id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.416 Rolnummer: A. 232094/VII-41501 Zaak: Arrest 250416 - Uitleveringen - 27/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.416 van 27 april 2021 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.416 van 27 april 2021 in de zaak A. 232.094/XIV-38.507 In zake: Ali OZDAMIROV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Blomme kantoor houdend te 8820 Torhout Vredelaan 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 19 oktober 2020 een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de minister van Justitie van 7 augustus 2020 waarbij de uitlevering van verzoeker aan de regering van de Russische Federatie wordt toegestaan. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-38.507-1/5 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020, om 16.40 uur. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annik Haegeman, die loco advocaat Koen Blomme verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Met een verzoek van 25 februari 2020, meegedeeld met een diplomatieke nota van 28 februari 2020, vraagt de Russische Federatie de uitlevering van verzoeker, van Russische nationaliteit, op grond van een bevel tot aanhouding van 26 december 2011, gegeven door de rechtbank van Shali in de Tsjetsjeense republiek, Russische Federatie. De raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper verklaart het voornoemde aanhoudingsbevel uitvoerbaar met een beschikking van 28 februari
- De kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Gent bevestigt deze beschikking met een arrest van 12 maart
- XIV-38.507-2/5 Verder brengt de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Gent op 28 april 2020 een gunstig advies uit over het verzoek tot uitlevering van verzoeker. Op 7 augustus 2020 staat de minister van Justitie de uitlevering toe van verzoeker aan de regering van de Russische Federatie wegens de feiten op grond waarvan de uitlevering is gevraagd. Er wordt vermeld dat het specialiteitsbeginsel van toepassing is. Dit is de bestreden beslissing. IV. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
- Het verzoekschrift bevat geen afzonderlijke uiteenzetting over de voorwaarde van de spoedeisendheid, noch wordt elders in het verzoekschrift hierover enige toelichting gegeven. Ter terechtzitting verklaart verzoekers advocaat dat in de uiteenzetting van het belang en de middelen wel wordt verwezen naar het risico op niet overleven in geval van effectieve uitlevering. XIV-38.507-3/5 Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een verzoekende partij moet aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens in haar inleidende akte uitleggen in welke mate zij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
- Zoals hoger reeds aangehaald, bevat het verzoekschrift te dezen geen uiteenzetting gewijd aan de voorwaarde van de “spoedeisendheid”. De algemene stelling in het verzoekschrift dat verzoeker belang heeft “aangezien hij ingevolge de kwestieuze beslissing thans dreigt het land uitgezet te worden” kan niet als dusdanig worden beschouwd. Het enkele feit dat verzoeker om de aangegeven reden blijk zou geven van het vereiste belang houdt geen verband met de spoedeisendheid, laat staan dat het een concrete en precieze toelichting vormt waarom de behandeling van de zaak spoedeisend zou zijn. Daargelaten de vaststelling dat de spoedeisendheid een afzonderlijke schorsingsvoorwaarde vormt die niet kan worden gelijkgesteld met en in beginsel zeker niet volgt uit de ernst van een middel, kan niet worden XIV-38.507-4/5 volstaan met een algemene verwijzing naar de inhoud van de middelen waaruit de Raad van State dan wordt verondersteld enige toelichting van de veronderstelde spoedeisendheid te distilleren. Bijgevolg is de spoedeisendheid van de vordering niet aangetoond. VI. Conclusie
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.507-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.416 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.543 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div