsman van de scholengroep verklaart op de terechtzitting dat de kleuterschool Spectrum te Kampenhout op 19 april 2021 – dag van de terechtzitting – weer gewoon open is en de ouders van verzoeker bevestigen dat verzoeker diezelfde dag van de terechtzitting naar de klas is gegaan. IX-9868-3/10 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Het verzoekschrift, dat is ingediend zonder bijstand van een raadsman, draagt het opschrift ‘Verzoekschrift tot nietigverklaring en verzoek tot schadevergoeding tot herstel’. Verzoeker schrijft evenwel ook dat het “van fundamenteel belang [is] dat dit verzoekschrift als hoogdringend wordt opgenomen”. Het verzoekschrift refereert alleszins aan het recht van onderwijs van verzoeker dat door de sluiting van de kleuterschool in het gedrang komt, een aanspraak waarvan getwijfeld kan worden dat ze in een gewone annulatieprocedure nuttig verholpen kan worden. Spijts de vaststelling dat nergens in het verzoekschrift formeel de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, is de zaak dadelijk opgeroepen op een openbare terechtzitting om hierover uitsluitsel te krijgen.
- Op de terechtzitting maakt verzoeker duidelijk dat hij inderdaad een schorsing van de tenuitvoerlegging van de door hem bestreden maatregelen nastreeft en dit zo snel mogelijk. Er moet bijgevolg worden aangenomen, dat verzoeker met het inleiden van zijn zaak bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid beoogt in te stellen.
- Evenwel draagt het verzoekschrift niet in het opschrift de vermelding dat de vordering is ingesteld “bij uiterst dringende noodzakelijkheid”. In dat geval schrijft artikel 16, § 1, tweede lid, van het procedurereglement kort geding voor dat het verzoekschrift wordt behandeld “volgens de regels bepaald in de hoofdstukken I en II”, dit betekent volgens de gewone schorsingsprocedure. IX-9868-4/10 Hieruit volgt dat de zaak verwezen zou moeten worden naar de griffie voor nadere afhandeling volgens de voormelde gewone schorsingsprocedure.
- Zoals hierna wordt uiteengezet, is echter de schorsing tot mislukken gedoemd, ongeacht de te volgen procedure. De goede proceseconomie vraagt dan de vordering reeds thans te verwerpen en ze niet aan een aanvullend onderzoek van het auditoraat en een bijkomende openbare terechtzitting te onderwerpen. Het auditoraat heeft hierom in zijn advies ter terechtzitting overigens ook niet verzocht. V. Nieuwe stukken
- Op de terechtzitting legt verzoeker nieuwe stukken en een pleitnota neer.
- De nieuwe overtuigingsstukken worden uit het debat geweerd, aangezien de verwerende partij zich niet nuttig heeft kunnen verweren tegen deze gegevens en de procedureregeling hierin overigens niet voorziet. De pleitnota wordt als inlichting aangenomen, in de mate ze de weergave is van het mondeling pleidooi ter terechtzitting. VI. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- Verzoeker is bijzonder onduidelijk in de omschrijving van het voorwerp van het beroep – de overheidsbeslissing of -beslissingen die hij met zijn beroep wenst te bestrijden. Als verwerende partij noemt hij “[de] Belgische overheid”.
- Uit de uiteenzetting van het feitenrelaas in het verzoekschrift en van zijn grieven kan wel met voldoende zekerheid worden afgeleid dat wat hem in IX-9868-5/10 wezen grieft, het gegeven is dat hij niet naar de kleuterschool kan gaan tijdens de week voor de paasvakantie. Die beslissing is, als gezien, op 25 maart 2021 genomen bij hoogdringendheid door de algemeen directeur van scholengroep Scoop en nadien bevestigd door de raad van bestuur van die scholengroep. Het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door scholengroep Scoop, heeft dit blijkens zijn nota met opmerkingen ook zo begrepen. 12.
- Verzoeker verwijst voorts zeer vaag naar “alle” maatregelen “na het Overlegcomité van 24 maart 2021”, zonder te preciseren welke (andere) maatregelen hij bedoelt. 12.
- Het valt de Raad van State niet toe om in de plaats van een verzoekende partij het voorwerp van een beroep te bepalen. Voor zover het al zo zou zijn dat naast de voormelde beslissing van 25 maart 2021 over de opschorting van het kleuteronderwijs in scholengroep Scoop ná 24 maart 2021 nog andere beslissingen zijn genomen die de regelmatige onderwijsverstrekking aan verzoeker verstoren, verzuimt verzoeker om ze met een minimum aan precisie te duiden. Het beroep lijkt in die mate niet op ontvankelijke wijze een voorwerp te bevatten, minstens moet in de huidige stand van de procedure deze exceptie desnoods ambtshalve worden aangenomen. 13.
- Daarenboven vermeldt verzoeker “alle maatregelen die genomen werden en worden, alsook de maatregelen vastgelegd in de ministeriële besluiten in het Belgisch Staatsblad, in strijd tegen het coronavirus vanaf 18 maart 2020, waardoor onderwijs gesloten werd en wordt en niet gegarandeerd werd en wordt”. IX-9868-6/10 Hij laat de Raad van State volslagen in het ongewisse welke precieze maatregelen hij bedoelt. Wel voegt hij bij zijn verzoekschrift een afschrift van ministeriële besluiten van 18 maart 2020, 18 oktober 2020 en 26 maart
- 13.
- Mocht verzoeker nog te nemen maatregelen voor ogen hebben “waardoor onderwijs gesloten […] wordt”, dan is het beroep voorbarig en bestrijdt hij geen bepaald of bepaalbaar voorwerp. 13.
- Verzoeker heeft geen belang om maatregelen “waardoor onderwijs gesloten werd en wordt” aan te vechten die hem niet persoonlijk raken. Hij laat na om met het minimum aan vereiste precisie onder “de maatregelen vastgelegd in de ministeriële besluiten in het Belgisch Staatsblad, in strijd tegen het coronavirus vanaf 18 maart 2020, waardoor onderwijs gesloten werd en wordt” ook maar één beslissing aan te wijzen die precies op het kleuteronderwijs betrekking heeft. Het ligt niet op de weg van de Raad van State, al zeker niet in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, om in de plaats van verzoeker op zoek te gaan naar mogelijk grievende beslissingen “in de ministeriële besluiten in het Belgisch Staatsblad, in strijd tegen het coronavirus vanaf 18 maart 2020”. Hierna wordt enkel nog ten overvloede ingegaan op de drie ministeriële besluiten die verzoeker, zonder meer, bij het verzoekschrift heeft gevoegd. Verzoeker erkent zelf dat het ministerieel besluit van 26 maart 2021 geen enkele maatregel bevat met betrekking tot het kleuteronderwijs en dat ook in het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 enkel het leerplichtonderwijs wordt geregeld. Die besluiten zijn dus geen voorwerp van zijn beroep. Het ministerieel besluit van 18 maart 2020 had weliswaar de lessen in het kleuteronderwijs geschorst, maar dit besluit is opgeheven en dus buiten werking getreden op 23 maart
- Verzoeker bespreekt in het verzoekschrift dit besluit en zijn weerslag niet; de enige concrete focus van IX-9868-7/10 verzoeker is de sluiting van de kleuterklas tijdens de week vóór de paasvakantie en niet de sluiting die het gevolg is geweest van het ministerieel besluit van 18 maart
- Op de terechtzitting vermeldt hij het besluit niet. Ook dit besluit kan in die omstandigheden niet tot het voorwerp van verzoekers beroep gerekend worden. Verzoeker erkent ook dat in het overlegcomité gemaakte afspraken als zodanig geen uitvoerbare rechtshandelingen zijn, maar uitvoering moeten krijgen “door het optreden van de bevoegde overheden”. De “beslissingen” van het overlegcomité kan hij dus niet tot voorwerp van zijn beroep rekenen.
- In de huidige stand van de procedure wordt, gelet op de voorgaande vaststellingen, het voorwerp van het beroep – en dus van de vordering – bepaald tot de beslissing van de algemeen directeur van scholengroep Scoop van 25 maart 2021 houdende de opschorting van het kleuteronderwijs in de scholengroep van 29 maart 2021 tot 2 april 2021, zoals bekrachtigd door de raad van bestuur van de scholengroep. VII. Aanwijzing als verwerende partij
- Gelet op het voorwerp van het beroep, zoals het hiervóór in de huidige stand van de rechtspleging is omschreven, dient het verweer te worden gevoerd door de rechtspersoon – auteur van die handeling. Dat is het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door scholengroep Scoop. De vraag van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs om buiten de zaak te worden gesteld, moet worden ingewilligd. Ook de Vlaamse Gemeenschap merkt in haar nota met opmerkingen terecht op dat “op geen enkele wijze duidelijk gemaakt [wordt] door de verzoekende partij welke bestuurshandeling van de Vlaamse Gemeenschap […] zou moeten vernietigd worden” en dat “niet wordt aangeduid welke bestuurshandeling van de Vlaamse Gemeenschap er wordt betwist”. Ook de Vlaamse Gemeenschap moet buiten de zaak worden gesteld. IX-9868-8/10 Ook de Belgische Staat werpt in haar nota terecht op “dat verzoeker geen ontvankelijke vordering formuleert die betrekking heeft op een bestuurshandeling die aan de Belgische Staat kan worden toegeschreven”. De Belgische Staat is niet de auteur van de bestreden beslissing, zoals hiervóór in de huidige stand van de rechtspleging is omschreven en hij moet ten slotte, om dezelfde reden, buiten de zaak worden gesteld. VIII. De zaak is niet (meer) “hoogdringend”
- Het inleidend verzoekschrift is op het elektronisch platform geplaatst op 3 april
- Een schorsingsarrest heeft enkel voor de toekomst uitwerking. Met het instellen van een vordering tot schorsing streeft een verzoekende partij voorts na zich te behoeden voor schadelijke gevolgen van een bepaalde omvang, waarvoor een later arrest ten gronde niet nuttig meer tussenkomt. Vereist is dan ook, dat op het ogenblik van de uit te spreken schorsing het schadelijke gevolg nog zinvol kan worden geweerd. De bestreden sluiting van de kleuterschool van verzoeker was een tijdelijke maatregel, tot 2 april 2021 beperkt. Na de paasvakantie is de school weer gestart en de ouders van verzoeker bevestigen dat verzoeker weer naar school gaat. De vrees van verzoeker, dat de maatregel verlengd zou worden tot 25 april 2021, is niet uitgekomen. De gevraagde schorsing kan bijgevolg geen soelaas bieden. Er is dus geen spoedeisendheid, laat staan uiterst dringende noodzakelijkheid. Dat volstaat als vaststelling, om de vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING IX-9868-9/10
- De Belgische Staat, de Vlaamse Gemeenschap en de Raad van het Gemeenschapsonderwijs als vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs worden buiten de zaak gesteld.
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9868-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.361 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.