← België

Arrest 250408 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 27/04/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.408 Rolnummer: A. 227487/X-17450 Zaak: Arrest 250408 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 27/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-07 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.408 van 27 april 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 250.408 van 27 april 2021 in de zaak A. 227.487/X-17.450 In zake: de BRANDWEER ZONE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Bodvin kantoor houdend te 3740 Bilzen Stationlaan 45 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken Tussenkomende partij : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Nederlandstalige afdeling van de Federale onafhankelijke beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones van 17 december 2018 waarbij de beslissing van de zoneraad van de Brandweer Zone Antwerpen van 8 oktober 2018 houdende de oplegging van een tuchtsanctie aan XXXX, wordt vernietigd”. X-17.450-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XXXX heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 30 april
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 19 oktober
  4. Op 6 januari 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. X-17.450-2/4 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  7. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
  8. Tevergeefs vraagt de tussenkomende partij dat de kosten, daarin begrepen een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van verzoeker worden gelegd. Een vrijwillig tussenkomende partij voor de Raad van State dient zelf het door haar verschuldigde recht te dragen. Voorts komt zij overeenkomstig artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet in aanmerking voor de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.450-3/4
  11. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de tussenkomende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.450-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.408 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.